157 Slapeloze Thaise nachten

IMG_9108

Bangkok – daags voor de aangekondigde protesten. Het is te merken dat het borrelt in de stad. Taxichauffeurs nemen andere routes omdat er menigten op de been zijn. Er wordt afgeraden om bepaalde buitenwijken op te zoeken. Gelukkig is dat verder het enige wat we er van merken.

De vluchten die ik maakte richting het verre Oosten zijn op één hand te tellen. Het is algemeen bekend dat lijf en geest het zwaar hebben op dergelijke trajecten. Met de vele trips richting Noord-Atlantische contreien zou ik dat bijna vergeten…

IMG_9113

Even weer met de neus op de feiten. Nachtelijk woelen. Voortschrijdende klokcijfers. Menig hoofdstuk in m’n boek verslinden. Worden m’n ogen nu zwaar? Ik doe nog een poging naar dromenland af te reizen. Knip het licht uit. Lig toch weer te draaien. In het kwadraat. Ik start een tweede film. Insomnia tot-en-met. Het moet zo’n zeven uur ‘s morgens zijn als ik eindelijk in slaap sukkel. (…)

IMG_9111 IMG_9093

Nog geen twee uur later rammelt de wekker me ongenadig voor het ontbijt. Ik kreun. Opgeteld zes uur slaap in drie dagen. Ik moet even opstarten, maar verder lijkt het met mijn energieniveau nog aardig gesteld. Ook de heerlijke sticky rice – kleefrijst met banaan heeft me goed gedaan. Dus ga ik met een collega op pad om Wat Phra Kaew te bezoeken. Het tempelcomplex naast het Koninklijk Paleis, waar de smaragden boeddha huist.

IMG_9066

De schoenen moeten uit als we de tempel betreden. Blote voeten op de hete marmeren tegels. Suizende ventilatoren. De smaragdgroene boeddha blijkt van jade en heeft z’n ‘winteroutfit’ aan. Vanaf zijn metershoge altaar kijkt hij op de menigte neer. Geschuifel en gedempte stemmen. We mogen er niet fotograferen. En alleen de koning mag de boeddha aanraken. De Thai vouwen hun handen. Deze plek is voor hen zeer speciaal. Dat is ook voor ons buitenlanders te voelen.

IMG_9063 IMG_9052

Wauw. Maar dan buiten. Wezens met snavels, gouden monsters en mozaïekpatronen dansen door m’n blikveld. Ben ik bevangen door de warmte? Reusachtige wachters bij de poorten. Met hun versteende olifantenkoppen houden ze de tempelgangers in de gaten. Bloemen in geuren en kleuren. Wierookstokjes schrijven krullen in de lucht. Er hangen bellen aan dakranden Ze rinkeltinkelen me zacht terug de realiteit in.

IMG_9109

IMG_9079 IMG_9059

De vlucht terug is een eind, maar het is aan boord wederom prettig samenwerken. Binnen twaalf uur staan we op Schiphol. In de auto naar Groningen heb ik 195 kilometer de tijd om de afgelopen 78 uur te verwerken. Ik laat de belevenissen en bijzondere contacten allemaal nog eens de revue passeren, om thuis verkwikt aan m’n weekend te beginnen met een lange nacht…

SLAAP.

-oOo-

De komende week: Kopenhagen, Londen, Barcelona, Berlijn en Milaan.

112 Annyeong haseyo Seoul

(17.14 uur, ben ik bijna mijn Oostelijke jetlag kwijt, vlieg ik over een aantal dagen al weer uit naar het Westen om een nieuwe te kweken.)

Amsterdam – Seoul. Aan boord werk ik samen met een Koreaanse cabinecollega. Door het bedrijf aangesteld voor de serviceverlening en communicatie met de lokale passagiers. Nog voordat ik een stap in Korea heb gezet leer ik al heel wat over de gebruiken van het land. Koreaanse passagiers houden van slappe koffie, dus schenken we halve bakjes en lengen we het aan met heet water. Het voedsel daarentegen mag lekker pikant, dus geven we er veel chilipasta bij de bibimbap (een typisch Koreaans gerecht van gemixte groenten met rijst).

Extra aan boord op deze vluchten: groene thee en cupnoodles. En Koreanen willen niks missen, dus maak ze alsjeblieft altijd wakker als je iets te eten serveert (gewoonlijk laten we passagiers slapen, tenzij ze hier zelf specifiek zelf om vragen). Humor blijkt universeel; we lachen veel om elkaars grappen en grollen. Ook spreek ik mijn eerste woordjes Koreaans. Met de woorden als ‘hallo’, ‘dankuwel’ en ‘sorry’ kom je een heel eind. Als het ‘kam-sa-ham-ni-da’ uit mijn mond komt, giechelen de passagiers verbaasd achter hun hand. Is het omdat ik met mijn kromme uitspraak eigenlijk heel wat anders zeg?

Tweeëntwintig uur in de Zuid-Koreaanse hoofdstad. Aankomen in de zombievermoeidheid die ik zo langzamerhand goed begin te kennen. Het hoort er bij. Ik moet mezelf vermurwen om nog tot een activiteit te komen na deze reis – plus zeven uur de toekomst in – terwijl ik een nacht heb gemist. Het vliegtuig is soms net een teletijdmachine.

Nog zo’n gekke vliegbijkomstigheid: het plannen van je slaap-waak ritme. Ondanks dat ik bekaf ben mag ik nu nog niet slapen, want dan word ik midden in de nacht wakker. Dus verleng ik mijn dag, tegen de wens van mijn lichaam in, om ‘goed uit te komen’ voor de terugvlucht.

