081 Schotse beleving

(21.30 uur, met vers geperst sap binnen handbereik slijt ik mijn vrije dagen al luierend thuis, in de hoop dat mijn mijn verstopte hoofd snel weer opklaart)

Wat ik in Edinburgh al voelde opkomen is niet lang daarna in alle hevigheid tot wasdom gekomen. Het rondgaande griepverkoudheidje. Met behulp van een stoot paracetamol wist ik er nog net een retourtje Londen uit te persen, maar toen was de koek echt op.

Gelukkig heb ik vandaag en morgen nog, om weer op krachten te komen, want zondag staat er Panama voor me in de planning. Hopelijk ben ik dan weer voldoende aangesterkt, want het is een eind vliegen en staat bekend als een van de zwaarste diensten.

-oOo-

Terug naar Edinburgh. Ik was de afgelopen weken bij collega’s al hier en daar mijn licht op gaan steken over deze Schotse hoofdstad. Wat is leuk om te doen? Hoe kom je het handigst in het centrum? Ik hoorde alleen maar lovende woorden. Mijn verwachtingen waren dan ook hooggespannen. Gedurfd, want zouden ze worden waargemaakt?

Eenmaal ter plaatse pakte ik gauw mijn boeltje bij elkaar om naar de stad te gaan. Winddicht jack, handschoenen en camera. Ik kocht voor een paar pond een kaartje in dubbeldekkerbus nummer 100. Om vervolgens jubelend te ontdekken dat bovenin de eerste rij nog vrij was. De beste plaatsen. Je bevindt je direct boven de chauffeur en hebt een magnifieke uitkijk over de omgeving hoog van boven. Waarom hebben we deze bussen niet ook in Nederland?

De dubbeldekker bleek een teletijdmachine die me terug naar de Middeleeuwen bracht. Want bij de eerste aanblik van het oude stadscentrum en Castle Hill kon ik een ‘woh!’ uitroep niet onderdrukken. Dit is het. Een skyline waar je u tegen zegt. Ik voel meeslepende rillingen over mijn rug lopen. En wilde alleen nog maar meer – meer – méér van deze stad ontdekken.

Waar te beginnen? Ik sla lukraak wat steegjes in en klim de eerste de beste trap op naar boven. De klagende klanken van de doedelzakspeler beneden in het Princes Garden Park dragen ver. Zelfs bovenop de rots vang ik flarden op. Kastelen spreken bij mij altijd tot de verbeelding. Ik kom er graag om even weg te dromen … Plots schrik ik op door een luide knal. Het blijkt het kanonschot dat dagelijks stipt om één uur afgevuurd wordt.

Het weer maakte de Schotse beleving compleet. Droog (gelukkig); maar grijs, nevelig en kil. Precies passend bij het plaatje. De zon deed zijn best om door het wolkendek heen te kruipen, maar slaagde hier slechts ten dele in; wat weer prachtige kiekjes opleverde.

Ik stop bij The Deacon’s House voor een Afternoon Tea om mijn verkleumdheid te verdrijven. Geen wonder dat thee hier de nationale drank is. Ik word weer heerlijk warm van binnen. Een scone met jam ernaast maakt de bekende Cream Tea. Een rustmoment voor lijf en geest. Lekker.

Te kort, te mooi, te veelzijdig en te leuk. Hier wil ik zeker nog een keer terugkomen. Niet voor een middag, maar dan zeker toch wel voor een week. Ik heb nog lang niet genoeg van de Schotse beleving.

-oOo-

Panama City. Ik weet er weinig van. Ja, ik heb wel eens gehoord van het Panamakanaal. En ik houd van hoofddeksels, dus ik neem me voor om zo’n Panamahoed aan te schaffen. Ha, dat dacht je toch niet. Want bij nader online onderzoek blijkt deze – ondanks dat de naam anders doet vermoeden – uit Ecuador te komen. Oké. Dan ga ik me laten verrassen door dit onbekende land. Dat is, als ik er nog puf voor heb na een vlucht van ruim tien uur …

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

080 Turbolentie

(17.00 uur, de was draait weer in de machine, de koelkast is bijgevuld, klaar voor een paar dagen weekend in Haarlem)

Een blog produceren gaat het beste, zo vers van ‘op reis geweest’. In de auto terug naar huis doemen er al allerlei mooie volzinnen aan me op. Want eenmaal in Haarlem zit ik gauw weer in de thuis-modus, je kent het misschien wel van vakantie. Je bent zo weer in de routine van alledag met alle beslommeringen die daar bij horen. Dus daarom bij deze, nog dezelfde dag, een verslag.

