088 Een begijn is geen non

(17.30 uur, het fijne weer van blauwe hemels heeft plaatsgemaakt voor good-old druilig grijs, lekker binnen mijn Nederlandse vakantiedagen slijten met goede boeken en fijne muziek.)

Bijna twee weken leid ik al weer een regelmatig bestaan. Om twaalf uur naar bed, om acht uur op. Tijdelijk proeven van het leven op de grond. Mijn eigen prakkie koken. Leven in een huis, in plaats van overal en nergens. Ik heb even in mijn agenda geteld; in de luttele drie maanden bij mijn huidige werkgever ben ik al weer twintig keer naar een buitenland afgereisd. Het gebeurt dan ook niet vaak dat ik lekker een laag stof kan kweken op mijn reiskoffer. Even zwerkschuimer af. De sfeer in de andere landen verneem ik nu van reisprogramma’s en het journaal. Zo kan het ook. Hallo Holland.

Weinig vliegen dus. Maar wel veel van de andere dingen die ik leuk vind. Tijd voor familie. Een volle koelkast. En op ontdekkingstocht door Nederland. Afgelopen weekend stond in het teken van een Bredaas Bed & Breakfast bezoekje. Gastvrij met een hoofdletter G. Ik heb al in veel hotels mogen overnachten, maar een warme ontvangst zo als deze had ik nog niet eerder meegemaakt.

Er speelde zacht klassieke muziek bij het binnentreden van de kamer. Op de grote schouw brandden kaarsjes in glazen stolphouders. Ik had mijn toilettas wel thuis kunnen laten, want er stond een breed arsenaal aan badschuim, scheerzeep, deodorant op de badrand. Op tafel een schaaltje bonbons en knabbels voor de lekkere trek. Senseo ernaast. Een interessante boekenverzameling en dvdcollectie in de kast, naar believen aan te wenden. En niet onbelangrijk; met de thermostaat behaaglijk opgedraaid; was het letterlijk: een warm welkom. Dit was thuiskomen in een nieuwe stad.

Ja Marriott, NH en Golden Tulip. Jullie komen vaak niet verder dan een fantasieloos koekje en de verkeerd gespelde tvboodschap: “Welcome to Courtyard Inn Hoteles, Mrs. Leno’s. Press MENU for more information“.

Het was dus lekker toeven met zus in het Bredase. We boften met het aangenaam fris zonnige weer. Winkelden ons een slag in de rondte bij het leuke Sasplein en op de Veemarktstraat. Dronken lekkers bij Latte and Literature. We stapten binnen bij het hofje met kruidentuin aan de Catharinastraat en leerden dat een begijn geen non is. Het MOTI Grafisch Ontwerp museum liet ons op een interactieve manier naar de expositie kijken. We creëerden onze eigen kunst door te schuiven met verrijdbare blokken, er zelf naast te gaan liggen en er een luchtfoto van te laten maken. *klik*

-…-

De maand januari ziet er nog vliegloos uit. Wat werk betreft dan, want volgende week laat ik me vliegen. One ticket London Gatwick, please; voor een bezoekje mijn Brightonse vriendin en ex-collega. Dan ga ik als stess, even incognito als passagier. Maar zoals een begijn geen non is, ben ik geen landrot. Kan dan ook niet wachten totdat mijn eerste vlucht na de vakantie bekend is …

074 Dag 5 – 10 Andere koek

(20.50 uur Haarlemse tijd)

Aarzelend hang ik boven mijn half ingepakte koffer. Voorheen wist ik feilloos wat ik er allemaal in moest kieperen. Jas, sjaal, laarzen, paraplu… Het Nederlandse weer was een goede graadmeter. Soms een paar graadjes kouder (richting Scandinavië), soms wat warmer (richting Mediterrane regionen).

Nu is het andere koek. Want ik ga naar de andere kant van de wereld.

Momenteel sta ik aan de vooravond van mijn tweede trainingstrip. Vorige week vloog ik al een retourtje Sint Petersburg. Ik vond het spannend, zo weer voor ‘het eerst’. Maar dat verdween gauw toen ik eenmaal weer mijn plekje aan boord vond. Nieuw en vertrouwd tegelijk. Ik werd hartelijk ontvangen door mijn nieuwe collega’s.

Morgen ga ik naar Houston, Texas, USA. Op internet zoek ik een aantal gegevens op. Het is daar momenteel 35 graden en zeven uur vroeger. Dat betekent vrijdag, bij terugkomst, misschien wel mijn allereerste jetlag.

Het schema voor komende drie dagen zal er als volgt uit zien:

