(12.30 uur, een dag voor aanvang van mijn wereldwijde stand-by periode)
Morgen de eerste stand-by periode bij mijn huidige bedrijf. Dat wordt nog lachen, want wat stop je in vredesnaam in een koffer voor ‘alle bestemmingen van de wereld’? Met de bredere horizon van deze baan kan dat van alles zijn. Binnen een uur van huis en op Schiphol aanmelden voor een Curaçao / Moskou / Vancouver / Shanghai / New York vlucht. Zeg het maar. Op slippers in de sneeuw? Met een wollen trui op het strand? Ik heb 65 liter te vullen. Al een tijdje loop ik te prakkiseren hoe ik het ga aanpakken. Ik denk dat het twee stapels worden. Een Tropische-zon-zee-strand stapel en een Europeesklimaat-fris-guur-sneeuw stapel. Dan kan ik op het moment dat ik het telefoontje in ontvangst neem bepalen welke ik nog even gauw erin kieper. Spannend. Wat het wordt laat ik jullie natuurlijk meteen weten middels een bericht op de Vliegensvlugge Update / Twitter.
-oOo-
In het kader van de vijf decemberstorm, dit keer een poging tot de rest van mijn blog in dichtvorm. Na tien uur en drie kwartier vliegen landden we op Tocumen International Airport, moe maar nieuwsgierig stapte ik in het busje voor crew transport. In mijn poging om dit nieuwe land te gaan ontdekken, zag ik vooralsnog alleen maar de hemel grijs dichttrekken. Geen zorgen, want ondanks het regenseizoen, is er nog steeds zo ontzettend veel te zien en te doen. Het moest gewoon tussen de hoosbuien door, maar ach, daar hebben we toch paraplu’s voor?
Als ik Panama zou moeten karakteriseren met één woord, is veelzijdig zeker van toepassing op dit oord. Globetrotter als ik ben; wil ik meteen alles zien. Maar er moest natuurlijk ook uitgerust worden voor de terugvlucht van een uur of tien. Het werd dus een fijne mix van bijtanken en avontuur, in deze korte 48 uur.
Ik sloot me aan bij een clubje collega’s met sufplannen, want wat is nu lekkerder dan op een plank in de branding ontspannen? We huurden een auto bij Avis, en propten ons met z’n vijven in de kleine Yaris. Na ruim een uur stapvoets filerijden verlieten we eindelijk massaal, Panama-City over de brug bij het Panamakanaal. Het was zeker een prachtig gezicht, de schepen die lagen te wachten op een doorgang in het ochtendlicht. We maakten kort een pitstop voor het inslaan van wat proviand, bij supermercado Rey voor in de picknickmand. Vervolgens hervatten we de rit over de gaten in de weg als een bolderkar, naar onze uiteindelijke surfspot El Palmar.
Het zand was er niet wit maar had wat zwarts, alsof het doorspekt was met glinsterende stukjes kwarts. Van vulkanische oorsprong dit terrein, alsof ik blootsvoets was wezen stampen in een kolenmijn. Terwijl in de verte de hemel al weer dreigend donker kleurde, was het de zoveelste golf die me meesleurde. Zag ik nu de laatste zonnestraal? Wederom ging de branding met me aan de haal. Peddel peddel in het water, nu al of iets later. Zand op de grond, zilt in je mond. Wachtende op het juiste moment om vervolgens spontaan, weer in de golf ten onder te gaan. Zeker niet voor watjes of mensen met spatjes.
Ondanks dat de buien zich in de lucht verdrongen, zijn wij gelukkig de regendans ontsprongen. Beurs gekneusd maar blij gestemd in het hotel, denk dat ik een bezoek aan de oude stad nog maar even uitstel. Leg mijzelf eerst maar op mijn bedje neer, in Panama kom ik heus nog wel eens weer. Uitgeput van zoveel surf en strand, dommel ik al gauw weg naar dromenland…
Ik droom van een sint met wapperbaard en surfshort, die de blits maakt op zijn longboard. Met een luide schater, strooit hij pepernoten voor de vissen in het water. Bij deze vanaf Nederlands grondgebied, was getekend: de Panamapiet.
Deze slideshow heeft JavaScript nodig.
Toelichting bij de foto’s:
Zie het zwarte zand, de betrekkende lucht en mijn eigen hoed. De zon gaat onder terwijl de planken liggen te rusten en de kids spelen op het strand. Uit eten kun je heerlijk in Panama-Stad op het plein met de mysterieuze sprookjesboom, onder de gewelven van Las Bóvedas.





























































