048 De wijde wereld in 2011

(14.50 uur, Oudjaarsdag in het Noorden van het land)

Buiten schijnt de zon wazig door de mist. De lucht is blauw, met hier en daar een vliegtuigstreep. Het is boven nul. De dooi doet maximaal zijn intrede. Druppels, smeltwater en plassen op de straat. Mijn vader dweilt de lekkage in de bijkeuken, terwijl de emmers verder voldruppen. Hoezee voor het platte dak. Grassprieten lijken gaag te willen laten zien dat ze er nog zijn, fris en kleurrijk groen piepen ze vanonder de wijkende sneeuw vandaan. Dus zo ziet de buurt er ook al weer uit. Hallo wereld! Welkom terug.

De laatste dag van 2010. Vaste prik voor een aantal zaken. Daar zijn wij Hollanders erg van. Bollen, flappen, kniepers en rollen. Al dan niet zelf gefabriceerd, in bestelling bij de bakker of gewoon van meneer Appie. Ik ben er ook van. Zelfgemaakt overtreft alles. Een zelfgemaakte kerstkaart overstijgt de en masse gedrukte. Een vettige fabrieksbol haalt het niet bij de zelfgebakken versie.

Mijn moeder maakt de lekkerste. Op basis van gezeefde ingrediënten, bakkersgist en in drank gewelde joekel rozijnen. Dit jaar maak ik het beslag. Een onbeschrijflijke sensatie. Het zachte meel, de handwarme melk en de rozijnentextuur. Tot m’n ellebogen in het deeg. Een feest voor de zintuigen. Onder de vochtige theedoek kan de rijsreis beginnen. Lepels beslag in het hete vet. Het huis vult zich met bakdampen. Knallen van vroegtijdige vuurwerkafstekers vermengen zich met nostalgische radioklanken. Proeven van de eerste baksels. Jummie. We zijn er klaar voor.

Vaste prik ook voor overpeinzen. Een einde geeft aanleiding om stil te staan bij wat er was, en wat er komen gaat.  Oudejaarsconferances vol grappen, grollen en onderbroekenlol maken hier dankbaar gebruik van.  Dit jaar ongetwijfeld weer over de spraakmakende nieuwsfeiten van het afgelopen jaar. Nieuwsprogramma’s en shows met terug- en vooruitblikken. “Komend jaar gaan we het helemaal anders doen.”

De aanvang van een nieuw jaar voelt als een frisse start. Helemaal omdat het knallend, glitterend, proostend en fuivend temidden van dierbaren wordt ingeluid.

-oOo-

Ook is het natuurlijk weer tijd om even stil te staan bij je eigen leven. Wat gaat 2011 mij brengen? Wat zou ik graag anders zien? Zullen er belangrijke mijlpalen worden geslagen?

Jazeker, want…

- LENOS gaat op wereldreis. -

…ergens, waarschijnlijk reeds in de eerste helft van 2011, wil ik mijn horizon gaan verbreden. Met een nieuw bedrijf, nieuwe collega’s, andere toestellen. Ik hoop te gaan vliegen op bestemmingen in de Verenigde Staten, Zuid-Amerika, Azië en Afrika. Eindelijk wereldwijs? Van de Europese citygaps naar rasechte jetlags.

Hoe gaat  jouw wereld er volgend jaar uitzien?

047 Digitaal rondfladderen


(14.00 uur, dag 2 van 8 maal stand-by)

Het jaar 2010 wordt voor mij al stand-by’end (is dat een woord?) afgesloten. Acht maal luchtvaart TBS, voor het overnemen van eventuele diensten. Voor het optreden als vervangend crewlid van zieke ‘afgestapte’ collega’s, vertragingen, gestrande crews, of roosterdisrupties. Beginnende gisteren – met straks een vrije kerstdag tussendoor – tot en met de 30e december. Momenteel verblijf ik nog steeds in onopgeroepen toestand thuis. Relax en eigenlijk toch niet tegelijk. Filmpje, boekje of website aanklooisel als bezigheidstherapie. Dagen als deze zijn voor mij ook immer weer een bron van creatieve uitspattingen aangaande zaken waar ik normaliter niet de tijd voor neem. Ten aanzien van mijn online-wezen bijvoorbeeld.

-oOo-

Ook ik ga met mijn tijd mee. Want sinds vandaag is het ook Life of LENOS on Twitter*. Niet gedacht. Maar bij nader inzien toch een boeiend medium. Zeker voor een globetrottend persoon als een stewardess. Toch voel ik me nog wel een groen onwetend rondfladderend boomklevervogeltje op het Wereld Wijde Web van informatiestromen. En stiekem schaam ik me dat ik met de hype meedoe… M’n leven maar digitaal te grabbel gooien voor iedereen die het weten wil? Hm. Ik herinner me nog maar al te goed het stukje dat ik schreef over ‘pingels en bliepgeluidjes’. Ik ben dan meestal ook iemand die zich zo lang mogelijk tegen trends tracht te verzetten, totdat ik er niet meer onderuit kan…

