Vliegjargon

Veelgebruikte termen worden hier uitgelegd.

A

Aan de blokken

Afgeleid van het Engelse: on blocks. Als het vliegtuig tot stilstand is gekomen op de parkeerpositie, worden er blokken tegen de wielen aan gelegd. Vaak gebruikt als referentiepunt in tijd, on blocks time.

Afhandeling

Grondpersoneel op een vliegveld dat ervoor zorgdraagt dat de vliegtuigen de juiste bevoorrading, passagiers, bagage en papieren krijgt.

Afhandelaar

Zie afhandeling.

Airborne

Een vliegtuig is airborne zodra het in de lucht hangt en de wielen losgekomen zijn van de grond.

Amenderen

Een moeilijk woord voor het ‘up-to-date maken’ van onze mappen met de laatste vliegveiligheids informatie. ‘Nieuwe’ pagina’s tekst moeten de verouderde vervangen. Bij dit stapeltje nieuwe velletjes krijgen we een hele lijst, met welke bladzijden eruit moeten en welke er nieuw in gaan.

AMS

De afkorting voor Amsterdam Airport, Schiphol.

APU

[ee -pie-joe] Auxiliar Power Unit, elektriciteitsgenerator in de staart van het vliegtuig.

B

Birdstrike

Als tijdens de vlucht een vogel geraakt wordt.

BMC

Afkorting voor: Bemanningscentrum, de centrale plek op Schiphol waar al het luchtvaartpersoneel doorheen moet voordat ze aan een vlucht kunnen beginnen.

Boarden

Het instappen / aan boord gaan van de passagiers.

Boardingpass

Instapkaart.

Body Scan

Een apparaat dat sinds 2006 in gebruik is en waarin je letterlijk helemaal doorgelicht wordt. Een soort glazen koker die de securitycontrole uitvoert. Als de beveiligingsbeambte op een knop drukt draait de koker met een zoemend zoefgeluid om je heen. Nadat de scan goed bekeken is (door een ander persoon in een aparte ruimte) krijgt de securityman via zijn oortje te horen of er zich metalen voorwerpen op je lichaam bevinden.

Briefen

Inlichten, uitleggen, van informatie voorzien.

Briefing

Voorafgaande aan een vlucht collega’s voorzien van alle belangrijke vluchtgegevens, bijzonderheden omtrent passagiers en het uitvoeren van een korte Flightsafety Check.

Buitenstation

Elke andere bestemming dan Amsterdam Schiphol.

C

CA 1

Cabin attendant nummer 1, de hoogste in rang aan boord, ook wel Purser of Senior Cabin Attendant genoemd.

CA 2, 3, 4, 5…

De andere Cabin Attendants aan boord. Het nummer geeft de positie aan boord aan, waarop de CA is ingedeeld.

Cabine

Gedeelte van het vliegtuig waarin de passagiers zich bevinden.

Cleaning

Hiermee wordt het team van schoonmakers bedoeld die een vliegtuig opruimen en schoonmaken voor een vlucht.

Container

Hierin worden spullen bewaard die tijdens de vlucht gebruikt zouden kunnen worden.

Crewseat

Speciale stoel in de galley gereserveerd voor een lid van de cabinebemanning.

Cruise

Het gedeelte van een vlucht dat het vliegtuig zich op kruishoogte bevindt. De tijd tussen het moment dat de klim stopt en de daling wordt ingezet.

D

Deadheading

Niet werkende crew in uniform als passagier in de cabine. Voorafgaand of na afloop van hun dienst reizen zij van hun basisstation naar Schiphol of weer terug naar hun woon- of verblijfplaats.

Debriefing

Bespreking of evaluatie door de Gazagvoerder of de Purser met de overige crewleden na afloop van een vlucht.