Na twee uurtjes bijslapen stap ik de bus in richting Myeongdong. De chauffeur legt mij al Koreaans pratend uit waar ik moet zijn. Ik snap uit zijn gebaren (metro ingang onder de straat door, dan linksaf) waar ik moet zijn. En ja hoor, na tien minuten wandelen beland ik in de straten waar de jonge en hippe Koreaan de dienst uit maakt.

Het publiek snackt en snaait er lustig op los. Ik zigzag om de straatstalletjes heen. Worstjes op een lange stok. In spiralen gefrituurd deeg. IJshoorn toeters in een formaat waar zelfs ik bang van word. Vers geperste citroenlimonade in een zakje. Nagenoeg geen Westerlingen. En als je er al een verdwaalde ziet, gebeurt het haast automatisch dat je een blik van verstandhouding wisselt. Zo van: ‘jij ook hier, we vallen wel op, wat een wereld hè?’.

Ondertussen is mijn stokjes eettechniek flink verbeterd. Ik geniet van hobak juk: het comfortvoedsel bij uitstek; en grote dampende kom romigzoete pompoensoep met zwarte bonen. Overal geven ze kimchi bij: een van de gezondste etenswaren ter wereld; knapperig gefermenteerde kool. Ik sluit af met bitterzoet groene thee-ijs.

Voor mijn gevoel kan ik de karakters van het Hangul (het Koreaanse schrift) beter uit elkaar houden dan de krioelende massa van bijvoorbeeld het Chinees. Dat komt waarschijnlijk doordat de geometrische vormen (hoekig en rond, in plaats van krullerig) gelijkenis vertonen met de vorm van de letters van ons alfabet. Rondje, stokje, vierkantje linksboven… Pfff, het blijft lastig.

Terwijl de Hollanders zich op zonnebanken en bij elk straaltje zon zo krokant mogelijk bakken, bevindt het schoonheidsideaal in Azië zich aan de andere kant van het spectrum. Niks niet bruinverbrand. Sneeuwblank is het summum. De commercie speelt hier handig op in. Ik tel tig winkels die zich specialiseren in huidverzorging. Vooraan in de schappen: blekende dagcrème en hagelwitte poederdonsjes. En wil je helemaal extreem: dan laat je je huid witter maken met een laserbehandeling in een kliniek. Outch. Wat bof ik even dat ik al bleek van mezelf ben.

-oOo-

Azië maakt indruk. Vooral vanwege het grote verschil met onze eigen cultuur. Maar de Oostelijke diensten zitten er voor nu even op. Terug naar het Westelijk halfrond: de komende vlucht gaat naar Californië, VS.

Of zoals Scott McKenzie zong: “If you’re going to San Francisco – be sure to wear some flowers in your hair. – If you’re going to San Francisco – you’re gonna meet some gentle people there…”

107 16.714 luchtkilometers

(21.40 uur, de Olympische Spelen staan op het punt om te beginnen. Ik kijk terug op een rustige stand-by week met slechts een paar opgeroepen dagen. Morgen nog een retourtje Venetië. En dan zit het er al weer op.)

Wanneer was ik voor het laatst in het buitenland? En dan bedoel ik niet alleen op een luchthaven, maar ook daarbuiten. Dat moet Moskou zijn geweest. Sindsdien heb ik veel vluchten gemaakt naar allerlei landen, maar langer dan een uur blijven deed ik er nooit. Welkom in de wereld van de heen-en-weertjes en retourtjes.

Een samenvatting in getallen.

Ik vloog de afgelopen twee weken naar 7 bestemmingen in 6 landen, te weten: Spanje, Hongarije, Italië, Roemenië, Frankrijk en Finland. Maakte 14 starts en 14 landingen. Werkte in 9 verschillende bemanningen samen met 42 verschillende collega’s. Verwelkomde zo’n 2000 mensen aan boord. Groette dus 2000 keer met goedemorgen -middag -avond. En zei ook 2000 maal tot ziens. Vertelde aan 120 mensen hoe ze de luiken boven de vleugel in geval van nood moesten openen. Deed 13 maal een vliegveiligheidsdemonstratie. Legde aan 11 ouders met kinderen het gebruik van de babyriem en het kinderzwemvest uit. Bekommerde me om 5 alleenreizende kinderen. Deelde 4 extentie-riemen uit aan corpulente mensen. Maakte 2 keer een landing mee voorin, vanuit de cockpit. Voorzag zo’n 500 mensen een hapje en een drankje. Serveerde 750 glaasjes en bekertjes uit op een dienblaadje. Verbruikte 39 pakken sinaasappelsap. 84 blikjes cola. Zette zo’n 50 potten koffie en thee. Schonk 42 flessen water uit. Leverde 12 keer doekjes nadat er drankjes waren gemorst. Haalde 13 vuilniszakken aan afval op. Maakte 23 vlieguren en 32 vliegminuten en legde daarbij 16.714 luchtkilometers af.

Maar sliep alle nachten in mijn Haarlemse bed.

-oOo-

Voor m’n gevoel doe ik bijna wekelijks een vlucht naar Parijs. Dat lijkt wel aardig te kloppen, want ook voor volgende week staat-ie weer op m’n rooster.

