089 Boffen in Brighton

(18.50 uur, op m’n laatste vakantiedag)

Nee, ik ben nog niet weer aan het werk. Bovenstaande foto is dan ook niet genomen op een tropisch oord in aan de andere kant van de wereld. Dit is zoals de zon achter de horizon zinkt bij de kalksteenrotsen in Sussex, Engeland. Niet te geloven zo mooi.

Wat een bof. We hadden alle dagen zonovergoten weer tijdens mijn lange weekend in Brighton. Buien vielen enkel en alleen als we net lekker binnen zaten, met een kop thee en een portie scones. Het werden dus een paar heerlijke dagen vol fiets- en wandelactiviteit in de buitenlucht.

We keken toe hoe de zwemmers van de Brighton Swimming Club zich met gekleurde badmutsen waagden aan een ‘rondje om de pier’ in de ijskoude zee. Weer of geen weer, het water wordt immer getrotseerd. En zonder wetsuits. Gewoon de zwembroek aan en afzien. Dampende mulled wine om weer warm te worden.

Fijn was het in The Lanes; een wirwar van straatjes met de oude vissershuisjes, cafés en antiekwinkeltjes. Toen nog in het ongewisse verkerend van de op komst zijnde vrieskou in Nederland, schafte ik mijzelf een warme Trapper Hat aan: een stoere gevoerde muts met lange oorflappen. Veelvuldig te spotten in het Britse straatbeeld.

De zonsondergang op het strand bij de Seven Sisters rotsen was een foto- en bezinningsmoment bij uitstek. De golven maakten na elke uitrol een prettig ratelend geluid; als ze over de kiezels terug de zee in kropen. Het witte kalksteen leek voor de gelegenheid met een laagje bladgoud beschilderd. Klikklikklikkerdeklik, daar gingen mijn camera en ik.

Met een helder hoofd en de kleding vol witte kalkspikkels vloog ik terug naar huis.

Ik kan met een tevreden gevoel terugkijken op de afgelopen vakantieweken. Wat heb ik toch veel leuke verschillende dingen gedaan. Nieuwe mensen ontmoet. Bestaande vriendschappen verdiept. Familiebanden aangehaald. Bijzondere plaatsen gezien. En dat allemaal niet eens zo heel ver van huis.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

-oOo-

Het werk laat niet lang meer op zich wachten. Morgenochtend rijd ik naar Schiphol voor een Europees weekje vliegen naar Manchester, Bergen, Edinburgh en Madrid. Een lekker begin, op bekend terrein. M’n trapperhat gaat mee, want ook in Noorwegen wordt er min veel verwacht – met sneeuw. Lekker weer de lucht in. Terug van weggeweest … eh … thuisgeweest!

088 Een begijn is geen non

(17.30 uur, het fijne weer van blauwe hemels heeft plaatsgemaakt voor good-old druilig grijs, lekker binnen mijn Nederlandse vakantiedagen slijten met goede boeken en fijne muziek.)

Bijna twee weken leid ik al weer een regelmatig bestaan. Om twaalf uur naar bed, om acht uur op. Tijdelijk proeven van het leven op de grond. Mijn eigen prakkie koken. Leven in een huis, in plaats van overal en nergens. Ik heb even in mijn agenda geteld; in de luttele drie maanden bij mijn huidige werkgever ben ik al weer twintig keer naar een buitenland afgereisd. Het gebeurt dan ook niet vaak dat ik lekker een laag stof kan kweken op mijn reiskoffer. Even zwerkschuimer af. De sfeer in de andere landen verneem ik nu van reisprogramma’s en het journaal. Zo kan het ook. Hallo Holland.

Weinig vliegen dus. Maar wel veel van de andere dingen die ik leuk vind. Tijd voor familie. Een volle koelkast. En op ontdekkingstocht door Nederland. Afgelopen weekend stond in het teken van een Bredaas Bed & Breakfast bezoekje. Gastvrij met een hoofdletter G. Ik heb al in veel hotels mogen overnachten, maar een warme ontvangst zo als deze had ik nog niet eerder meegemaakt.

Er speelde zacht klassieke muziek bij het binnentreden van de kamer. Op de grote schouw brandden kaarsjes in glazen stolphouders. Ik had mijn toilettas wel thuis kunnen laten, want er stond een breed arsenaal aan badschuim, scheerzeep, deodorant op de badrand. Op tafel een schaaltje bonbons en knabbels voor de lekkere trek. Senseo ernaast. Een interessante boekenverzameling en dvdcollectie in de kast, naar believen aan te wenden. En niet onbelangrijk; met de thermostaat behaaglijk opgedraaid; was het letterlijk: een warm welkom. Dit was thuiskomen in een nieuwe stad.