E

Epaulet

Stukje stof op de schouders waar de schuifpassant als onderscheidingsteken op het uniform bevestigd dient te worden met een knoopje. Aan de ‘strepen’ van een piloot kun je zien wat zijn rang en functie is: drie voor een copiloot (first officer) en vier voor een gezagvoerder (captain).

Extension belt

Verlengstukjes voor een stoelriem met een speciale lus eraan. Kunnen worden gebruikt om baby’s op moeders schoot vast te zetten (verplicht bij kinderen jonger dan 2 jaar) of om corpulente passagiers meer ruimte te geven.

F

Flight level

Vlieghoogte uitgedrukt in voet (bijvoorbeeld, FL 320 staat gelijk aan 32000 voet).

Flight safety

Vliegveiligheid, alle procedures die als doel hebben een vlucht veilig te laten verlopen.

G

Galley

Boordkeuken, ook wel pantry genoemd.

Gate

Ook wel: aviobridge, verrijdbare slurf die op het vliegtuig wordt aangesloten zodat de passagiers na het uitstappen direct in het luchthavengebouw aankomen.

GMT

Greenwich Mean Time, standaardtijd (ook wel: UTC, zulu)

Go-around

Ook wel uitgesproken als ‘goround’. Het afbreken van de landingsprocedure (terwijl de daling en / of laatste nadering al zijn ingezet opnieuw klimmen). Dit kan zijn vanwege weersomstandigheden, landingsbaan aangelegenheden of vliegtuig gerelateerde zaken.

GPU

[djie-pie-joe], Ground Power Unit, externe elektriciteitgenerator.

H

Hangar

Vliegtuigloods

Heavy crew

Een crewsamenstelling met extra bemanningsleden zijn ingezet (meer dan de standaard ingedeelde crew op een vlucht), vaak met het oog op service of werk- en rusttijden.

Homebound vlucht

Ook wel inbound vlucht genoemd. Voor een passagier de terugvlucht (terug IN Nederland).

Hotjug

Speciale ‘tank’ gevuld met heet water, dient meestal als vervanging voor een kapotte coffee- of teamaker.

I

IATA-code

Drieletterige luchthaven identificatiecode. (Bijvoorbeeld: BLQ = Bologna)

ICA

Afkorting voor Intercontinentaal; bestemmingen op andere continenten, bijvoorbeeld in Afrika, Azië of Amerika.

ID

Ook wel crew identiteitspas, het pasje van de luchtvaartmaatschappij ter grootte van een pinpas, waar op staat dat je vliegend personeel bent. Hierop staan je naam, functie, personeelsnummer en  pasfoto. Verplicht identificatiemiddel. Vliegen zonder ID is niet mogelijk.

Inbound vlucht

Homebound vlucht, voor een passagier de terugvlucht (terug IN Nederland).

INI

Initial (de opleiding, cursus) die meestal 4 tot 6 weken duurt waarin alle basisbegrippen omtrent de vliegveiligheid, toestelspecificatie, eerstehulpverlening, de service aan boord en luchtvaart in het algemeen aan bod komen. Bevat zowel theorie als praktijk aspecten.

Interphone

Communicatiemiddel aan boord van het vliegtuig; handsets (telefoons) waarmee stewardessen naar elkaar of naar de cockpit kunnen bellen.

Invliegvlucht

Ook wel: trainingsvlucht. Een oefen praktijkvlucht uitgevoerd onder supervisie waarbij de stewardess opgeleid en beoordeeld wordt.

K

Kistwissel

Het wisselen van vliegtuig, van vliegtuig veranderen. Kan plaatsvinden als er meerdere vluchten op een dag worden gedaan. Jargon van crew.

Klaren

Het kunnen nivelleren of gelijkmaken van de luchtdruk binnen in het oor met de luchtdruk in de omgeving. Een must tijdens het vliegen. Veelal gebeurt dit automatisch. Dit kun je bewerkstelligen doen door te slikken, te geeuwen, door je kaken op en neer te bewegen of door te kauwen. Als laatste redmiddel kun je ook hard op je neus persen, je neus ‘snuiten’ terwijl je je neus dichtgeknepen houdt. Je voelt dan dat je oor als het ware ‘open plopt’.