Charles de Gaulle. Ik kom er graag. Het is een fijne korte vlucht, waarbij in een vliegtijd van 45 minuten flink aangepoot moet worden om de service gedaan te krijgen. Met een beetje mazzel heb je tijdens de nadering een mooi uitzicht over ‘La Ville de Lumière’. Met in de avonduren de Eiffeltoren als pontificaal verlicht middelpunt. Overdag is het nog een hele kunst om diezelfde toren te ontdekken tussen alle bebouwing. Het was afgelopen keer ook nog wat heiig, wat het zoeken nog wat verder bemoeilijkte. Zien jullie ‘m?

Tevens is het een fijne gelegenheid om mijn kennis van de Franse taal weer een beetje op te frissen. “Bonjour messieurs-dames, bienvenue à bord”. In de korte tijd aldaar schiet ik nog steeds graag even het terminalgebouw in. Ik heb al menig collega laten warmlopen voor de macarons van Ladurée en de taartjes van Pâttiserie Paul. Vaste prik. Thuis te Haarlem drink ik koffie mét… inderdaad. De kleine geneugten van het vliegen.

-oOo-

Volgende week dus wederom retour naar Parijs. Daarna: Los Angeles, Californië. Eindelijk weer echt uitstappen. De luchthaven af. Twee dagen ter plaatse. Ik verheug me er op!

102 Havana: steevast aangrijpend

(14.03 uur, de koffer al weer gepakt. Maar niet voor werkgerelateerde zaken. Morgen ga ik op vakantie!)

Inmiddels ben ik al halverwege met het eerste seizoen van Homeland. De baard blijkt een van de hoofdrolspelers. Wat is de serie toch verdraaid spannend. Ik zit op het puntje van m’n bank. Vooruit, nog één aflevering dan.

Havana. M’n laatste werktrip voor de vakantie. Telkens denk ik dat er ooit toch wel eens een moment moet komen dat ik zat ben van dat op-en-neer gereis. Het tegendeel is waar, ik lijk juist steeds meer in m’n element te komen.

Gedurende de laatste paar uur van de vlucht gaat het flink tekeer, vanwege tropische stormen in de buurt van Miami. En laat dat nu juist het moment dat wij de passagiers de warme middagsnack voor de landing serveren. Met alle trolleys gereed voor een laatste ronde was de timing dan ook ronduit ongelukkig te noemen. Turbulentie merk je achterin het vliegtuig het meest. En het ging hard. Zo had ik het in tijden niet meer meegemaakt. Driftig zwiepte het vliegtuig met zijn staart in de onstabiele atmosfeer. Ik zet me schrap tegen een schot met mijn voeten, terwijl ik met een arm een trolley omklem, zodat ie niet omvalt. Ik zie een collega letterlijk voorbij vliegen, in een poging om nog een pot koffie in veiligheid te brengen. Er is een passagier met gevaar voor eigen leven opgestaan, vermoedelijk voor een toiletbezoek. Iets wat op dit moment echt onverantwoord is. Vanuit onze eigen hachelijke positie manen we haar tot zitten, in het belang van eenieders veiligheid.

Als we in rustiger vaarwater belanden is het tijd om de schade te inventariseren en te herstellen. Vliegtuigen zijn gemaakt voor dit soort weersomstandigheden. Mensen niet. Dus voorzien we de passagiers rijkelijk van spuugzakjes, opdweildoekjes, geruststellende woorden en bekertjes water.

Als we voet op Cubaanse bodem zetten, hebben we er een werkdag van ruim twaalf uur opzitten. De turbulentie heeft zichtbaar zijn sporen achtergelaten, ook bij de bemanning. Terwijl de een nog na boert van de misselijkheid, poetsen anderen zo goed mogelijk de vlekken van hun pak: de purser kreeg een douche van vier glazen tomatensap, ik van een pak melk.

In Havana is het zes uur eerder. Dus nog lang geen bedtijd. Toch gaan slapen zal onvermijdelijk leiden tot ontwaken in het holst van de nacht, dus wordt de dag met lichte tegenzin nog een paar uur langer doorgetrokken. Vechtend tegen de gaap en met brandende oogjes installeren we ons bij een lokaal barretje met livemuziek voor een koele versnapering. De vermoeidheid brengt me in een lome roes. De klanken van de salsa en de temperatuur creëren een broeierige atmosfeer. Niet per se onaangenaam. Toch wint uiteindelijk de moeheid. Ik kán niet meer. Dankbaar stort ik me in het hotelbed. Met prikkende vering. En de kamer te warm. Maar het maakt niet uit. Ik slaap op de grond als het moet. Als een blok graniet, tot de volgende ochtend.

Een ritje door de stad gaat natuurlijk het fijnst al cruisend in een oude Ford Thunderbird cabriolet. Deze witte roestige slee huren we voor een paar uur, compleet met gids. Ik kom op bekende en onbekende plaatsen. Het Capitolio blijft fijn om te fotograferen. Evenals de gekleurde oldtimers en de vervallen koloniale gebouwen. Ook nu val ik weer van de ene verbazing in de andere. Mijn enthousiasme voor deze stad houdt onverminderd stand.

Tijdens de rit vertelt onze taxichauffeur zijn persoonlijke verhaal. Eigenlijk is hij flight engineer, hij heeft hiervoor een hoge opleiding genoten. Het salaris dat de staat aan een vliegtuigmonteur betaalt, is met 50 CUC (ongeveer 40 Euro) per maand stukken hoger dan de 25 CUC die een gemiddelde Cubaan verdient. Echter, met zijn huidige baan als toeristengids heeft hij meer vrijheid en verdient hij in een week (!) al het bedrag, wat hij anders na een maand pas zou kunnen bijschrijven. Niet te geloven.

