092 La douce France

(19.25 uur, vanuit het Delftse, op familiebezoek)

Het moet voor de mensen die op hun vlucht wachtten een leuk gezicht zijn geweest. Nadat het zojuist gearriveerde toestel zijn passagiers had gelost, snelde er een groepje geüniformeerde dames de gate uit. Druk keuvelend en de handtas onder de arm geklemd. In gezwinde pas begeeft het gezelschap zich linea recta naar Maison Ladurée, een paar rolbanden verderop. Douceurs et Gourmandises luidt het gevelopschrift. Een ware sensatie voor de zintuigen.

De dames verdringen zich voor vitrine om zich te laten bedwelmen door de zoete pasteltinten. Ze kijken naar de peinzende zakenmannen, die nagaan welke varianten bij hun vrouw in de smaak zouden vallen, om ze uiteindelijk te zien zwichten voor een grote doos ‘van alles en nogwat’. Met een strikje erom.
Het is niet veel. Kleine merengue biscuitjes met laagje ganache ertussen. Het is voornamelijk een beleving die je koopt. Maar wel in tot de verbeelding sprekende smaken. Pamplemousse. Pétales de Rose. Het zou natuurlijk geen Franse exclusieve zoetigheid zijn als er geen prijskaartje aan zou kleven. Zeker op een luchthaven. Maar wat geeft het. Dan heb je ook wat. Toch? Niet? Het zal wel een typisch vrouwending zijn…

Met vierkante papieren tasjes dribbelen de dames weer net zo snel terug als ze gekomen zijn. Om niet lang daarna de passagiers voor Amsterdam met een roze kruimeltje in de mondhoek aan boord te verwelkomen.

-oOo-

Het behoort voor mij zeker tot een van de kleine geneugten van het vliegen. Wat heb je vandaag gedaan? “Oh, even macarons gehaald in Parijs.” Is dat niet heerlijk om te zeggen? Een beetje opschepperig misschien. Want behalve de Eiffeltoren vanuit de lucht, heb ik van de stad zelf weinig anders gezien dan de terminal van Charles de Gaulle …

Het leuke is, over twee weken mag ik weer! Nog maar weer een pondje van hetzelfde alstublieft.

Parijs was een op-en-neertje, gevolgd door een ontbijte-pleite te Boekarest. Wederom weinig Roemeens gezien, behalve de hopen bruin geworden sneeuwprut langs de route van het hotel naar de luchthaven.

Ook was ik voor het eerst in Kopenhagen. Het ontbrak me echter aan iedere intentie voor een ontdekkende struintocht te ondernemen. Ik wil nog wel eens vergeten dat het werk is en geen vakantie. En na een lange dag met vroeg opstaan zijn er soms momenten dat ook ik het heb gehad – ja echt. Dan kies ik liever voor een middagje lekker luieren en lezen. Aldus geschiedde. Binnenkort word ik op herkansing gestuurd.

Maar eerst komt nog mijn kennismaking met Afrika. Komend weekend zal ik mijn eerste stappen zetten op dit continent. En wel in Tanzania. Een etmaal ter plaatse. Ik ben zeer benieuwd.

091 Mummie in komkommertijd

(11.16 uur, ook in het Haarlemse heeft de dooi nu maximaal zijn intrede gedaan, de sneeuw in de straten is geheel opgelost en er drijven grote plassen op de grachten)

Op herhaling naar Panama. Mijn hebben en houwen ingepakt en weer voor een aantal dagen de hort op. Weg van het koude Nederland. Een elf uur durende vlucht brengt ons daar. Heen – overdag. De terugvlucht door de nacht. Die laatste is nog steeds het zwaarst. ‘s Avonds om elf uur (Nederlandse tijd) je dienst aanvangen. Om de dag erna dertien uur later, pas uit te klokken. Het is elke keer weer een strijd met je eigen lichaam en geest. Ik vroeg laatst een collega hoe ze dat toch al die jaren volhoudt. “Ik zet gewoon een knop om,” zei ze.

Meteen na het opstijgen serveren we het diner. Ovens aan, de trolleys opbouwen, een hapje en een drankje uitserveren, ophalen, koffieronde na afloop. Al met al zijn we hier wel een aantal uren zoet mee. Net zoals het voorbereiden en opdienen van het ontbijt, vlak voor de landing.

Maar daar tussenin is het komkommertijd. De passagiers gaan slapen. Slechts op gezette tijden wordt er een cabineronde gemaakt; een dienblad met sapjes of een klein snackje. De helft van de bemanning houdt wacht, terwijl de andere helft even een uurtje tot anderhalf pauze kan nemen. Soms op een smal bedje, speciaal voor crew, maar vaker op een passagiersstoel met een gordijntje er omheen.

