033 Holder de bolder…

 

(17.46 uur, tussen de dozen paperassen)

Zelden ben ik dingen kwijt. Ik weet bijna altijd waar ik de dingen gelaten of opgeborgen heb. In luie momenten wil ik me wel eens gedragen als een haastige sloddervos. Snellerdesnel en geen puf meer, dus kwak maar neer. Daarom is het soms nodig om kasten uit te mesten. Vind ik niet persé een vervelende bezigheid. Sterker nog, ik maak er soms een sport van. Ik ga bij mijn oma de kasten door op producten over de datum. Ik hergroepeer samen met mijn zusje haar kledingkast. Ruim met mijn moeder de zolder op. Het creëert ruimte en soms vind je nog eens wat. Iets, waarvan het niet wist dat je het had. Of iets,waarvan je dacht het al eerder afgedankt te hebben. Of iets dat je doet glimlachen en je op nieuwe ideeën brengt.

Mijn collectie volgepende dagboeken bijvoorbeeld. Al sinds mijn achtste houd ik zo’n dierbaar verslag met onregelmatige tussenpozen bij. Kinderlijke onschuld, puberperikelen en persoonlijke vreugdemomenten. Kostbare herinneringen en tijdsimpressies. Waardevol.

Sorteren en weggooien kan ik heel goed. Vooral zaken van anderen. Maar als het om mijn eigen spullen gaat, dan slaat de aarzeling toe. We treffen op zolder dozen studie- en middelbareschool aangelegenheden. Tussen mijn vaders oude padvinderspullen. Met weemoed blader ik door de stapels bloed zweet en tranen. Stoffig. Ik denk dat iedereen daar nog wel iets van bewaard heeft. College aantekeningen, handouts, boekuittreksels, woordrijtjes. Kladblokken, klappers, katernen en kaftpapier. Schriften en snelhechters. Bewaard om het ooit nog weer te lezen. Plaats daar maar een N voor.

Ooit werd nooit. Reeds tien jaren verstreken. En geen één keer voelde ik urgentie om op een vrije middag weer een letter van die oude aantekeningen te bekijken. Logisch. Het is nu niet meer relevant. Toen noodzakelijk voor het begrip van een hoofdstuk een goed punt op een proefwerk. Nu slechts een paar loze woorden zonder betekenis. Kennis veroudert ook. Dus met pijn in mijn hart kon ik niet anders besluiten dan het handeltje weg te kieperen. Deze tastbare herinneringen weggooien voelt als afscheid nemen van het verleden. Natuurlijk ging dat niet zonder het nog een laatste keer vluchtig door te bladeren, trots te zijn en te glimlachen.

De doos met jeugdige Lijsterleesboekjes werd op Marktplaats te koop aangeboden. Want boeken weggooien druist in tegen mijn natuur. Bovendien kunnen oude spullen zo weer een nieuw verdiend leven krijgen. En zo geschiedde het. Als rasechte marktverpesters voor de andere aanbieders, plaatsten we onze vijftig (!) boeken voor een habbekrats online. Veel andere rommel verdween op de stapel van het oud papier en in de Klikobak. Wie heeft er nog wat aan mijn aantekeningen?

Het verbaasde mij hoe weinig ik mij nog wist te herinneren van al die theorieën en berekeningen. Vier jaar achterstallig breinonderhoud heeft me geen goed gedaan. Ben ik aan het ontsnuggeren? Versullen? Verdampt mijn ooit zo ijverig opgedane kennis? Ik begon me zorgen te maken. Dat krijg je ervan als je kiest voor een carrièreswitch. Van psych naar stess. En zodra je ’er niks meer mee doet’ gaat de vergetelheid rap. Tuurlijk heeft het me mede gevormd tot wat ik nu ben. Die normaalverdelingen, hyperbolen, hypothesetoetsen en significantieniveaus. Tja.

Ik neem me voor dat het tijd wordt opnieuw mijn mentale horizon te verbreden. Hoe? Dat ga ik bedenken. Want zeg nu zelf, wat is er nu lekkerder dan je hersenpan pijnigen met nieuwe uitdagende kennis en informatie?

032 De Mexicanen

(16.20 uur, twee uur rondhangen op de luchthaven van Göteborg)

Zaterdag 21 augustus 2010. Sail Amsterdam. De gezelligheid van Haarlem Jazz. Niet voor mij. Na het verdrijven van de bacillenfamilie uit mijn nasale- en gutturale systeem mag ik gelijk aanvangen met een zesdaagse werkweek. Beginnende vandaag.