Verbeeld ik het me, of lijkt Havana veranderd? Rijden er nu minder oude auto’s en meer moderne? Waren die touringcars er de vorige keer ook al? En zo’n buslading aan toeristen, dat kan ik me niet herinneren. Of kijk ik er bij een tweede bezoek gewoon anders tegenaan? Goed mogelijk.

Dat is juist ook misschien het boeiende van een baan als deze. Omdat je ergens meerdere malen komt, soms met lange tussenpozen, kun je een stad of land zien veranderen. En dan was het dit keer nog maar een half jaar geleden. Er zijn collega’s die al ruim twintig of dertig jaar vliegen en gebieden hebben zien transformeren van een primitief dorp naar een urbane metropool. “Tsss, tien jaar geleden betaalde je hier nog 1 CUC voor, nu is de prijs vertienvoudigd!” De wereld draait door, ondanks dat de tijd soms stil lijkt te staan.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Lees ook het verhaal dat ik over mijn eerste bezoek aan Cuba schreef: 086 Onvoltooid verleden tijd

-oOo-

En nu vakantie! Een reis-stop? Zeker niet. Vrijdagnacht vlieg ik naar Cappadocië, Turkije. Het staat bekend om zijn grillig geërodeerde vulkaanlandschap en ongerepte natuur. Ik verheug me enorm. Een week écht weg. Met familie. Bewust internet-, telefoon- en tvloos. De rust. Het niets hoeven. Da’s pas vakantie.

095 Georgia on my mind

(17.12 uur, nog amper goed en wel bekomen van mijn Ahoy- en Atlanta avontuur, vlieg ik morgen al weer uit naar de andere kant van de wereld; New Delhi, India)

Aan boord lees ik glimlachend de recensies van afgelopen zaterdag in de krant. Het had nog heel wat voeten in de aarde. Tot de dag tevoren was het spannend of het zou lukken. Maar uiteindelijk mocht ik toch, dankzij de welwillendheid van een van de vluchtindeelsters. Ik was erbij. Ahoy schudde op zijn grondvesten. En ik zinderde mee. Na afloop mijn handen beurs geklapt en stem schor gezongen. Paul McCartney live, het was fantastisch. Een passagier komt thee vragen. Ik schenk een bekertje voor hem in, terwijl ik zachtjes de openingstonen van ‘Hello Goodbye’ neurie.

Het is vroeg in de ochtend. Nog geen vijf uur geleden stegen we op in Atlanta, Georgia, USA. De ovens zetten zich ondertussen zoemend in werking. Het achterste gedeelte van het vliegtuig vult zich langzaam met de geur van ei en gebakken broodjes. Over een half uur zullen we ‘er in gaan’ (lees: aanvangen) met het ontbijt. Dus ik prik ook alvast koffieblikken in de machines, dan kunnen die alvast doorlopen.

Het was een rustige vlucht. Door de nacht heen is dat het meestal. We houden onszelf wakker met een krantje, even ‘buurten’ bij de collega’s voorin of een ronde met sapjes door de cabine. Boven de oceaan was vanuit de cockpit prachtig het noorderlicht zichtbaar. Het leek een wazige gloed, een schijnsel dat zich in een langwerpige band net boven de horizon uitstrekte, continu veranderend van intensiteit en vorm. Dit ging vergezeld van een kraakheldere hemel dicht bezaaid met sterren. Vallende meteoren trokken een kort lichtspoor. Ik drukte mijn voorhoofd tegen het glas. Een adembenemend moment op 38.000 voet hoog. Wauw.

De 24 uur ter plaatse in Atlanta gingen snel. Van tevoren had ik mij al even ingelezen in de mogelijke korte tripjes die een ochtendvullend programma zouden vormen. De middag wilde ik gebruiken voor een lichte lunch en een aantal voorslaap uurtjes. Tijdens het ontbijt met muffins en cereal peilde ik de animo onder de crew. Een geïnteresseerde collega voegde zich bij me en we kozen voor een bezoek aan de Martin Luther King National Historic Site.

De MARTA metro dienst bracht ons er middels een overstap op Five Points binnen de kortste keren. Een ritje met het openbaar vervoer in het buitenland vind ik vaak al een belevenis op zich. Uitvogelen hoe het systeem van de kaartjes werkt, uitzoeken welke lijn en halte je moet pakken. En dan tussen de locals het onbekende landschap doorzoeven naar je gekozen bestemming. Next stop: King Memorial, exit on your right please.

Maandagochtend. Rustig op straat. De temperatuur buiten is zonnig en aangenaam. Terwijl we door de buurt lopen, laten we ons overweldigen door het levensverhaal dat destijds een radicale omwenteling betekende, maar ook tegenwoordig nog een zeer actueel thema is. Een moment van bezinning is er in de Ebenezer Baptist Church, waar Dr. King zijn diensten predikte. Twee bankrijen achter me is een geüniformeerde Park Ranger verzonken in zijn gebed. Om even later met zijn blindengeleidehond de kerk op de tast te verlaten. Het graf van dominee King is sober, in het midden van een blauw bassin ligt hij begraven naast zijn vrouw, omringd door kleurig bloeiende bloesembomen. Lente ten voeten uit. Ieder met onze eigen gedachten nemen we de blauwe lijn weer terug in dezelfde richting als we gekomen waren.