- Woensdag aanmelden te Schiphol: 8.00 uur LT NL
- Vluchtduur AMS – IAH zo’n 9 uur
- Woensdag afmelden in Houston: 13.00 uur LT USA (20.00 uur LT NL)
- 25 uur rust aldaar
- Donderdag aanmelden in Houston: 14.00 uur LT USA (21.00 uur in NL)
- Wederom 9 uur in de lucht: IAH – AMS, de Nederlandse nacht door
- Vrijdag afmelden op Schiphol om 9.00 uur Lokale Nederlandse Tijd.
Tijdens de cursus werd het al gezegd. Met dit beroep mis je gemiddeld een nacht per week (waarin je dus werkt, zoals op de terugvlucht van Houston naar Amsterdam). Dat zijn er zo’n 45 per jaar. Even rekenen leert, dat als je tien jaar vliegt, je daarvan een jaar lang niet hebt geslapen. Oef. Natuurlijk heb je wel een aantal uurtjes rust aan boord. Maar toch. Heftig!
En wat een gehaspel met tijden ook. Amerikaanse en Nederlandse door elkaar. In Houston is het pas vroeg in de middag als ik daar aankom, terwijl het in Holland al avond is. Hoe geef je daar in vredesnaam je dag vorm, zonder daarbij je biologische klok uit het oog te verliezen?
Ik zit er al een tijdje over te prakkiseren en ga proberen een beetje tussen de twee tijden door te laveren. Volledig aanpassen is niet te doen in 25 uur. Maar compleet volgens Nederlands schema ook niet. Want natuurlijk wil ik ook een beetje de omgeving gaan ontdekken.
Waarschijnlijk zal het er op neerkomen dat ik ‘vroeg’ (20.00 LT USA is nog steeds 3.00 uur ‘s nachts in NL) ga slapen en wakker word in het holst van de nacht. Daarop kan ik me voorbereiden. Een nachtelijke sportsessie (hopelijk is de fitnesszaal open) en het lezen van een goed boek, zullen de tijd doden moeten tot aan het vroege ontbijt, dat voor mij de lunch zal zijn. Daarna nog even naar de supermarkt, Amerikaanse lekkernijen inslaan voor familie en vrienden. En dan is het al weer bijna tijd voor de terugvlucht naar Nederland. 
-oOo-
Pff, ik kan het zelf amper bevatten dat ik morgen om deze tijd al voet op Texaanse grond zet. Ik besluit tot een zomerse outfit, sportkleding en een goed boek voor in de koffer. En naast een Amerikaanse wereldstekker, natuurlijk een open mind en flinke dosis avontuurlijkheid. Ik ben er klaar voor. USA here I come!

065 Jan Staart

(13.20 uur, terug van vakantiegeweest, de zoemende wasmachine maakt overuren)

Een week zonder horloge, tv en enig benul van tijd. Zalig. Bewust blogloos en minimalistische Twitteritus (lastig nog, heb het gevoel dat ik jullie in de steek laat als ik volkomen afwezig ben). Leven bij het moment en gewoon doen waar je zin in hebt. Dat is voor mij vakantie. Binnenkort daarover verslag. Eerst moet ik nog een belofte inlossen. Want er ging nog heel wat vooraf voor dat mijn vakantie überhaupt van start kon gaan. Dus bij deze.

-oOo-

De laatste week voor de vakantie. Op mijn rooster stond een meldingstijd midden in de spits. Zulk soort dagen zitten me niet lekker dus zet ik de wekker altijd iets eerder. Want voor je het weet doe je dan zo maar ineens een half uur langer over het woon-werk ritje. Klaar om op nachtstop te gaan, wil ik op het laatste moment nog even een doosje muesli in mijn trolley stoppen voor onderweg. Je raadt het al. Eén onachtzaam moment. En niet een een klein beetje hè. Natuurlijk niet. De volledige inhoud havervlokken in het tapijt op de trap. Dilemma. Laat ik het liggen en riskeer ik een mogelijk te laat komen, of ga ik nog als de wiedeweerga alle treden van het muizenvoedsel ontdoen? Mokkend kies ik voor het laatste. Vijf minuten en een paar zweetdruppels later kan ik eindelijk de deur achter me sluiten.

Ik hobbel in gezwinde pas naar mijn auto, laad de boel in, start de auto en… Niks. Nogmaals. (…) Wederom niks. Geen motoractiviteit. Wat nu weer. Het eerste waar ik aan kan denken is een lege accu. Dus mobiliseer ik een man in toevallig passerend busje voor een fijne startkabelconnectie op de vroege ochtend. (…) Nakkes. Samen met een andere passant (ze moeten wel, ik blokkeer de doorgang), duwen ze de auto in een slakkengangetje, terwijl ik nogmaals een verwoede poging onderneem de motor aan de praat te krijgen. Zonder resultaat.

Dilemma 2. Wat nu? Verschillende scenario’s passeren de revue. Proberen te slepen? De ANWB bellen? Ik besluit dat het van latere zorg is. Op tijd komen is nu mijn eerste prioriteit. Ik heb ondertussen al ruim een half uur verprutteld dankzij m’n muesliverstrooiing en provisorische motoranalyse. Ik zet de eerste passen richting station. “Moet je naar Schiphol? Ik zet je wel even af,” klinkt het.

Het is één van de autoduwers. “Ik ben Jan. Ze noemen me Jan Staart,” hij draait zijn hoofd ter verklaring en legt vervolgens netjes een kleed op de met stucgips bedoezelde bijrijdersstoel van zijn autootje. “Stap maar in.”

Blij verrast door zoveel vriendelijke behulpzaamheid laat ik me naar het bemanningscentrum rijden. We sluiten achteraan bij het langzaam rijdende verkeer op de A9. Terwijl hij een sigaret opsteekt verontschuldigt hij zich voor de rommel. Zijn auto dient tevens als opslagplaats van materialen en gereedschap. Verfspatten. Emmers met resten witte pleisterkalk. Ja wat wil je ook, Jan is schilder van beroep en stuct hier en daar af en toe ook nog eens een muurtje. Het contrast kon niet groter zijn en ik voel me een enorme diva-tuthola met mijn smetteloze pak en gemaquileerde hoofd. We moeten een bijzondere combinatie zijn geweest. Het hindert niet. Onderweg kletsen we honderduit. Over zijn schilderbedrijf.; Diamond Painter. Over Haarlem. Over zijn volgende klus in Antwerpen waar hij veel zin in heeft. En voor ik er erg ik heb sta ik al weer op Schiphol. Vijf minuten te vroeg zelfs. Niet te filmen. Ik bedank hem met twee ferme klapzoenen. Wat een de dag. En hij moet nog beginnen.