Ik zorg meestal dat ik in de eerste shift zit. Dan is de vlucht ‘doormidden’ en kan ik precies in het holst van de nacht even kort de oogjes dichtknijpen. Je bioritme schijnt een temperatuurdip te ervaren op nachtelijke tijden. Dat verklaart waarom ik al menig keer onder een dun dekentje heb zitten rillen op m’n stoeltje. Uitkomst (tip van diezelfde collega): de slaapzak. Modelletje mummie. Lichtgewicht en op trolleyformaat. Die ik helemaal kan dichtsnoeren tot boven aan toe. En daar zit ik dan, als een soort ingepakte garnaal, kostbare slaapminuten te pakken … om na een onrustig dutje … voor m’n gevoel al weer veel te snel te worden gewekt door een collega van shift twee.

Voor de wachthouders is het opboksen tegen de invallende slaap. Meestal bladeren we door een krantje. Ruimen de schade op die de turbulentie veroorzaakt (weer een tray met twintig glazen over de vloer). Of gaan we even buurten in de cockpit. Maar dan moet je nog een paar uur. Een boek lezen vergt veel concentratie; binnen de kortste keren lig ik alsnog met het voorhoofd op de bladzijden. Ik heb ontdekt dat het maken van puzzels de spanningsboog voor het wakker blijven precies goed houdt. Bovendien kun je er prima even bij weglopen als er een passagier op het belletje heeft gedrukt.

-oOo-

Terug naar Panama. Het is indrukwekkend om de enorme schepen door het kanaal te zien glijden. Jaarlijks komen er zo’n 14.000 stuks voorbij. Met aan weerszijden soms maar enkele centimeters speling. Ze doen er wel acht uur over om het hele kanaal te doorkruisen. Niet gek als je bedenkt dat het ruim 81 kilometer lang is en dat de boten een bergrug van 26 meter moeten overbruggen. Ik sta op het smalste punt bij de Miraflores Locks. De laatste sluis die de schepen nemen voordat ze hun tocht kunnen vervolgen, de Stille Oceaan op. Mannen met gekleurde helmen lopen af en aan. Een jacht met Amerikaanse vakantiegangers vaart de sluis binnen. Een schelle luidsprekerstem galmt over het water. De toeristen hangen massaal over de reling met hun camera’s.

Ik besluit nog een rondje te maken door Casco Viejo, de oude stad. Jullie weten inmiddels, ik ben geen hotelmus en ik maak graag een ommetje door het leven van aldaar. Eerst is het flink onderhandelen voor een acceptabel taxitarief. Natuurlijk slaat men maar wat graag een slaatje uit onwetende buitenlanders. In Panama is de dollar het gangbare betaalmiddel geworden. De lokale Balboa circuleert nog wel, maar eigenlijk alleen nog maar in muntgeld.

Na een ritje door het drukke verkeer stappen we uit in downtown Panama Stad. Het is een vervreemdende mix van moderne wolkenkrabbers en oude koloniale gebouwen. In tegenstelling tot sommige andere plaatsen kunnen we hier wel onopgemerkt rondlopen, zonder telkens op onze toeristenstatus te worden aangesproken. We slaan een smal steegje in, waar we een lokale markt treffen. In een prachtige kerk, voor trouwplechtigheid die er die dag zal plaatsvinden geheel aangekleed met brandende kaarsen en witte rozen, steek ik een kaarsje aan.

Elk Latijns Amerikaans land kent zijn eigen rum. Havana Club uit Cuba. Brugal van de Dominicaanse Republiek. Cachaça uit Brazilië. Panama heeft Abuelo, Opa’s rum. Natuurlijk gaat er een flesje mee in de koffer voor thuis.

-oOo-

Nu de midweek vrij om mijn nachtrust weer in het gareel te krijgen. Meestal heb ik hier toch wel een dag of twee – drie voor nodig. Vanaf zaterdag vlieg ik weer heerlijk jetlagloos dichter bij huis rond; richting Boekarest, Kopenhagen en Parijs.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Toelichting: schepen en mannen met blauwe helmen bij de Miraflores Locks, kunst op de muur, moeder en dochter wachten op de bus na een middag op de markt, een huis te koop, wolkenkrabbers aan de waterkant, een rode loper voor de kerk en een werkplaats met een wel heel kunstzinnige gevel.

090 En toen kwam de sneeuw

(17.35 uur, buiten vriest het dat het kraakt, binnen zit ik er warmpjes bij met een lekkere kop thee)

Terwijl het gros van de Nederlanders de ijzers onderbindt gooi ik slippers en een zonnehoed in m’n koffer. Geen Elfstedenkoorts voor mij. Morgen laat ik het koude Europa achter me voor een vlucht naar het tropische Panama. De vorige keer dat ik daar was, stond (eh… peddelde) ik voornamelijk op de surfplank. Nu hoop ik tijd de vinden om wat van de oude stad te zien. Maar eerst nog een vlucht van elf uur die kant uit.

-oOo-

Afgelopen week. Na een overnachting in het prachtige Bergen kwam de Hollandse sneeuw. Nog geen decimeter. Wel ontregeling tot en met. Ook de luchtvaart ontsprong de dans niet. Vanuit Madrid volgde ik het laatste nieuws op de voet, dankzij de de teletekst en Schiphol app op mijn mobiel. We zaten onze tijd uit op het vliegveld Barajas. Hielden de tv-monitoren met vluchtinformatie nauwlettend in de gaten. Slampten koffie. IJsbeerden doelloos heen en weer. Lazen onrustig een boek. De passagiers met ons. Samen wachtten we tevergeefs op de binnenkomst van het toestel dat niet kwam.