Ja Marriott, NH en Golden Tulip. Jullie komen vaak niet verder dan een fantasieloos koekje en de verkeerd gespelde tvboodschap: “Welcome to Courtyard Inn Hoteles, Mrs. Leno’s. Press MENU for more information“.

Het was dus lekker toeven met zus in het Bredase. We boften met het aangenaam fris zonnige weer. Winkelden ons een slag in de rondte bij het leuke Sasplein en op de Veemarktstraat. Dronken lekkers bij Latte and Literature. We stapten binnen bij het hofje met kruidentuin aan de Catharinastraat en leerden dat een begijn geen non is. Het MOTI Grafisch Ontwerp museum liet ons op een interactieve manier naar de expositie kijken. We creëerden onze eigen kunst door te schuiven met verrijdbare blokken, er zelf naast te gaan liggen en er een luchtfoto van te laten maken. *klik*

-…-

De maand januari ziet er nog vliegloos uit. Wat werk betreft dan, want volgende week laat ik me vliegen. One ticket London Gatwick, please; voor een bezoekje mijn Brightonse vriendin en ex-collega. Dan ga ik als stess, even incognito als passagier. Maar zoals een begijn geen non is, ben ik geen landrot. Kan dan ook niet wachten totdat mijn eerste vlucht na de vakantie bekend is …

087 Amerikaanse bollenblues

(11.30 uur, vanuit het Noorden des Lands, waar de drassigheid langzaamaan oplost)

“GELUKKIG NIEUWJAAR!” Na het aftellen kunnen we eindelijk proosten. De plastic bekertjes klinken misschien niet zo als een kristallen flûte, maar het maakt de start van het nieuwe jaar er niet minder op. Het is nog licht. Mijn horloge geeft drie uur ‘s middags aan. Er pingelen sms’jes binnen met nieuwjaarswensen uit Nederland. Ik word omhelsd en gekust door mensen die ik nog maar net een half etmaal ken. Overal komen oliebollen tevoorschijn. De een tovert een papieren zak uit een trolley terwijl een ander met een doos van de Nederlandse bakker op de proppen komt. Andere gasten in de hotellobby kijken ons enigszins vreemd aan. En ik moet ze gelijk geven, want wie heeft ooit bedacht dat gefrituurde deegballen met bubbelwijn een goede combinatie is?

2011 mag dan misschien voorbij zijn in Nederland, dat is nog niet het geval op de plek waar ik me nu bevind. Lang sta ik echter niet stil bij dit bijzondere fenomeen. We hebben er een werkdag van ruim veertien uur op zitten. Dus na de toost op een nieuw begin kruipen we eerst voor een paar uur onze bedjes in.

“HAPPY NEWYEAR!!” Negen uur later vult luid gejoel de kades van Pier 14. Voor onze ogen voltrekt zich een kleurrijk schouwspel in de lucht. Vanaf een boot in de San Francisco Bay wordt onder aanmoediging van het toegesnelde publiek het prachtigste vuurwerk de lucht in geschoten. We laten nogmaals het oude jaar achter ons. Het nieuwe moet nu wel dubbelgoed worden. Mannen op skates in gekke outfits zwieren tussen de toeschouwers door. Amerikaanse ‘gillende keukenmeisjes’ zetten zichzelf op de de foto; op hun hoofden prijken ‘Happy 2012′-brillen met knipperende LED-lampjes. Dit alles tegen de achtergrond van de fraai verlichte Oakland Bay Brigde. Een goede start.

Bekijk het nieuwe jaar eens door een gekke bril!

-oOo-

De terugkomst uit San Francisco is al weer meer dan een week geleden, maar de bijkomstige jetlag heb ik nog maar net achter me gelaten. Een flinke omschakeling voor een korte-afstand vliegster als ik. Plots doorkruis ik tijdszones en ganse continenten. Ben ik zomaar ineens 24 uur op. Werk ik als anderen slapen. Slaap ik als anderen werken. Nu doorgewerkte nachten zich een aantal maanden opstapelen moet ik toegeven dat het me niet in de koude kleren is gaan zitten. Dat merk ik des te meer nu ik mijn vakantie van start is gegaan.

