087 Amerikaanse bollenblues

(11.30 uur, vanuit het Noorden des Lands, waar de drassigheid langzaamaan oplost)

“GELUKKIG NIEUWJAAR!” Na het aftellen kunnen we eindelijk proosten. De plastic bekertjes klinken misschien niet zo als een kristallen flûte, maar het maakt de start van het nieuwe jaar er niet minder op. Het is nog licht. Mijn horloge geeft drie uur ‘s middags aan. Er pingelen sms’jes binnen met nieuwjaarswensen uit Nederland. Ik word omhelsd en gekust door mensen die ik nog maar net een half etmaal ken. Overal komen oliebollen tevoorschijn. De een tovert een papieren zak uit een trolley terwijl een ander met een doos van de Nederlandse bakker op de proppen komt. Andere gasten in de hotellobby kijken ons enigszins vreemd aan. En ik moet ze gelijk geven, want wie heeft ooit bedacht dat gefrituurde deegballen met bubbelwijn een goede combinatie is?

2011 mag dan misschien voorbij zijn in Nederland, dat is nog niet het geval op de plek waar ik me nu bevind. Lang sta ik echter niet stil bij dit bijzondere fenomeen. We hebben er een werkdag van ruim veertien uur op zitten. Dus na de toost op een nieuw begin kruipen we eerst voor een paar uur onze bedjes in.

“HAPPY NEWYEAR!!” Negen uur later vult luid gejoel de kades van Pier 14. Voor onze ogen voltrekt zich een kleurrijk schouwspel in de lucht. Vanaf een boot in de San Francisco Bay wordt onder aanmoediging van het toegesnelde publiek het prachtigste vuurwerk de lucht in geschoten. We laten nogmaals het oude jaar achter ons. Het nieuwe moet nu wel dubbelgoed worden. Mannen op skates in gekke outfits zwieren tussen de toeschouwers door. Amerikaanse ‘gillende keukenmeisjes’ zetten zichzelf op de de foto; op hun hoofden prijken ‘Happy 2012′-brillen met knipperende LED-lampjes. Dit alles tegen de achtergrond van de fraai verlichte Oakland Bay Brigde. Een goede start.

Bekijk het nieuwe jaar eens door een gekke bril!

-oOo-

De terugkomst uit San Francisco is al weer meer dan een week geleden, maar de bijkomstige jetlag heb ik nog maar net achter me gelaten. Een flinke omschakeling voor een korte-afstand vliegster als ik. Plots doorkruis ik tijdszones en ganse continenten. Ben ik zomaar ineens 24 uur op. Werk ik als anderen slapen. Slaap ik als anderen werken. Nu doorgewerkte nachten zich een aantal maanden opstapelen moet ik toegeven dat het me niet in de koude kleren is gaan zitten. Dat merk ik des te meer nu ik mijn vakantie van start is gegaan.

Afgelopen week was natuurlijk HET weer bij uitstek voor het laten overwaaien van trans-Atlantische katers. Dus na het herpakken van een gemiste nacht in mijn eigen bed, stap ik in de auto en rijd ik ik naar Zeeland. Onstuimige golven kletteren op basaltblokken. Vrachtschepen deinen vervaarlijk heen en weer. Op het nieuws verhalen over hoogwater, sijpelend dijkkwel en geëvacueerde koeien. De wind huilt langs de huizen. Ik laat me overhalen tot een strandwandeling. Op zee trotseren ingepakte marsmannetjes de schuimkoppen op hun surfboards. Da’s nog eens andere koek dan als groentje op de plank in Panama. Dit is niet voor mietjes. We bikkelen verder tegen de sterke Zuidwester in. Het traanvocht blaast naar de hoek van mijn oogkassen. Ah fijn, de beschutting van een paviljoen. We laten ons van binnen verwarmen door warme choco en glühwein terwijl we genieten van een optreden van aanstormend lokaal talent Eva Auad.

En nu dus: nog meer vakantie. Momenteel in Groningen. In de planning staat een weekendje Breda met zus en een bezoek aan het Engelse Brighton. Even een paar weken vliegloos met beide benen op de grond.