Ook in Madrid kou, maar verder een strakblauwe Spaanse dag. We konden er alleen maar naar gissen hoe de witte wereld in Nederland eruit moest zien. “Crew for Amsterdam Flight, report at desk 54, please.” klonk er krakend uit het omroepsysteem. Iedereen wist meteen hoe laat het was.

Noodgedwongen nog een nachtje Madrid. Voor ons allemaal. Passagiers én bemanning. Onverrichter zake terug naar de hotels.

Dag twee na het ontbijt. Ik raapte langzamerhand mijn spullen bij elkaar. Over een uurtje zouden we weer een poging doen Nederland binnen te geraken. Dit plan veranderde plotseling toen mijn telefoon ging. Een van de roostermakers; met de boodschap dat de bemanning zou worden opgesplitst. Mijn collega’s zouden wel gaan. Maar ik was pas ‘nodig’ de dag erna.

Het werden dus voor mij in totaal drie dagen Madrid. Nog niet eerder vertoond. Na de roosterwijziging trok ik dan ook meteen mijn jas weer aan en liet ik me met de metro naar het centrum van de stad rijden, om te doen wat ik graag doe. Slenteren door een vreemde stad. Dingen ontdekken. Koffie drinken in een café. Foto’s maken.

-oOo-

Panama 2.0. Binnenkort hiervan verslag. Dan zal ik ook vertellen waarom er een slaapzak (!) en een puzzelboek in mijn trolley zitten.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Bijschrift voor de foto’s: Bergense houten Bryggen huisjes in de haven, een toreador op de muur bij de arena van Plaza del Toros in Madrid. Paspoppen bewonderen het klassieke bouwwerk, het standbeeld laat een vogeltje op; en portretten hangen aan de gevel op Plaza de Santa Ana.

089 Boffen in Brighton

(18.50 uur, op m’n laatste vakantiedag)

Nee, ik ben nog niet weer aan het werk. Bovenstaande foto is dan ook niet genomen op een tropisch oord in aan de andere kant van de wereld. Dit is zoals de zon achter de horizon zinkt bij de kalksteenrotsen in Sussex, Engeland. Niet te geloven zo mooi.

Wat een bof. We hadden alle dagen zonovergoten weer tijdens mijn lange weekend in Brighton. Buien vielen enkel en alleen als we net lekker binnen zaten, met een kop thee en een portie scones. Het werden dus een paar heerlijke dagen vol fiets- en wandelactiviteit in de buitenlucht.

We keken toe hoe de zwemmers van de Brighton Swimming Club zich met gekleurde badmutsen waagden aan een ‘rondje om de pier’ in de ijskoude zee. Weer of geen weer, het water wordt immer getrotseerd. En zonder wetsuits. Gewoon de zwembroek aan en afzien. Dampende mulled wine om weer warm te worden.

Fijn was het in The Lanes; een wirwar van straatjes met de oude vissershuisjes, cafés en antiekwinkeltjes. Toen nog in het ongewisse verkerend van de op komst zijnde vrieskou in Nederland, schafte ik mijzelf een warme Trapper Hat aan: een stoere gevoerde muts met lange oorflappen. Veelvuldig te spotten in het Britse straatbeeld.

De zonsondergang op het strand bij de Seven Sisters rotsen was een foto- en bezinningsmoment bij uitstek. De golven maakten na elke uitrol een prettig ratelend geluid; als ze over de kiezels terug de zee in kropen. Het witte kalksteen leek voor de gelegenheid met een laagje bladgoud beschilderd. Klikklikklikkerdeklik, daar gingen mijn camera en ik.

Met een helder hoofd en de kleding vol witte kalkspikkels vloog ik terug naar huis.

Ik kan met een tevreden gevoel terugkijken op de afgelopen vakantieweken. Wat heb ik toch veel leuke verschillende dingen gedaan. Nieuwe mensen ontmoet. Bestaande vriendschappen verdiept. Familiebanden aangehaald. Bijzondere plaatsen gezien. En dat allemaal niet eens zo heel ver van huis.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

-oOo-

Het werk laat niet lang meer op zich wachten. Morgenochtend rijd ik naar Schiphol voor een Europees weekje vliegen naar Manchester, Bergen, Edinburgh en Madrid. Een lekker begin, op bekend terrein. M’n trapperhat gaat mee, want ook in Noorwegen wordt er min veel verwacht – met sneeuw. Lekker weer de lucht in. Terug van weggeweest … eh … thuisgeweest!

088 Een begijn is geen non

(17.30 uur, het fijne weer van blauwe hemels heeft plaatsgemaakt voor good-old druilig grijs, lekker binnen mijn Nederlandse vakantiedagen slijten met goede boeken en fijne muziek.)