Afgelopen week was natuurlijk HET weer bij uitstek voor het laten overwaaien van trans-Atlantische katers. Dus na het herpakken van een gemiste nacht in mijn eigen bed, stap ik in de auto en rijd ik ik naar Zeeland. Onstuimige golven kletteren op basaltblokken. Vrachtschepen deinen vervaarlijk heen en weer. Op het nieuws verhalen over hoogwater, sijpelend dijkkwel en geëvacueerde koeien. De wind huilt langs de huizen. Ik laat me overhalen tot een strandwandeling. Op zee trotseren ingepakte marsmannetjes de schuimkoppen op hun surfboards. Da’s nog eens andere koek dan als groentje op de plank in Panama. Dit is niet voor mietjes. We bikkelen verder tegen de sterke Zuidwester in. Het traanvocht blaast naar de hoek van mijn oogkassen. Ah fijn, de beschutting van een paviljoen. We laten ons van binnen verwarmen door warme choco en glühwein terwijl we genieten van een optreden van aanstormend lokaal talent Eva Auad.

En nu dus: nog meer vakantie. Momenteel in Groningen. In de planning staat een weekendje Breda met zus en een bezoek aan het Engelse Brighton. Even een paar weken vliegloos met beide benen op de grond.

Ik wil de trouwe aanhang en al mijn collega’s van het afgelopen jaar bedanken voor de fijne momenten die ik met jullie heb mogen delen. Gaan jullie ook in 2012 weer met me mee in een jaar vol ontdekkingen, bijzondere reizen en ontmoetingen?

070 Heremientiet

(20.40 uur, home sweet Haarlem)

Terwijl ik nog geen drie dagen geleden elke gelegenheid aangreep om een flintertje koelte tot me te nemen, heb ik nu maar weer een sjaal omgeknoopt. Mijn zomerse sproeten steken vaal af bij het Hollandse grijs. En klopt het dat de verzameling muggenbulten minder jeukt naarmate de temperatuur lager is?

Afkicken van de Antilliaanse hitte en terug naar Nederlandse non-zomer. Ik ga nog graag even weer terug middels het schrijven van deze blog.

-oOo-

AMS – CUR. Ruim negen uur als passagier opgevouwen in m’n stoeltje. Even weer met de neus op de feiten. Ik ben verwend dat ik normaliter lekker heen en weer mag lopen. Dit keer niet. Stijf en stram in spieren en ledematen. Ik heb het geduld er niet voor. Boek pakken. Twee bladzijden lezen. Verzitten. Film starten. Wiebelbenen. Jubeltenen. Film stop. Oordoppen uit. Boek erbij. Een blik uit het raam. Riem los. In de rij voor het toilet. Plasje. Handenwasje. Terug in stoel. Vier happen maaltijd. Glaasje water. Hervat film. Verzitten. Hoe lang nog? Pas twee uur gehad. – zucht – Draaikonterig ongeduld. Ik kan niet wachten straks weer zelf aan het werk te gaan. Ik voel me een van de vreselijkste passagiers aller tijden.

Deel twee van de reis, daar keek ik wel naar uit. De twintig minuten durende oversteek van Curacao naar Bonaire met het achtpersoons vliegtuigje van Divi Air. De Britten-Norman BN-2 Islander. Nog geen elf meter lang. Brommende propellors in je oor. Wiebelend over de startbaan in take-off. Rechtdoor van Hato naar Flamingo Airport op zo’n 10.000 voet boven zee. Dit is pas vliegen.

Ik houd van de natuur met al zijn eigenaardigheden. Wat dat betreft kon ik deze vakantie mijn lol op. We konden de vallende sterren tellen toen we ons met onze ligbedjes hadden geïnstalleerd op het dakterras, voor een nachtje slapen onder de hemeldeken. En hee, waren dat niet Orion en de Grote ‘steelpan’ Beer?

Zo nu en dan werden we getrakteerd op een verfrissende hoosbui. Zijn komst werd al ruim van tevoren aangekondigd. Bij zonsondergang zagen we regelmatig al in de verte een onheilspellende wolk aan de horizon verschijnen. Daar binnenin gingen de donder en bliksem flink tekeer. Om de tien seconden lichtte de wolk vervaarlijk helder op in de avondschemer. Bij ons was er nog niks loos, het zou nog wel enkele uren duren voordat wij onze portie kregen. Tot die tijd genoten we van het schouwspel dat zich voor onze ogen voltrok.

