086 Onvoltooid verleden tijd

(22.45 uur, twee dagen na de kerst, drie dagen na de terugkomst uit Havana)

Ik loop inmiddels al weer een tijdje rond in het Hollandse grijs, maar er gaat geen dag voorbij dat ik niet nog even terugdenk.

Het verschil is groot. En dat zit ‘m niet alleen in de temperatuur. Maar in alles.

Vanuit de gestandaardiseerde moderne vliegtuigcabine stap ik de onvoltooid verleden tijd binnen. Cuba staat al jaren boven aan mijn reiswensenlijst. Onvoorstelbaar dat ik er nu echt ben. Dat het echt bestaat. Is het wel echt? Ik zit bij het raam, met mijn neus tegen het glas geplakt. Ik knijp regelmatig even mijn ogen dicht. Als ik ze weer open doe zie ik nog steeds hetzelfde. Ik heb het gevoel dat het filmdoek een keer moet vallen. Maar het gebeurt niet. Vervlogen tijden zijn hier nog ontzettend hedendaags. De taxirit naar het hotel is mijn eerste kennismaking met deze nieuwe oude wereld. De nieuwsgierigheid is aangewakkerd, en niet zo’n beetje ook.

De kennismaking wordt vervolgd met een verfrissende versnapering op het idyllische Plaza de Cathedral, direct na de vlucht. Even op adem komen en acclimatiseren na een lange dag werken. Het land zit nog een laatste van dag rouw uit, vanwege het overlijden van kameraad Kim Jong-Il. Het is rustig op straat en kerstversiering is nog maar mondjesmaat aangebracht. Niet lang na het tweede rondje beginnen de oogleden zwaar te worden en wordt het tijd om m’n vermoeide lijf rust te gunnen.

Uitgeput arriveer ik bij mijn hotelkamer. Ik trek de nachtpon uit mijn valies en zet een korte tandenpoetssessie in gang. Ik ben me slechts vaag bewust van koude spetters op mijn blote enkels. Een loom spiegelbeeld staart me terug aan. Wacht eens even, spetters? Ik kijk omhoog en ontwaak lichtelijk uit mijn dommeltoestand. Er sijpelt water langs de lamp naar beneden. De badkamervloer staat blank. Het tapijt is zompig. Kringen op het plafond. Wat is dit? Ik ben nog steeds moe, maar plots heel alert. Ik hoor geluiden van klotsende watergolven op de etage boven me. Nee toch. Ik bel de receptie. De dame verontschuldigt zich. Er is niets aan te doen. Stilletjes verwensingen mompelend verzamel ik mijn hebben en houwen weer bij elkaar. Zoef de lift in naar beneden. In pyjamadracht stoffel ik de hotellobby door en neem ik het nieuwe kamerpasje in ontvangst. Om binnen de kortste keren in slaap te vallen op hotelkamer nummer twee.

Ik word bijtijds wakker. Op het dak ben ik getuige van de zonsopkomst boven het nog stille Havana. Stil zal het niet lang meer zijn. Havana ontwaakt en is vol van geluiden. Drommen enthousiaste mensen bij een katholieke processie. Ronkende pruttelmotoren van oude Buicks, Chevy’s en Lada’s. Gonzende gesprekken en glazengerinkel op de terrassen. Kenmerkende klanken van traditioneel Cubaanse instrumenten die opdoemen uit de verte. De claves (ritmisch tikkende stokjes) en de raspende guayo (uitgeholde kalebas die wordt beschraapt met een stokje) herken je onmiddellijk. Ze lokken ons de gezellige tentjes en barretjes in. Ook ik, als a-ritmische Hollandse, word verleid om een riedeltje mee te doen op het podium. Prompt krijg ik de holle kalebas in handen gedrukt en voor ik het weet sta ik mee te schrapen op ‘Oye como va; mi riiittmo; bueno pa’ goza‘. Dansen is voor de lokale bevolking dé uitlaatklep om te ontsnappen aan de sleur van alledag.

Che is de nationale held. Zijn beeltenis vind je overal door de stad op muren en schilderdoeken. De koloniale panden zijn indrukwekkend, maar ze lijken af te brokkelen terwijl je er naar kijkt. Bij sommige ontbreken ramen en muren of groeien er hele bomen uit het dak. De grote gaten in de weg laten menig onoplettende vakantieganger regelmatig struikelen. Afgerekend wordt er in twee verschillende valuta’s; de dure toeristische CUC en de enkel voor locals bestemde Peso. Alleen wie de speciale trucjes kent, kan in buitenwijken hopen een paar biljetten met de beeltenis van Guevara te bemachtigen. Ik zie een bekende gele Den Oudsten bus rijden; al tientallen jaren met dezelfde bestemming waar-ie vermoedelijk nooit meer zal aankomen: Susteren.