Bijna twee weken leid ik al weer een regelmatig bestaan. Om twaalf uur naar bed, om acht uur op. Tijdelijk proeven van het leven op de grond. Mijn eigen prakkie koken. Leven in een huis, in plaats van overal en nergens. Ik heb even in mijn agenda geteld; in de luttele drie maanden bij mijn huidige werkgever ben ik al weer twintig keer naar een buitenland afgereisd. Het gebeurt dan ook niet vaak dat ik lekker een laag stof kan kweken op mijn reiskoffer. Even zwerkschuimer af. De sfeer in de andere landen verneem ik nu van reisprogramma’s en het journaal. Zo kan het ook. Hallo Holland.

Weinig vliegen dus. Maar wel veel van de andere dingen die ik leuk vind. Tijd voor familie. Een volle koelkast. En op ontdekkingstocht door Nederland. Afgelopen weekend stond in het teken van een Bredaas Bed & Breakfast bezoekje. Gastvrij met een hoofdletter G. Ik heb al in veel hotels mogen overnachten, maar een warme ontvangst zo als deze had ik nog niet eerder meegemaakt.

Er speelde zacht klassieke muziek bij het binnentreden van de kamer. Op de grote schouw brandden kaarsjes in glazen stolphouders. Ik had mijn toilettas wel thuis kunnen laten, want er stond een breed arsenaal aan badschuim, scheerzeep, deodorant op de badrand. Op tafel een schaaltje bonbons en knabbels voor de lekkere trek. Senseo ernaast. Een interessante boekenverzameling en dvdcollectie in de kast, naar believen aan te wenden. En niet onbelangrijk; met de thermostaat behaaglijk opgedraaid; was het letterlijk: een warm welkom. Dit was thuiskomen in een nieuwe stad.

Ja Marriott, NH en Golden Tulip. Jullie komen vaak niet verder dan een fantasieloos koekje en de verkeerd gespelde tvboodschap: “Welcome to Courtyard Inn Hoteles, Mrs. Leno’s. Press MENU for more information“.

Het was dus lekker toeven met zus in het Bredase. We boften met het aangenaam fris zonnige weer. Winkelden ons een slag in de rondte bij het leuke Sasplein en op de Veemarktstraat. Dronken lekkers bij Latte and Literature. We stapten binnen bij het hofje met kruidentuin aan de Catharinastraat en leerden dat een begijn geen non is. Het MOTI Grafisch Ontwerp museum liet ons op een interactieve manier naar de expositie kijken. We creëerden onze eigen kunst door te schuiven met verrijdbare blokken, er zelf naast te gaan liggen en er een luchtfoto van te laten maken. *klik*

-…-

De maand januari ziet er nog vliegloos uit. Wat werk betreft dan, want volgende week laat ik me vliegen. One ticket London Gatwick, please; voor een bezoekje mijn Brightonse vriendin en ex-collega. Dan ga ik als stess, even incognito als passagier. Maar zoals een begijn geen non is, ben ik geen landrot. Kan dan ook niet wachten totdat mijn eerste vlucht na de vakantie bekend is …

087 Amerikaanse bollenblues

(11.30 uur, vanuit het Noorden des Lands, waar de drassigheid langzaamaan oplost)

“GELUKKIG NIEUWJAAR!” Na het aftellen kunnen we eindelijk proosten. De plastic bekertjes klinken misschien niet zo als een kristallen flûte, maar het maakt de start van het nieuwe jaar er niet minder op. Het is nog licht. Mijn horloge geeft drie uur ‘s middags aan. Er pingelen sms’jes binnen met nieuwjaarswensen uit Nederland. Ik word omhelsd en gekust door mensen die ik nog maar net een half etmaal ken. Overal komen oliebollen tevoorschijn. De een tovert een papieren zak uit een trolley terwijl een ander met een doos van de Nederlandse bakker op de proppen komt. Andere gasten in de hotellobby kijken ons enigszins vreemd aan. En ik moet ze gelijk geven, want wie heeft ooit bedacht dat gefrituurde deegballen met bubbelwijn een goede combinatie is?

2011 mag dan misschien voorbij zijn in Nederland, dat is nog niet het geval op de plek waar ik me nu bevind. Lang sta ik echter niet stil bij dit bijzondere fenomeen. We hebben er een werkdag van ruim veertien uur op zitten. Dus na de toost op een nieuw begin kruipen we eerst voor een paar uur onze bedjes in.

“HAPPY NEWYEAR!!” Negen uur later vult luid gejoel de kades van Pier 14. Voor onze ogen voltrekt zich een kleurrijk schouwspel in de lucht. Vanaf een boot in de San Francisco Bay wordt onder aanmoediging van het toegesnelde publiek het prachtigste vuurwerk de lucht in geschoten. We laten nogmaals het oude jaar achter ons. Het nieuwe moet nu wel dubbelgoed worden. Mannen op skates in gekke outfits zwieren tussen de toeschouwers door. Amerikaanse ‘gillende keukenmeisjes’ zetten zichzelf op de de foto; op hun hoofden prijken ‘Happy 2012′-brillen met knipperende LED-lampjes. Dit alles tegen de achtergrond van de fraai verlichte Oakland Bay Brigde. Een goede start.