Ik probeer een ‘niet met de massa meeloper’ te zijn. Zo had mijn jongere zus als eerste een echt coole walkman. De lompe maar o zo gave knalgele Sony Sports. Ze had ook eerder een mobiel dan ik. Een prachtig prehistorische Pocketline Swing. De bolbuikige barbapappa met een iniemini smal strookschermpje waar je slechts een paar karakters op kon lezen. Top of the bill! Ze was de held van de klas. Ik vond het stom. Maar ging uiteindelijk toch overstag met m’n eerste foon, de Nokia 3310, een van de meest robuuste telefoons ooit gemaakt. En het is nu nog niet anders. M’n zusje is de koploper van ons beiden als het om technische vernuftica gaat. Ze had eerder de iPhone dan ik. En loopt momenteel al weer te freaken op de nieuwste Macbook Air. Ik kom er meters verderop pas achteraan, met mijn (nog steeds werkende!) door de cola gehavende laptop van vier jaar oud.

Back to business. Wat houdt deze ontwikkeling in voor jullie, als lezers van mijn site? Vanaf nu kun je in de rechterkolom onder het kopje ‘Het laatste nieuws’, een update van mijn meest recente uitspokingen lezen. Ik ben niet altijd in de gelegenheid om een prachtig lang overdacht stuk te fabriceren. Maar kan op deze manier wel even kort vertellen waar ik uithang, wat me bezighoudt of wat er gaande is. Benieuwd wat jullie hier van vinden!

-oOo-

Vanaf nu dus het experiment van LENOS in de lucht van twittervogels… Naast via deze site, ook te volgen op: http://twitter.com/lifeoflenos
* T..wattes? Nooit van gehoord… Twitter is een manier om korte sms-achtige teksten snel online te zetten. Een soort miniblog met korte berichtjes, ‘tweets’ genaamd. Als het beestje maar een naam heeft… Velen doen het tegenwoordig, waaronder zelfs Koningin Beatrix!

043 Scandinavisch shoppa

(16.57 uur, thuis achter mijn laptop met Dave)

Ik slaap op als een prinses op de erwt op Sultan. Chill wat met Vreta terwijl Klippan mijn voeten ondersteunt. Kryssbo schenkt mij licht in de duisternis. Lekker soppen met  Plastis. Expedit draagt mijn boeken. Klubbo mijn glaasje port. Kvarta vertelt me de tijd. Groggy opent mijn flessen. Nee, dit is niet het Zweedse mannelijke honkbalteam dat mij op mijn wenken bedient. Dit is het jullie welbekende Zweedse vernuft. In ieder huis is tegenwoordig wel een dergelijk item te vinden, tenzij je de producten van IKEA origine bewust uit je woonkamer weert.

Ik moet er ook weer aan geloven. Als je niet te veel geld wil spenderen, maar er wel een kras interieur op wil nahouden, ben je gedoemd tot bezoekje aan dit woonwarenhuis. Gevaarlijk.  Veel leuk spul. Ook al voor de kerst. Je stopt gauw meer in je kar dan dat aanvankelijk het plan was. Want het is allemaal zo leuk / handig / grappig / nuttig / praktisch / goedkoop / schattig… IKEA speelt goed op de gemoederen in. En de kassa rinkelt wel. Slim concept.

Mensen maken er vaak een dagje uit van. De hele familie op sleeptouw. Pa ook mee, als pakezel. Natuurlijk halverwege een stop in het restaurant voor Bullar met gratis koffie op de Family kaart. De kar parkeren op de winkelwagentjesparkeerplaats. Leuk om te gluren wat anderen kopen. Verdwalen tussen de slaapkamermeubels en opbergbakken. Het magazijn door om achter aan sluiten in de rij. Een habbekrats hotdog als toetje voor wat extra tilkracht.

Want daarna komt het leukste pas echt: de boel in de auto stouwen. Als je vroeger met Lego speelde heb je een streepje voor. Het betere pas en meetwerk. Boedelbakken en bestelbusjes. Maar ik zie ook mensen gevaarlijke capriolen uithalen. Achterklep open, fors uitstekende dozenpakketten en matrassen uit het raam. Oei. En heeft Billy sommigen over het paard getild? Ik zie lui die hun auto bij aankomst meteen in het inlaadgebied parkeren en vervolgens rustig urenlang shoppen. Grrmmmblspierbal… Het deert mijn pret niet. Record: een volledige tweepersoons hoogslaper in mijn Mazdaatje, stalen buizenpakken tot en met, inclusief de twee sjouwers. Doe maar na!

En dan komt het leukste: de namen. Miscommunicatie en lachen om een andere taal is zo makkelijk. In mijn pre-engelsprekende tijdperk, zong Fleetwood Mac over ‘“Tell me lies, sweet little lies” Ik heb altijd gedacht dat kleine lieve Liesje hem iets belangrijks moest zeggen… Boeiend, deze later verworven inzichten, die komen als je de uiteindelijke betekenis meester wordt. Zo tref ik op nachtstop in Noorwegen regelmatig ’bilservice’ langs de kant van de weg. Ha, een wasstraat voor liefhebbers schone bipsen? Nee, een autoverhuurbedrijf.