-oOo-

Voor het eerst uit(ge)stap(t) te Edinburgh. Maar door de korte tijd ter plaatse helaas weinig gelegenheid om wat van de omgeving te zien. Onder collega’s wordt een dergelijke overnachting ook wel ontbijtepleite genoemd. Ik wist daar nog een supermarktbezoekje naar de lokale Morrisons om de hoek aan toe te voegen; maar meer dan dat, werd het niet. Om 10.50 uur stond echt de taxi weer paraat om ons naar de luchthaven te brengen. De mooie afbeeldingen op de ansichtkaart die ik kocht (voor op mijn reismuur), konden me alleen maar doen dromen van al het moois dat aldaar nog te ontdekken valt. Gelukkig mag ik volgende week op herkansing, wederom Edinburgh, maar dan een paar uur langer te spenderen.

Deze week ook voor het eerst een uitstap Stavanger. Ik weet niet of hier al een woord voor bestaat, maar anders wil ik naast onbijtepleite wel de schrokken-nokken introduceren. Het was al half zes toen we aankwamen; dus na een vluchtig diner in de haven was het -hop- in bed en voor dag en dauw er al weer vandoor. Ik heb Stavanger alleen maar in het donker gezien. Wel wist ik nog een paar mooie kiekjes te schieten van de stad, die op deze avond met mysterieuze nevel omhuld was.

Volgende op de lijst: Madrid. Ruimer in de tijd, dus kon het centrum op een bezoekje van mij en m’n nieuwe cameravriend rekenen. Het licht was voortreffelijk, de zon verspreidde gulden herfstige stralen met op de achtergrond een grijze op komst zijnde regenlucht. Wederom superkieken. Toch wist deze grote Europese metropool me nog niet écht te raken. Waar het precies aan ligt kan ik niet zo 1-2-3 zeggen. Door de grote ruim opgezette gebouwen miste ik misschien … wat warmte en knusheid. Toch prik ik thuis ook weer van deze bestemming een ansicht op.

-oOo-

Vanmorgen vroeg. Al rond klokslag zes verlieten we de Madrileense bodem. Met een nagenoeg volle boeking vlogen we naar het Amsterdamse. Niet zonder slag of stoot trouwens. Het woord dat zich het beste leent voor het beschrijven van de situatie was met recht TURBOlentie te noemen. Ik wist me net op tijd vast te grijpen aan een van de bagagebakken. Het leek alsof we plots een oneffen hobbelpad betraden. Uit het niets. Slapende passagiers werden bruusk uit hun dommeltjes geklotst. Zojuist geschonken koffie en thee swingden hun bekertjes uit. De gezagvoerder hield zijn speech: een sterk veranderende wind op deze hoogte was de boosdoener. Maar het was nog niet voorbij. Hele glazen sap stuiterden nu door het gangpad en gaven met hun inhoud de passagiers een onvrijwillige plakdouche. “Cabin Crew Take Your Seats” klonk het uit de luidsprekers. Inderdaad, nu doorgaan met de service was in niemands belang. Zitten en vasthouden. Een angstige passagier drukte herhaaldelijk op het belletje om onze aandacht. Mijn collega wierp haar een bemoedigende blik toe. Helaas, nu even niet.

Enkele minuten later, toen we in rustiger luchtstromen terecht kwamen, konden we de schade inventariseren. Met een stapel vochtige doekjes en servetjes terug het gangpad in. Geruststelling hier. Depje daar. Een dame met een bevlekt pak vraagt waar ze stomerijkosten kan declareren. Na twee uur vliegen landen we lekker bijtijds op Schiphol.

-oOo-

Volgende week hetzelfde, maar dan omgekeerd. Maandag schrokken-nokken in Madrid en daarna een ruime middag in Edinburgh. Maar nu eerst het weekend vrij.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

079 Beproeving

(13.50 uur, uit het Noorden des Lands, terug van weggeweest en tijd voor familie en vrienden)

Met ruim vierhonderd passagiers en een vijftienkoppige bemanning kozen we het luchtruim naar de Hollandse Cariben. Het was enigszins raar weer terug te zijn. Nog geen twee maanden geleden liep ik hier rond op slippers in vakantiehoedanigheid. Dit keer in pak en op pumps ‘voor de baas’ en zonder mijn fijne reisgezel van destijds.

In een club van vijftien collega’s zitten er altijd wel een paar bij met wie het meteen klikt. Eenmaal op bestemming heeft iedereen zo z’n eigen behoeften en wensen. De een wil sporten, de ander uitslapen en niksen. Weer een ander zoekt vrienden of familie op of bakt graag bruin aan het strand. En die moet nog een boodschap doen bij die-en-die winkel. En zo waaiert de hele bemanning over het eiland uit. Ieder kiest ieder zijn eigen weg. Mijn voorkeur ging uit naar ‘erop uit trekken en mijn camera testen’. Twee dames die ook wel wat wilden ondernemen, sloten zich bij me aan.