Dieren die ik als Hollander normaal alleen voorbij zie komen op Discovery Channel, zag ik nu in het echt. Flamingo’s in de moerassige binnenwateren. Pelikanen op de rotsachtige kust. En de ‘blauw blauw’ hagedissen met hun turquoise staart deinsden niet terug voor een slokje water uit het kommetje van je hand. Heremietkreeften en krabbetjes schuifelden voorzichtig over het strand (de eerste werden door ons gekscherend ‘heremientiet-kreeften’ genoemd – Gronings voor heremijntijd). Tijdens mijn eerste snorkelavontuur ging er een onderwaterwereld voor me open. We zagen paarsgroene papagaaivissen en barracuda’s. En natuurlijk waren er muggen. In soorten en maten. Allemaal hunkerend naar een slokje vers witte mensenbloed.

Wat met het meest is bijgebleven is de explosie van kleur op Bonaire en Curacao. Intenser dan dat ik ooit gezien heb. Bontgeschilderde huisjes. De schakeringen van blauw in de zee. Een lust voor oog en camera. Bij deze de foto’s:

-oOo-

Vanuit mijn vakantiekoffer laad ik de spullen over naar mijn werkkoffer. Nog vijf dagen met mijn huidige collega’s, terwijl het nieuwe uniform al met smart in de kast hangt te wachten. Morgen eerst naar Zürich.

069 Kijkje in de (boord)keuken…

(15.30 uur, de vakantiekoffer gepakt en lekker ruim van tevoren ingecheckt op stoel 58K )

Daar zat ik andermaal. Een dag voordat ik op vakantie ga. Met wederom een haperend vehikel. Typisch zo’n ‘oh-nee-niet-wéér’ momentje. Dat m’n auto vervelend begint te doen in vakantietijd, is haast vaste prik aan het worden. Regelmatige lezers herinneren zich misschien nog wel de boomtak door de voorruit en de lift die ik kreeg van Jan Staart…

De man van de ANWB moest lachen toen hij een blik onder de motorkap wierp. “Haha, heb je ook díe accu nog, één met knoppen?!” Eh ja… Rijp voor het museum dus. Er werd niet geaarzeld, binnen een half uurtje lag er een gloednieuwe in.

Ondertussen groeit mijn autokennis gestaag. Bij elk mankement leer ik er een nieuw onderdeel bij. Hitteschild, wiellager, v-snaar… Tijd voor een nieuwe? Zeker niet, ik heb er ondertussen zoveel aan laten doen, dat-ie weer een tijdje vooruit kan… Toch? Vannacht rijd ik er tenminste weer veilig mee naar Schiphol.

-oOo-

Niet om te werken. Maar voor privé aangelegenheden dus. ‘Je bent ook voor de lol op de wereld!’ roept mijn vader dan. En zo voelt het ook, want dit wordt mijn tweede vakantie. Iets waar normaliter ik geen gewoonte van maak. Maar zonder dat ik het wist had ik een schare aan vakantiedagen van de afgelopen jaren ‘over’. Bij uitdiensttreding moet daar natuurlijk wat mee gedaan worden. Opnemen of uitbetalen. Dat eerste is nog steeds gunstiger.

Dus stap ik morgen aan boord van een intercontinentale vlucht richting de Nederlandse Antillen, met een vriendin mee, haar familie opzoeken. Om de Hollandse kwakkelzomer te ontvluchten. Tevens krijg ik mooi de gelegenheid om alvast een kijkje te nemen in de (boord)keuken van het lange afstand vliegen. Wat wordt er geserveerd? Hoe werken ze in zo’n groot team samen? Een voorproefje van hoe mijn toekomstige werk eruit komt te zien. Straks zal ik zelf op dergelijke bestemmingen komen te vliegen. Spannend hoor.

Geen voordelig ‘Indien Plaats Beschikbaar’ ticket dit keer. Het is voor mij toch niet bepaald een ontspannen begin van m’n vakantie. Want ik weet nog maar al te goed hoe dat de vorige keer ging, naar Turkije. Iedereen gaat voor en jij staat braaf met je boeltje te wachten tot de check-in balies sluiten. En dan maar hopen dat er nog een stoel over is. Want als de vlucht vol zit blijf je gewoon zonder pardon staan. De stress die daarbij komt kijken… Nee, geef mijn portie maar aan fikkie. Ik ga gewoon lekker geboekt, dat kost misschien wat meer, maar ik heb in ieder geval een vaste zitplaats.