Voordat ik ga slapen duik nog even de grote Lenox Mall in. Haal een burrito en paar peanutbutter cookies. Niet lang daarna wandel ik al slurpend uit een maxiformaat beker, gevuld met een smoothie en tinkelend crushed ice terug naar het hotel. Wat een land.

Ik word uit mijn overpeinzingen gehaald door het gepiep van de ovens en pruttelende versgezette koffie. We zijn er bijna nu. De laatste nachtelijke loodjes. Ik bouw de trolleys op voor de service en wederom verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. Ik voel me een zondagskind dat op een woensdag geboren is.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Extra info bij de foto’s: Macca live: vuurwerk en confettisnippers uit het plafond; King mememorial: MARTA signs, M.L.’s leven in een muurschildering, zoek de echte mensen tussen de poppen.

091 Mummie in komkommertijd

(11.16 uur, ook in het Haarlemse heeft de dooi nu maximaal zijn intrede gedaan, de sneeuw in de straten is geheel opgelost en er drijven grote plassen op de grachten)

Op herhaling naar Panama. Mijn hebben en houwen ingepakt en weer voor een aantal dagen de hort op. Weg van het koude Nederland. Een elf uur durende vlucht brengt ons daar. Heen – overdag. De terugvlucht door de nacht. Die laatste is nog steeds het zwaarst. ‘s Avonds om elf uur (Nederlandse tijd) je dienst aanvangen. Om de dag erna dertien uur later, pas uit te klokken. Het is elke keer weer een strijd met je eigen lichaam en geest. Ik vroeg laatst een collega hoe ze dat toch al die jaren volhoudt. “Ik zet gewoon een knop om,” zei ze.

Meteen na het opstijgen serveren we het diner. Ovens aan, de trolleys opbouwen, een hapje en een drankje uitserveren, ophalen, koffieronde na afloop. Al met al zijn we hier wel een aantal uren zoet mee. Net zoals het voorbereiden en opdienen van het ontbijt, vlak voor de landing.

Maar daar tussenin is het komkommertijd. De passagiers gaan slapen. Slechts op gezette tijden wordt er een cabineronde gemaakt; een dienblad met sapjes of een klein snackje. De helft van de bemanning houdt wacht, terwijl de andere helft even een uurtje tot anderhalf pauze kan nemen. Soms op een smal bedje, speciaal voor crew, maar vaker op een passagiersstoel met een gordijntje er omheen.

Ik zorg meestal dat ik in de eerste shift zit. Dan is de vlucht ‘doormidden’ en kan ik precies in het holst van de nacht even kort de oogjes dichtknijpen. Je bioritme schijnt een temperatuurdip te ervaren op nachtelijke tijden. Dat verklaart waarom ik al menig keer onder een dun dekentje heb zitten rillen op m’n stoeltje. Uitkomst (tip van diezelfde collega): de slaapzak. Modelletje mummie. Lichtgewicht en op trolleyformaat. Die ik helemaal kan dichtsnoeren tot boven aan toe. En daar zit ik dan, als een soort ingepakte garnaal, kostbare slaapminuten te pakken … om na een onrustig dutje … voor m’n gevoel al weer veel te snel te worden gewekt door een collega van shift twee.

Voor de wachthouders is het opboksen tegen de invallende slaap. Meestal bladeren we door een krantje. Ruimen de schade op die de turbulentie veroorzaakt (weer een tray met twintig glazen over de vloer). Of gaan we even buurten in de cockpit. Maar dan moet je nog een paar uur. Een boek lezen vergt veel concentratie; binnen de kortste keren lig ik alsnog met het voorhoofd op de bladzijden. Ik heb ontdekt dat het maken van puzzels de spanningsboog voor het wakker blijven precies goed houdt. Bovendien kun je er prima even bij weglopen als er een passagier op het belletje heeft gedrukt.

-oOo-

Terug naar Panama. Het is indrukwekkend om de enorme schepen door het kanaal te zien glijden. Jaarlijks komen er zo’n 14.000 stuks voorbij. Met aan weerszijden soms maar enkele centimeters speling. Ze doen er wel acht uur over om het hele kanaal te doorkruisen. Niet gek als je bedenkt dat het ruim 81 kilometer lang is en dat de boten een bergrug van 26 meter moeten overbruggen. Ik sta op het smalste punt bij de Miraflores Locks. De laatste sluis die de schepen nemen voordat ze hun tocht kunnen vervolgen, de Stille Oceaan op. Mannen met gekleurde helmen lopen af en aan. Een jacht met Amerikaanse vakantiegangers vaart de sluis binnen. Een schelle luidsprekerstem galmt over het water. De toeristen hangen massaal over de reling met hun camera’s.

Ik besluit nog een rondje te maken door Casco Viejo, de oude stad. Jullie weten inmiddels, ik ben geen hotelmus en ik maak graag een ommetje door het leven van aldaar. Eerst is het flink onderhandelen voor een acceptabel taxitarief. Natuurlijk slaat men maar wat graag een slaatje uit onwetende buitenlanders. In Panama is de dollar het gangbare betaalmiddel geworden. De lokale Balboa circuleert nog wel, maar eigenlijk alleen nog maar in muntgeld.