Aldus geschiedde en gingen we met z’n drieën op pad. Voor een habbekrats huurden we een auto om een over het eiland rond te toeren.

In mijn tas de Powersnot G12 camera. De nieuwe aanwinst die mijn kleine broekzak klikkertje moet vervangen. De fotografeergretigheid is bij mij met de jaren gestaag gegroeid en daarmee het compactcameraatje wat ontstegen.

Deze trip werd de eerste beproeving. Zou het ons (lees: mijn camera en ik) lukken het scala aan Curaçaose bedrijvigheid te vangen? De leguaan die door de dorre bladeren knispert. De rimpeling op zee. De drukke gele kwettervogeltjes. Het avondschijnsel van de Handelskade in Willemstad. Powersnot ging de uitdaging aan.

Hieronder een selectie van plaatjes. Wat mij betreft heeft-ie de test met vlag en wimpel doorstaan.

Wat vinden jullie van het nieuwe slideshow kadertje op mijn site? Handig? Of hebben jullie liever de gallerij waarbij je de foto’s één voor één moet aanklikken om ze te bekijken? U vraagt, LENOS serveert.

Lees ook het verhaal dat ik eerder over mijn vakantie op Bonaire en Curaçao schreef: http://lifeoflenos.nl/2011/08/30/070-heremientiet/

-oOo-

De komende weken zit ik dichter bij huis. Ik ga naar een stad die al een tijdje op mijn vliegverlanglijst staat: de Schotse hoofdstad Edinburgh.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

078 Duizelingwekkend Delhi

(18.25 uur; zelfs nu nog, raak ik maar niet uitgeschreven over de vele indrukken die ik in zo’n korte tijd opdeed tijdens mijn eerste trip naar het Verre Oosten; lees, huiver en geniet)

Acht uur vliegen bracht ons in de hoofdstad van India; New Delhi. Toen we aankwamen was het al donker. Onze tijd plus drie-en-een-half leverde midden in de nacht.

Een bijzonder moment in een nieuw land vind ik altijd de eerste aanraking met het lokale leven na het verlaten van de aankomsthal. De eerste stappen buiten, het land in. Een andere wereld tegemoet. Ondanks de vermoeidheid na een lange dag werken, zijn mijn zintuigen dan allemaal volop actief.

Hoe is de atmosfeer? Zwoel. Broeierig, maar zacht. Anders. Wat ruik ik? De geur van avond vermengd met iets wat lijkt op kruitdampen. Wat zie ik? Hoe kleden de mensen zich? Hoe praten ze? Wat doen ze? Ik zuig het als een spons in me op. Een jongen stapt op ons af om een handje euro muntgeld om te ruilen voor een briefje. Er lijkt een soort mistige waas in de lucht te hangen. Een van mijn collega’s die er al eerder geweest is, weet me te vertellen dat we nog een paar dagen verwijderd zijn van Divali, het feest van het licht. Hier gaan dagen aan voorbereiding aan vooraf. Men steekt vuurwerk af. Maar het is hier ook de deken van luchtvervuilende smog, die immer de stad bedekt.

Een pruttelende bus, die niet harder lijkt te kunnen dan zo’n veertig kilometer per uur (we worden links en rechts ingehaald door vrachtwagens en brommers), brengt ons naar het hotel. De koffers worden uitgeladen en de kamers verdeeld. Ik slaap vast en diep.

De dag erna, bij het openschuiven van de gordijnen, zie ik eigenlijk pas waar ik echt ben beland. In de verte doemt het stadssilhouet op. Ik ben vroeg opgestaan omdat ik wat wil zien.

De dag begint met de rit in de tuktuk: een geelgroene overkapte brommer op drie wielen. Naast de chauffeur is er nog ruimte voor twee passagiers. Rakelings wordt er van beide kanten ingehaald. Voorrang wordt opgeëist. Ondertussen wordt er maximaal gebumperkleefd en ongeduldig geclaxonneerd. Want zonder een flinke portie lef én een toeter op je vehikel kom je nergens. Een weg met twee rijstroken verandert al naar gelang in een drie-, soms wel vierbaansweg. Proppen met die handel, dat past nog best. Ik ben met stomheid geslagen en blij dat ik zelf niet achter het stuur zit.