De stad vertelt kronieken en ademt geschiedenis, waar nog dagelijks meer van geschreven wordt. Aan alles kleeft een verhaal, een rariteit of wetenswaardigheid. Zo niet, dan wordt er eentje verzonnen. Mij hebben ze. Van alle intercontinentale trips komt deze fotogenieke stad beslist met stip op één.

-oOo-

Ik vlieg vrolijk verder. Mijn volgende bestemming: San Francisco tijdens de jaarwisseling. Oliebollen in mijn rolkoffertje.

Intens gelukkig.

085 Kortstondig beleven

(11.45 uur, de laatste week voor kerstmis)

Onderweg gebeurde er weer van alles. Zo moesten we op een van de vluchten het zonder glazen en bekertjes stellen en lieten we  daarom iedereen maar uit blik of fles drinken. Op een andere vlucht werden we geconfronteerd met een medisch incident aan boord. Als we dan een verzoek doen om de assistentie van medisch geschoold personeel, is er altijd wel iemand aanwezig met kennis van zaken. Geluk bij een ongeluk. Is het geen arts, dan wel een in opleiding of een verpleegkundige. Natuurlijk hebben we zelf ook ons EHBO diploma, maar extra kennis en kunde is soms echt wel noodzaak. Samen trokken alle registers open, temperatuurden, maten bloeddruk en hielden de situatie goed in de gaten. Gelukkig bleef de toestand stabiel en landden we gewoon veilig met de patiënt op Schiphol.

Onderweg naar Boekarest communiceerden we met handen en voeten vanwege de taalbarrière. Verbaasden we ons over gebruiken en lachten we om gemeenschappelijke non-verbale grappen. Er was eens ouder echtpaar dat voor het eerst vloog. Ze keken hun ogen uit. Ik legde ze in de watten met een paar extra koekjes, een glimlach en een dubbele boterham. De man straalde en hakkelde vol overgave: “Mulțumesc …  You Very Good Lady…!”  Ik leerde ‘la revedere’ voor ‘tot ziens’ in het Roemeens.

-oOo-

Lissabon was genieten. Dit keer hoefde ik niet in mijn eentje op pad. Een collega haakte bij me aan, nog een paar uur na het ontbijt ter plaatse. Zo rond een uur of twee zouden we weer uitvliegen. Nog wat onzeker over het weer, verlaten we het hotel met winterjas en sjaal. Niet lang daarna hangen deze al over de arm en dragen we ze de rest van de wandeling met ons mee. Het weer was zonnig zacht, lenteachtig haast. We zien vakkundige schoenenpoetsers aan het werk, terwijl ik verder slof op mijn stoffen gympies. De kenmerkende kabeltrams rijden af en aan. Op elke straathoek vind je wel een kastanjepofmannetje met zijn gloeiendhete ketel. Al van ver zie je de rookpluimen tussen de huizen opstijgen. We lopen door brede en smalle straten, zien de zee en drinken koffie op een terras. Bij de bakker halen we verrukkelijk verse pastéis de nata; taartjes van verse room en eieren omhuld met krakend deeg.

Terug in het hotel verruil ik mijn privé ‘burger’ kleding voor mijn werkoutfit. Tot mijn verdriet leer ik van de lokale televisie dat Cesária Évora is overleden. De moeder van de Kaapverdiaanse ‘Morna’ die haar gevoelige levensliederen immer rokend en blootsvoets ten gehore bracht. Haar muziek draai ik al jaren.

Aberdeen was guur. Het contrast was groot de dag erna. Dik ingepakt in mijn windjack klem ik mijn verkleumde vingers om de camera. Ik kan het niet laten hier en daar een paar plaatjes te schieten. Ook hier zie ik de zee. Ruim tweeduizend kilometer verderop en van geheel andere aard. Grijs en geruisloos. Ik glibber over de ijzelgladde straten en knisper door met rijp bezette dorre bladeren. Tussen de natte sneeuwbuien door schijnt de zon puur goud. Opwarmen doe ik graag terwijl ik snuffel langs de eindeloze schappen in grote boekenwinkels. Buiten luister ik naar de kerstliedjes die de Salvation Army band speelt en schuifel ik langs de kraampjes van de decembermarkt. Ik haal nog gauw even een ansicht voor op de reismuur.