Na een ritje door het drukke verkeer stappen we uit in downtown Panama Stad. Het is een vervreemdende mix van moderne wolkenkrabbers en oude koloniale gebouwen. In tegenstelling tot sommige andere plaatsen kunnen we hier wel onopgemerkt rondlopen, zonder telkens op onze toeristenstatus te worden aangesproken. We slaan een smal steegje in, waar we een lokale markt treffen. In een prachtige kerk, voor trouwplechtigheid die er die dag zal plaatsvinden geheel aangekleed met brandende kaarsen en witte rozen, steek ik een kaarsje aan.

Elk Latijns Amerikaans land kent zijn eigen rum. Havana Club uit Cuba. Brugal van de Dominicaanse Republiek. Cachaça uit Brazilië. Panama heeft Abuelo, Opa’s rum. Natuurlijk gaat er een flesje mee in de koffer voor thuis.

-oOo-

Nu de midweek vrij om mijn nachtrust weer in het gareel te krijgen. Meestal heb ik hier toch wel een dag of twee – drie voor nodig. Vanaf zaterdag vlieg ik weer heerlijk jetlagloos dichter bij huis rond; richting Boekarest, Kopenhagen en Parijs.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Toelichting: schepen en mannen met blauwe helmen bij de Miraflores Locks, kunst op de muur, moeder en dochter wachten op de bus na een middag op de markt, een huis te koop, wolkenkrabbers aan de waterkant, een rode loper voor de kerk en een werkplaats met een wel heel kunstzinnige gevel.

080 Turbolentie

(17.00 uur, de was draait weer in de machine, de koelkast is bijgevuld, klaar voor een paar dagen weekend in Haarlem)

Een blog produceren gaat het beste, zo vers van ‘op reis geweest’. In de auto terug naar huis doemen er al allerlei mooie volzinnen aan me op. Want eenmaal in Haarlem zit ik gauw weer in de thuis-modus, je kent het misschien wel van vakantie. Je bent zo weer in de routine van alledag met alle beslommeringen die daar bij horen. Dus daarom bij deze, nog dezelfde dag, een verslag.

-oOo-

Voor het eerst uit(ge)stap(t) te Edinburgh. Maar door de korte tijd ter plaatse helaas weinig gelegenheid om wat van de omgeving te zien. Onder collega’s wordt een dergelijke overnachting ook wel ontbijtepleite genoemd. Ik wist daar nog een supermarktbezoekje naar de lokale Morrisons om de hoek aan toe te voegen; maar meer dan dat, werd het niet. Om 10.50 uur stond echt de taxi weer paraat om ons naar de luchthaven te brengen. De mooie afbeeldingen op de ansichtkaart die ik kocht (voor op mijn reismuur), konden me alleen maar doen dromen van al het moois dat aldaar nog te ontdekken valt. Gelukkig mag ik volgende week op herkansing, wederom Edinburgh, maar dan een paar uur langer te spenderen.

Deze week ook voor het eerst een uitstap Stavanger. Ik weet niet of hier al een woord voor bestaat, maar anders wil ik naast onbijtepleite wel de schrokken-nokken introduceren. Het was al half zes toen we aankwamen; dus na een vluchtig diner in de haven was het -hop- in bed en voor dag en dauw er al weer vandoor. Ik heb Stavanger alleen maar in het donker gezien. Wel wist ik nog een paar mooie kiekjes te schieten van de stad, die op deze avond met mysterieuze nevel omhuld was.

Volgende op de lijst: Madrid. Ruimer in de tijd, dus kon het centrum op een bezoekje van mij en m’n nieuwe cameravriend rekenen. Het licht was voortreffelijk, de zon verspreidde gulden herfstige stralen met op de achtergrond een grijze op komst zijnde regenlucht. Wederom superkieken. Toch wist deze grote Europese metropool me nog niet écht te raken. Waar het precies aan ligt kan ik niet zo 1-2-3 zeggen. Door de grote ruim opgezette gebouwen miste ik misschien … wat warmte en knusheid. Toch prik ik thuis ook weer van deze bestemming een ansicht op.

-oOo-

Vanmorgen vroeg. Al rond klokslag zes verlieten we de Madrileense bodem. Met een nagenoeg volle boeking vlogen we naar het Amsterdamse. Niet zonder slag of stoot trouwens. Het woord dat zich het beste leent voor het beschrijven van de situatie was met recht TURBOlentie te noemen. Ik wist me net op tijd vast te grijpen aan een van de bagagebakken. Het leek alsof we plots een oneffen hobbelpad betraden. Uit het niets. Slapende passagiers werden bruusk uit hun dommeltjes geklotst. Zojuist geschonken koffie en thee swingden hun bekertjes uit. De gezagvoerder hield zijn speech: een sterk veranderende wind op deze hoogte was de boosdoener. Maar het was nog niet voorbij. Hele glazen sap stuiterden nu door het gangpad en gaven met hun inhoud de passagiers een onvrijwillige plakdouche. “Cabin Crew Take Your Seats” klonk het uit de luidsprekers. Inderdaad, nu doorgaan met de service was in niemands belang. Zitten en vasthouden. Een angstige passagier drukte herhaaldelijk op het belletje om onze aandacht. Mijn collega wierp haar een bemoedigende blik toe. Helaas, nu even niet.

Enkele minuten later, toen we in rustiger luchtstromen terecht kwamen, konden we de schade inventariseren. Met een stapel vochtige doekjes en servetjes terug het gangpad in. Geruststelling hier. Depje daar. Een dame met een bevlekt pak vraagt waar ze stomerijkosten kan declareren. Na twee uur vliegen landen we lekker bijtijds op Schiphol.