Klikkkkk. -Ghhrrrrggghh- Mijn cassettespeler zet zich hakkelend in werking. Voor dat ik vertrek nog even een lekker muziekje. Al jaren zit er nog maar één bandje in. Het enige wat ik nog bezit in dit digitale tijdperk. Het voorheen witte plastic is verkleurd en de tekst op de huls half vergaan. Het magnetische lint al meerdere malen ontward van knopen en vastlopers. Maar hij doet het nog steeds. De eerste krakerige tonen vullen mijn woonkamer met warme gitaarklanken.
“Aamaame, kjereme sin tie no pwedo bibieeeerr!” klinkt er vrolijk en melancholisch tegelijk. Ik krijg een instant goed gevoel. De nummers ken ik van voor naar achter en van links naar rechts. Alle teksten uit mijn hoofd. Ik zing luidkeels mee. Sinds die cursus Spaans van een paar jaar geleden weet ik eindelijk ook wát ze zingen.

Even terug in de tijd. Ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw. Mijn zusje en ik zitten op de achterbank van de auto. Route du Soleil. Richting Zuidfranse Contreien. Zomervakantie. De zwarte Aiwa Walkman maakt verhit overuren. Een splitter geeft voor ons twee ingangspunten, we pluggen beide onze koptelefoontjes in. Dezelfde klanken. Een puzzelboekje uit de enroute verrassingszakjes van oma. Gevuld met snoep en kleine presentjes. Om de lange reis te overbruggen. Twee dagen rijden. Kilometers vreten door de Benelux. Doel: kamperen in Frankrijk. De hele dag spelen in de buitenlucht, zwemmen en leuke dingen doen. Oude kloosters bezoeken en zwerven over geurige marktjes. IJs eten, chocoladebroodjes en Flan. Van mijn gespaarde zakcenten in Franse Francs voor het eerst een prulletje kopen en zelf afdingen. Spannend. Maar apetrots.

Op vele Franse dorpspleintjes verzamelen zich groepen Zuid Amerikanen. De muzikale nomaden. Ze installeren hun panfluiten en gitaren. Om voor wat authentieke live latinosfeer te zorgen. En terwijl mijn ouders een pintje pakken op een terras, onder de bladerden van de plataanbomen, staan wij - twee kleine hummeltjes- te swingen op de muziek van ‘De Mexicanen’. Fonetisch zingen we mee. Waarschijnlijk komen ze helemaal niet eens uit Mexico. Maar uit Peru, Bolivia of Ecuador. Elke Franse stad of dorp kende destijds wel een dergelijk bandje. Voor ons bleven het echter altijd DE Mexicanen. Nog steeds.

We kochten voor twintig Francs een cassettebandje met muziek van Palissandro. Over de Camino Real. Voor thuis. En op de achterbank, de komende jaren. We kennen het bandje inmiddels van haver tot gort. Grijs gedraaid. Letterlijk. Palissandro bleek een lokale eendagsvlieg. Nergens meer te vinden. Soms struin ik nog het internet af. Om te kijken of ze ergens anders dan in onze familie hun muzikale voetsporen hebben achtergelaten. Mijn zoektocht leidt al jaren tot niets.

Music with memories. Eigenlijk fout tot-en-met. Anderen zullen het slecht gecomponeerde jammermuziek vinden. Ik waarschijnlijk ook als ik het niet had gekend. Het bandje is inmiddels licht vals geworden van het vele afspelen. Maar het doet mij nog immer denken aan de fijne vakantietijd van vroeger.

-oOo-

Net terug uit Luxemburg. Vanavond een nachtje in mijn eigen bed, morgen naar Wenen (zonder zus), dinsdag Bordeaux, woensdag Trondheim. Daarna een weekje vrij. Even terugspoelen. Rewind. Ik druk nog één keer op ‘play’.