In Oud Delhi aangekomen worden we opgewacht door Iqbal. Deze 19-jarige jongen zal ons de komende paar uren rondleiden door de stad. De stichting Salaam Balaak Trust heeft hem – samen met nog tig andere kinderen – van de straat geplukt, onderdak gegeven en opgeleid tot gids. Uitgebreid vertelt hij over het leven op straat. We komen in steegjes waar ik zelf niet zo gauw naar binnen zou stappen. Bij een muur waar tegeltjes met afbeeldingen van heiligen ingemetseld zijn, houden we halt. Iqbal vraagt ons te raden waarom dat is. We bedenken van alles, maar komen niet op het uiteindelijke doel: “Dit is om te voorkomen dat mensen tegen de muur gaan plassen, nu laten ze dat wel uit hun hoofd”.

Hij zegt ook dat we de drommen bedelaars beter geen geld kunnen geven. Een moeder laat haar hummeltje van nog geen twee jaar oud zijn handje op houden voor toeristen. Schrijnend. Maar Iqbal vertelt dat ze te eten krijgen uit de liefdadigheid gaarkeukens bij de vele tempels die de stad rijk is. Dus niemand hoeft honger te lijden. Het geld dat zij ophalen zal dan ook aan andere zaken worden uitgegeven. Als het niet aan drugs is, geven jonge zwervertjes het meestal uit aan bioscoopkaartjes en het spelen van videospelletjes. Want meeste straatkinderen dromen ervan te schitteren in een Bollywoodfilm als een beroemd acteur.

We doen ook een van de opvanghuizen van de stichting aan. Hoe hartverwarmend en dankbaar is het om even met de kinderen te praten en te spelen. Handjeklap blijkt een gewild en internationaal spelletje. Als we weer vertrekken roepen en zwaaien alle kids in koor “BAAAAAYY!!”

Terug in het hotel. Mijn hoofd stroomt over. Voor de terugvlucht ga ik nog even liggen, maar de slaap kan ik niet vatten. Terwijl ik draai in mijn bed, danst Delhi door mijn hoofd. De kleuren van de stad. De drukte van het verkeer. De levendigheid op straat. De energie en overlevingskracht van de kinderen.

-oOo-

Inmiddels weer thuis kan ik het nog steeds amper bevatten. Zegge en schrijve ben ik slechts 48 uur van huis geweest. In die korte tijd heb ik zó veel gezien. Onwerkelijk haast. Wat een wereld. Als er een superlatief bestaat van ‘overdonderd zijn door indrukken’, dan was dat zeker op mijn etmaal in Delhi van toepassing.

Nu een paar dagen vrij en dan dit weekend naar:

Curaçao.

Het houdt niet op.

077 Lucht

(15.58 uur, na een dagje ordinair vliegtuigspotten in het Aviodrome samen met paps, vetrek ik morgen zelf weer naar het Verre Oosten)

Dat ik ook bij dit bedrijf weer lange dagen maak, is niets nieuws onder de zon. Dat hoort bij de luchtvaart.

Naast de lange routes, doe ik hier ook nog (op de middellange afstand) bestemmingen in Europa aan. Wat tijd betreft maak je haast evenveel uren. Maar drie keer een vluchtje van twee uur (plus omdraai en voorbereidingstijd), is anders dan één lange vlucht van negen uur.

Het verschil zit ‘m in lucht.

Bij het vliegen van kleine stukjes gaat telkens de deur even heerlijk open voor wat frissigheid. Ik vind het dan ook altijd een verademing om de deur open te gooien. Voor een ijzig briesje uit de Zweedse bergen. Of een zwoel zuchtje Catalaanse herfst. Zoals afgelopen week.

Hoe anders is dat, als je ellenlang kilometers vreet over oceanen en andere continenten. Soms wel tot twaalf uur achtereen bevind je je in een buis op grote hoogten. Met nog honderden anderen op een klein oppervlak. Ademen, geeuwen, slapen, hoesten, snotteren en proesten. Met z’n allen. En de deuren blijven gesloten.

Een gezagvoerder vertelde me dat de luchtvochtigheid aan boord aanzienlijk daalt door het herhaaldelijk rondpompen van de aanwezige lucht. Deze wordt weliswaar aangevuld met de zogenaamde ‘bleed air’ (het Nederlandse woord ‘aftaplucht’, wordt minder vaak gebruikt) afkomstig van de motoren. Maar toch is aan het eind van zo’n vlucht de luchtvochtigheidsgraad gedaald tot slechts 2-3%. Als je dat vergelijkt met de gemiddelde waarden in Nederland (deze schommelen meestal zo rond de 80%), is dat dus zeer droog te noemen. Ik merk het zelf altijd het eerst aan mijn branderige ogen. Na een aantal uren in die lucht beginnen ze als sintels te gloeien ze in hun kassen.