-oOo-

Een aantal dagen later als ik klaar ben met mijn meerdaagse dienst is de ANWB inmiddels komen kijken. ‘Iets mis met de ontsteking’, luidt de diagnose. Rijden doettie niet meer, dus zal mijn auto morgen naar de garage worden gesleept ter reparatie. In de tussentijd wordt het al bussend naar Schiphol. Ook leuk.

-oOo-

Inmiddels drie weken voorbij na het gesprek. Nog steeds geen informatie rijker wat mijn sollicitatie betreft. Ik denk dat ik er morgen maar eens een telefoontje tegenaan gooi om te informeren of er misschien iets mis is gegaan in de communicatie… Wordt vervolgd.

063 In de Safari jungle

(12.00 uur op een Haarlemse zondagochtend, beierende kerkklokken op de achtergrond en mijn wakeboarddebuut stijfheid nog vers in de spieren)

Een officieel moment. Het eerste bericht vanaf mijn nieuwe MacBook computer. Content, maar nog niet volledig gewend. Er zullen nog velen volgen, daar ben ik van overtuigd. Momenteel bevind ik me voornamelijk nog in de ontrafelfase. De rechtermuisknop heet vanaf nu secundair klikken. Middels de command toets met het kringeltje dien ik mezelf te bedienen van toetsaanslagen in de Ctrl+ … trant. En dan heb ik het nog niet eens over het gehele nieuwe softwarepakket dat nog ontgonnen moet worden. Safari (met een Jeep in de jungle toch?),  Time Machine (terug in de tijd met professor Barabas?) en iTunes (ik-geluiden?) OS X Snow Leopard (een bedreigde diersoort in de ijzige bergen van Midden Azië?).

Oef. Stap voor stap maak ik mijzelf wegwijs. Ik begin met het belangrijkste. Het overzetten en ordenen van mijn muziekcollectie. Die vervolgens via het netwerk naar mijn speakers wordt gestuurd via de Airport Express. Nee, het gaat hier niet over een een supersnelle busservice naar Schiphol. Maar over een apparaatje dat draadloze muziekoverdracht mogelijk maakt. Ja ja. Ik heb ik nog een lange weg te gaan.

-oOo-

Afgelopen week was ik tijdens een vroege melding getuige van een van de prachtigse natuurverschijnselen die onze wereld rijk is. Arctische Zeerook boven de Noorse wateren tijdens zonsopkomst. Alleen het woord zelf spreekt al tot de verbeelding. Treffende foto’s vanuit een rijdend taxibusje met getint glas waren een onmogelijke opgave. Dus jullie zullen het moeten doen met mijn omschrijving en liefde voor het woord. Daarom bovenstaande foto. Een ode aan alle zonsopkomsten. Met of zonder zeerook.

-oOo-

Leuk en gek tegelijk dat het nu staat te gebeuren. Na ruim vijf jaar het Europese luchtruim te hebben verkend, ga ik nu misschien verder. ‘Over de plas’ zoals dat in intercontinentaal jargon heet. Grenzen verleggen. Lange afstanden, de Atlantische Oceaan over. Een geheel nieuw bedrijf. Weer onderaan beginnen, als groentje van de crew. Strepen inleveren, maar horizon verbreden. Grotere toestellen…

Ik droom op de zaken vooruit. Het mag natuurlijk eerst nog wel even waargemaakt gaan worden in het sollicitatiegesprek op 30 mei. Zonder goedkeuring van de commissie geen nieuwe baan. Dus werk aan de winkel

Ik ben alvast begonnen mijzelf voor te bereiden. Bladerend door het persoonlijke document dat mijn huidige werkgever in de de loop der jaren over mij heeft samengesteld. Een map met de naam LENOS, met daarin alles over mijn functioneren. Dit zal worden opgestuurd naar de selecteurs, zodat ze zich een beeld kunnen vormen van wat ze in huis halen.

Een wandeling van weemoed door mijn luchtvaartcarrière. Ik trof oude sollicitatiebrieven, toetsuitslagen van mijn Flight Safety tests door de jaren heen en rapporten van vroegere beoordelaars. Ik zag de ontwikkeling die ik doormaakte. Ik las adviezen “staat nog wat onwennig voorin’ en “vindt het lastig om in drukke situaties het overzicht te behouden”. Heb ik zelf onlangs zelf niet hetzelfde opgeschreven in een rapport voor een nieuw gestarte stess? We beginnen allemaal als onzekere melkbaard. Ook ik was niet anders. Is juist dat niet wat het leven interessant maakt? Een fijne balans tussen uitdagend en vertrouwd. Nieuw versus bekend. En de weg er naar toe. Met hobbels, kuilen en hindernissen; maar ook met heerlijk lange rechte stukken. Om uiteindelijk te kunnen bouwen op ervaring(en).

-oOo-

Nog twee dagen bijkomen in het Haarlemse en dan een vierdaagse trip naar Brussel, Marseille (2x), Keulen en Frankfurt. Of zal Grimsvötn nog roet in het eten gooien?