-oOo-

En daarna? Nog 1 werkweek met 14 vluchten bij mijn oude werkgever te gaan. Dan een paar dagen om véél te regelen en alvast het studiemateriaal voor de vierweekse introductiecursus van het nieuwe bedrijf door te nemen. Genoeg in het verschiet.

Van latere zorg. Want nu is het toch echt eerst: bon dia Bonaire!

066 Snippers uit de grabbelton

(12.35 uur, na een weekend in het Groningse en een aantal dagen van snip en snot weer terug in het land der vliegenden; vanmorgen aangevangen met vijfdaagse stand-by dienst)

Ja. De dagen bij mijn huidige bedrijf zijn toch echt geteld sinds dat ik twee weken geleden een telefoontje ontving. Daag Europese korte afstand en Hallo rest van de Wereld. Twaalf september staat met blokletters in mijn agenda. Een raar idee. Ik moet nu gaan nadenken over mijn laatste vlucht. Want wil ik daar nog enigszins invloed op uitoefenen (wat en met wie), dan moet er een dezer dagen toch wel een verzoekje van mijn kant uit gaan… Een gezellige collega die dit leest en zich aanbiedt?

Nog drie weken onbekend rooster dat gevuld wordt en daarna is het klaar. *Slik*. Gelukkig staan er zeker nog twee Liverpoelen op. En een Cardiff. Mijn favorieten. En ook in deze week kan er nog van alles gebeuren.

-oOo-

Van de toekomst even terug naar het nabije verleden. Mijn Turkse vakantie. Het lijkt al weer tijden geleden. Meteen weer terug naar het leven van alledag. In de verstreken twee weken ben ik al weer flink actief geweest in het Europese luchtruim en op bestemming, dus dan verhuizen vakantieherinneringen al gauw naar het verzamelkamertje met de mooie bewaarmomenten. Tijd om even terug te gaan. Ik open de deur en ga even weer terug …

… het was heerlijk op adem komen als een van de weinige buitenlanders tussen de lokale Turkse bevolking, zeker na de liters zweet die er verdampten als gevolg van de IPB-stress. Want zo’n voordelig ticket mag misschien fijn zijn voor je portemonnee, dat is het minder voor je cortisolspiegel. Stressen! Kan ik wel of niet mee? Vandaag nog of pas op de volgende vlucht, morgen? Ik had mazzel, er was nog plek, dus ik kon vliegen.

Het afgelegen plaatsje Mesudiye kent nog niet veel toeristen. De weersomstandigheden waren waar iedere vakantieganger van droomt. Zonnig, aangenaam en met een koele zeebries. Het eten een lust voor oog en smaakpapil. Schalen met kleurrijke Mezze hapjes vormden de ontspannen start van iedere maaltijd.

De hangmat was voor mij de ideale plaats om tot rust te komen. Al pistachenootjes krakend schommelend luisteren naar de geluiden van het land. Vogels, krekels en kippengescharrel. Verdiept in een boek, muziek of mijn eigen overpeinzingen.

Het topmoment. Dat vond ik toch wel die avond dat we in de baai omgeven met oude opgravingen overnachtten. Na een zeiltocht op de woelige baren gingen we voor anker. De maan leek zich op twee plaatsen tegelijk te bevinden. Als een fel bolletje aan de hemel en glanzend op het kalme water. Er deinden meerdere zeilboten om ons heen. Rust. Tot er plots de klanken van een waldhoorn over de stille wateren galmden. We waren een en al oor. Waar kwam het vandaan? Onze Duitse (?) buurdobberaar besloot tot een ode op zee aan dit tot volle wasdom gekomen hemellichaam. Oef. Twee nummers klonken. Daarna was er weer alleen het klotsen van de golven tegen de romp, alsof het nooit anders was geweest (…) Kippenvel. (…).

Of was het toch dat hartverwarmende moment dat het sprokkelvrouwtje ons kwam bezoeken? Mevrouw Twijg. De dag tevoren troffen we haar bij de weg met een enorm bos takken op de rug. Onze bus was groot genoeg. Dus gaven we haar een lift. Het brandhout ging achterin. Fantastisch vond ze het. We meenden te horen dat ze “Ekmek!” riep bij het afscheid. En inderdaad, daar stond ze de volgende dag. Breed grijnzend. Met onder de arm een in theedoek gewikkeld zelfgebakken brood. Het was het lekkerste Turkse brood dat ik ooit proefde.

Ik zie nog regelmatig de mooie foto’s die we maakten voorbijschuiven op de schermbeveiliging van mijn Macje. Soms geven die een betere impressie dan woorden. Bij deze een paar snippers van mijn vakantieweek. Een greep uit de ton. Gaan jullie mee?

