091 Mummie in komkommertijd

(11.16 uur, ook in het Haarlemse heeft de dooi nu maximaal zijn intrede gedaan, de sneeuw in de straten is geheel opgelost en er drijven grote plassen op de grachten)

Op herhaling naar Panama. Mijn hebben en houwen ingepakt en weer voor een aantal dagen de hort op. Weg van het koude Nederland. Een elf uur durende vlucht brengt ons daar. Heen – overdag. De terugvlucht door de nacht. Die laatste is nog steeds het zwaarst. ‘s Avonds om elf uur (Nederlandse tijd) je dienst aanvangen. Om de dag erna dertien uur later, pas uit te klokken. Het is elke keer weer een strijd met je eigen lichaam en geest. Ik vroeg laatst een collega hoe ze dat toch al die jaren volhoudt. “Ik zet gewoon een knop om,” zei ze.

Meteen na het opstijgen serveren we het diner. Ovens aan, de trolleys opbouwen, een hapje en een drankje uitserveren, ophalen, koffieronde na afloop. Al met al zijn we hier wel een aantal uren zoet mee. Net zoals het voorbereiden en opdienen van het ontbijt, vlak voor de landing.

Maar daar tussenin is het komkommertijd. De passagiers gaan slapen. Slechts op gezette tijden wordt er een cabineronde gemaakt; een dienblad met sapjes of een klein snackje. De helft van de bemanning houdt wacht, terwijl de andere helft even een uurtje tot anderhalf pauze kan nemen. Soms op een smal bedje, speciaal voor crew, maar vaker op een passagiersstoel met een gordijntje er omheen.

Ik zorg meestal dat ik in de eerste shift zit. Dan is de vlucht ‘doormidden’ en kan ik precies in het holst van de nacht even kort de oogjes dichtknijpen. Je bioritme schijnt een temperatuurdip te ervaren op nachtelijke tijden. Dat verklaart waarom ik al menig keer onder een dun dekentje heb zitten rillen op m’n stoeltje. Uitkomst (tip van diezelfde collega): de slaapzak. Modelletje mummie. Lichtgewicht en op trolleyformaat. Die ik helemaal kan dichtsnoeren tot boven aan toe. En daar zit ik dan, als een soort ingepakte garnaal, kostbare slaapminuten te pakken … om na een onrustig dutje … voor m’n gevoel al weer veel te snel te worden gewekt door een collega van shift twee.

Voor de wachthouders is het opboksen tegen de invallende slaap. Meestal bladeren we door een krantje. Ruimen de schade op die de turbulentie veroorzaakt (weer een tray met twintig glazen over de vloer). Of gaan we even buurten in de cockpit. Maar dan moet je nog een paar uur. Een boek lezen vergt veel concentratie; binnen de kortste keren lig ik alsnog met het voorhoofd op de bladzijden. Ik heb ontdekt dat het maken van puzzels de spanningsboog voor het wakker blijven precies goed houdt. Bovendien kun je er prima even bij weglopen als er een passagier op het belletje heeft gedrukt.

-oOo-

Terug naar Panama. Het is indrukwekkend om de enorme schepen door het kanaal te zien glijden. Jaarlijks komen er zo’n 14.000 stuks voorbij. Met aan weerszijden soms maar enkele centimeters speling. Ze doen er wel acht uur over om het hele kanaal te doorkruisen. Niet gek als je bedenkt dat het ruim 81 kilometer lang is en dat de boten een bergrug van 26 meter moeten overbruggen. Ik sta op het smalste punt bij de Miraflores Locks. De laatste sluis die de schepen nemen voordat ze hun tocht kunnen vervolgen, de Stille Oceaan op. Mannen met gekleurde helmen lopen af en aan. Een jacht met Amerikaanse vakantiegangers vaart de sluis binnen. Een schelle luidsprekerstem galmt over het water. De toeristen hangen massaal over de reling met hun camera’s.

Ik besluit nog een rondje te maken door Casco Viejo, de oude stad. Jullie weten inmiddels, ik ben geen hotelmus en ik maak graag een ommetje door het leven van aldaar. Eerst is het flink onderhandelen voor een acceptabel taxitarief. Natuurlijk slaat men maar wat graag een slaatje uit onwetende buitenlanders. In Panama is de dollar het gangbare betaalmiddel geworden. De lokale Balboa circuleert nog wel, maar eigenlijk alleen nog maar in muntgeld.

Na een ritje door het drukke verkeer stappen we uit in downtown Panama Stad. Het is een vervreemdende mix van moderne wolkenkrabbers en oude koloniale gebouwen. In tegenstelling tot sommige andere plaatsen kunnen we hier wel onopgemerkt rondlopen, zonder telkens op onze toeristenstatus te worden aangesproken. We slaan een smal steegje in, waar we een lokale markt treffen. In een prachtige kerk, voor trouwplechtigheid die er die dag zal plaatsvinden geheel aangekleed met brandende kaarsen en witte rozen, steek ik een kaarsje aan.

Elk Latijns Amerikaans land kent zijn eigen rum. Havana Club uit Cuba. Brugal van de Dominicaanse Republiek. Cachaça uit Brazilië. Panama heeft Abuelo, Opa’s rum. Natuurlijk gaat er een flesje mee in de koffer voor thuis.

-oOo-

Nu de midweek vrij om mijn nachtrust weer in het gareel te krijgen. Meestal heb ik hier toch wel een dag of twee – drie voor nodig. Vanaf zaterdag vlieg ik weer heerlijk jetlagloos dichter bij huis rond; richting Boekarest, Kopenhagen en Parijs.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Toelichting: schepen en mannen met blauwe helmen bij de Miraflores Locks, kunst op de muur, moeder en dochter wachten op de bus na een middag op de markt, een huis te koop, wolkenkrabbers aan de waterkant, een rode loper voor de kerk en een werkplaats met een wel heel kunstzinnige gevel.

5 comments to 091 Mummie in komkommertijd

  1. Lineke zegt:

    De foto’s worden steeds mooier Lenos.

    XXX

  2. Mari zegt:

    Mooi portret van moeder (oma?) en dochter! Complimenten! Hoe krijg je ze toch zover?

  3. LENOS zegt:

    Dankzij een paar goede tips van m’n leermeester… :)

  4. Hi Lenos,

    Ja, je bioritme in het gareel krijgen is een blijvende opgave voor vliegers en cabine personeel.
    Maar, je ziet ook wat van de wereld!
    Mooie fotoreportage weer. Dank hiervoor en voor het verhaal.
    Grtz. Peef (ATCBOX)

  5. Danielle zegt:

    Hallo Lenos,
    Ik ben een collega van je en je verhalen zijn oh zo herkenbaar. Je schrijft erg leuk!
    Groetjes,
    Danielle.