061 Zomer in april

(13.00 uur, voorafgaand aan een dienst die belooft enerverend te worden. Ik zal mijn aandacht moeten besteden aan het inwerken van collega nummer drie én het vergezellen van een bekende op mijn reis)

De bomen in de straat kleuren felgroen. Mijn auto lijkt bedekt met een gele poedercoating. Pollen en stuifmeelstof brengen mij regelmatig in een flinke kriebelnies. De orchideeën in de woonkamer zijn zichtbaar gelukkig. Ze ontspruiten alsof het hun lieve lust is, nieuwe scheuten en wortels verdringen zich om een plekje in de bloemenjungle.

Thermometers ontwaken verschrikt uit hun winterslaap. De zon stuwt het kwik op naar hoge zomerse waarden. Overbevolkte stranden. Terrassen puilen uit.

Het is pas april en ik ben een beetje van slag.

Iets meer dan een maand geleden nog was mijn verjaardag. En winter. Als ik jarig ben is het altijd bar, guur en koud. Zelden wordt er in de buitenlucht gebak genuttigd. Toch worden na mijn verjaring wel de eerste stappen gezet richting het aanbreken van betere tijden. Krokussen, narcissen en lente. Ik schreef er al eens eerder over. April hoort de maand te zijn van bloemetjes, bijtjes, hazen en eitjes. Het stap voor stap ontluiken van de natuur.

Nu smelt het spijs uit mijn paasbrood weg en veranderen de chocolade-eitjes in lege alufolietjes in een bruin plasje. Ik voed mijn bleke huid royaal met factor vijftig. Heb slippers tot mijn dagelijkse schoeisel gemaakt. Ik zie in de spiegel op mijn huid dat met elke dag zon de sproetendichtheid verder toeneemt. Het lijkt alsof er een heel seizoen is overgeslagen. Van de winter – hop – meteen naar zinderend midzomer.  Waar is de lente gebleven? Maar ook, wat komt hierna? Herfst in juni? IJzel in augustus? Naast dat ik last heb van jetlags en citygaps, nu geloof ik ook een beetje van de schielijke seizoenssprong.

-oOo-

Dadelijk eerst al inwerkend een Newcastle retour met de Instructeursspeld op het colbert.  Om vanavond te eindigen in het Zuid-Franse Toulouse, samen met zus. Voor haar nog altijd een leuke uitstap om mee te gaan; we hebben morgen tot in de middag om de stad te verkennen. Inmiddels kan ze al een hele lijst bestemmingen achter haar naam bijschrijven. Venetië, Wenen, Cardiff, Nürnberg …  en nu dus Toulouse.  Sommige collega’s beginnen haar ook al te kennen. Voor mij maakt het mijn baan iets minder ‘werk’ en iets meer thuis, omdat ik de ervaringen blijvend mag delen met een dierbare. Welkom Pien!

Bovenstaande foto is gemaakt vorig jaar rond deze tijd bij het ontbijt in Helsinki. Een vrolijke noot… eh citroen, in het eiermandje van (vermoedelijk) een van mijn collega’s of het hotelpersoneel. Een goed begin van de dag; met een lach.

Bij deze voor jullie allemaal een vrolijk Pasen gewenst!

056 p(triingggg) = …?

(12.30 uur, nog steeds te vinden in mijn Haarlemse Hoofdkwartier, maar niet voor lang, een Eurotrottend weekje voor de boeg)

De koffer staat al weer bijna een week onaangeroerd gepakt in een hoekje van de kamer. M’n uniform hoef ik nog nét niet af te stoffen. Hoe ziet een vliegtuig er ook al weer van binnen uit? Een ongopgeroepen week stand-by, het is wat …

-oOo-

Een aantal jaren geleden kon ik er donder op zeggen dat ik een telefoontje zou ontvangen. Dus in het geval van een vroege stand-by periode van vijf tot vijf, zette ik soms alvast mijn wekker om 4.45, zodat ik nog toch nog even rustig wakker kon worden. En inderdaad, bij het krieken van het eerste stand-by uur had men reeds wel iets voor me in petto. Was het niet meteen een vier- of vijfdaagse dienst, dan was het wel een pittig bijeenraapsel van openstaande vluchten.

De tijden zijn veranderd. Bij een vroege aanvang van de reservedienst zet ik mijn wekker niet meer. Ik lig in mijn nest, totdat het lijf me er zelf eens een keer uitstuurt. Gemakzuchtig. Want ‘klaarzitten’ is het natuurlijk niet. Een paraatheid van likmevestje. En daar heb ik alleen maar mezelf mee. Want mocht ik toch moeten aantreden, dan is het ineens hollen geblazen.

Maar de kans dat ik vandaag eens wel gebeld word, is denk ik niet zo groot. Nergens op gebaseerde blabla natuurlijk, want hoe kun je zoiets in vredesnaam adequaat inschatten? NIET. De oproepbaarheidskans valt onmogelijk vast te stellen, want het is van zoveel dingen afhankelijk. Maar toch doe ik stiekem een gooi. Mooi weer. Geen gekke dingen. Als het de afgelopen twee dagen stil bleef, waarom zou m’n gsm dan nu ineens wel rinkelen? Dus besluit ik alles lekker op z’n vijven en zessen te doen, zoals op een luie zondagmorgen.