Leuker wordt het ná de vlucht. Zodra iedereen is uitgestapt en ik buiten sta, breekt het klamme plakzweet me aan alle kanten uit. Mijn lichaam moet natuurlijk weer wennen aan al die humiditeit. “Welkom op de lange stukken,” lachen mijn nieuwe collega’s. Ik dep m’n gezicht met een zakdoek en neem me voor thuis meteen onder de douche te springen.

-oOo-

Inmiddels pak ik mijn koffer voor India. Morgen weer op pad; voor het eerst naar Azië. Een stop-over van 24 uur. Ik zoek online alvast wat informatie op. Er wordt betaald met Roepies. En de lokale tijd: +3½. Huh, drie-en-een-half uur later dan hier? Ik dacht dat tijdszones alleen in hele uren gingen. Hm. Dat mag morgen iemand me uitleggen. Namaste!

076 Kroko en de Vliegende Knorrepot

(12.52 uur, vanuit een herfstig onstuimig Nederland)

Na twee enerverende vluchten en een etmaal ter plaatse in Florida zit ik weer thuis. Het was voor het eerst dat ik als volwaardig bemanningslid op zo’n grote luchtwaardige joekelmachine werd ingezet. Laten zien dat de weken training zijn vruchten hadden afgeworpen, viel nog niet mee. Op de heenweg worstelde ik nog flink om het tempo van mijn ervaren collega’s (twintig dienstjaren) bij te benen. Zeker omdat ik regelmatig in het duister tastte omtrent de werkmethodes en opbergplaatsen van de verschillende cateringspullen.

Op lange vluchten vindt er meestal een trayservice plaats (eten dat op een dienblad geserveerd wordt). Deze zijn al deels opgebouwd met ‘koude’ items en dienen te worden aangevuld met warme snacks / maaltijden uit de oven. Omdat aan boord de ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden zijn ze als perfect passende lego steentjes / tetris blokjes in de trolleys geladen. Eruit halen is niet zo moeilijk. Maar probeer ze na afloop maar weer eens net zo netjes terug te plaatsen. Dat valt nog niet mee. Schoof ik aan de ene kant er eentje in, kletterde de inhoud aan de andere kant er net zo hard uit. Met mijn niet zo snuggere acties had ik dan ook soms flink de lachers van de passagiers op mijn hand.

Bij aankomst hadden we precies 24 uur de tijd in Miami. Om uit te rusten of iets van de omgeving te zien, zo u wenst. Als je richting het Westen vliegt (het is daar zes uur eerder ‘terug in de tijd’) betekent dat voor ons Europeanen immer vroeg ontwaken. Dat vind ik niet erg. Ik houd van de ochtend. Het begin van een nieuwe dag. Ik was dan ook present op het strand om de zonsopkomst bij te wonen. Een lust voor het oog, de geest en mijn camera. De zonnegloed deed de omgeving glimmen. Alsof alles overgoten was met een dun laagje bladgoud. Adembenemend.

Vervolgens een ontbijtje, voetjes in de branding, slaapje en weer terug. Eigenlijk veel te kort, maar toch wel even lekker.

De nacht erop vlogen we terug. Take-off in westelijke richting, wat een sensationeel uitzicht gaf over de verlichte stad. Zoals je dat in veel steden in Amerika hebt, was ook hier het rechte blokkenpatroon van de straten duidelijk zichtbaar. Al die lampjes gingen plots scherp over naar de duisternis van de Everglades; moeras en leefgebied van krokodillen. Brrr. “Hier zou ik niet graag een noodlanding maken,” huiverde de gezagvoerder. Ik was het roerend met hem eens. Want dan zou ik in plaats van Coco -, KROKO en de Vliegende Knorrepot zijn geweest… *

Het spookachtige geheel werd compleet door de mistige wolkflarden en de cumolonimbus die hel oplichtte in de verte. Deze bliksemende donderwolk deed me denken aan de foto die ik maakte op Bonaire, een aantal blogjes geleden. Jullie zullen het moeten doen met mijn woorden als voorstelling van de situatie. Want mijn compacte cameraatje was helaas niet in staat dit adequaat op de gevoelige plaat vast te leggen.

-oOo-

Op de terugweg vond ik beter mijn draai aan boord. Na alles een keer te hebben gezien, kon ik beter meekomen en liep ik niet meer voortdurend mijn collegae in de weg. Nu heb heerlijk (en eindelijk, na een drukke cursusmaand) een paar dagen de tijd om bij te komen van mijn transatlantische vermoeidheid. Voor volgende week staan er een paar middellange afstandsvluchten gepland, waaronder een Barcelona.