Bekijk het nieuwe jaar eens door een gekke bril!

-oOo-

De terugkomst uit San Francisco is al weer meer dan een week geleden, maar de bijkomstige jetlag heb ik nog maar net achter me gelaten. Een flinke omschakeling voor een korte-afstand vliegster als ik. Plots doorkruis ik tijdszones en ganse continenten. Ben ik zomaar ineens 24 uur op. Werk ik als anderen slapen. Slaap ik als anderen werken. Nu doorgewerkte nachten zich een aantal maanden opstapelen moet ik toegeven dat het me niet in de koude kleren is gaan zitten. Dat merk ik des te meer nu ik mijn vakantie van start is gegaan.

Afgelopen week was natuurlijk HET weer bij uitstek voor het laten overwaaien van trans-Atlantische katers. Dus na het herpakken van een gemiste nacht in mijn eigen bed, stap ik in de auto en rijd ik ik naar Zeeland. Onstuimige golven kletteren op basaltblokken. Vrachtschepen deinen vervaarlijk heen en weer. Op het nieuws verhalen over hoogwater, sijpelend dijkkwel en geëvacueerde koeien. De wind huilt langs de huizen. Ik laat me overhalen tot een strandwandeling. Op zee trotseren ingepakte marsmannetjes de schuimkoppen op hun surfboards. Da’s nog eens andere koek dan als groentje op de plank in Panama. Dit is niet voor mietjes. We bikkelen verder tegen de sterke Zuidwester in. Het traanvocht blaast naar de hoek van mijn oogkassen. Ah fijn, de beschutting van een paviljoen. We laten ons van binnen verwarmen door warme choco en glühwein terwijl we genieten van een optreden van aanstormend lokaal talent Eva Auad.

En nu dus: nog meer vakantie. Momenteel in Groningen. In de planning staat een weekendje Breda met zus en een bezoek aan het Engelse Brighton. Even een paar weken vliegloos met beide benen op de grond.

Ik wil de trouwe aanhang en al mijn collega’s van het afgelopen jaar bedanken voor de fijne momenten die ik met jullie heb mogen delen. Gaan jullie ook in 2012 weer met me mee in een jaar vol ontdekkingen, bijzondere reizen en ontmoetingen?

086 Onvoltooid verleden tijd

(22.45 uur, twee dagen na de kerst, drie dagen na de terugkomst uit Havana)

Ik loop inmiddels al weer een tijdje rond in het Hollandse grijs, maar er gaat geen dag voorbij dat ik niet nog even terugdenk.

Het verschil is groot. En dat zit ‘m niet alleen in de temperatuur. Maar in alles.

Vanuit de gestandaardiseerde moderne vliegtuigcabine stap ik de onvoltooid verleden tijd binnen. Cuba staat al jaren boven aan mijn reiswensenlijst. Onvoorstelbaar dat ik er nu echt ben. Dat het echt bestaat. Is het wel echt? Ik zit bij het raam, met mijn neus tegen het glas geplakt. Ik knijp regelmatig even mijn ogen dicht. Als ik ze weer open doe zie ik nog steeds hetzelfde. Ik heb het gevoel dat het filmdoek een keer moet vallen. Maar het gebeurt niet. Vervlogen tijden zijn hier nog ontzettend hedendaags. De taxirit naar het hotel is mijn eerste kennismaking met deze nieuwe oude wereld. De nieuwsgierigheid is aangewakkerd, en niet zo’n beetje ook.

De kennismaking wordt vervolgd met een verfrissende versnapering op het idyllische Plaza de Cathedral, direct na de vlucht. Even op adem komen en acclimatiseren na een lange dag werken. Het land zit nog een laatste van dag rouw uit, vanwege het overlijden van kameraad Kim Jong-Il. Het is rustig op straat en kerstversiering is nog maar mondjesmaat aangebracht. Niet lang na het tweede rondje beginnen de oogleden zwaar te worden en wordt het tijd om m’n vermoeide lijf rust te gunnen.

Uitgeput arriveer ik bij mijn hotelkamer. Ik trek de nachtpon uit mijn valies en zet een korte tandenpoetssessie in gang. Ik ben me slechts vaag bewust van koude spetters op mijn blote enkels. Een loom spiegelbeeld staart me terug aan. Wacht eens even, spetters? Ik kijk omhoog en ontwaak lichtelijk uit mijn dommeltoestand. Er sijpelt water langs de lamp naar beneden. De badkamervloer staat blank. Het tapijt is zompig. Kringen op het plafond. Wat is dit? Ik ben nog steeds moe, maar plots heel alert. Ik hoor geluiden van klotsende watergolven op de etage boven me. Nee toch. Ik bel de receptie. De dame verontschuldigt zich. Er is niets aan te doen. Stilletjes verwensingen mompelend verzamel ik mijn hebben en houwen weer bij elkaar. Zoef de lift in naar beneden. In pyjamadracht stoffel ik de hotellobby door en neem ik het nieuwe kamerpasje in ontvangst. Om binnen de kortste keren in slaap te vallen op hotelkamer nummer twee.