-oOo-

Volgende week hetzelfde, maar dan omgekeerd. Maandag schrokken-nokken in Madrid en daarna een ruime middag in Edinburgh. Maar nu eerst het weekend vrij.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

077 Lucht

(15.58 uur, na een dagje ordinair vliegtuigspotten in het Aviodrome samen met paps, vetrek ik morgen zelf weer naar het Verre Oosten)

Dat ik ook bij dit bedrijf weer lange dagen maak, is niets nieuws onder de zon. Dat hoort bij de luchtvaart.

Naast de lange routes, doe ik hier ook nog (op de middellange afstand) bestemmingen in Europa aan. Wat tijd betreft maak je haast evenveel uren. Maar drie keer een vluchtje van twee uur (plus omdraai en voorbereidingstijd), is anders dan één lange vlucht van negen uur.

Het verschil zit ‘m in lucht.

Bij het vliegen van kleine stukjes gaat telkens de deur even heerlijk open voor wat frissigheid. Ik vind het dan ook altijd een verademing om de deur open te gooien. Voor een ijzig briesje uit de Zweedse bergen. Of een zwoel zuchtje Catalaanse herfst. Zoals afgelopen week.

Hoe anders is dat, als je ellenlang kilometers vreet over oceanen en andere continenten. Soms wel tot twaalf uur achtereen bevind je je in een buis op grote hoogten. Met nog honderden anderen op een klein oppervlak. Ademen, geeuwen, slapen, hoesten, snotteren en proesten. Met z’n allen. En de deuren blijven gesloten.

Een gezagvoerder vertelde me dat de luchtvochtigheid aan boord aanzienlijk daalt door het herhaaldelijk rondpompen van de aanwezige lucht. Deze wordt weliswaar aangevuld met de zogenaamde ‘bleed air’ (het Nederlandse woord ‘aftaplucht’, wordt minder vaak gebruikt) afkomstig van de motoren. Maar toch is aan het eind van zo’n vlucht de luchtvochtigheidsgraad gedaald tot slechts 2-3%. Als je dat vergelijkt met de gemiddelde waarden in Nederland (deze schommelen meestal zo rond de 80%), is dat dus zeer droog te noemen. Ik merk het zelf altijd het eerst aan mijn branderige ogen. Na een aantal uren in die lucht beginnen ze als sintels te gloeien ze in hun kassen.

Leuker wordt het ná de vlucht. Zodra iedereen is uitgestapt en ik buiten sta, breekt het klamme plakzweet me aan alle kanten uit. Mijn lichaam moet natuurlijk weer wennen aan al die humiditeit. “Welkom op de lange stukken,” lachen mijn nieuwe collega’s. Ik dep m’n gezicht met een zakdoek en neem me voor thuis meteen onder de douche te springen.

-oOo-

Inmiddels pak ik mijn koffer voor India. Morgen weer op pad; voor het eerst naar Azië. Een stop-over van 24 uur. Ik zoek online alvast wat informatie op. Er wordt betaald met Roepies. En de lokale tijd: +3½. Huh, drie-en-een-half uur later dan hier? Ik dacht dat tijdszones alleen in hele uren gingen. Hm. Dat mag morgen iemand me uitleggen. Namaste!

076 Kroko en de Vliegende Knorrepot

(12.52 uur, vanuit een herfstig onstuimig Nederland)

Na twee enerverende vluchten en een etmaal ter plaatse in Florida zit ik weer thuis. Het was voor het eerst dat ik als volwaardig bemanningslid op zo’n grote joekelmachine werd ingezet. Laten zien dat de weken training zijn vruchten hadden afgeworpen, viel nog niet mee. Op de heenweg worstelde ik nog flink om het tempo van mijn ervaren collega’s (twintig dienstjaren) bij te benen. Zeker omdat ik regelmatig in het duister tastte omtrent de werkmethodes en opbergplaatsen van de verschillende cateringspullen.

Op lange vluchten vindt er meestal een trayservice plaats (eten dat op een dienblad geserveerd wordt). Deze zijn al deels opgebouwd met ‘koude’ items en dienen te worden aangevuld met warme snacks / maaltijden uit de oven. Omdat aan boord de ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden zijn ze als perfect passende lego steentjes / tetris blokjes in de trolleys geladen. Eruit halen is niet zo moeilijk. Maar probeer ze na afloop maar weer eens net zo netjes terug te plaatsen. Dat valt nog niet mee. Schoof ik aan de ene kant er eentje in, kletterde de inhoud aan de andere kant er net zo hard uit. Met mijn niet zo snuggere acties had ik dan ook soms flink de lachers van de passagiers op mijn hand.

Bij aankomst hadden we precies 24 uur de tijd in Miami. Om uit te rusten of iets van de omgeving te zien, zo u wenst. Als je richting het Westen vliegt (het is daar zes uur eerder ‘terug in de tijd’) betekent dat voor ons Europeanen immer vroeg ontwaken. Dat vind ik niet erg. Ik houd van de ochtend. Het begin van een nieuwe dag. Ik was dan ook present op het strand om de zonsopkomst bij te wonen. Een lust voor het oog, de geest en mijn camera. De zonnegloed deed de omgeving glimmen. Alsof alles overgoten was met een dun laagje bladgoud. Adembenemend.

Vervolgens een ontbijtje, voetjes in de branding, slaapje en weer terug. Eigenlijk veel te kort, maar toch wel even lekker.