-oOo-

Het heden. Mijn auto is weer klaar voor kilometers. Wat werk betreft wordt het een week uit de grabbelton. Vijf dagen zestig uur lang een ding ik mee naar graai uit de doos met verrassingsdiensten. Het snippertje verkoudheid is nog niet geheel uit mijn neus verdwenen, maar ik voel me goed genoeg om eventueel de lucht in te gaan. Met frisse moed en klaarbare sinussen.

Maar die laatste vlucht …

017 D.C.

(23.35 uur, na een slopende werkdag)
Inmiddels reeds een boeiende werkweek achter de rug. Mijn Verenigde Staten trip lijkt al weer tijden geleden. Nog geen week terug liep ik echter nog volop plaatjes te schieten van een zonnig D.C.; zoals de stad Washington ook wel liefkozend genoemd wordt. En omdat beloofd beloofd is, bij deze mijn impressie en foto’s.

-oOo-

In een grote Toyota rijden we met onze zojuist gemaakte vrienden via de Lincoln Tunnel New York uit. Nog geen voorgoed vaarwel. Want ik weet zeker; in deze stad kom ik nog een keer terug. Al was het alleen maar omdat het straks - als ik over een paar jaar mijn horizon ga verbreden met lange afstandsvluchten – tot mijn regelmatig aangevlogen bestemmingen gaat behoren. Dan heb ik een nachtstop New York plaats van Düsseldorf. Interessant vooruitzicht.

Een flink eindje rijden Down South, via steden met grote namen als Philadelphia en Baltimore. Omdat we onderweg stoppen voor een burger schransmoment en óók de nodige files treffen, rijden we pas vijf uur later de staat Maryland binnen. Het Amerikaanse leven straalt me van alle uithoeken tegemoet. Ons logeeradres in Bowie: een kast van een vrijstaand huis, gebouwd op een heuveltje, met meerdere auto’s en twee garages met automatisch openzoemende deuren. Bij binnenkomst eerst een grote ontvangsthal met spiegels, smetteloze sofa’s en droogboeketten “maar hier zitten we nooit hoor”. De keuken is typisch Amerikaans: riant, compleet met kolossale koelkast zonder enige inhoud. “We koken eigenlijk nooit zelf”. Oké… Dat klopt, als ik de kastjes één voor één opentrek, tref ik niets dan leegte. Er staat nagenoeg geen servies en er is geen fatsoenlijk schilmesje te vinden. We besluiten de dag erna wat fruit, granola en melk te halen bij de Safeway. Als echte Hollander kan ik nu eenmaal niet zonder ontbijt.
En de rest van het huis? Een omschrijving als: ‘het lijkt alsof ik in een episode van het MTV tv programma Cribs terecht en gekomen’ dekt de lading nog het beste. Meerdere slaapkamers, met ieder een eigen badkamer en een tientallen inch flatscreen. Wow. Ik kijk mijn vermoeide ogen uit. Want al met al was het ondertussen toch nog een lange dag geworden. Het kingsize bed slaapt dan ook voortreffelijk.
De dag erna pakken we de Metro naar Smithsonian. Dad geeft ons het eerste stukje een lift in zijn huge pick-up truck. Want natuurlijk hebben we al ruimschoots kennisgemaakt met de hele familie. Dat Washington meer een federale stad is dan New York, wordt meteen al duidelijk. Het ene gebouw is nog imposanter dan het andere. Het Capitool en het Witte Huis om maar even wat te noemen. En voor elke historische gebeurtenis een gedenkmonument. Ze staan er allemaal. Indrukwekkend om ze nu eindelijk eens ‘in het echt’ te zien. Natuurlijk vereren we ook het Air and Space museum met een bezoekje. De geschiedenis van de luchtvaart gevat binnen de muren van één gebouw. De eerste van the Wright Brothers. The Red Baron. The Spirit of Saint Louis. Ze staan er allemaal, al dan niet in replica versie. Hier kan deze liefhebber wel een dag zoet zijn. Ik scoor een shirt als souvenir voor paps. Na nog een paar dagen sightsee-en en malls bezoeken ben ik weer…
… terug op vertrouwd terrein. Dulles International Airport. Voor het eerst, dat wel. Maar toch ademen luchthavens voor mij de sfeer uit van terug naar thuis. Ik neem de volle lift naar de check-in area. Op het laatste moment stapt er een vrouw in. Die bij het sluiten van de deuren een verhaal afsteekt over Jesus and The Lord die haar naar de weg van verlichting hebben geleid. De andere liftgangers lijken aanvankelijk ongeïnteresseerd in haar gepredik. Ze kijken wat onbestemd om zich heen. Maar als de dame met een luid ‘God Bless Y’all’ uitstapt, reageren de voor elkaar wildvreemden in de lift allen onmiddellijk met een ’God Bless You Too’ in koor. Treffend.
Ik krijg een blanco instapkaart. Het zal er nog even om spannen. Er zijn namelijk al passagiers omgeboekt naar Air France. Toch zijn er op het laatste moment nog ‘no-shows’ (passagiers die niet komen opdagen) en krijg ik een plaatsje op de vlucht van Royal Dutch. Economy dit keer, maar hé, ik ben al lang blij dat ik überhaupt mee kom. Na een gare kanarie nacht van te veel slapeloze filmkijk uurtjes, met een Walkmannende Bollywoodmuziek Meezingbuurman, weer terug op Hollandse bodem. Voorlopig het einde van mijn geslaagde Amerikaanse ‘op-de-valreep’ avontuur.  But I’ll be back. Da’s zeker.