Een groot contrast met mijn ‘normale leefritme’. Want gewoonlijk houd ik er een drukke agenda op na. Ik ben vaak slechts twee dagen thuis na vijf dagen weggeweest. Alle thuisactiveiten: vrienden en familie zien, het huishouden bijhouden, boodschappen doen, de administratie verwerken, tandarts- en doktersbezoeken etc.; moet ik in twee dagen zien te proppen. Dit gaat nou eenmaal niet op een avondje na het werk, vanuit het buitenland. Daar zit mijn persoonlijke huisraad in een koffer en onderhoud ik slechts via de digitale snelweg contact met dierbaren. De uren in het hotel op bestemming mogen officieel dan wel ‘vrije tijd’ heten, maar zijn natuurlijk niet te vergelijken met thuisvrij zijn. Alhoewel het internet steeds meer mogelijk maakt tegenwoordig.

Dus dit was wel eens ongekend ontspannen voor de verandering. ‘Thuis je tijd uitzitten’. Nog zoveel uur te gaan … Eerst ben ik nog voortdurend alert. En me er bewust van dat mijn leven met een enkel belletje drastisch van invulling en tempo kan veranderen. Maar naarmate de tijd vordert ontwikkel ik wat meer roekeloosheid. Ik word actiever, ga soms zelfs …

… sporten (niet te fanatiek, ik wil straks niet met een rood aangelopen zweethoofd in de cabine staan),

… winkelen (niet te ver weg, in een straal van 10 minuten tot huis, zodat ik toch op tijd ben mocht het nodig zijn; ten allen tijde binnen een uur op Schiphol kunnen zijn is namelijk een pré),

… een taart bakken (waarbij het deeg de oven mogelijk niet bereikt, of aan boord afgebakken dient te worden)

of zelfs uit eten (met het risico dat ik het bestelde razendsnel wél moet afrekenen, maar nog niet gekregen heb of in een doggy bag mee moet nemen).

Het werd dus een 48 urige werkweek zonder werk. Hoe dit komt? Geen idee. Ik kan verschillende verklaringen verzinnen. Weinig zieken. Nauwelijks vluchtverstoringen. Extra mensen ingezet. Eerst het nieuw binnengekomen cohort oproepen, zodat zij vliegroutine kunnen opdoen. Het kan van alles zijn, waardoor ik niet nodig was.

-oOo-

Vanavond dus weer gewoon volgens schema. Gelijk voor vijf dagen van huis naar Hamburg, Toulouse, Zürich en wederom Hamburg. Maar zoals het in de luchtvaart gaat, wil het ook zelfs het geplande nog wel eens anders lopen. Dus de kans dat ik vandaag vlieg is zeker flink groter dan de oproepbaarheid van de afgelopen week, maar nooit gelijk aan 1. Want niets is zeker, en dat is juist zo spannend.

054 Digitaal op papier

(17.08 uur, klaar voor vijf dagen luchtarbeid)

Wie schrijft, die blijft. Knutselen met taal doe ik graag, dat moge ondertussen duidelijk zijn. Voor mij geldt dan ook: een dag niet geschreven is een dag niet geleefd. Tegenwoordig bestaat dat natuurlijk veel uit sms’jes, mailtjes en online blogberichten. Maar ik doe ook nog steeds bewust aan ansichtkaarten, dagboekvertellingen en boodschappenlijstjes. Tastbaar, welteverstaan. Op papier, notitieblok of memobord. Geschreven met pen, potlood of stift. Want ik houd van geschreven woorden. En wil ze dan ook zeker niet in de vergetelheid doen geraken.

Er is een wereld van verschil tussen digitaal en papiertaal. Vind ik dan tenminste. Ik kan genieten van het unieke van handschriften. Sierlijke krullen, eigengereide hoofdletters, of onleesbaar ‘doktersgekrabbel’.  Bij het oogsten van mijn brievenbus begin ik bij het zien van de envelop dan ook al te jubelen. Kaartje van oma, hanenpoten van zussie. Brief van mams. Ik herken hun correspondentie uit duizenden.

Maar toetsenbordtekstverwerken gaat nu eenmaal sneller. En efficiënter. Standaard lettertype kiezen. Geen geknoei met gum of tippex. De Backspace knop indrukken en klaar is Kees. Regeltje weghalen. Alinea toevoegen. Slepen, Copy/Pasten. Mogelijkheden te over. Wel eerst even ‘opslaan’. Het resultaat is netjes. Deze digitale teksten kunnen vervolgens gemakkelijk met één klik van de muis de wereld in worden gestuurd, naar tientallen of soms wel honderden mensen tegelijk. Bijna iemands verjaardag vergeten? Geen probleem. Een e-card is binnen enkele vingertikken en minuten verstuurd.

Een ansichtkaart daarentegen vergt heel wat meer inspanning: een toepasselijke kaart uitzoeken, postzegels kopen. Een pen bij de hand hebben, leesbaar schrijven. Iemands drieregelige woonadres weten. Beatrix plakken en ‘m vervolgens op de bus doen. En het liefst ook nog een beetje op tijd, anders gaat er weer een dag langer overheen. Daarom vind ik het altijd leuk om brievenbuspost te ontvangen.

Laptopschrijven mag dan misschien handiger zijn, het is lang niet zo ‘lekker’ als gewoon schrijven. Ik houd er van mijn pen op het papier te zetten en letters te produceren, die woorden vormen die weer aan elkaar smelten tot zinnen. Netjes op het lijntje of expres er onder. Een streep, een golflijntje of een kras. Zoals jij dat wil. Enter, spatie; wat zijn dat? Eigen baas. Gewoon je pen optillen en weer verder. Doorstrepen en op de volgende bladzijde beginnen. Maar eens geschreven blijft geschreven, totdat je het papier vermaakt tot een prop of honderd snippers.