In het shoppingwalhalla vind je ze te over. Glimma waxinelichtjes. Geef er maar een Snudda aan! Een kruidenrekdraaiplateau. Bumerang kledinghangers willen zich nog wel eens tegen je keren. Lekman bak is zo lek als een mandje. Wat zal er gebeuren met de kliekjes opgeborgen in Prutta bakjes? En dan heb ik het nog niet eens over de Orgel Vreten lamp…

Een tijdje terug is er nog een hele inter-Scandinavische rel geweest om die namen. De meubelgigant werd er van beticht alle luxegoederen en dure producten te vernoemen naar Zweedse steden en de goedkopere vloerkleden en deurmatten naar de Deense. Denen boos, want lager dan een vloerkleed kon je in hun ogen niet gaan. Dat heeft toen nog heel wat voeten in de aarde gehad. IKEA heeft dit in alle toonaarden ontkend en timmert ondertussen nog steeds flink aan de weg.

Ik houd ervan; van samen plundra met mams. Als wij daar een tijdje rondlopen gaan we vanzelf – heel flauw - ook een beetje in ons eigen koeterwaalse Zweeds praten “Doe my nog maar zo’n kuppa, met mjolk ja”,”FC Knudda”, ”Pas op dat je niet struikla”, “Wat vind je van die kussa of m’n sofa?” “Hmm lekkah appolletarta!!”

Geloof dat wij niet de enigen zijn. Heb jij ook altijd al willen weten wat je alter ego zou zijn als je een meubelstuk was geweest? Kijk dan op de Swedish furniture name generator:

http://www.blogadilla.com/2008/05/11/the-blogadilla-swedish-furniture-name-generator

Ik ben niet gek, ik ben een boekenkast. Ik ben de Slėnnas, met veel handige opbergvakken. En een extra handleiding waarschijnlijk.

Gislev heeft zich opgeofferd om mijn leed te camoufleren. Weg met die Vlekka. LENOS blij.

-oOo-

Leuke info:

Het ontstaan van IKEA namen:

http://voornamen.web-log.nl/voornamen/2007/07/ikea_namen_ontr.html

en Tjans visie op Orgel Vreten:

http://kniesoor.web-log.nl/kniesoor/2006/09/orgel_vreten.html

041 Kleedleed

(16.11 uur, een half uur voor schema geland uit Hannover, dus een half uur eerder thuis)

Ik was dit bericht reeds vrijdagavond begonnen. Dag 1 van mijn stand-by periode bleef ongevuld, dus had ik de tijd om te schrijven. Het idee was om dit zaterdag, na revisie van de spelfouten, online te zetten. Het lot besliste anders. Ik werd nog voor het krieken van de dag bruut uit dromenland getrommeld. >> TRINGGG << Woehaaa! Schrik! Vroeg! Twintig over vijf… Voor het overnemen van de Edinburgh vluchtencombinatie met een bijbehorende Hannover nachtstop. Ik ben net pas weer op Hollandse bodem. Bij deze daarom nu mijn reeds getypte verhaal.

-oOo-

Een stijlvol interieur vind ik belangrijk. Omdat het toch je thuis is. Zeker na vier of vijf dagen weg is het heerlijk om weer tussen je eigen spulletjes te vertoeven. Ondanks dat ik er haast vaker niet ben dan wel, heb ik daarom toch geïnvesteerd in een comfortabele lounge hoekbank. In een knus nephaardje. Voor behaaglijke warmte op een koude dag. En in gezellige accessoires voor het creëeren van een huislijke sfeer. Ik houd van mijn huisje. Er is echter één ding mij al jaren een doorn in het oog.

De vloerbedekking. Dat is het leuke van een huurhuis, je krijgt het er meestal bij. In mijn geval is dat het allergoedkoopste stuk gare rommel per strekkende meter. En ook nog in een vreselijk viesvale beigegrijze kleur. Vloerbedekking snap ik sowieso niet. Lang zo niet sjiek, hygiënisch, fris en fruitig als een strak houten of laminaten vloertje. Helaas is dat geen optie in mijn verzakte en gehorige maar prachtige grachtenpand appartement.

Terug naar het beige bedeksel. De vorige bewoner had er reeds een jaar lief, leed en knoeipot mee gedeeld, daarna was de beurt aan mij. Het heeft ondertussen zijn beste tijd nu echt wel gehad. Hoe lang gaat dat spul überhaupt mee ? Aanvankelijk wist ik natuurlijk niet hoe lang ik er zou kunnen blijven wonen. En of de kosten van een nieuw matje woonkamergras de moeite van het investeren nog waard waren. Uiteindelijk wel, zo blijkt nu, vier jaar en flink wat rafels later.

Een korte omschrijving.

Reeds bij het betrekken van de woning moesten er drastische maatregelen genomen worden. De poes van de onderburen had het lege onderkomen gebruikt als aangename chillplaats en alternatieve kattenbak. Met penetrant riekende restanten als gevolg. Hoe ik ook schrobde met allerhande sopjes en grootmoeders schoonmaakwonders; het mocht niet baten. De geur bleef. Hardnekkig stinkend. De enige uitkomst bracht uiteindelijk een loeischerp stanlymes en een stuk reservetapijt. Heden ten dage nog immer een vierkant eiland op een toch wel vrij aanwezige plek.