Boekarest was een bliksembezoek. Om 1 uur ‘s nachts kwamen we aan en de dag erna vertrokken we al weer om 11.30 uur. De stad  was één bontgekleurde verzameling van kerstlampjes. Vanuit mijn raam kon ik het immens grote Ceauşescu Paleis zien. Aan het ontbijt wist mijn collega hier allerlei bizarre wetenswaardigheden over te vertellen. Zo blijkt het een van de grootste gebouwen ter wereld. Terwijl ik mijn eitje pel vertelt hij dat voor de bouw destijds uit ruimtegebrek hele woonwijken met de grond gelijk werden gemaakt. Het paleis bestaat uit duizenden vertrekken en geheime ondergrondse gangenstelsels. Tegelijkertijd herinnert het de bevolking ook nog dagelijks aan het pijnlijke verleden dat het land met zich meedraagt. Geïntrigeerd nip ik van mijn koffie. Het monsterachtige gebouw is ook open voor publiek. Helaas is de tijd te kort om het vandaag nog te bezoeken. Het gaat op de lijst voor de volgende keer.

-oOo-

Bij terugkomst in Nederland plak ik de kaarten op de muur en draai ik de muziek van de landen waar ik ben geweest. Van Portugese Fado tot de Roemeense Klezmer, ga ik nogmaals in klank op reis.

Ondertussen ben ik al weer aan het bedenken wat er mee gaat in mijn kerstkoffer naar … Havana, Cuba.

084 Op reis

(12.15 uur, koffer al weer gepakt voor de volgende nieuwe stad)

Als je nog niet bevangen bent van de kerstkoorts, is het hoognodig tijd dat je een bezoekje aan Groot-Brittannië brengt. Al vroeg in december verschijnen daar de eerste bomen en lampjes in het straatbeeld. Kerst is hot. Iedere Brit wordt warm van binnen bij de gedachte aan 25 december en alles wat daaraan vooraf gaat. Winkels spelen daar maar wat graag op in. Het dagelijks leven is omgetoverd tot een sprookjeswereld. Levensgrote blauw verlichte rendieren schitteren op pleinen. Gevels zijn behangen met guirlandes en versiering. Supermarkten bieden proeverijen aan en geven tips over hoe je het beste een kalkoen bereidt. Er is vermaak voor de kinderen op straat, dansende kerstmannen en -vrouwen. Er worden live carols ten gehore gebracht.

Een avondje uit is (nu al) een ware belevenis in kerststijl. De dames doffen zich op in de prachtigste prinsessenjurken. Ik spotte tevens de nieuwste rage van dit jaar: de ‘lelijke kersttrui’. Ja echt waar. Hoe oubolliger hoe beter. Het liefst gebreid, van knalrode wol, met een gekke print. Een jolig sneeuwpopje of een dartelende pinguïn. Eén feestganger maakte het wel erg bont, hij had zijn creatie behangen met slingers en batterij aangedreven flikkerlampjes. Ho, ho, ho; Merry Christmas!

Ook bij mij thuis staat het kerstboom al weer. Ik heb dit jaar een recycle boom (het blijft toch crisis hè). Hij heeft buiten een jaar lang Hollandse kou en wind getrotseerd en staat nu weer verdiend te stralen in de huiskamer. Misschien niet zo groots en heftig versierd als in Engeland, maar daarom zeker niet minder sfeervol.

-oOo-

Met de indrukken van Newcastle nog vers in het geheugen, sta ik al weer klaar om uit te vliegen naar een heel andere bestemming. Vanavond zal ik neerstrijken in Lissabon. Vrijdag in Aberdeen en zaterdag in Boekarest. Haast niet te bevatten. Alleen al de namen van die steden roepen ongebreidelde gedachten op aan idyllische avonturen.

Het lijkt al weer zo gewoon geworden om niet alleen in vakanties de wereld rond te reizen. Het is dan gemakkelijk om onverschillig te worden en het vanzelfsprekend te vinden dat je wekelijks tropische bestemmingen en romantische metropolen ziet. Ik probeer daarvoor te waken. Je zult mij dan ook niet gauw horen zeggen; ‘hè jakkes – moet ik al weer naar … (vul maar in)’. Ik ben dankbaar dat ik in de gelegenheid word gesteld nieuwe landen te mogen ontdekken. Werken en globetrotten tegelijk is voor mij immer genieten.