Met ballpoint geschreven zinnen hebben voor mij iets authentieks tussen al het digitale verkeer. Je kunt aan een handschrift zien of de schrijver zich in een hobbelende trein bevond ten tijde van optekenen. Dat hij huilde of dat het misschien regende toen de brief werd gepost. Dat z’n pen bijna op was. Dat hij zorgvuldig schreef om duidelijk over te komen of juist hard drukte omdat hij boos was. Of dat hij haast had, want het betreft een slordig krabbeltje. Een pennenstreek geeft net dat beetje extra leuke informatie. Een persoonlijk twist, die met geen pen is te beschrijven … alhoewel ik geloof, dat ik nu toch een poging heb gedaan …

-oOo-

Nu eerst vijf dagen op pad. Vanavond Düsseldorf. Morgen een lange dag met vier vluchten. Op de laatste stapt mijn vader aan boord. Hij zal me komend weekend vergezellen op het Liverpoolgedeelte van mijn dienst. Welkom paps! Ik sluit af met een Keulen. Je kunt online met me meevliegen door af en toe even te kijken op: http://twitter.com/lifeoflenos

051 Vlucht GG0105 naar Faro


(13.15 uur ik heb er 20 uur en 15 minuten uur als potentieel vliegende kiep op zitten, nog 39 uur en 45 minuten te gaan)

Oktober 1999. Ik was zestien.

Al wekenlang stond ik te popelen. Vliegen! Voor het eerst! Al vroeg in de middag brachten we de koffers naar de luchthaven. Het tijdperk van online inchecken lag toen nog ver voor ons. Vliegveld Eelde bevond zich bovendien letterlijk op steenworp afstand: vanuit de tuin hoorden we altijd al het motorgeronk en konden we de toestellen zien opstijgen. Dus checkten we alvast in, dan hoefden we dat voor vertrek niet meer te doen. Opa en Oma zwaaiden ons uit. We kregen kartonnen instapkaarten, ik zat op 20A. Vlucht GG0105 naar Faro.

Nog voordat het vliegtuig ook maar een centimeter in beweging was gekomen schreef ik in mijn dagboek:

‘Om onze reis te vieren hadden mijn zusje en ik stiekem een fles champagne gekocht voor papa en mama. Phoei, ik was dan ook blij dat hij door de scanner kwam, of hoe dat ook heet. Daarna moest je zelf door de douane, onder zo’n poortje door. Bij mij begon ie natuurlijk te piepen. Dus werd ik gefouilleerd. Toch niet die champagne…? Nee gelukkig. We keken nog even in de tax-free winkel. Alleen maar drank, parfum en snoep. Na een half uur konden we aan boord.’

Ik weet nog dat ik niet zo te spreken was over de staat waarin het interieur aan boord verkeerde. Ik kon niet goed naar buiten kijken door de vettige vlekken op het raampje en trof het afvalbakje volgepropt met kauwgumresten aan. Wat dat betreft is er in ruim elf jaar niet zo veel veranderd. Nog steeds zijn vliegtuigcabines niet de schoonste. Echter, deze eerste groezelige indruk verbleekte toen we onze vlucht aanvingen. Ik kon alleen nog maar ademloos genieten:

‘Het vliegen zelf was fantastisch. Eerst rijdt het vliegtuig taxiënd naar de startbaan. Daar staat het een tijdje stil om de motoren heel hard te laten draaien. Daarna schiet je weg als een pijl uit een boog, met een enorme snelheid. Binnen enkele seconden hang je in de lucht. Je ziet de wereld onder je steeds kleiner en kleiner worden. Nederland wordt een lappendeken, aan elkaar geregen met wegen en rivieren in allerlei bruingroene tinten. Met in de weilanden witte stipjes van schapen en koeien. Op de wegen zwarte, witte en rode koekblikjes die zich langzaam voortbewegen. Na plusminus tien minuten zit je boven de wolken, net alsof je door een dikke mist gevlogen bent. En boven de wolken schijnt de zon. De lucht is felblauw.

Na een kwartier zaten we op maximale hoogte, tien kilometer. Hier en daar kun je door de gaten in het wolkendek nog een stukje Nederland zien. Een stuk kleiner als toen we opstegen. De schapen, auto’s en mensen zijn nu niet meer te zien. De wegen zijn nog maar flinterdunne haartjes tussen een wirwar van bebouwing. Op een gegeven moment was het helemaal bewolkt en leek het net alsof je over een poollandschap vloog, met hier en daar hopen sneeuw en ijsschotsen. Ook zou het net een enorm donzen dekbed kunnen zijn, waar je – als je erin sprong – helemaal opgeslokt zou worden.

Boven Frankrijk trok het weer wat open en dreven er her en der alleen nog wat losse plukjes watten. Parijs was prachtig om vanuit de lucht te zien. Het was immens groot. Overal waar je keek strekte het zich uit. De route ging verder over zee. Je zag golven in het donkerblauw opkomen en weer verdwijnen als een soort stofdeeltjes, kleine witte kriebeltjes. Om 17 uur Portugese tijd (18 uur Nederlands) vertelt de gezagvoerder dat we over een kwartier gaan landen. Knap toch van die piloot, dat ie precies op de landingsbaan weet te mikken en dat we niet een paar meter er vanaf neerkomen.’