Dat was één. Twee is een vol bord spaghetti met rode saus op zijn kop, flats, voor de bank. Drie is het effect van schuivende stoelpoten op prullerig karpet: loslatende draden. Mijn eigen motorische klunzigheid was tevens debet aan nummer vier. Kaarsvet. Hè verdorie. Hoe te verwijderen uit stoffen? Ik raadpleegde het internet. "De vlek bedekken we met grauw of ander absorberend papier en daarover strijken we met een warm (niet te heet) strijkijzer.” (Bron: www.omaweetraad.com).

Ja? Toch niet helemaal… Ik was éven vergeten, dat mijn laagpolige rakker synthetisch van aard is… Gevolg: ik kan nu nog steeds dagelijks de krant van vorig jaar lezen… Hij is als een harde koek aan de grond vereeuwigd.

Geen énkele, ik herhaal, geen énkele van de items in bovenstaande opsomming had blijvende schade berokkend aan een houten vloer. Misschien had het stuk kattenpis opgeschuurd en opnieuw in de was gemoeten.

(Verzachtend naschrift: het voordeel is, dat als je er zelf enige tijd op woont, je het vanzelf niet meer ziet. In elk geval, minder aan ergert; zoals met veel dingen. Ik noem het ‘eeuwige peertje aan het plafond’ verschijnsel, of het ‘moeten we nog ophangen’ schilderij).

Er lag al een los kleed over het grootste gedeelte van de vlekkenverzameling. Jammergenoeg is het niet groot genoeg om ook de lik donkerblauwe schoensmeer die ik er gisteren op kliederde, te bedekken… Wat doet een mens in zo’n geval?

Op naar IKEA. Een groter kleed halen. Want zoals de Vlamingen mooi kunnen zeggen: “Iedereen draagt zijn leed onder zijn kleed…”

-oOo-

PS: de sollicitatie loopt nog steeds… Hopelijk eind komende week uitsluitsel.

037 Frisse wind

 

(13.45 uur, een wisselvallig Hollands na-regen-komt-zonneschijn Haarlem)

Een veelgehoorde reden van mensen om niet iets van waarde te produceren, is het feit dat men ‘geen inspiratie’ had. Een fenomeen dat mij natuurlijk niet onbekend is. Geen inspiratie is funest voor een verhalenschrijver. Een paar nietszeggende regels tekst met een samenhang als los zand. Inspiratie vind je niet. Het komt aanwaaien met de wind. Het treft je als een onverwachte meteoriet. Of komt rustig aan binnenwandelen tijdens het lezen van de krant. Op de meest onbedachtzame momenten. Als je juist níet met datgene bezig bent waarvoor je inspiratie zoekt.

Zo krijg ik vaak een zoete inval…

…als ik reeds gepyjamaat en wel in bed lig en mijn gedachten de vrije loop laat gaan op weg naar dromenland.

…als ik buiten ben, in een stad of in de natuur. Vernuftige architectuur of een bijzonder landsschap zetten mij aan het denken.

…gedurende een work-out in de sportschool met het verstand op nul.

…als ik ongegeneerd naar passerende ’mensen mag kijken’ vanaf een terras of op een luchthaven.

De bron van deze inspiratie kan van alles zijn. Mensen, voorwerpen, geuren, smaken, geluiden, momenten, een verandering van de lichtinval of zelfs de kleinste oogknippering. Alles wat onze zintuigen maar enigszins kan prikkelen.

De afgelopen maand had ik veel van dit soort fijne momenten. Ik las een goed boek. Ik wandelde over het Zeeuwse strand met de wind in mijn snoet. Struikelde bijna over een aangespoelde kwal. Dronk een pittige bak pleur bij paviljoen ‘de Zeebries’, terwijl de uitbater een cd met aangenaam zoetgevooisde muziek opzette. Ik werd wakker van mijn moeder die vers brood voor het ontbijt bij de bakker had gehaald. Zag de regen en hagel met grof geweld op de daken kletteren. Ik kan de lijst eindeloos nog aanvullen. Bezielende momenten. De moeite waard om even bij stil te staan in het jachtige leven.

Niets is zo breed toepasbaar als het begrip inspiratie. Inspiratie voor een verhaal, een kunstwerk of een nieuwe beleidsstrategie. Maar ook van meer alledaagse aard. Inspiratie voor ‘wat zullen we vanavond eten’, ‘wat gaan we vandaag doen’ en wat schrijf ik in een sms aan die-en-die. Zonder inspiratie geen creatief proces. Niet voor niets wordt deze gedachte aangeduid met een woord dat tevens ‘inademing, het inzuigen van lucht in de longen’ betekent. Een teug adem geeft energie en motivatie. Adem doet leven.

Eigenlijk moet je direct na het ervaren van een dergelijk moment er een aantekening van maken. Of een foto. Een krabbel van het zojuist binnengevallene. Een mentale notitie is voor mij vaak niet genoeg. Net als een droom. Wil je het onthouden, dan moet je er meteen actief mee aan de slag. De dag erna resten vaak nog louter flarden en vage hersenspinsels. Ik vind dan regelmatig ook nog briefjes en kattebellen op de gekste plaatsen. In mijn agenda. Telefoon. Op de achterkant van een tankbonnetje. Op een servet. Inspiratie is ongrijpbaar. Soms vaag. En ondoorgrondelijk. Volgt zijn eigen weg. Maar van onschatbare waarde als het je invalt.