-”Amame, quiéreme,
sin tí no puedo vivir,
enamorado estoy de tí,
sin tus besos no vivo yo,
donde quiera que vayas tú,
mi corazón y mi alma iran…”-

031 Tik tak tok

(20.40 uur te Delft, met een dampend hete kop kamillethee)

Ik ben geen moeilijke slaper. Geef me een bed en ik tuk er in weg. Elk willekeurig hotelbed, logeerbed, opklapgeval, slaapzak… Maakt me niet uit. Als mijn ouders komen logeren, bivakkeer ik met liefde op mijn eigen grote bank in de woonkamer. Wel moet ik er voor zorgen dat ik ‘s avonds niet al te veel koffie meer drink. Want dan lig ik hyperalert met mijn ogen open naar het plafond te staren, wereldverbeterende theorieën uit te denken. Maar dat is het dan ook. Soms slaap ik rechtop zittend in een vliegtuigstoel. Dan wil ik nog wel eens wakker worden met een stijve nek en de charmante afdruk van het raampje in mijn wang…

Geluiden deren mij ook niet zo veel. Voorbijrazende treinen, pratende buren, mompelende Moskeeën, gutsende regen of gasgevende auto’s. Ik hoor het een kwartiertje, om het daarna op de achtergrond te verwerken in mijn pre droombeeldende gedachten. Ken je dat, die hersenspinsels vlak voor dat je in slaap valt? De fase tussen wakker en slaap in. Je slaapt nog niet, maar je doezelt er wel al zo’n beetje halverwege heen. Als je wilt, kun je op deze toestand met veel moeite nog actief ingrijpen en ‘wakker worden’. Laat je de boel op zijn beloop, dan reis je spoedig daarna af naar dromenland.

In die ontspannende preslaap toestand smelt het omgevingsgeluid als het ware samen met de gedachten die vrijuit in je hoofd kunnen ronddansen. Ik hoor een autotoeter, die in mijn zwalkende brein fungeert als een scheepshoorn. Op dat moment volkomen logisch passend in de gedachtenstroom van dat moment. Maar als ik het zo opschrijf ietwat vreemd… Een heerlijk ontspannende toestand trouwens, dat wel.

Er is echter één ding waar ik niet tegen kan.

-.-.-.-Tikkende klokken.-.-.-.-

De waarnemers van de voorbije tijd. Als ik in bed lig maken die mij compleet tureluurs. Niks geen wereldverbeterende theorietjes of fijne preslaap fases. Elke secondetik van de wijzer tokt als een bowlingbal door mijn hoofd. Alsof Klaas Vaak er persoonlijk met een hamer op staat te timmeren. Tik-tak. TIK-TAK. Tok tik tak. TOK TOK!! Horendol word ik ervan. Op een gegeven moment ga ik in de tikkerij melodieën van liedjes herkennen. De laatste hit van Jantje Smit. Of Abba. Stomme liedjes. Ik vind ze niet eens leuk. En al helemaal niet in de tikke-tok versie. Soms volgen ook mijn gedachten of mijn ademhaling het getik. Argh. Zwaar irritant.

Gelukkig ken ik mezelf. Mijn eigen slaapkamer is dan ook klokloos. Of in ieder geval eentje die niet tikt. En de meeste hotelkamers beschikken alleen over een digitale tijdsaanduiding op de tv. Maar toen ik vroeger bij mijn oma logeerde moesten alle klokken en wekkers in de omgeving afgedekt worden met kussens. En nu nog steeds. Ik leg de tikkende tijdtellers in de kamer ernaast, haal de batterijen er uit, of moffel ze onder een kleed. Oordoppen brengen ook vaak uitkomst. Weg met de oorverdovende stilte verstorende takkelaars. Hallo zoete nachtrust…

-oOo-

Wien begeistert noch immer. Vond ook mijn zus toen ik haar afgelopen weekend mee op sleeptouw meenam. Per Strassebahn, U-bahn en te voet.

Die leidden ons naar, de voor mij nog onontdekte knusse wijk Spittelberg, een oase van rust tenmidden van drukke toeristische trekpleisters. We hielden halt in de ‘groene woonkamer’ van Witwe Bolte, voor een lunch op het terras onder de Lindebomen. Een aanrader. Lokaler dan lokaal. Zelfgebakken brood. Wortel abrikozensoep, voor je neus uit een hoge kan geschonken, met melkschuim, friszure Erdapfelsalat (niet te verwarren met de Duitse Kartoffelsalat) en Knödel (deegballen met hartige vulling). Sap en huisgemaakte ijsthee met mint en sinaasappel om de dorst te lessen. Heerlijk vertoeven. Nog twee uurtjes struinen we door de stad, voordat het weer tijd is om in te checken. Veels te kort. Maar meer mooie Weense herinneringen, samen met mijn welkome metgezel. Bedankt zus!