Koffersticker

Een zelfklevend papiertje dat op crewbagage bevestigd dient te worden. Hierop worden naam, vluchtnummer, datum en IATA-code opgeschreven zodat ie op de juiste bestemming terechtkomt.

Kruishoogte

De hoogte (uitgedrukt in voet) waarop het toestel het grootste gedeelte van zijn vlucht uitvoert.

L

Landingsgewicht

Het totale gewicht aan boord van het vliegtuig waarmee geland wordt. Dit moet onder een bepaald maximaal landingsgewicht vallen. Het kan vastgesteld met de volgende berekening: (startgewicht – kerosineverbruik < maximale landingsgewicht).

Leg

Ook wel stretch of  sector genoemd. Een stuk vliegen van A naar B, het stuk tussen een take-off en een landing.

Life Vest

Opblaasbaar zwemvest.

Locken

Het vastzetten van trolley’s, kasten en deuren met speciale handels en vergrendelschuifjes zodat ze stevig vast staan. Erg belangrijk tijdens start, landing en periodes van turbulentie.

LT

Afkorting voor Lokale Tijd.

M

Maintenance

Technisch personeel dat het vliegtuigonderhoud verzorgt.

N

Nachtstop

Een overnachting in een hotel op bestemming, ook wel een ‘stopje’ genoemd.

Notice of Violation

Een officieel document uit naam van de gezagvoerder, overhandigd aan een passagier als die zich zo misdraagt aan boord dat de veilige uitvoering van de vlucht in het geding komt. Als het gedrag na deze officiële waarschuwing niet wordt gestaakt kan aangifte of arrestatie volgen.

O

Outbound vlucht

Voor een passagier vanaf Nederland de heenvlucht (een vlucht UIT Nederland).

Omdraai

De tijd tussen twee vluchten in, om het vliegtuig weer gereed te maken voor de daarop volgende vlucht. Dit omvat het uitstappen van de passagiers, het schoonmaken, het cateren, het controleren van de cabine en het weer laten instappen van de nieuwe passagiers. Hier wordt meestal 40 minuten tot een uur voor gerekend, afhankelijk van het type toestel. In het Engels; turnaround.

Overwing

De luiken boven de vleugel die alleen worden gebruikt in het geval van een evacuatie, de nooduitgangen van een vliegtuig.

Overwingbriefing

De uitleg die passagiers voorafgaande aan een vlucht krijgen over het hoe en wanneer te openen van de nooduitgang (overwing).

P

P30

Een van Schiphol’s personeelsparkeerplaatsen naast de Kaagbaan, op Schiphol Zuid.

P40

Een van Schiphol’s personeelsparkeerplaatsen, naast de Buitenveldertbaan, op Schiphol Noord.

PA(S)

Publiek Aankondigings (Systeem), oproepmedium aan boord. Via een microfoon kunnen speeches, aankondigingen en commando’s worden gegeven (een PA’tje). Gebruikt om de passagiers of de cabinebemanning te informeren. Kan zowel door stewardessen als piloten aangewend worden.

Pantry

Boordkeuken, ook wel galley genoemd.

Pax

In vliegjargon afkorting voor ‘passagier(s)’.

Pick-up

De tijd waarop een crew klaar dient te staan omdat de taxi ze weer komt ‘oppikken’ uit het hotel (na een nachtstop in het buitenland) om ze naar het vliegveld te brengen.

PIL

Passagiers Informatie Lijst: papier dat vlak voor vertrek aan de purser wordt overhandigd met daarop alle belangrijke passagiersinformatie (een namenlijst, de totale aantallen, de frequent flyer leden, eventuele bijzondere verzoeken en wensen, doorverbindingen op de luchthaven van aankomst, etc.)

