
(16.10 uur, stand-by thuis te Haarlem)
Je zit er misschien wel helemaal niet meer op te wachten. Een impressie van mijn middag en avond op het Museumplein. Je wilt wat er gisteren gebeurde misschien wel het liefst zo snel mogelijk vergeten, verstoppen of zelfs ontkennen dat het überhaupt heeft plaatsgevonden. In dat geval moet je maar gauw ophouden met lezen. Want dat is toch waar dit stukje over gaat.
-oOo-
Het begon zaterdagmiddag. Met het last-minute scoren van een oranjeshirt. En denk je dat dat makkelijk is? Nee natuurlijk niet! Alle oranje rommel was overal uitverkocht, op nog wat harige oranje beenwarmers (met deze temperaturen!) en wat maat extra large bungalowtent shirts na. Gelukkig vond ik een achteraf winkeltje dat nog niet ten prooi was gevallen aan de oranje plundering. Een dandy witte polo met oranje kraag zou mijn outfit worden.
Met de trein van Haarlem naar Amsterdam CS met de tram naar het Museumplein. Hier gaat het gebeuren. Er zijn enorme schermen opgehangen aan hoge metalen zuilen. Het lijkt alsof we allemaal deelgenoot zijn van een geheim genootschap. Mensen in oranje uitdossing voelen onmiddellijk een band. Wie oranje draagt hoort erbij. Of je nu uit Duitsland, Engeland of Australië komt. Kleur verbroedert. Nederlands spreken is geen vereiste. Schilder de rootwitblauwe driekleur op je wang en je bent gegarandeerd van de eensgezinde saamhorigheid. Dat je feestknallers als “Nederland oh Nederland - Jij bent de Kampioen – Wij houden van oranje” playbackt als een foute Neil Diamond imitator op een cruiseschip, geeft helemaal niks. Blazen op je vuvuzelaatje behoeft geen taal. Ik voel me bij nader inzien wel wat doorsnee vergeleken met de knotsgekke kostuums van anderen. Hoe idioter, des te cooler, lijkt het wel. Ik kijk mijn ogen uit. De dag is nu al geslaagd en ik heb nog geeneens voetbal gezien. Toppunt: hoofddeksel in de vorm van een oranje uilskuiken.
De sfeer zit er reeds vroeg in de middag al goed in. DJ’s draaien hoempapa hotseklotsmuziek. Mensen dansen, zingen en chillen maximaal op opblaasbare banken of gewoon in het groene gras, dat prachtig afsteekt tegen al dat oranje. Vanuit helikopters dalen tienduizenden oranje gerbera’s op ons neer. Hoe dichter de aftrap van de wedstrijd nabij komt, des te drukker het wordt, maar ook: des te aangeschotener sommigen worden. Blootgebaste jongemannen hossen luidkeels zingend in het rond met zojuist geopende bierblikjes. Gevolg: een bierdouche voor de menigte die zich er in een straal van minimaal 6 meter omheen bevindt.
Voor het bijwonen dergelijke publieke bijeenkomsten zijn er eigenlijk twee dingen noodszakelijk: lang zijn en man zijn.
Lang zijn spreekt voor zich. Ik spendeerde het grootste deel van de avond aan nekstrekken langs Hollandse reuzen en wijdse krullenbollen om nog een glimps op te vangen van wat er op het scherm te zien viel. Een meisje wordt op de schouders van een vriend gehesen, maar belemmert zo het zicht voor tientallen fans. Er wordt geschreeuwd, geknakte vuvuzela’s en plastic glazen vliegen haar om de oren om haar naar beneden te manen. (Hang die schermen dan ook wat hoger).
Man zijn: omdat staand plassen me een heerlijke snelle verademing lijkt (en kom nou niet aanzetten met die plastuit voor vrouwen…). Wij zijn gedoemd tot de openbare wcpapierloze Dixietoilethokjes. Een sterkte maag is vereist, want ze zijn al na een paar uur te ranzig voor woorden. Meer details zal ik jullie besparen.
(…)
Kwart over elf. Bijzonder toch hoe zo’n lullig wedstrijdje (oei kan ik dat wel veilig opschrijven?) zoveel vaderlandse teleurstelling ontketent. Tuurlijk is het jammer dat ‘we’ niet gewonnen hebben. Het was regelmatig even bloedstollend spannend. Maar het is en blijft een spelletje (wel eentje die voor de spelers heel goed betaalt overigens). Henny Huisman zong het al jaren geleden:
Hier stond je dan vanavond
Het was wel spannend
Maar toch ook fijn
Maar zoals bij elke wedstrijd
Kan er maar één de winnaar zijn
We laten ons niet kennen (nee)
We gaan gewoon maar door
Want wie niet tegen z’n verlies kan
Die is maar zielig hoor.
Toch zag ik hoe een pot voetbal kan leiden tot een krenking in de nationale trots, die menig liefhebber zich nog tot ver in de toekomst zal weten te herinneren. Ik zag stoere volwassen kerels die tot tranen toe geroerd waren. De schmink op hun wangen vervagende tot grillige vlekken. Er werd tegen lege flessen aangetrapt. Oranje druipt af. Een colonne van honderdduizend mensen loopt over straat en trambaan. Auto’s toeteren, maar de macht van de grote menigte dwingt ze tot stilstand. Trams stagneren midden op een kruispunt. Treinen zijn met beslagen ramen tot de nok toe gevuld. De saamhorigheid blijft. Er is in de benauwde coupés zelfs ruimte voor ironische grappen over het verlies. Ondertussen zweten we peentjes. En tellen we de haltes af. Tot we er uit mogen. Oranje af. Ieder gaat weer zijn eigen weg.
Momenteel stand-by tot vanavond zeven uur. Mijn oranjeshirt ligt al weer netjes schoon en gestreken in de kast. Voor de volgende keer.
De komende dagen naar Toulouse, Bristol en Nice.





Lief wicht wat schrijf je weer mooi! en boeiend.
gr Henny en Henk
Wat weer een sappig verhaal, ik heb er weer van genoten.
Lenos de gr. van spaghetty Harry
Hoi Lenos!
Ook dit logje was weer leuk geschreven! De nederlaag was minder, maar ook dat weet je goed weg te schrijven tot een pakkend verhaal, knap!