Iedere trip zie ik dan ook nog steeds als een nieuwe minivakantie. Elk land krijgt van mij de ontvankelijke blik en aandacht die het verdient. Ik geniet van de momenten dat ik klooi met andere munteenheden. Waarin ik me verwonder over bijzondere gebruiken. Dat ik mag proeven van nieuwe smaken. En praat met bijzondere mensen. Het heeft iets magisch en bijzonders, reizen rond de wereld. Reizen inspireert mij en hopelijk ook jullie. Vandaar ook nog steeds deze blog.

083 Exportschat

(16.20 uur, de Sint voorbij – op naar de Kerst, ik eet een laatste pepernoot terwijl ik de kerstspullen van stal haal)

Zaterdagavond laat worden we van de luchthaven opgehaald. Italië is in nevelen gehuld. De chauffeur rijdt hard en onstuimig over de verlaten landweggetjes. Je ziet werkelijk geen hand voor ogen. Tegenliggers doemen pas enkele meters voor ons op. Koplampen uit het niets. Ik houd mijn hart vast. Ook de gedachte dat hij deze route waarschijnlijk op zijn duimpje kent, kan me niet geruststellen. Om ons heen niets dan mist en duisternis. Bruggen en bochten gaan rakelings. Maar uiteindelijk is daar gelukkig toch het plattelandhotel, niet ver van het vliegveld, zonder kleerscheuren en in de middle of nowhere.

Zondagochtend. Bij het openschuiven van de gordijnen zie ik de mist langzaam oplossen. De zon doet zijn best. Een lokale klusjesman hangt kerstverlichting aan de gevel. Na een rondje sporten schuif ik aan bij het ontbijtbuffet. Wat doe je verder op een uitgestorven zondag in een oord als deze?

-oOo-

Een zakje in een bakje in een tasje. Zorgvuldig pel ik de lagen verpakking van de koopwaar af, alsof het een kostbare schat is. Geen wonder, het was nog een hele tour om het hier op mijn Haarlemse snijplank te krijgen.

Het was goed inslaan bij een van weinige open zijnde supermarkten in het kleine dorpje. Maar produkten zelf exporteren (uit Italië) en daarna importeren (Nederland in) valt nog niet mee. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik dozen koekjes verfomfaaid in mijn valies tref bij aankomst. Of dat ik een gebroken potje kruiden tussen mijn t-shirts vandaan moet vissen.

De boodschappen die koel bewaard dienen te worden, gaan na aanschaf, tot vetrek uit het hotel, de minibar in. Niet vergeten! Ik denk dat al menig ‘housekeeping!’- personeel blij heb gemaakt met mijn per abuis achtergelaten spullen. Daarna is het passen en meten in mijn trolley. Uit de kofferbak van het taxibusje, op de band door de security scanapparatuur. Niet zelden word ik eruit gepikt om de inhoud ervan toe te lichten. Er zijn al eens de nodige potten yoghurt en jam in beslag genomen. Lang leve het vloeistoffenbeleid.

Dan aan boord. In onze vliegtuigen vind je geen koelkast of diepvrieskist. Dus daar gaan ze op een zak met ijsblokjes, tussen de schijfjes citroen en blikjes cola. Aan het eind van de werkdag niet vergeten weer terug in de trolley te stoppen. Nogmaals door de veiligheidscontrole, van Schiphol af, in mijn eigen kofferbak.

Als het dan uiteindelijk allemaal heelhuids is gelukt, is het genot ervan des te groter.

-oOo-

Voorzichtig snijd ik de bol buffelmozzarella. Zacht en stevig tegelijk. Het komt in de verste verte niet in de buurt van de taaie rubberen Euroshopper-stuiterbal. Dan was ik de Pomodori tomaatjes. Ik proef er alvast eentje. Een zoetkruidig aroma. Ik pluk van de geurige basilicum. Alles gaat in een kom en wordt besprenkeld met olijfolie. Versgemalen peper en zeezout erover. De koks onder ons weten inmiddels wat ik in elkaar heb geknutseld. E voilà; Insalata Caprese. De Italiaanse driekleur op mijn Hollandse bordje.  Mede mogelijk gemaakt door … mijzelf.

De volgende bestemmingen op mijn schema? Newcastle wat de klok slaat. Ik ben maar liefst vier keer op dat traject te vinden. Dus ga je komend weekend die kant op, dan kom je mij vast en zeker tegen.