* “Coco en de Vliegende Knorrepot”; is een uitspraak die mijn vader wel eens doet als ik weer op pad ga. Ik heb zelf zojuist even opgezocht waar dit precies vandaan komt. Het betreft een kinderprogramma dat aan het begin van jaren zestig op tv werd uitgezonden. Het jongetje Coco reist op de rug van zijn vliegende varkentje Knor naar verre landen en fantasievolle werelden en beleeft daar allerhande avonturen. (Bron: kindertv.net)

075 Nachtvlucht

(11.00 uur, ik maak me op voor mijn tweede wereldtrip, vanmiddag naar Miami)

Het is al weer een aantal uren geleden dat we Texas achter ons lieten. Ik loop nog een rondje door de cabine. Het is donker. De meeste passagiers slapen. In de gekste houdingen hebben ze hun lichamen over de vliegtuigstoelen heen gedrapeerd. Ik glimlach. Er liggen hoofden op uitgeklapte tafeltjes. Benen in het gangpad. Dekens en kussens her en der verspreid. Op sommige rijen branden leeslampjes. Enkele wakkeren kijken een film of lezen een nachtelijk boek. Ik controleer of de toiletten nog goed bevoorraad zijn met dozen tissues en rollen papier.

Terug in de galley. Het felle licht verblindt me. Er hangen een paar mensen op het werkblad te kletsen. Een van hen rommelt in de bak met snacks die ik daar heb neergezet. Hij slikt een hap chocola weg. Een kort praatje. Ondertussen schenk ik glazen met water en jus d’orange en zet ze op een dienblad. Als de mensen dorst krijgen buiten de gezette servicemomenten om, kunnen ze altijd hier terecht.

Ik merk dat ik moeite heb mijn ogen open te houden. Het is drie uur ‘s nachts. Over zes uur landen we pas op Amsterdam. Afzien. Ik kan me niet concentreren op een krant of tijdschrift. Het is alsof er stroop aan mijn wimpers kleeft. Mijn keel voelt droog. Ik maak nog een kopje koffie. De warme drank glijdt aangenaam mijn koude gestel door naar mijn maag. Beter. Nu is het wachten op de gewenste cafeïnekick. Het is raar om bewust de signalen van mijn lichaam tegen te spreken. Het vraagt om rust. Maar dat krijgt het nog niet. Straks pas. Mijn collega’s lijkt het gemakkelijker af te gaan. Door de wol geverfd en gehard na jaren nachten doorkruisen.

-oOo-

Het is een feit. Mijn eerste grootse vliegbrakte. Maar of het nu een onvervalste jetlag door tijdverschil is, of dat het komt omdat ik een nachtdienst heb gedraaid, weet ik niet. Het zal wel een combinatie van beide zijn. Ik weet niet wat ik met mezelf aan moet. Apathisch zit ik thuis op de bank in een badjas. Ik voel me een zombie van zonderlinge aard. De tv speelt druk flitsende beelden. Ik kan zelfs de simpelste programma’s niet volgen. Wat praten die mensen snel. Waar gaat het over? Mijn brein kan het niet bijbenen. En wat is dat daglicht fel. Dus zo voelen vampiers zich. De koffer staat open, maar onuitgepakt. Het is midden op de dag. Ik heb een paar uurtjes geslapen, maar voel me nog steeds geradbraakt. Dit is het dus. Ik moet wel om mezelf lachen. Zie dat nu zitten. Ik vind mezelf heel zielig. Jetlag-factor 9. Grappig. Maar het hoort erbij. Geef me eraan over. Ik nip nog een slokje thee en staar in het niets.

-oOo-

De cursus zit erop. Geslaagd voor alle toetsen en praktijkexamens. Lekker gevoel. Donderdag aten we taart en kregen we onze wings opgespeld. Letterlijk en figuurlijk klaar om zelfstandig onze vleugels uit te slaan en de de lucht in te gaan. Vanmiddag mag ik het waarmaken. Mijn vliegdoop naar Miami. Ajuus!

074 Dag 5 – 10 Andere koek

(20.50 uur Haarlemse tijd)

Aarzelend hang ik boven mijn half ingepakte koffer. Voorheen wist ik feilloos wat ik er allemaal in moest kieperen. Jas, sjaal, laarzen, paraplu… Het Nederlandse weer was een goede graadmeter. Soms een paar graadjes kouder (richting Scandinavië), soms wat warmer (richting Mediterrane regionen).

Nu is het andere koek. Want ik ga naar de andere kant van de wereld.