Ik wil de trouwe aanhang en al mijn collega’s van het afgelopen jaar bedanken voor de fijne momenten die ik met jullie heb mogen delen. Gaan jullie ook in 2012 weer met me mee in een jaar vol ontdekkingen, bijzondere reizen en ontmoetingen?

047 Digitaal rondfladderen


(14.00 uur, dag 2 van 8 maal stand-by)

Het jaar 2010 wordt voor mij al stand-by’end (is dat een woord?) afgesloten. Acht maal luchtvaart TBS, voor het overnemen van eventuele diensten. Voor het optreden als vervangend crewlid van zieke ‘afgestapte’ collega’s, vertragingen, gestrande crews, of roosterdisrupties. Beginnende gisteren – met straks een vrije kerstdag tussendoor – tot en met de 30e december. Momenteel verblijf ik nog steeds in onopgeroepen toestand thuis. Relax en eigenlijk toch niet tegelijk. Filmpje, boekje of website aanklooisel als bezigheidstherapie. Dagen als deze zijn voor mij ook immer weer een bron van creatieve uitspattingen aangaande zaken waar ik normaliter niet de tijd voor neem. Ten aanzien van mijn online-wezen bijvoorbeeld.

-oOo-

Ook ik ga met mijn tijd mee. Want sinds vandaag is het ook Life of LENOS on Twitter*. Niet gedacht. Maar bij nader inzien toch een boeiend medium. Zeker voor een globetrottend persoon als een stewardess. Toch voel ik me nog wel een groen onwetend rondfladderend boomklevervogeltje op het Wereld Wijde Web van informatiestromen. En stiekem schaam ik me dat ik met de hype meedoe… M’n leven maar digitaal te grabbel gooien voor iedereen die het weten wil? Hm. Ik herinner me nog maar al te goed het stukje dat ik schreef over ‘pingels en bliepgeluidjes’. Ik ben dan meestal ook iemand die zich zo lang mogelijk tegen trends tracht te verzetten, totdat ik er niet meer onderuit kan…

Ik probeer een ‘niet met de massa meeloper’ te zijn. Zo had mijn jongere zus als eerste een echt coole walkman. De lompe maar o zo gave knalgele Sony Sports. Ze had ook eerder een mobiel dan ik. Een prachtig prehistorische Pocketline Swing. De bolbuikige barbapappa met een iniemini smal strookschermpje waar je slechts een paar karakters op kon lezen. Top of the bill! Ze was de held van de klas. Ik vond het stom. Maar ging uiteindelijk toch overstag met m’n eerste foon, de Nokia 3310, een van de meest robuuste telefoons ooit gemaakt. En het is nu nog niet anders. M’n zusje is de koploper van ons beiden als het om technische vernuftica gaat. Ze had eerder de iPhone dan ik. En loopt momenteel al weer te freaken op de nieuwste Macbook Air. Ik kom er meters verderop pas achteraan, met mijn (nog steeds werkende!) door de cola gehavende laptop van vier jaar oud.

Back to business. Wat houdt deze ontwikkeling in voor jullie, als lezers van mijn site? Vanaf nu kun je in de rechterkolom onder het kopje ‘Het laatste nieuws’, een update van mijn meest recente uitspokingen lezen. Ik ben niet altijd in de gelegenheid om een prachtig lang overdacht stuk te fabriceren. Maar kan op deze manier wel even kort vertellen waar ik uithang, wat me bezighoudt of wat er gaande is. Benieuwd wat jullie hier van vinden!

-oOo-

Vanaf nu dus het experiment van LENOS in de lucht van twittervogels… Naast via deze site, ook te volgen op: http://twitter.com/lifeoflenos
* T..wattes? Nooit van gehoord… Twitter is een manier om korte sms-achtige teksten snel online te zetten. Een soort miniblog met korte berichtjes, ‘tweets’ genaamd. Als het beestje maar een naam heeft… Velen doen het tegenwoordig, waaronder zelfs Koningin Beatrix!