Ik word bijtijds wakker. Op het dak ben ik getuige van de zonsopkomst boven het nog stille Havana. Stil zal het niet lang meer zijn. Havana ontwaakt en is vol van geluiden. Drommen enthousiaste mensen bij een katholieke processie. Ronkende pruttelmotoren van oude Buicks, Chevy’s en Lada’s. Gonzende gesprekken en glazengerinkel op de terrassen. Kenmerkende klanken van traditioneel Cubaanse instrumenten die opdoemen uit de verte. De claves (ritmisch tikkende stokjes) en de raspende guayo (uitgeholde kalebas die wordt beschraapt met een stokje) herken je onmiddellijk. Ze lokken ons de gezellige tentjes en barretjes in. Ook ik, als a-ritmische Hollandse, word verleid om een riedeltje mee te doen op het podium. Prompt krijg ik de holle kalebas in handen gedrukt en voor ik het weet sta ik mee te schrapen op ‘Oye como va; mi riiittmo; bueno pa’ goza‘. Dansen is voor de lokale bevolking dé uitlaatklep om te ontsnappen aan de sleur van alledag.

Che is de nationale held. Zijn beeltenis vind je overal door de stad op muren en schilderdoeken. De koloniale panden zijn indrukwekkend, maar ze lijken af te brokkelen terwijl je er naar kijkt. Bij sommige ontbreken ramen en muren of groeien er hele bomen uit het dak. De grote gaten in de weg laten menig onoplettende vakantieganger regelmatig struikelen. Afgerekend wordt er in twee verschillende valuta’s; de dure toeristische CUC en de enkel voor locals bestemde Peso. Alleen wie de speciale trucjes kent, kan in buitenwijken hopen een paar biljetten met de beeltenis van Guevara te bemachtigen. Ik zie een bekende gele Den Oudsten bus rijden; al tientallen jaren met dezelfde bestemming waar-ie vermoedelijk nooit meer zal aankomen: Susteren.

De stad vertelt kronieken en ademt geschiedenis, waar nog dagelijks meer van geschreven wordt. Aan alles kleeft een verhaal, een rariteit of wetenswaardigheid. Zo niet, dan wordt er eentje verzonnen. Mij hebben ze. Van alle intercontinentale trips komt deze fotogenieke stad beslist met stip op één.

-oOo-

Ik vlieg vrolijk verder. Mijn volgende bestemming: San Francisco tijdens de jaarwisseling. Oliebollen in mijn rolkoffertje.

Intens gelukkig.

085 Kortstondig beleven

(11.45 uur, de laatste week voor kerstmis)

Onderweg gebeurde er weer van alles. Zo moesten we op een van de vluchten het zonder glazen en bekertjes stellen en lieten we  daarom iedereen maar uit blik of fles drinken. Op een andere vlucht werden we geconfronteerd met een medisch incident aan boord. Als we dan een verzoek doen om de assistentie van medisch geschoold personeel, is er altijd wel iemand aanwezig met kennis van zaken. Geluk bij een ongeluk. Is het geen arts, dan wel een in opleiding of een verpleegkundige. Natuurlijk hebben we zelf ook ons EHBO diploma, maar extra kennis en kunde is soms echt wel noodzaak. Samen trokken alle registers open, temperatuurden, maten bloeddruk en hielden de situatie goed in de gaten. Gelukkig bleef de toestand stabiel en landden we gewoon veilig met de patiënt op Schiphol.

Onderweg naar Boekarest communiceerden we met handen en voeten vanwege de taalbarrière. Verbaasden we ons over gebruiken en lachten we om gemeenschappelijke non-verbale grappen. Er was eens ouder echtpaar dat voor het eerst vloog. Ze keken hun ogen uit. Ik legde ze in de watten met een paar extra koekjes, een glimlach en een dubbele boterham. De man straalde en hakkelde vol overgave: “Mulțumesc …  You Very Good Lady…!”  Ik leerde ‘la revedere’ voor ‘tot ziens’ in het Roemeens.

-oOo-

Lissabon was genieten. Dit keer hoefde ik niet in mijn eentje op pad. Een collega haakte bij me aan, nog een paar uur na het ontbijt ter plaatse. Zo rond een uur of twee zouden we weer uitvliegen. Nog wat onzeker over het weer, verlaten we het hotel met winterjas en sjaal. Niet lang daarna hangen deze al over de arm en dragen we ze de rest van de wandeling met ons mee. Het weer was zonnig zacht, lenteachtig haast. We zien vakkundige schoenenpoetsers aan het werk, terwijl ik verder slof op mijn stoffen gympies. De kenmerkende kabeltrams rijden af en aan. Op elke straathoek vind je wel een kastanjepofmannetje met zijn gloeiendhete ketel. Al van ver zie je de rookpluimen tussen de huizen opstijgen. We lopen door brede en smalle straten, zien de zee en drinken koffie op een terras. Bij de bakker halen we verrukkelijk verse pastéis de nata; taartjes van verse room en eieren omhuld met krakend deeg.