036 Zesendertig

(15.36 uur, op mijn eerste vrije dag na zes dagen werken) 

Nummer 36. Dit kan geen toeval zijn. Dat ik nu net vandaag mijn 36e blogje online zet. Zesendertig is mijn lievelingsgetal. Ook zoiets. Wat heb je in vredesnaam aan een lievelingsGETAL? Ik kan het niet uitleggen. Lievelingseten (smaakt lekker), lievelingsdier (is lief), lievelingskleur (mooi) en lievelingsparfum (ruikt goed). Dingen die we vroeger in elkaars vriendenboekjes en poëziealbums schreven. Maar lievelingsgetal?! Het is niet bepaald zo dat ik er eens goed voor ging zitten om een getal uit te kiezen dat bij mij paste. Toch vind ik het telkens als ik er mee te maken krijg speciaal. Vandaag zijn mijn ouders 36 jaar getrouwd.

Als ik ’36′ intyp op een internetzoekmachine, vind ik onder andere het volgende.

Zesendertig is het kwadraat van 6 en een driehoekskwadraatgetal. Tevens is het een 13-gonaal getal en een hogelijk samengesteld getal. Het is ook een van de Harshadgetallen. Het woord ‘harshad’ komt uit het Sanskriet en betekent ‘grote vreugde’. Dit getal is de som van een priemtweeling (17 + 19). 36 is het kleinste getal n met precies 8 oplossingen voor de vergelijking φ(x) = n. Maar ook: 36 = 13 + 23 + 33 .

Zes-en-dertig. Dat kan van alles zijn. 36 zwarte toetsen op een piano. De internationale toegangscode voor een telefoongesprek naar Hongarije (nooit geweest). Een nog niet uitgebrachte film over autokrakers. De prijs voor een nieuw rijbewijs. Maar ook een heleboel. 36 knikkers (da’s heel zwaar in je broekzak). 36 koekjes (misselijk als je die allemaal opeet!). 36 vrienden op je feest (past niet eens in mijn huis).

Die vrijdag in 1974 was het geen mooi weer om te trouwen, het regende pijpestelen. Nu 36 jaren later, regent het weer. Voor het aantal bestaat geen naam. Het valt niet in de categorie Katoenen, Koperen of Kristallen bruiloft. Dat hoeft ook niet. Het is gewoon 36 jaar gelukkig samen.

Afgelopen weekend werd dit reeds door hen zelf gevierd met een weekendje waddeneiland. Op deze manier wil ik er ook nog even aandacht voor vragen.

Ze zijn leuk samen. Mijn ouders. Lief. Gek. Grappig. Maar soms ook heel verschillend. Willen elkaar wel eens achter het behang plakken. Dat hoort erbij. Mijn vader mist haar als ze met mij een weekje weggaat. Mijn moeder verrast hem met lekkere zelfgemaakte jam. Ze genieten van een lekker flesje Muscat, een middagje in de tuin of een bezoekje van hun dochters. Van een vakantie naar het Griekse of een Topo fietstocht.

Beide  troffen de nodige tegenslagen op hun pad. Het verdriet en de glimlach werden samen gedeeld. Ondertussen staan zij nog steeds hand in hand na al die tijd. Vorig jaar gaven we hen een bank. Voor in de tuin. Het ‘samen’ bankje. Hij staat er nog steeds. Trotseert weer en wind, zon en regen. Op het hout is een plakkaatje geschroefd. Dit staat erop:

- Samen genieten. Samen leven. Samen zijn. Samen. Sinds 27 september 1974 -

Pap en mam, gefeliciteerd met jullie 36e jaar. Ik ben een trotse dochter.

035 Kiloknallers

(12.15 uur, stand-by dag nummer zoveel)

Ik ben een beetje lui. Het is niet dat ik geen tijd heb om een nieuw stukje te fabriceren. Integendeel. Vandaag is dag drie van mijn stand-by periode zojuist ingegaan, om tot op heden nog onopgeroepen te blijven. Alle tijd dus, dat kan ik niet als slap excuus gebruiken.

Ik weet niet wat het is. Een beetje inspiratieloos? Of te veel andere (leuke) dingen aan mijn hoofd, die geen mentale ruimte geven aan een blog? Ik kan er lang en kort over kletsen, want hoe dan ook, van mezelf moet ik aan de bak. Dralend gedrag heeft nog nooit iemand ver gebracht.

Vanmorgen begon ik mijn dag met een flinke workout. Daarover dus een verhaal.

-oOo-

De spierpijn van het sporten zit mij nog vers in de benen en schouders. Lekker. Daar ik mij voorheen sporadisch op een hometrainer wist te hijsen, ben ik nu een fervent bezoeker van fitnessruimtes. Thuis, hier in de sportschool of onderweg, in de hotels. Het talmende gedrag heeft plaatsgemaakt voor gedrevenheid. Hoe dat destijds zo gekomen is, weet ik ook niet precies. Tijd te veel? Energie overschot? Noodzakelijke uitlaatklep? Het zal wel een combinatie zijn geweest. Nu ben ik al weer een aantal jaren fanatiek bezig. Als mijn rooster het toelaat probeer ik de drie à vier keer per week te halen. En ik moet zeggen, eenmaal goed in dat ritme, werkt het als een soort onmisbare levensbehoefte. Bij een week sportloosheid begint mijn lichaam te schreeuwen om uitdaging en activiteit.

