
(13.15 uur ik heb er 20 uur en 15 minuten uur als potentieel vliegende kiep op zitten, nog 39 uur en 45 minuten te gaan)
Oktober 1999. Ik was zestien.
Al wekenlang stond ik te popelen. Vliegen! Voor het eerst! Al vroeg in de middag brachten we de koffers naar de luchthaven. Het tijdperk van online inchecken lag toen nog ver voor ons. Vliegveld Eelde bevond zich bovendien letterlijk op steenworp afstand: vanuit de tuin hoorden we altijd al het motorgeronk en konden we de toestellen zien opstijgen. Dus checkten we alvast in, dan hoefden we dat voor vertrek niet meer te doen. Opa en Oma zwaaiden ons uit. We kregen kartonnen instapkaarten, ik zat op 20A. Vlucht GG0105 naar Faro.
Nog voordat het vliegtuig ook maar een centimeter in beweging was gekomen schreef ik in mijn dagboek:
‘Om onze reis te vieren hadden mijn zusje en ik stiekem een fles champagne gekocht voor papa en mama. Phoei, ik was dan ook blij dat hij door de scanner kwam, of hoe dat ook heet. Daarna moest je zelf door de douane, onder zo’n poortje door. Bij mij begon ie natuurlijk te piepen. Dus werd ik gefouilleerd. Toch niet die champagne…? Nee gelukkig. We keken nog even in de tax-free winkel. Alleen maar drank, parfum en snoep. Na een half uur konden we aan boord.’
Ik weet nog dat ik niet zo te spreken was over de staat waarin het interieur aan boord verkeerde. Ik kon niet goed naar buiten kijken door de vettige vlekken op het raampje en trof het afvalbakje volgepropt met kauwgumresten aan. Wat dat betreft is er in ruim elf jaar niet zo veel veranderd. Nog steeds zijn vliegtuigcabines niet de schoonste. Echter, deze eerste groezelige indruk verbleekte toen we onze vlucht aanvingen. Ik kon alleen nog maar ademloos genieten:
‘Het vliegen zelf was fantastisch. Eerst rijdt het vliegtuig taxiënd naar de startbaan. Daar staat het een tijdje stil om de motoren heel hard te laten draaien. Daarna schiet je weg als een pijl uit een boog, met een enorme snelheid. Binnen enkele seconden hang je in de lucht. Je ziet de wereld onder je steeds kleiner en kleiner worden. Nederland wordt een lappendeken, aan elkaar geregen met wegen en rivieren in allerlei bruingroene tinten. Met in de weilanden witte stipjes van schapen en koeien. Op de wegen zwarte, witte en rode koekblikjes die zich langzaam voortbewegen. Na plusminus tien minuten zit je boven de wolken, net alsof je door een dikke mist gevlogen bent. En boven de wolken schijnt de zon. De lucht is felblauw.
Na een kwartier zaten we op maximale hoogte, tien kilometer. Hier en daar kun je door de gaten in het wolkendek nog een stukje Nederland zien. Een stuk kleiner als toen we opstegen. De schapen, auto’s en mensen zijn nu niet meer te zien. De wegen zijn nog maar flinterdunne haartjes tussen een wirwar van bebouwing. Op een gegeven moment was het helemaal bewolkt en leek het net alsof je over een poollandschap vloog, met hier en daar hopen sneeuw en ijsschotsen. Ook zou het net een enorm donzen dekbed kunnen zijn, waar je – als je erin sprong – helemaal opgeslokt zou worden.
Boven Frankrijk trok het weer wat open en dreven er her en der alleen nog wat losse plukjes watten. Parijs was prachtig om vanuit de lucht te zien. Het was immens groot. Overal waar je keek strekte het zich uit. De route ging verder over zee. Je zag golven in het donkerblauw opkomen en weer verdwijnen als een soort stofdeeltjes, kleine witte kriebeltjes. Om 17 uur Portugese tijd (18 uur Nederlands) vertelt de gezagvoerder dat we over een kwartier gaan landen. Knap toch van die piloot, dat ie precies op de landingsbaan weet te mikken en dat we niet een paar meter er vanaf neerkomen.’
Het weer was niet waarop ik hoopte voor een zonvakantie. Wat dat betreft hadden we wel een beetje pech. Maar daar liet ik me er niet door uit het veld slaan. Ik dompelde me onder in de Portugese cultuur verregend of niet, met al haar nieuwe indrukken. Verzot op reizen, toen al. Ik krabbelde pagina’s vol in mijn schriftje. Met zoete geuren en kleuren over een bezoek aan de lokale markt en de bakker. Ik leerde een paar woordjes Portugees (sinaasappelsap = suco de laranja, vliegtuig = avião) en beschreef vol overgave het Middeleeuwse kerktorentje en de mensen die ik tegenkwam:
‘De zon scheen eindelijk. We zaten op het strand. In de verte kwam een oud Portugees opaatje aangestrompeld met twee emmertjes in z’n handen. Veel te warm gekleed, pet, dikke jas en kaplaarzen; met een gegroefd gezicht. Net alsof ie zo uit de zee was komen lopen. In de emmertjes zaten granaatappelen en vijgen. Die probeerde hij aan de badgasten te verkopen. Niemand moest er wat van hebben. Zijn handen zaten onder het zwarte vuil en hij had zich niet geschoren. Waar hij kwam werd hij afgewimpeld. Zonder iets verkocht te hebben kachelde hij verder.’
Fascinerend. Maar schrijnend soms ook. Het fruit-opaatje herinner ik me niet meer. Maar als ik het zo terug lees is het net alsof ik hem opnieuw tegen het lijf loop.
Terug ging met Transavia HV0156. Mijn oom haalde ons op. Maar daar heb ik verder weinig van gedocumenteerd. Ik moest leren voor de aanstonds zijnde proefwerkweek.
-oOo-
Later dat jaar koos ik als onderwerp voor mijn wiskundeproject Vliegveld Eelde. Samen met mijn clubje bollebozen dronken we thee in het vertrekhalrestaurantje met een vertegenwoordiger van de luchthaven. Vroegen hem het hemd van het lijf over de lengte van de baan, het aantal passagiers dat jaarlijks vloog en meer boeiende rekenkundige feiten. We kregen stapels folders en foto’s mee. Glunderend en apetrots waren we. Als kers op de taart mochten we ten slotte nog met meneer in een karretje, scheuren over de taxi- en landingsbaan. Wauw! We gingen verwoed aan de calculatie. Ik knipte en plakte een prachtig omslagcollage in elkaar. Vergenoegd en met een grijns leverden we het in.
We kregen een onvoldoende.
Onthutst. Ik snapte er niks van. We hadden zo ons best gedaan, wat schortte er dan aan? ”Jullie hadden geen duidelijke probleemstelling geformuleerd,” zei de juf streng. Nog steeds snapte ik het niet. De luchthaven had toch ook helemaal geen probleem? Had ik er een probleem moeten creëren dan? Alles verliep er fantastisch geolied, de vliegtuigen konden er veilig landen en…