Terug in het hotel verruil ik mijn privé ‘burger’ kleding voor mijn werkoutfit. Tot mijn verdriet leer ik van de lokale televisie dat Cesária Évora is overleden. De moeder van de Kaapverdiaanse ‘Morna’ die haar gevoelige levensliederen immer rokend en blootsvoets ten gehore bracht. Haar muziek draai ik al jaren.

Aberdeen was guur. Het contrast was groot de dag erna. Dik ingepakt in mijn windjack klem ik mijn verkleumde vingers om de camera. Ik kan het niet laten hier en daar een paar plaatjes te schieten. Ook hier zie ik de zee. Ruim tweeduizend kilometer verderop en van geheel andere aard. Grijs en geruisloos. Ik glibber over de ijzelgladde straten en knisper door met rijp bezette dorre bladeren. Tussen de natte sneeuwbuien door schijnt de zon puur goud. Opwarmen doe ik graag terwijl ik snuffel langs de eindeloze schappen in grote boekenwinkels. Buiten luister ik naar de kerstliedjes die de Salvation Army band speelt en schuifel ik langs de kraampjes van de decembermarkt. Ik haal nog gauw even een ansicht voor op de reismuur.

Boekarest was een bliksembezoek. Om 1 uur ‘s nachts kwamen we aan en de dag erna vertrokken we al weer om 11.30 uur. De stad  was één bontgekleurde verzameling van kerstlampjes. Vanuit mijn raam kon ik het immens grote Ceauşescu Paleis zien. Aan het ontbijt wist mijn collega hier allerlei bizarre wetenswaardigheden over te vertellen. Zo blijkt het een van de grootste gebouwen ter wereld. Terwijl ik mijn eitje pel vertelt hij dat voor de bouw destijds uit ruimtegebrek hele woonwijken met de grond gelijk werden gemaakt. Het paleis bestaat uit duizenden vertrekken en geheime ondergrondse gangenstelsels. Tegelijkertijd herinnert het de bevolking ook nog dagelijks aan het pijnlijke verleden dat het land met zich meedraagt. Geïntrigeerd nip ik van mijn koffie. Het monsterachtige gebouw is ook open voor publiek. Helaas is de tijd te kort om het vandaag nog te bezoeken. Het gaat op de lijst voor de volgende keer.

-oOo-

Bij terugkomst in Nederland plak ik de kaarten op de muur en draai ik de muziek van de landen waar ik ben geweest. Van Portugese Fado tot de Roemeense Klezmer, ga ik nogmaals in klank op reis.

Ondertussen ben ik al weer aan het bedenken wat er mee gaat in mijn kerstkoffer naar … Havana, Cuba.

084 Op reis

(12.15 uur, koffer al weer gepakt voor de volgende nieuwe stad)

Als je nog niet bevangen bent van de kerstkoorts, is het hoognodig tijd dat je een bezoekje aan Groot-Brittannië brengt. Al vroeg in december verschijnen daar de eerste bomen en lampjes in het straatbeeld. Kerst is hot. Iedere Brit wordt warm van binnen bij de gedachte aan 25 december en alles wat daaraan vooraf gaat. Winkels spelen daar maar wat graag op in. Het dagelijks leven is omgetoverd tot een sprookjeswereld. Levensgrote blauw verlichte rendieren schitteren op pleinen. Gevels zijn behangen met guirlandes en versiering. Supermarkten bieden proeverijen aan en geven tips over hoe je het beste een kalkoen bereidt. Er is vermaak voor de kinderen op straat, dansende kerstmannen en -vrouwen. Er worden live carols ten gehore gebracht.

Een avondje uit is (nu al) een ware belevenis in kerststijl. De dames doffen zich op in de prachtigste prinsessenjurken. Ik spotte tevens de nieuwste rage van dit jaar: de ‘lelijke kersttrui’. Ja echt waar. Hoe oubolliger hoe beter. Het liefst gebreid, van knalrode wol, met een gekke print. Een jolig sneeuwpopje of een dartelende pinguïn. Eén feestganger maakte het wel erg bont, hij had zijn creatie behangen met slingers en batterij aangedreven flikkerlampjes. Ho, ho, ho; Merry Christmas!

Ook bij mij thuis staat het kerstboom al weer. Ik heb dit jaar een recycle boom (het blijft toch crisis hè). Hij heeft buiten een jaar lang Hollandse kou en wind getrotseerd en staat nu weer verdiend te stralen in de huiskamer. Misschien niet zo groots en heftig versierd als in Engeland, maar daarom zeker niet minder sfeervol.

-oOo-

Met de indrukken van Newcastle nog vers in het geheugen, sta ik al weer klaar om uit te vliegen naar een heel andere bestemming. Vanavond zal ik neerstrijken in Lissabon. Vrijdag in Aberdeen en zaterdag in Boekarest. Haast niet te bevatten. Alleen al de namen van die steden roepen ongebreidelde gedachten op aan idyllische avonturen.