Momenteel sta ik aan de vooravond van mijn tweede trainingstrip. Vorige week vloog ik al een retourtje Sint Petersburg. Ik vond het spannend, zo weer voor ‘het eerst’. Maar dat verdween gauw toen ik eenmaal weer mijn plekje aan boord vond. Nieuw en vertrouwd tegelijk. Ik werd hartelijk ontvangen door mijn nieuwe collega’s.

Morgen ga ik naar Houston, Texas, USA. Op internet zoek ik een aantal gegevens op. Het is daar momenteel 35 graden en zeven uur vroeger. Dat betekent vrijdag, bij terugkomst, misschien wel mijn allereerste jetlag.

Het schema voor komende drie dagen zal er als volgt uit zien:

- Woensdag aanmelden te Schiphol: 8.00 uur LT NL
- Vluchtduur AMS – IAH zo’n 9 uur
- Woensdag afmelden in Houston: 13.00 uur LT USA (20.00 uur LT NL)
- 25 uur rust aldaar
- Donderdag aanmelden in Houston: 14.00 uur LT USA (21.00 uur in NL)
- Wederom 9 uur in de lucht: IAH – AMS, de Nederlandse nacht door
- Vrijdag afmelden op Schiphol om 9.00 uur Lokale Nederlandse Tijd.
Tijdens de cursus werd het al gezegd. Met dit beroep mis je gemiddeld een nacht per week (waarin je dus werkt, zoals op de terugvlucht van Houston naar Amsterdam). Dat zijn er zo’n 45 per jaar. Even rekenen leert, dat als je tien jaar vliegt, je daarvan een jaar lang niet hebt geslapen. Oef. Natuurlijk heb je wel een aantal uurtjes rust aan boord. Maar toch. Heftig!
En wat een gehaspel met tijden ook. Amerikaanse en Nederlandse door elkaar. In Houston is het pas vroeg in de middag als ik daar aankom, terwijl het in Holland al avond is. Hoe geef je daar in vredesnaam je dag vorm, zonder daarbij je biologische klok uit het oog te verliezen?
Ik zit er al een tijdje over te prakkiseren en ga proberen een beetje tussen de twee tijden door te laveren. Volledig aanpassen is niet te doen in 25 uur. Maar compleet volgens Nederlands schema ook niet. Want natuurlijk wil ik ook een beetje de omgeving gaan ontdekken.
Waarschijnlijk zal het er op neerkomen dat ik ‘vroeg’ (20.00 LT USA is nog steeds 3.00 uur ‘s nachts in NL) ga slapen en wakker word in het holst van de nacht. Daarop kan ik me voorbereiden. Een nachtelijke sportsessie (hopelijk is de fitnesszaal open) en het lezen van een goed boek, zullen de tijd doden moeten tot aan het vroege ontbijt, dat voor mij de lunch zal zijn. Daarna nog even naar de supermarkt, Amerikaanse lekkernijen inslaan voor familie en vrienden. En dan is het al weer bijna tijd voor de terugvlucht naar Nederland. 
-oOo-
Pff, ik kan het zelf amper bevatten dat ik morgen om deze tijd al voet op Texaanse grond zet. Ik besluit tot een zomerse outfit, sportkleding en een goed boek voor in de koffer. En naast een Amerikaanse wereldstekker, natuurlijk een open mind en flinke dosis avontuurlijkheid. Ik ben er klaar voor. USA here I come!

073 Dag 3 – 5: Schrap voor de klap

(21.01 uur, net een lading studiemateriaal verstouwd. Genoeg voor vandaag. De avond heb ik voor mezelf. Met fijne muziek, een filmpje en een blogje.)

Ik zit op mijn crewseat. De landing is ingezet. Er komt rook uit de bagagebakken. In mijn hoofd laat ik verschillende noodscenario’s en procedures de revue passeren. Wat zou het kunnen zijn? Ik zit op het puntje van mijn klapstoel. Elk moment verwacht ik het teken dat ons tot handelen zal aansporen. De rook breidt zich uit. Passagiers beginnen onrustig te worden. Eentje begint te schreeuwen. Ik maan hem tot kalmte. We zijn er bijna nu. Nog eventjes. Ik zet me schrap voor de klap.

Met een harde smak komt het toestel op de landingsbaan terecht. Wild schudt het heen en weer. De lichten vallen uit. Aardedonker. Je ziet geen hand voor ogen meer. En dan nog die rook. Met een schok staan we stil. Het lijkt alsof er iets in de fik staat. Ik meen het geluid van knetterende vlammen te horen. Sirenes van hulpdiensten doemen op uit de verte. Dan klinkt het verlossende woord. EVACUATE AIRCRAFT. Ik spring op. Mijn collega’s en ik schreeuwen onze commando’s om de passagiers naar de uitgangen te krijgen. Deur open. Een glijbaan ontvouwt zich. Binnen enkele seconden is hij opgeblazen en roetsjen de passagiers in een rap tempo naar beneden. Een laatste snelle check van de cabine. En dan verlaat de bemanning zelf ook het toestel. Iedereen veilig.

