(14.03 uur, de koffer al weer gepakt. Maar niet voor werkgerelateerde zaken. Morgen ga ik op vakantie!)
Inmiddels ben ik al halverwege met het eerste seizoen van Homeland. De baard blijkt een van de hoofdrolspelers. Wat is de serie toch verdraaid spannend. Ik zit op het puntje van m’n bank. Vooruit, nog één aflevering dan.
Havana. M’n laatste werktrip voor de vakantie. Telkens denk ik dat er ooit toch wel eens een moment moet komen dat ik zat ben van dat op-en-neer gereis. Het tegendeel is waar, ik lijk juist steeds meer in m’n element te komen.
Gedurende de laatste paar uur van de vlucht gaat het flink tekeer, vanwege tropische stormen in de buurt van Miami. En laat dat nu juist het moment dat wij de passagiers de warme middagsnack voor de landing serveren. Met alle trolleys gereed voor een laatste ronde was de timing dan ook ronduit ongelukkig te noemen. Turbulentie merk je achterin het vliegtuig het meest. En het ging hard. Zo had ik het in tijden niet meer meegemaakt. Driftig zwiepte het vliegtuig met zijn staart in de onstabiele atmosfeer. Ik zet me schrap tegen een schot met mijn voeten, terwijl ik met een arm een trolley omklem, zodat ie niet omvalt. Ik zie een collega letterlijk voorbij vliegen, in een poging om nog een pot koffie in veiligheid te brengen. Er is een passagier met gevaar voor eigen leven opgestaan, vermoedelijk voor een toiletbezoek. Iets wat op dit moment echt onverantwoord is. Vanuit onze eigen hachelijke positie manen we haar tot zitten, in het belang van eenieders veiligheid.
Als we in rustiger vaarwater belanden is het tijd om de schade te inventariseren en te herstellen. Vliegtuigen zijn gemaakt voor dit soort weersomstandigheden. Mensen niet. Dus voorzien we de passagiers rijkelijk van spuugzakjes, opdweildoekjes, geruststellende woorden en bekertjes water.
Als we voet op Cubaanse bodem zetten, hebben we er een werkdag van ruim twaalf uur opzitten. De turbulentie heeft zichtbaar zijn sporen achtergelaten, ook bij de bemanning. Terwijl de een nog na boert van de misselijkheid, poetsen anderen zo goed mogelijk de vlekken van hun pak: de purser kreeg een douche van vier glazen tomatensap, ik van een pak melk.
In Havana is het zes uur eerder. Dus nog lang geen bedtijd. Toch gaan slapen zal onvermijdelijk leiden tot ontwaken in het holst van de nacht, dus wordt de dag met lichte tegenzin nog een paar uur langer doorgetrokken. Vechtend tegen de gaap en met brandende oogjes installeren we ons bij een lokaal barretje met livemuziek voor een koele versnapering. De vermoeidheid brengt me in een lome roes. De klanken van de salsa en de temperatuur creëren een broeierige atmosfeer. Niet per se onaangenaam. Toch wint uiteindelijk de moeheid. Ik kán niet meer. Dankbaar stort ik me in het hotelbed. Met prikkende vering. En de kamer te warm. Maar het maakt niet uit. Ik slaap op de grond als het moet. Als een blok graniet, tot de volgende ochtend.
Een ritje door de stad gaat natuurlijk het fijnst al cruisend in een oude Ford Thunderbird cabriolet. Deze witte roestige slee huren we voor een paar uur, compleet met gids. Ik kom op bekende en onbekende plaatsen. Het Capitolio blijft fijn om te fotograferen. Evenals de gekleurde oldtimers en de vervallen koloniale gebouwen. Ook nu val ik weer van de ene verbazing in de andere. Mijn enthousiasme voor deze stad houdt onverminderd stand.
Tijdens de rit vertelt onze taxichauffeur zijn persoonlijke verhaal. Eigenlijk is hij flight engineer, hij heeft hiervoor een hoge opleiding genoten. Het salaris dat de staat aan een vliegtuigmonteur betaalt, is met 50 CUC (ongeveer 40 Euro) per maand stukken hoger dan de 25 CUC die een gemiddelde Cubaan verdient. Echter, met zijn huidige baan als toeristengids heeft hij meer vrijheid en verdient hij in een week (!) al het bedrag, wat hij anders na een maand pas zou kunnen bijschrijven. Niet te geloven.
Verbeeld ik het me, of lijkt Havana veranderd? Rijden er nu minder oude auto’s en meer moderne? Waren die touringcars er de vorige keer ook al? En zo’n buslading aan toeristen, dat kan ik me niet herinneren. Of kijk ik er bij een tweede bezoek gewoon anders tegenaan? Goed mogelijk.
Dat is juist ook misschien het boeiende van een baan als deze. Omdat je ergens meerdere malen komt, soms met lange tussenpozen, kun je een stad of land zien veranderen. En dan was het dit keer nog maar een half jaar geleden. Er zijn collega’s die al ruim twintig of dertig jaar vliegen en gebieden hebben zien transformeren van een primitief dorp naar een urbane metropool. “Tsss, tien jaar geleden betaalde je hier nog 1 CUC voor, nu is de prijs vertienvoudigd!” De wereld draait door, ondanks dat de tijd soms stil lijkt te staan.
Deze slideshow heeft JavaScript nodig.
Lees ook het verhaal dat ik over mijn eerste bezoek aan Cuba schreef: 086 Onvoltooid verleden tijd
-oOo-
En nu vakantie! Een reis-stop? Zeker niet. Vrijdagnacht vlieg ik naar Cappadocië, Turkije. Het staat bekend om zijn grillig geërodeerde vulkaanlandschap en ongerepte natuur. Ik verheug me enorm. Een week écht weg. Met familie. Bewust internet-, telefoon- en tvloos. De rust. Het niets hoeven. Da’s pas vakantie.