Het lijkt al weer zo gewoon geworden om niet alleen in vakanties de wereld rond te reizen. Het is dan gemakkelijk om onverschillig te worden en het vanzelfsprekend te vinden dat je wekelijks tropische bestemmingen en romantische metropolen ziet. Ik probeer daarvoor te waken. Je zult mij dan ook niet gauw horen zeggen; ‘hè jakkes – moet ik al weer naar … (vul maar in)’. Ik ben dankbaar dat ik in de gelegenheid word gesteld nieuwe landen te mogen ontdekken. Werken en globetrotten tegelijk is voor mij immer genieten.

Iedere trip zie ik dan ook nog steeds als een nieuwe minivakantie. Elk land krijgt van mij de ontvankelijke blik en aandacht die het verdient. Ik geniet van de momenten dat ik klooi met andere munteenheden. Waarin ik me verwonder over bijzondere gebruiken. Dat ik mag proeven van nieuwe smaken. En praat met bijzondere mensen. Het heeft iets magisch en bijzonders, reizen rond de wereld. Reizen inspireert mij en hopelijk ook jullie. Vandaar ook nog steeds deze blog.

083 Exportschat

(16.20 uur, de Sint voorbij – op naar de Kerst, ik eet een laatste pepernoot terwijl ik de kerstspullen van stal haal)

Zaterdagavond laat worden we van de luchthaven opgehaald. Italië is in nevelen gehuld. De chauffeur rijdt hard en onstuimig over de verlaten landweggetjes. Je ziet werkelijk geen hand voor ogen. Tegenliggers doemen pas enkele meters voor ons op. Koplampen uit het niets. Ik houd mijn hart vast. Ook de gedachte dat hij deze route waarschijnlijk op zijn duimpje kent, kan me niet geruststellen. Om ons heen niets dan mist en duisternis. Bruggen en bochten gaan rakelings. Maar uiteindelijk is daar gelukkig toch het plattelandhotel, niet ver van het vliegveld, zonder kleerscheuren en in de middle of nowhere.

Zondagochtend. Bij het openschuiven van de gordijnen zie ik de mist langzaam oplossen. De zon doet zijn best. Een lokale klusjesman hangt kerstverlichting aan de gevel. Na een rondje sporten schuif ik aan bij het ontbijtbuffet. Wat doe je verder op een uitgestorven zondag in een oord als deze?

-oOo-

Een zakje in een bakje in een tasje. Zorgvuldig pel ik de lagen verpakking van de koopwaar af, alsof het een kostbare schat is. Geen wonder, het was nog een hele tour om het hier op mijn Haarlemse snijplank te krijgen.

Het was goed inslaan bij een van weinige open zijnde supermarkten in het kleine dorpje. Maar produkten zelf exporteren (uit Italië) en daarna importeren (Nederland in) valt nog niet mee. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik dozen koekjes verfomfaaid in mijn valies tref bij aankomst. Of dat ik een gebroken potje kruiden tussen mijn t-shirts vandaan moet vissen.

De boodschappen die koel bewaard dienen te worden, gaan na aanschaf, tot vetrek uit het hotel, de minibar in. Niet vergeten! Ik denk dat al menig ‘housekeeping!’- personeel blij heb gemaakt met mijn per abuis achtergelaten spullen. Daarna is het passen en meten in mijn trolley. Uit de kofferbak van het taxibusje, op de band door de security scanapparatuur. Niet zelden word ik eruit gepikt om de inhoud ervan toe te lichten. Er zijn al eens de nodige potten yoghurt en jam in beslag genomen. Lang leve het vloeistoffenbeleid.

Dan aan boord. In onze vliegtuigen vind je geen koelkast of diepvrieskist. Dus daar gaan ze op een zak met ijsblokjes, tussen de schijfjes citroen en blikjes cola. Aan het eind van de werkdag niet vergeten weer terug in de trolley te stoppen. Nogmaals door de veiligheidscontrole, van Schiphol af, in mijn eigen kofferbak.

Als het dan uiteindelijk allemaal heelhuids is gelukt, is het genot ervan des te groter.

-oOo-

Voorzichtig snijd ik de bol buffelmozzarella. Zacht en stevig tegelijk. Het komt in de verste verte niet in de buurt van de taaie rubberen Euroshopper-stuiterbal. Dan was ik de Pomodori tomaatjes. Ik proef er alvast eentje. Een zoetkruidig aroma. Ik pluk van de geurige basilicum. Alles gaat in een kom en wordt besprenkeld met olijfolie. Versgemalen peper en zeezout erover. De koks onder ons weten inmiddels wat ik in elkaar heb geknutseld. E voilà; Insalata Caprese. De Italiaanse driekleur op mijn Hollandse bordje.  Mede mogelijk gemaakt door … mijzelf.

De volgende bestemmingen op mijn schema? Newcastle wat de klok slaat. Ik ben maar liefst vier keer op dat traject te vinden. Dus ga je komend weekend die kant op, dan kom je mij vast en zeker tegen.