016 The Big Apple

(17.46 uur, back home in the Netherlands)

Sinds mijn vertrek vanaf Schiphol zijn op mijn horloge slechts twee uren voorbij, maar eigenlijk is er al een dag verstreken. Ik bevind me 5877 kilometer en zes uren eerder van huis. Een jetlag? Niet echt geloof ik. Dagen doortrekken en nachten overslaan hoort zo langzamerhand bij mijn leven.

Bij het verlaten van de Ondergrondse sta ik meteen midden in het bruisende New Yorkse leven. Yellow Cab taxi’s rijden af en aan, wolkenkrabbers torenen tientallen meters hoog boven me uit. Een brandweerwagen van de FDNY scheurt met gillende sirenes over de kruising. Gedenkteksten aan de zijkant van de wagen zorgen ervoor dat de op 9/11 gesneuvelde broeders nooit zullen worden vergeten. Op overheidgebouwen wappert The Stars and Stripes fier in de wind. Voor schoenen lijkt te gelden: hoe witter, plomper en opzichtiger, des te beter. En terwijl je in Nederland eigenlijk een sukkel bent met een ‘Er gaat niets boven Groningen’ T-shirt, zijn de ‘I ♥ NY’ Tees hier een ware hype. Nog voordat ik goed en wel kan acclimatiseren word ik door de stad op sleeptouw genomen door vrienden van vrienden van het neefje van een vriend. (!?) Want zo gaat dat hier. Ken je iemand, dan hoor je erbij. De hele familie- en vriendenclub incluis. The City that never sleeps. En dat zou ik weten ook. Voordat ik eindelijk mijn bed kan opzoeken, heb ik er een dag van ruim dertig uur op zitten.

Het is diep in de buidel tasten voor een bezoekje aan het tachtig etages tellende Empire State Building. Momenteel het hoogste gebouw van New York. Als het een echte Amerikaan betaamt is het natuurlijk opstellen in rijen van tien voor de lift. Fanatiekelingen worden echter beloond. Als je vanaf de 74e etage de trap neemt, mag je geoorloofd ‘queue jumpen’ (voorkruipen) in de rij voor het panoramaterras. Ik waag mij samen met een paar enthousiaste dikkerds aan twaalf trappen tellende trip. Halverwege haal ik de voorheen zo dappere gezette traplopers in. Ze klampen zich wanhopig puffend en kreunend vast aan de trapleuning. Toch iets te veel van het goede voor de supersize cultuur? Van bovenaf heb ik een adembenemend uitzicht over de enorme stad, waarbij de straten zich als een blokkendoos patroon voor me uitstrekken. Ik raak niet uitgefotografeerd en voel me nietig tussen al dat groots.

‘s Avonds gaan we uit clubbin’ in een hippe tent waarbij de mix van de DJ wordt aangevuld door een live improviserende saxofonist. Laserlampen vanaf het plafond brengen de mensen in extase. Hipper dan hip. Er tinkelt Wodka Cranberryjuice met ijs in mijn glas. Iedereen is in voor een praatje en wil weten waar we vandaan komen. “Aaamster-daaamm? Woowww girl! Holl-laaand is soooo naaaais!” Tot in de late uurtjes wordt er gedanst. Aan het einde van de avond rollen we een van de gele taxi’s in. Fietsen is een absolute no-go in het drukke verkeer.