De sportschool. Een plek door velen geliefd en gevreesd. Het blijft een apart fenomeen. Roeien op het droge. Wat in de rondte zwaaien met gewichten. Hardlopen terwijl je geen meter vooruit komt. Schaatsen zonder ijzers. En traplopen met immer hetzelfde uitzicht. Het ziet er ook raar uit. Een beetje als dansen zonder muziek. En je moet het leuk maken voor jezelf. Want het is saai. Staren naar hoe de rode blokjes op je crosstrainer wegtikken. In de grote spiegelwand, naar jezelf. Of naar de grote flatscreen tv’s aan de muur. Met altijd dezelfde programma’s. Soaps, dierenprietpraat of documentaires. Laatst zag ik een bijster interessante Air Crash Investigation over een kaping. Terwijl ik zwetend een fictieve heuvel op peddelde.

Mensen kijken blijft een favoriete bezigheid. Deze lokatie is daarvoor ook uitermate geschikt. Ik zie vale flodderende sportbroekjes. Glimmende trainingspakken. Sporters met knappe merkschoenen of viezig afgetrapte sneakertjes. Goed gevulde Rubensvrouwen en zorgwekkend dunne dames. Met een net-uit-bed-hoofd. Of vol in de make-up. Gespierde atleten en lakse kantjes-er-van-aflopers. Giechelende tieners die er een potje van maken. Krasse oude van dagen op hun wekelijkse uitje. Breedgeschouderde heerschappen die met kiloknallende halters hun biceps nog verder oppompen. En ik. In de categorie… Tja zeg het maar.

Verstand op nul, blik op oneindig. Het maakt mijn hoofd altijd heerlijk leeg. Of stopt het juist vol goede ideeën. Afwezig dein ik op het ritme van de muziek dat mijn joekel koptelefoon voortstampt. De loopband zoemt. Voetstappen dreunen.  Naar anderen kijken is al ongewenst. Je traint hier alleen. Voor jezelf. Dat is volgens mij ook typisch des Randstads. Ik kom uit een dorp, daar groet je elkaar. Hier niet. Ook niet als je elkaar voor de tiende keer stationair voorbij ziet fietsen. Ik denk dat ik er nooit aan zal wennen. Toch wissel ik een blik van verstandhouding uit met de persoon die mij niet groet, als teken dat ik hem heus wel heb opgemerkt. Ooit zullen ze er aan moeten geloven.

Een fijne bijkomstigheid: mensen die regelmatig sporten en bewegen schijnen minder hinder van een jetlag te ervaren. Ook kunnen zij zich sneller aanpassen na onregelmatige diensten. Nu alleen nog een remedie tegen de Citygap

034 Hopen en lijken

(13.30 uur, een willekeurig dagje stand-by)

Blogverhalen vloeien zo uit mijn pen. Eh… toetsenbord. Andere koek is het als het om een sollicitatiebrief gaat.

Het is al weer jaren geleden dat ik voor het laatst een dergelijke brief geschreven heb, laat staan mijn CV geüpdatet heb. Wel weer eens tijd. Al was het alleen maar omdat het je opnieuw bewust maakt van je huidige loopbaan en het verloop van je carrière de afgelopen jaren. En aangezien de Z.O.I. (Zolder Opruim Inspiratie) mij nog vers in het geheugen zit, tijd voor iets nieuws. Het ter ore komen van een paar interessante vacatures, waren dan ook koren op mijn molen. Voor erbij, naast het vliegen. En met de deadline voor het insturen reeds akelig dichtbij, zeker tijd om achter het beeldscherm te kruipen.

Waar te beginnen? Met een oud concept van voorgaande brieven en oude CV’s. Allemaal nog netjes bewaard in een achteraf mapje ergens in de minst bezochte uithoekjes van mijn computer. Aandoenlijk wel, als ik de Wordbestanden van mijn oude curriculum vitae open. Elf jaar geleden. Tot in detail werd elk onnozel bijbaantje opgesomd. ‘Oppas bij kinderen uit de buurt’. ‘Serveerster op een camping’. Thuis doe ik vaak klusjes in en om het huis. Omdat ik goed in wiskunde was, was mijn motivatie voor supermarkt caissière: Ik ben in het bezit van een goede rekenvaardigheid, wat handig kan zijn bij het werken achter de kassa. Vertederend. Maar destijds erg belangrijk voor het ‘vullen’ van mijn lijst met werkervaring, die nog (te) kort was.