Wat een toestand. Op alle zes vluchten van afgelopen week was het trammelant. Expres. Want dat is juist wat er geoefend wordt in deze simulatorsessies. Als crew dienen we voorbereid te zijn op het onvoorziene, om daadkrachtig te kunnen handelen.

Onze klas wordt voorafgaand aan de ‘vlucht’ onderverdeeld in passagiers en bemanning. We vangen onze taken aan, als op een normale dag. Instappen, de cabine gereed maken, veiligheidsdemonstratie, taxiën naar de baan, in take-off gaan… Maar de trainer selecteert met een druk op de knop een noodscenario. Een afgebroken start of een landing die in de soep loopt… De simulator kan bewegen en schudden als een echt vliegtuig. Er zijn rookmachines geïnstalleerd, voor het nabootsen van brand. Na afloop worden de oefeningen besproken. Het wordt ieder crewlid met de paplepel ingegoten: veiligheid gaat voor alles.

-oOo-

Ondertussen ben ik flink aan de studie voor het General Aviation examen van maandag. Met behulp van aantekeningen in schrift én beeld maak ik me de stof eigen. Procedurestappen probeer ik samen te vatten in een maf tekeningetje. Bij de toets hoef ik me die alleen maar voor de geest te halen, om het antwoord eruit af te leiden. Hebben jullie enig idee wat ik probeer uit te beelden met deze twee plaatjes …?

072 Dag 1 en 2: Scheurwerk

(18.45 uur, na een dag in de schoolbanken op Schiphol Oost)

Een half negen tot vijf bestaan. Oef. Dag 1 en 2 zitten erop. Iedereen braaf in zijn bankje met een naambordje voor zich. Een ontvankelijk hoofd. Schrijfblok op tafel. Werkboek ernaast. Stapels studiemateriaal. Losbladige paperassen. Denken jullie daar om? Vergeet je dat niet? Aargh, chaos! Ordefreak als ik ben, ging ik al gauw aan te slag met neonstiften en overzichtelijke snelhechter-insteek-multo-elasto-hoesjes-mapjes. Opgeruimd staat netjes en betekent voor mij: rust.

Powerpoint presentatie. Knaag op je pen. Nog acht sheets te gaan. Dan vijf minuten koffie break. Drap uit de automatiek. Verder met bedrijfsstrategieën. Missie. Customer Relationship Management. De termen vliegen ons om de oren. Even op adem komen met een broodje en een soepje in de bedrijfskantine. Next: het cateringproduct aan boord. Serveer je zus-en-zo. De soorten service variëren: kort-middel-lang-extralang; en ook nog al naar gelang of het ontbijt-lunch-diner is. Dat zijn er dus – even rekenen – 4×3=12 verschillende. Dat wordt aantekeningen maken. Een krabbeltje hier en daar. Demonstratie aan de hand van klassikale oefeningen. Feedback geven en ontvangen. En de ervaring van de klassieke post-lunchdip.

Gelukkig is het niet louter passief aanhoren, maar kunnen we zelf ook een actieve rol aannemen. Vandaag kon mijn creativiteit fijn de vrije loop krijgen bij het samenstellen van een collageposter – ofwel: moodboard. Hierbij dient een bepaald concept visueel te worden uitgebeeld. Lekker scheuren uit tijdschriften en kranten. Plaatjes knippen. Teksten plakken. Schikken tot een mooi geheel. Een spekkie naar m’n bekkie. Het duurde dan ook niet lang voordat ik – in mijn uniform – tusen de papiersnippers over de grond kroop. “DIT kunnen we nog gebruiken, oh – en DAT! En wat dachten jullie DAAR van?” De anderen in mijn werkgroep keken me lachend aan. Sorry. Mijn enthousiasme en verbeelding kunnen soms nogal ongebreideld zijn…!

-oOo-

Waar ik me op verheug: het onderwerp Interculturele verschillen en Morale waarden. Waarom doen Chinezen dat zo? En Afrikanen dat juist niet? Boeiend. Dat staat voor volgende week op het programma.

Nu weer thuis. Ik kruip even achter de McLaptop voor een verslagje aan jullie. Koken? Vanavond niet meer. Ik gun mezelf een lekker biologisch huisgemaakt afhaalpatatje van het Friethoes. Mét. Ontspanning.