(17.46 uur, tussen de dozen paperassen)
Zelden ben ik dingen kwijt. Ik weet bijna altijd waar ik de dingen gelaten of opgeborgen heb. In luie momenten wil ik me wel eens gedragen als een haastige sloddervos. Snellerdesnel en geen puf meer, dus kwak maar neer. Daarom is het soms nodig om kasten uit te mesten. Vind ik niet persé een vervelende bezigheid. Sterker nog, ik maak er soms een sport van. Ik ga bij mijn oma de kasten door op producten over de datum. Ik hergroepeer samen met mijn zusje haar kledingkast. Ruim met mijn moeder de zolder op. Het creëert ruimte en soms vind je nog eens wat. Iets, waarvan het niet wist dat je het had. Of iets,waarvan je dacht het al eerder afgedankt te hebben. Of iets dat je doet glimlachen en je op nieuwe ideeën brengt.
Mijn collectie volgepende dagboeken bijvoorbeeld. Al sinds mijn achtste houd ik zo’n dierbaar verslag met onregelmatige tussenpozen bij. Kinderlijke onschuld, puberperikelen en persoonlijke vreugdemomenten. Kostbare herinneringen en tijdsimpressies. Waardevol.
Sorteren en weggooien kan ik heel goed. Vooral zaken van anderen. Maar als het om mijn eigen spullen gaat, dan slaat de aarzeling toe. We treffen op zolder dozen studie- en middelbareschool aangelegenheden. Tussen mijn vaders oude padvinderspullen. Met weemoed blader ik door de stapels bloed zweet en tranen. Stoffig. Ik denk dat iedereen daar nog wel iets van bewaard heeft. College aantekeningen, handouts, boekuittreksels, woordrijtjes. Kladblokken, klappers, katernen en kaftpapier. Schriften en snelhechters. Bewaard om het ooit nog weer te lezen. Plaats daar maar een N voor.
Ooit werd nooit. Reeds tien jaren verstreken. En geen één keer voelde ik urgentie om op een vrije middag weer een letter van die oude aantekeningen te bekijken. Logisch. Het is nu niet meer relevant. Toen noodzakelijk voor het begrip van een hoofdstuk een goed punt op een proefwerk. Nu slechts een paar loze woorden zonder betekenis. Kennis veroudert ook. Dus met pijn in mijn hart kon ik niet anders besluiten dan het handeltje weg te kieperen. Deze tastbare herinneringen weggooien voelt als afscheid nemen van het verleden. Natuurlijk ging dat niet zonder het nog een laatste keer vluchtig door te bladeren, trots te zijn en te glimlachen.
De doos met jeugdige Lijsterleesboekjes werd op Marktplaats te koop aangeboden. Want boeken weggooien druist in tegen mijn natuur. Bovendien kunnen oude spullen zo weer een nieuw verdiend leven krijgen. En zo geschiedde het. Als rasechte marktverpesters voor de andere aanbieders, plaatsten we onze vijftig (!) boeken voor een habbekrats online. Veel andere rommel verdween op de stapel van het oud papier en in de Klikobak. Wie heeft er nog wat aan mijn aantekeningen?
Het verbaasde mij hoe weinig ik mij nog wist te herinneren van al die theorieën en berekeningen. Vier jaar achterstallig breinonderhoud heeft me geen goed gedaan. Ben ik aan het ontsnuggeren? Versullen? Verdampt mijn ooit zo ijverig opgedane kennis? Ik begon me zorgen te maken. Dat krijg je ervan als je kiest voor een carrièreswitch. Van psych naar stess. En zodra je ’er niks meer mee doet’ gaat de vergetelheid rap. Tuurlijk heeft het me mede gevormd tot wat ik nu ben. Die normaalverdelingen, hyperbolen, hypothesetoetsen en significantieniveaus. Tja.
Ik neem me voor dat het tijd wordt opnieuw mijn mentale horizon te verbreden. Hoe? Dat ga ik bedenken. Want zeg nu zelf, wat is er nu lekkerder dan je hersenpan pijnigen met nieuwe uitdagende kennis en informatie?



