-oOo-

En nu is het half genezen stembandvirus van een paar weken geleden weer in alle hevigheid aangewakkerd. Tezamen met een grieperige verkoudheid. Haarwortelpijn. Slapjanus spieren. Kop vol met snot. Jakkes. Eens kijken of het wel verstandig is om morgen mijn vierdaagse vliegdienst aan te vangen…

030 Mujirushi Ryohin

(17.15 uur vanuit een wisselvallig ‘zou-de-zomer-nu-al-voorbij-zijn’ Nederland)

Mijn cabine collega valt op mannen. Dat steekt hij ook niet onder stoelen of banken. Zijn grote Carrera zonnebril bedekt onafscheidelijk zijn ondeugend heldere ogen. Hij is scherp. Gevoelig. Er ontgaat hem niets. Ik moet even wennen aan zijn directheid. Hij geniet ervan om mensen voor de gek te houden. Mij. Passagiers. Wildvreemden op straat. Hij weet het echter op zo’n manier te brengen dat hij er mee weg komt. Altijd heeft hij de lachers op zijn hand. Met een grap of een vulgair verhaal. To shock, or not to shock, lijkt zijn motto. 

Daarnaast is hij ook nog eens een wandelende style guide. ”Wist je dat spijkerjackjes helemaal weer hot zijn deze herfst?” Terwijl ik aan boord op een rustig moment de koppen snel van het AD, leest hij de Vanity Fair. Na de eerste dag eten we een mega grote ijscoupe in de haven van Kristiansand. Supergod iskrem! Brownie met Daim. De dag erna vliegen we naar Duitsland voor een nachtstop Düsseldorf.

Zijn blauwstoffen mocassins en bijpassende schouderbuidel sluiten naadloos aan op de laatste marine trend. Moeiteloos weet hij me langs de meest hippe boektieken te loodsen. Düsseldorf leent zich daar bij uitstek voor. De Königsallee is de Duitse versie van de PC Hooft. Alle dure merken zijn vertegenwoordigd. Zaken waar ik zelf nooit zou binnenstappen in mijn goedkope H&M shirt op Nike gympen. Chanel. Prada. Louis Vuitton. Hermès. Het is alsof ik live door de pagina’s van de Vogue en Elle slenter. Een chique dame met een parmantig kapsel klakt voorbij op torenhoge designerpumps. Een verfijnd gemaquilleerd snoetje en wapperende jurk. Uiterlijk vertoon. Ik kijk naar mijn eigen Deknatelbroek. Misschien niet zo high class, maar wel origineel. Voor een paar tientjes haal ik ze altijd bij het Deknatel dorpswinkeltje in Eelde. Niks geen glazen pui, woeste schijnwerpers of pochende kroonluchters. Maar stellingkasten tot aan het plafond en zoveel kledingrekken dat je er je kont niet kan keren. Iedereen vindt er wel iets van zijn goesting. Een trui, shirt of gewoon gezelligheid. Ik ook. Een fijne merkloze jeans, die niemand anders hier in ‘het Westen’ heeft.

Toch stappen we nog één winkel binnen voordat we een restaurantje opzoeken in de Bolkerstrasse. Muji. Een soort Japanse versie van de HEMA. Met strakke eenvoudig vormgegeven producten. Muji is afgeleid van Mujirushi Ryohin wat ‘Kwaliteits Goederen Zonder Merk’ betekent.  Minimalistisch en dus hipper dan hip als ik mijn collega moet geloven. Hij heeft gelijk. Strakke kantoorbenodigheden. Handige toilettasjes. Kleding van ecologische stoffen. Lifestyle zonder opschmuck.

Niet kort daarna loop ik rammelend richting die Altstadt. In mijn tas een katoenen zakje met stedenblokjes. De gadget van dit moment. En tevens een leuke herinnering aan mijn onverwachtse trip van een paar maanden geleden. Van een aantal wereldsteden is er een miniatuur houten blokjes versie verkrijgbaar. Een gestileerde Empire, Gugenheim en Liberty prijken nu op de schouw in mijn woonkamer. Mutshi rutshie frutsjie.

-oOo-

Zaterdag voor het eerst nachtstoppen in Zürich. Zondag mijn zus mee op een trip naar het Begeisterende Wien. :) Maandag Frankfurt.