Mijn meest actuele CV dateert uit 2006. Toen ik solliciteerde voor mijn huidige vliegende job. Ondertussen kan ik al weer heel wat functiestappen en cursussen bijschrijven. Het werd dus aanpassen, weglaten en toevoegen. Hoe maak ik de vacature eisen van betrekking op mijzelf?  Hoe omschrijf ik mijn huidige werk? Wat zijn mijn kwaliteiten? Hoe zet ik een goede motivatie op poten? Even weer met je neus op de feiten. Ik merk dat woorden makkelijker uit mijn brein rollen en het witte beeldscherm vullen. Het jarenlange bloggen heeft me geen windeieren gelegd. Daarnaast komt ouderdom in mijn geval kennelijk met meer zelfinzicht…

Laat ik nou tevens de mazzel hebben een moeder te bezitten, die jarenlang werkzaam is geweest bij het Arbeidsbureau. Daar bemiddelde zij werkzoekenden naar een nieuwe baan. Als er één iemand een sollicitatie expert is, is zij het wel. Ik doe dan ook na een eerste opzet van mijn brief graag een beroep op haar kennis en inzicht. Als een bulldozer raast ze over mijn zinsconstructies heen. “Wat een blabla! Je schrijft zo leuk op je site en dan maak je zo’n brief! Kun je het niet duidelijker en simpeler formuleren? Enne, vermijd woorden met een negatieve bijklank. Het lijkt mij leuk… Ik hoop dat u mij uitnodigt… Niet doen. Honden maken hopen poep in de goot. Lijken liggen op het kerkhof.” – Slik – Vlijmscherp. En best wel confronterend ook. Zeker omdat ik soms lang over een formulering hebt nagedacht en sollicitatiebrieven persoonlijk zijn. Toch zuig ik haar kritiek als een spons op. Omslachtigheid maak ik daadkrachtiger. Vaagheden ondubbelzinniger en langdradigheden concreter .

Printerloos als ik ben, fiets ik naar de dichtstbijzijnde copyshop voor een tastbare versie van mijn typsels. Handtekening krabbel, Beatrix plaksel en – hop – de bus in. En nu afwachten. Ik ben in ieder geval tevreden met het resultaat. Ben benieuwd of ik word uitgenodigd voor een gesprek. Mams bedankt! En ondertussen… fingers crossed…

033 Holder de bolder…

 

(17.46 uur, tussen de dozen paperassen)

Zelden ben ik dingen kwijt. Ik weet bijna altijd waar ik de dingen gelaten of opgeborgen heb. In luie momenten wil ik me wel eens gedragen als een haastige sloddervos. Snellerdesnel en geen puf meer, dus kwak maar neer. Daarom is het soms nodig om kasten uit te mesten. Vind ik niet persé een vervelende bezigheid. Sterker nog, ik maak er soms een sport van. Ik ga bij mijn oma de kasten door op producten over de datum. Ik hergroepeer samen met mijn zusje haar kledingkast. Ruim met mijn moeder de zolder op. Het creëert ruimte en soms vind je nog eens wat. Iets, waarvan het niet wist dat je het had. Of iets,waarvan je dacht het al eerder afgedankt te hebben. Of iets dat je doet glimlachen en je op nieuwe ideeën brengt.

Mijn collectie volgepende dagboeken bijvoorbeeld. Al sinds mijn achtste houd ik zo’n dierbaar verslag met onregelmatige tussenpozen bij. Kinderlijke onschuld, puberperikelen en persoonlijke vreugdemomenten. Kostbare herinneringen en tijdsimpressies. Waardevol.

Sorteren en weggooien kan ik heel goed. Vooral zaken van anderen. Maar als het om mijn eigen spullen gaat, dan slaat de aarzeling toe. We treffen op zolder dozen studie- en middelbareschool aangelegenheden. Tussen mijn vaders oude padvinderspullen. Met weemoed blader ik door de stapels bloed zweet en tranen. Stoffig. Ik denk dat iedereen daar nog wel iets van bewaard heeft. College aantekeningen, handouts, boekuittreksels, woordrijtjes. Kladblokken, klappers, katernen en kaftpapier. Schriften en snelhechters. Bewaard om het ooit nog weer te lezen. Plaats daar maar een N voor.

Ooit werd nooit. Reeds tien jaren verstreken. En geen één keer voelde ik urgentie om op een vrije middag weer een letter van die oude aantekeningen te bekijken. Logisch. Het is nu niet meer relevant. Toen noodzakelijk voor het begrip van een hoofdstuk een goed punt op een proefwerk. Nu slechts een paar loze woorden zonder betekenis. Kennis veroudert ook. Dus met pijn in mijn hart kon ik niet anders besluiten dan het handeltje weg te kieperen. Deze tastbare herinneringen weggooien voelt als afscheid nemen van het verleden. Natuurlijk ging dat niet zonder het nog een laatste keer vluchtig door te bladeren, trots te zijn en te glimlachen.

De doos met jeugdige Lijsterleesboekjes werd op Marktplaats te koop aangeboden. Want boeken weggooien druist in tegen mijn natuur. Bovendien kunnen oude spullen zo weer een nieuw verdiend leven krijgen. En zo geschiedde het. Als rasechte marktverpesters voor de andere aanbieders, plaatsten we onze vijftig (!) boeken voor een habbekrats online. Veel andere rommel verdween op de stapel van het oud papier en in de Klikobak. Wie heeft er nog wat aan mijn aantekeningen?