Het weer was niet waarop ik hoopte voor een zonvakantie. Wat dat betreft hadden we wel een beetje pech. Maar daar liet ik me er niet door uit het veld slaan. Ik dompelde me onder in de Portugese cultuur verregend of niet, met al haar nieuwe indrukken. Verzot op reizen, toen al. Ik krabbelde pagina’s vol in mijn schriftje.  Met zoete geuren en kleuren over een bezoek aan de lokale markt en de bakker. Ik leerde een paar woordjes Portugees (sinaasappelsap = suco de laranja, vliegtuig = avião) en beschreef vol overgave het Middeleeuwse kerktorentje en de mensen die ik tegenkwam:

‘De zon scheen eindelijk. We zaten op het strand. In de verte kwam een oud Portugees opaatje aangestrompeld met twee emmertjes in z’n handen. Veel te warm gekleed, pet, dikke jas en kaplaarzen; met een gegroefd gezicht. Net alsof ie zo uit de zee was komen lopen. In de emmertjes zaten granaatappelen en vijgen. Die probeerde hij aan de badgasten te verkopen. Niemand moest er wat van hebben. Zijn handen zaten onder het zwarte vuil en hij had zich niet geschoren. Waar hij kwam werd hij afgewimpeld. Zonder iets verkocht te hebben kachelde hij verder.’

Fascinerend. Maar schrijnend soms ook. Het fruit-opaatje herinner ik me niet meer. Maar als ik het zo terug lees is het net alsof ik hem opnieuw tegen het lijf loop.

Terug ging met Transavia HV0156. Mijn oom haalde ons op. Maar daar heb ik verder weinig van gedocumenteerd. Ik moest leren voor de aanstonds zijnde proefwerkweek.

-oOo-

Later dat jaar koos ik als onderwerp voor mijn wiskundeproject Vliegveld Eelde. Samen met mijn clubje bollebozen dronken we thee in het vertrekhalrestaurantje met een vertegenwoordiger van de luchthaven. Vroegen hem het hemd van het lijf over de lengte van de baan, het aantal passagiers dat jaarlijks vloog en meer boeiende rekenkundige feiten. We kregen stapels folders en foto’s mee. Glunderend en apetrots waren we. Als kers op de taart mochten we ten slotte nog met meneer in een karretje, scheuren over de taxi- en landingsbaan. Wauw! We gingen verwoed aan de calculatie. Ik knipte en plakte een prachtig omslagcollage in elkaar. Vergenoegd en met een grijns leverden we het in.

We kregen een onvoldoende.

Onthutst. Ik snapte er niks van. We hadden zo ons best gedaan, wat schortte er dan aan? ”Jullie hadden geen duidelijke probleemstelling geformuleerd,” zei de juf streng. Nog steeds snapte ik het niet. De luchthaven had toch ook helemaal geen probleem? Had ik er een probleem moeten creëren dan? Alles verliep er fantastisch geolied, de vliegtuigen konden er veilig landen en…

050 Niks

(13.36 uur mijn laatste vakantiedag, die ik nog even optimaal vul met… niks. Nu het nog kan.)

Vijtien dagen. Ze zijn voorbij gevlogen voordat ik er erg in heb. Zondag ga ik weer het land uit, na een lange periode als landrot door het leven te zijn gegaan. Dat was heerlijk. Maar het is nu ook wel weer eens tijd voor wat actie. Want ik vind stilzitten erg fijn, maar niet te lang achter elkaar. Morgen wordt een kopie van mijn laatste dienst voor de vakantie. Een München – Bordeaux driedaagse. In twee van de drie landen waar ze me elke week wel heen mogen sturen (voor wie het weten wil, het derde is Engeland – ook altijd goed).

Twee weken zonder enige vorm van verplichting, behalve degene die ik mijzelf oplegde. Een vriendenbezoekje hier, een sportje daar. Koffie bij Oma, concert met mams, boek uit….

…en geen blog.

Kennelijk vallen of staan mijn schrijfideeën toch met het op pad zijn. Ik ben nu wel braaf achter mijn computer gekropen, omdat ik vond dat het móest. Niet omdat ik iets bijster bijzonders te vertellen heb. Je kunt nu dus nog stoppen met lezen als je je tijd nuttig wilt besteden. Want deze blog gaat namelijk over: niks.

-oOo-

Even een testje. Ik loop er al een tijdje mee in mijn achterhoofd rond en ik wil nu eens kijken of het me lukt.

Is het mogelijk om iets te schrijven over ‘niks’? Ja, je leest het goed. Een stukje tekst, waar ik enige tijd mee bezig ben geweest om het te schrijven en jij om het te lezen. Een lap tekst, wat qua taaleigenschappen betreft goed in elkaar zit, maar waarvan je na afloop denkt: wat heb ik nu eigenlijk gelezen? Een stukje waarvan je niets wijzer bent geworden, geen nieuwe inzichten hebt opgedaan en waarvan de strekking niet de moeite waard is om aan anderen te vertellen.