De nacht erop vlogen we terug. Take-off in westelijke richting, wat een sensationeel uitzicht gaf over de verlichte stad. Zoals je dat in veel steden in Amerika hebt, was ook hier het rechte blokkenpatroon van de straten duidelijk zichtbaar. Al die lampjes gingen plots scherp over naar de duisternis van de Everglades; moeras en leefgebied van krokodillen. Brrr. “Hier zou ik niet graag een noodlanding maken,” huiverde de gezagvoerder. Ik was het roerend met hem eens. Want dan zou ik in plaats van Coco -, KROKO en de Vliegende Knorrepot zijn geweest… *

Het spookachtige geheel werd compleet door de mistige wolkflarden en de cumolonimbus die hel oplichtte in de verte. Deze bliksemende donderwolk deed me denken aan de foto die ik maakte op Bonaire, een aantal blogjes geleden. Jullie zullen het moeten doen met mijn woorden als voorstelling van de situatie. Want mijn compacte cameraatje was helaas niet in staat dit adequaat op de gevoelige plaat vast te leggen.

-oOo-

Op de terugweg vond ik beter mijn draai aan boord. Na alles een keer te hebben gezien, kon ik beter meekomen en liep ik niet meer voortdurend mijn collegae in de weg. Nu heb heerlijk (en eindelijk, na een drukke cursusmaand) een paar dagen de tijd om bij te komen van mijn transatlantische vermoeidheid. Voor volgende week staan er een paar middellange afstandsvluchten gepland, waaronder een Barcelona.

* “Coco en de Vliegende Knorrepot”; is een uitspraak die mijn vader wel eens doet als ik weer op pad ga. Ik heb zelf zojuist even opgezocht waar dit precies vandaan komt. Het betreft een kinderprogramma dat aan het begin van jaren zestig op tv werd uitgezonden. Het jongetje Coco reist op de rug van zijn vliegende varkentje Knor naar verre landen en fantasievolle werelden en beleeft daar allerhande avonturen. (Bron: kindertv.net)

075 Nachtvlucht

(11.00 uur, ik maak me op voor mijn tweede wereldtrip, vanmiddag naar Miami)

Het is al weer een aantal uren geleden dat we Texas achter ons lieten. Ik loop nog een rondje door de cabine. Het is donker. De meeste passagiers slapen. In de gekste houdingen hebben ze hun lichamen over de vliegtuigstoelen heen gedrapeerd. Ik glimlach. Er liggen hoofden op uitgeklapte tafeltjes. Benen in het gangpad. Dekens en kussens her en der verspreid. Op sommige rijen branden leeslampjes. Enkele wakkeren kijken een film of lezen een nachtelijk boek. Ik controleer of de toiletten nog goed bevoorraad zijn met dozen tissues en rollen papier.

Terug in de galley. Het felle licht verblindt me. Er hangen een paar mensen op het werkblad te kletsen. Een van hen rommelt in de bak met snacks die ik daar heb neergezet. Hij slikt een hap chocola weg. Een kort praatje. Ondertussen schenk ik glazen met water en jus d’orange en zet ze op een dienblad. Als de mensen dorst krijgen buiten de gezette servicemomenten om, kunnen ze altijd hier terecht.

Ik merk dat ik moeite heb mijn ogen open te houden. Het is drie uur ‘s nachts. Over zes uur landen we pas op Amsterdam. Afzien. Ik kan me niet concentreren op een krant of tijdschrift. Het is alsof er stroop aan mijn wimpers kleeft. Mijn keel voelt droog. Ik maak nog een kopje koffie. De warme drank glijdt aangenaam mijn koude gestel door naar mijn maag. Beter. Nu is het wachten op de gewenste cafeïnekick. Het is raar om bewust de signalen van mijn lichaam tegen te spreken. Het vraagt om rust. Maar dat krijgt het nog niet. Straks pas. Mijn collega’s lijkt het gemakkelijker af te gaan. Door de wol geverfd en gehard na jaren nachten doorkruisen.

-oOo-

Het is een feit. Mijn eerste grootse vliegbrakte. Maar of het nu een onvervalste jetlag door tijdverschil is, of dat het komt omdat ik een nachtdienst heb gedraaid, weet ik niet. Het zal wel een combinatie van beide zijn. Ik weet niet wat ik met mezelf aan moet. Apathisch zit ik thuis op de bank in een badjas. Ik voel me een zombie van zonderlinge aard. De tv speelt druk flitsende beelden. Ik kan zelfs de simpelste programma’s niet volgen. Wat praten die mensen snel. Waar gaat het over? Mijn brein kan het niet bijbenen. En wat is dat daglicht fel. Dus zo voelen vampiers zich. De koffer staat open, maar onuitgepakt. Het is midden op de dag. Ik heb een paar uurtjes geslapen, maar voel me nog steeds geradbraakt. Dit is het dus. Ik moet wel om mezelf lachen. Zie dat nu zitten. Ik vind mezelf heel zielig. Jetlag-factor 9. Grappig. Maar het hoort erbij. Geef me eraan over. Ik nip nog een slokje thee en staar in het niets.

-oOo-

De cursus zit erop. Geslaagd voor alle toetsen en praktijkexamens. Lekker gevoel. Donderdag aten we taart en kregen we onze wings opgespeld. Letterlijk en figuurlijk klaar om zelfstandig onze vleugels uit te slaan en de de lucht in te gaan. Vanmiddag mag ik het waarmaken. Mijn vliegdoop naar Miami. Ajuus!