Het verbaasde mij hoe weinig ik mij nog wist te herinneren van al die theorieën en berekeningen. Vier jaar achterstallig breinonderhoud heeft me geen goed gedaan. Ben ik aan het ontsnuggeren? Versullen? Verdampt mijn ooit zo ijverig opgedane kennis? Ik begon me zorgen te maken. Dat krijg je ervan als je kiest voor een carrièreswitch. Van psych naar stess. En zodra je ’er niks meer mee doet’ gaat de vergetelheid rap. Tuurlijk heeft het me mede gevormd tot wat ik nu ben. Die normaalverdelingen, hyperbolen, hypothesetoetsen en significantieniveaus. Tja.

Ik neem me voor dat het tijd wordt opnieuw mijn mentale horizon te verbreden. Hoe? Dat ga ik bedenken. Want zeg nu zelf, wat is er nu lekkerder dan je hersenpan pijnigen met nieuwe uitdagende kennis en informatie?

032 De Mexicanen

(16.20 uur, twee uur rondhangen op de luchthaven van Göteborg)

Zaterdag 21 augustus 2010. Sail Amsterdam. De gezelligheid van Haarlem Jazz. Niet voor mij. Na het verdrijven van de bacillenfamilie uit mijn nasale- en gutturale systeem mag ik gelijk aanvangen met een zesdaagse werkweek. Beginnende vandaag.

Klikkkkk. -Ghhrrrrggghh- Mijn cassettespeler zet zich hakkelend in werking. Voor dat ik vertrek nog even een lekker muziekje. Al jaren zit er nog maar één bandje in. Het enige wat ik nog bezit in dit digitale tijdperk. Het voorheen witte plastic is verkleurd en de tekst op de huls half vergaan. Het magnetische lint al meerdere malen ontward van knopen en vastlopers. Maar hij doet het nog steeds. De eerste krakerige tonen vullen mijn woonkamer met warme gitaarklanken.
“Aamaame, kjereme sin tie no pwedo bibieeeerr!” klinkt er vrolijk en melancholisch tegelijk. Ik krijg een instant goed gevoel. De nummers ken ik van voor naar achter en van links naar rechts. Alle teksten uit mijn hoofd. Ik zing luidkeels mee. Sinds die cursus Spaans van een paar jaar geleden weet ik eindelijk ook wát ze zingen.

Even terug in de tijd. Ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw. Mijn zusje en ik zitten op de achterbank van de auto. Route du Soleil. Richting Zuidfranse Contreien. Zomervakantie. De zwarte Aiwa Walkman maakt verhit overuren. Een splitter geeft voor ons twee ingangspunten, we pluggen beide onze koptelefoontjes in. Dezelfde klanken. Een puzzelboekje uit de enroute verrassingszakjes van oma. Gevuld met snoep en kleine presentjes. Om de lange reis te overbruggen. Twee dagen rijden. Kilometers vreten door de Benelux. Doel: kamperen in Frankrijk. De hele dag spelen in de buitenlucht, zwemmen en leuke dingen doen. Oude kloosters bezoeken en zwerven over geurige marktjes. IJs eten, chocoladebroodjes en Flan. Van mijn gespaarde zakcenten in Franse Francs voor het eerst een prulletje kopen en zelf afdingen. Spannend. Maar apetrots.

Op vele Franse dorpspleintjes verzamelen zich groepen Zuid Amerikanen. De muzikale nomaden. Ze installeren hun panfluiten en gitaren. Om voor wat authentieke live latinosfeer te zorgen. En terwijl mijn ouders een pintje pakken op een terras, onder de bladerden van de plataanbomen, staan wij - twee kleine hummeltjes- te swingen op de muziek van ‘De Mexicanen’. Fonetisch zingen we mee. Waarschijnlijk komen ze helemaal niet eens uit Mexico. Maar uit Peru, Bolivia of Ecuador. Elke Franse stad of dorp kende destijds wel een dergelijk bandje. Voor ons bleven het echter altijd DE Mexicanen. Nog steeds.

We kochten voor twintig Francs een cassettebandje met muziek van Palissandro. Over de Camino Real. Voor thuis. En op de achterbank, de komende jaren. We kennen het bandje inmiddels van haver tot gort. Grijs gedraaid. Letterlijk. Palissandro bleek een lokale eendagsvlieg. Nergens meer te vinden. Soms struin ik nog het internet af. Om te kijken of ze ergens anders dan in onze familie hun muzikale voetsporen hebben achtergelaten. Mijn zoektocht leidt al jaren tot niets.

Music with memories. Eigenlijk fout tot-en-met. Anderen zullen het slecht gecomponeerde jammermuziek vinden. Ik waarschijnlijk ook als ik het niet had gekend. Het bandje is inmiddels licht vals geworden van het vele afspelen. Maar het doet mij nog immer denken aan de fijne vakantietijd van vroeger.

-oOo-

Net terug uit Luxemburg. Vanavond een nachtje in mijn eigen bed, morgen naar Wenen (zonder zus), dinsdag Bordeaux, woensdag Trondheim. Daarna een weekje vrij. Even terugspoelen. Rewind. Ik druk nog één keer op ‘play’.

-”Amame, quiéreme,
sin tí no puedo vivir,
enamorado estoy de tí,
sin tus besos no vivo yo,
donde quiera que vayas tú,
mi corazón y mi alma iran…”-