Ontbijten in een Diner met Banana Pancakes with Syrup, weggespoeld met een sloot koffie. Zelfs met de size small heb ik al genoeg cafeïne voor een hele dag. Broadway, Fifth Avenue, Central Park en de Brooklyn Bridge. Bekende namen van films en van tv. Nu kan ik er eindelijk zelf mijn beeld bij vormen. De Subway brengt ons overal in een mum van tijd. Van Ground Zero is helaas weinig te zien. De plaats waar voorheen zich het World Trade Center bevond is omheind door metershoge hekken. Er wordt gebouwd aan een nieuw complex dat opgeleverd verwacht te worden in 2013.

Je kunt het zo gek niet bedenken of in New York bestaat het. The NBA Store (voor fanartikelen uit de Basketball League), The M&M’s store (waar je zelf alle soorten em-en-emmetjes kunt uitzoeken, inclusief roze, paarse en zwarte!). The Hershey’s Chocolate Factory (chocolade gevuld met pindakaas!). En een enorme ondergrondse Apple Store (in een glazen architectonisch hoogstandje). Als je niet op let, jas je binnen de kortste keren er een heel maandsalaris doorheen.

We komen tot rust op een van de bankjes in de authentieke wijk Brooklyn Heights (volgens de kenners zoals NY oorspronkelijk bedoeld was). Met – once again – een prachtig uitzicht op Manhattan vanaf de andere kant van de East River. Times Square maakt indruk met zijn immer verlichte immense tvschermen en metershoge reclameborden. Dit is een stad zoals een wereldstad bedoeld is. Een metropool ten top. Ik zucht terwijl ik tevreden een hap neem van mijn mierzoete cupcake.

-oOo-

Na het weekend NY begeven we ons richting Washington DC. Binnenkort hiervan uitgebreid verslag!

015 Houten-kont bankjes

(23.15 uur Lokale Tijd, vanuit de hotellobby, Lexington Avenue , New York)
Drie vluchten naar New York. Drie kansen om een plaatsje te veroveren. Ik begin met de eerste vlucht die gaat, eentje van Delta. Natuurlijk sta ik als onervaren passagiervlieger in de verkeerde rij. Na wat vijven en zessen heb ik een instapkaart zonder stoelnummer en meld ik me bij de gate. Ik zie honderden passagiers oplijnen in een lange rij. Zij gaan me allemaal voor. Koffer zelf gepakt? Nooit onbeheerd achtergelaten? Wie gaat u bezoeken? Tot vijftien minuten voor vertrek is het spannend en heb ik nog steeds geen uitsluitsel gekregen. De dame bij de gate kijkt moeilijk en vertelt me dat de vlucht overboekt is. Lichtelijk gespannen plant ik mezelf voor de zoveelste keer op de houten-kont wachtbankjes.
Dan wordt mijn naam omgeroepen. Een stoel op stand: er is nog een open plek in de Business Class.
Ik laat me in de watten leggen door het vriendelijke personeel en kijk op het On Board Entertainment System naar een Amerikaanse Kaskraker film. Als ik zie dat het nog wel even duurt voordat we landen zet ik nog een Documentaire over kinderen met Bipolaire Stoornissen aan (hé, ik moet mijn afkomst niet verloochenen toch?). Hot toweltje (ik zie de man naast me er zijn gezicht en oren er uitgebreid mee poetsen!), fijne salade, pasta met ricotta en een ijsje met warme Chocolate Fudge na. Ik zal weten ook dat ik me onder de Top Klasse reizende Elite mag scharen. Het gaat snel. Landen op John F. Kennedy Airport en wederom door de mallemolen van controles en vragen beantwoorden. Hoe lang blijft u? Drie weken hm-hm. In Maryland schrijft u… Da’s wel een beetje ver weg van New York hè, vind u niet? Ah u gaat een kennis bezoeken. Waar kent u die van? Via een collega hm. Hoe lang zei u ook al weer dat u bleef? Hm drie weken. Oké. U kent die vriend dus via een collega. Hm-hm oké…
Je zou er je haast een crimineel door gaan voelen… Ik vind snel mijn tas op de bagageband en zet mijn eerste stap op New Yorkse bodem. Met behulp van de Airtrain en Subway bevind ik me in een mum van tijd in Manhattan. Let the adventure begin!
Binnenkort een uitgebreid verslag van mijn Big Apple trip!