Platform

Parkeerplaats voor vliegtuigen.

Positioning

Met een willekeurig vervoersmiddel (taxi, bus, vliegtuig) vervoerd worden naar een bestemming (buitenstation) om vanaf daar een vlucht uit te gaan voeren.

Purser

Leidinggevende over een cabinebemanning, meest seniore cabinelid aan boord, ook wel CA 1.

R

Rapid decompression

Een gat in het vliegtuig waardoor binnenin de cabine de luchtdruk plotseling wegvalt.

Runway

Het Engelse woord voor start- en landingsbaan.

S

Seating report

Telbriefje van de purser voor het vaststellen van het aantal passagiers aan boord. De cabine  is daarbij  in verschillende compartimenten opgedeeld, dit is van belang voor de ‘weight-and-balance’ berekening die de piloten verrichten. Die komt weer te staan op het ‘loadsheet’; de weergave van gewichtsverdeling aan boord.

Sector

Ook wel een leg of stretch genoemd. Een stuk vliegen van A naar B, het stuk tussen een take-off en een landing.

Security

Controle waar passagiers en bemanning doorheen moeten alvorens ze zich ‘achter de douane’ kunnen begeven.

Slide

Een opblaasbare glijbaan voor evacuatie van de passagiers en bemanning.

Slot

Een stukje tijd waarop de landingsbaan ‘van jou’ is en waarin je als piloot  je vliegtuig kunt laten vertrekken of landen op een bepaald vliegveld. Toegewezen door de verkeersleiding in tijden van drukte of beperkte capaciteit. Het is te vergelijken met een afspraak bij de tandarts, ben je te laat, dan moet je weer een nieuwe afspraak maken. Soms valt er iemand uit en dan kun je nog snel even tussendoor. Het systeem van slottijden werkt ongeveer net zo.

SPL

Afkorting voor Amsterdam Airport Schiphol.

Stand-by dienst

Tijdsperiode waarin je (thuis) klaar moet staan en binnen een uur op Schiphol moet kunnen zijn om in te vallen op een vlucht.

Stand-by ticket

Vliegticket tegen een gereduceerde prijs, waarmee in feite een ‘overgebleven stoel’ aan boord van een vlucht wordt gekocht. Daadwerkelijk reizen vindt dus alleen plaats als er het laatste moment (als alle andere passagiers al aan boord zitten) nog een plaats vrij is. Is dat niet het geval, dan kan het op de volgende vlucht weer geprobeerd worden.

Stess

Afkorting voor ‘stewardess’

Stop(je)

Een overnachting in een hotel op bestemming, ook wel: ‘nachtstop’.

Stretch

Ook wel een sector of een leg genoemd. Een stuk vliegen van A naar B, het stuk tussen een takeofff en een landing.

T

Takeoff

Het opstijgen van het vliegtuig van de startbaan.

Takeoff roll

Het vaart maken van het vliegtuig over de startbaan, met de motoren op volle kracht, om in takeoff te gaan.

Trainee

Dit staat er op de naamspeld van een nieuwe collega die wordt ingewerkt en nog niet al zijn of haar trainingsvluchten heeft gehad.

Trolley

Het rolkarretje van een stewardess. Maar ook; de verrijdbare karren aan boord van een vliegtuig waarin het cateringmateriaal wordt opgeborgen.

U

UTC

Universal Time Coordinated, standaardtijd (ook wel: GMT, zulu).

W

Walkaround

Inspectiecheck om het vliegtuig heen, uitgevoerd door een van de vliegers om te kijken of alles aan het toestel in orde is.

Waste

Prullenbak, plek om afval in op te bergen aan boord van het vliegtuig. Zo zijn er o.a. wastecontainers en wastetrolley’s.

Wing

Bewijs van vliegwaardigheid voor vliegtuigbemanning in de vorm van een speld op de blouse / colbert.

Z

Zulu

Standaardtijd (ook wel: GMT, UTC).