Er vinden regelmatig gesprekken van nikszeggende aard plaats en ook op televisie kan men er wat van. Een programma, waar je maarliefst ruim een uur naar hebt zitten kijken, maar dat geen zinnige meerwaarde heeft. Waarvan je jezelf afvraagt: wat heb ik nu eigenlijk gezien? Heb ik er wat van opgestoken? Of was het gewoon een vorm van tijdverdrijf? Mensen kunnen dat erg goed (ik ook!) tijd ‘verniksen’. Het lijkt alsof ik er – sinds dat ik vlieg - zelfs beter in ben geworden. Weer een dag voorbij. Ik zat voor zestien uur in Wenen weliswaar. Maar wat heb ik nu helemaal gedaan, behalve de standaard dingen die je op de been houden. Eten. Koffer in- of uitpakken. Sporten. Wandelingetje door de stad. Slapen. Weinig.

Helemaal niks doen is volgens mij namelijk niet mogelijk. Je doet altijd íets. Ook al zit je de hele dag met je luie gat op de bank. Je zit tóch op de bank. Met je ogen dicht, of open. Naar buiten te staren. Met je handen gevouwen, achter je hoofd of iets dergelijks. Het lijkt niks, omdat het geen bijzondere herinneringen heeft achtergelaten. En omdat de tijd voorbij glijdt zonder dat er iets noemenswaardigs plaatsvindt. Dus iets van weinig belang, met een niet direct nuttig doel. Of is het ontspannen gevoel dat je krijgt van het ‘niksdoen’ uiteindelijk toch ook welbesteed? Er wordt wel eens gezegd: “Dit gaat nergens over!” Dat is dan dus niet mogelijk. Het gaat altijd érgens over. Alleen lijkt het op dat moment niet van belang.

Hm, Ik kan dus niet anders dan tot de conclusie komen dat alles ‘iets’ is. Ook niks.

Of toch niet? ‘Gratis’ is voor niks. Maar gratis is nog steeds íets, alleen heb je er niet voor betaald. In de wiskunde is nul (0) niks. Nul keer honderdduizend is namelijk nog steeds nul. Voor niets gaat de zon op. Net doen of er niks is gebeurd. Je bakt er niks van…

Hm. Ik kom er geloof ik niet helemaal uit. Hoe dan ook, ik heb in ieder geval genoten van mijn twee weken ‘niks’. Ik ben heerlijk tot rust gekomen, bijgetankt en weer klaar voor de noeste arbeid.

-oOo-

En? Ben ik er in geslaagd?

Ik meen van niet… Maar dat geeft eh.. niks.

048 De wijde wereld in 2011

(14.50 uur, Oudjaarsdag in het Noorden van het land)

Buiten schijnt de zon wazig door de mist. De lucht is blauw, met hier en daar een vliegtuigstreep. Het is boven nul. De dooi doet maximaal zijn intrede. Druppels, smeltwater en plassen op de straat. Mijn vader dweilt de lekkage in de bijkeuken, terwijl de emmers verder voldruppen. Hoezee voor het platte dak. Grassprieten lijken gaag te willen laten zien dat ze er nog zijn, fris en kleurrijk groen piepen ze vanonder de wijkende sneeuw vandaan. Dus zo ziet de buurt er ook al weer uit. Hallo wereld! Welkom terug.

De laatste dag van 2010. Vaste prik voor een aantal zaken. Daar zijn wij Hollanders erg van. Bollen, flappen, kniepers en rollen. Al dan niet zelf gefabriceerd, in bestelling bij de bakker of gewoon van meneer Appie. Ik ben er ook van. Zelfgemaakt overtreft alles. Een zelfgemaakte kerstkaart overstijgt de en masse gedrukte. Een vettige fabrieksbol haalt het niet bij de zelfgebakken versie.

Mijn moeder maakt de lekkerste. Op basis van gezeefde ingrediënten, bakkersgist en in drank gewelde joekel rozijnen. Dit jaar maak ik het beslag. Een onbeschrijflijke sensatie. Het zachte meel, de handwarme melk en de rozijnentextuur. Tot m’n ellebogen in het deeg. Een feest voor de zintuigen. Onder de vochtige theedoek kan de rijsreis beginnen. Lepels beslag in het hete vet. Het huis vult zich met bakdampen. Knallen van vroegtijdige vuurwerkafstekers vermengen zich met nostalgische radioklanken. Proeven van de eerste baksels. Jummie. We zijn er klaar voor.

Vaste prik ook voor overpeinzen. Een einde geeft aanleiding om stil te staan bij wat er was, en wat er komen gaat.  Oudejaarsconferances vol grappen, grollen en onderbroekenlol maken hier dankbaar gebruik van.  Dit jaar ongetwijfeld weer over de spraakmakende nieuwsfeiten van het afgelopen jaar. Nieuwsprogramma’s en shows met terug- en vooruitblikken. “Komend jaar gaan we het helemaal anders doen.”

De aanvang van een nieuw jaar voelt als een frisse start. Helemaal omdat het knallend, glitterend, proostend en fuivend temidden van dierbaren wordt ingeluid.

-oOo-

Ook is het natuurlijk weer tijd om even stil te staan bij je eigen leven. Wat gaat 2011 mij brengen? Wat zou ik graag anders zien? Zullen er belangrijke mijlpalen worden geslagen?

Jazeker, want…

- LENOS gaat op wereldreis. -

…ergens, waarschijnlijk reeds in de eerste helft van 2011, wil ik mijn horizon gaan verbreden. Met een nieuw bedrijf, nieuwe collega’s, andere toestellen. Ik hoop te gaan vliegen op bestemmingen in de Verenigde Staten, Zuid-Amerika, Azië en Afrika. Eindelijk wereldwijs? Van de Europese citygaps naar rasechte jetlags.

Hoe gaat  jouw wereld er volgend jaar uitzien?