041 Kleedleed

(16.11 uur, een half uur voor schema geland uit Hannover, dus een half uur eerder thuis)

Ik was dit bericht reeds vrijdagavond begonnen. Dag 1 van mijn stand-by periode bleef ongevuld, dus had ik de tijd om te schrijven. Het idee was om dit zaterdag, na revisie van de spelfouten, online te zetten. Het lot besliste anders. Ik werd nog voor het krieken van de dag bruut uit dromenland getrommeld. >> TRINGGG << Woehaaa! Schrik! Vroeg! Twintig over vijf… Voor het overnemen van de Edinburgh vluchtencombinatie met een bijbehorende Hannover nachtstop. Ik ben net pas weer op Hollandse bodem. Bij deze daarom nu mijn reeds getypte verhaal.

-oOo-

Een stijlvol interieur vind ik belangrijk. Omdat het toch je thuis is. Zeker na vier of vijf dagen weg is het heerlijk om weer tussen je eigen spulletjes te vertoeven. Ondanks dat ik er haast vaker niet ben dan wel, heb ik daarom toch geïnvesteerd in een comfortabele lounge hoekbank. In een knus nephaardje. Voor behaaglijke warmte op een koude dag. En in gezellige accessoires voor het creëeren van een huislijke sfeer. Ik houd van mijn huisje. Er is echter één ding mij al jaren een doorn in het oog.

De vloerbedekking. Dat is het leuke van een huurhuis, je krijgt het er meestal bij. In mijn geval is dat het allergoedkoopste stuk gare rommel per strekkende meter. En ook nog in een vreselijk viesvale beigegrijze kleur. Vloerbedekking snap ik sowieso niet. Lang zo niet sjiek, hygiënisch, fris en fruitig als een strak houten of laminaten vloertje. Helaas is dat geen optie in mijn verzakte en gehorige maar prachtige grachtenpand appartement.

Terug naar het beige bedeksel. De vorige bewoner had er reeds een jaar lief, leed en knoeipot mee gedeeld, daarna was de beurt aan mij. Het heeft ondertussen zijn beste tijd nu echt wel gehad. Hoe lang gaat dat spul überhaupt mee ? Aanvankelijk wist ik natuurlijk niet hoe lang ik er zou kunnen blijven wonen. En of de kosten van een nieuw matje woonkamergras de moeite van het investeren nog waard waren. Uiteindelijk wel, zo blijkt nu, vier jaar en flink wat rafels later.

Een korte omschrijving.

Reeds bij het betrekken van de woning moesten er drastische maatregelen genomen worden. De poes van de onderburen had het lege onderkomen gebruikt als aangename chillplaats en alternatieve kattenbak. Met penetrant riekende restanten als gevolg. Hoe ik ook schrobde met allerhande sopjes en grootmoeders schoonmaakwonders; het mocht niet baten. De geur bleef. Hardnekkig stinkend. De enige uitkomst bracht uiteindelijk een loeischerp stanlymes en een stuk reservetapijt. Heden ten dage nog immer een vierkant eiland op een toch wel vrij aanwezige plek.

Dat was één. Twee is een vol bord spaghetti met rode saus op zijn kop, flats, voor de bank. Drie is het effect van schuivende stoelpoten op prullerig karpet: loslatende draden. Mijn eigen motorische klunzigheid was tevens debet aan nummer vier. Kaarsvet. Hè verdorie. Hoe te verwijderen uit stoffen? Ik raadpleegde het internet. "De vlek bedekken we met grauw of ander absorberend papier en daarover strijken we met een warm (niet te heet) strijkijzer.” (Bron: www.omaweetraad.com).

Ja? Toch niet helemaal… Ik was éven vergeten, dat mijn laagpolige rakker synthetisch van aard is… Gevolg: ik kan nu nog steeds dagelijks de krant van vorig jaar lezen… Hij is als een harde koek aan de grond vereeuwigd.

Geen énkele, ik herhaal, geen énkele van de items in bovenstaande opsomming had blijvende schade berokkend aan een houten vloer. Misschien had het stuk kattenpis opgeschuurd en opnieuw in de was gemoeten.

(Verzachtend naschrift: het voordeel is, dat als je er zelf enige tijd op woont, je het vanzelf niet meer ziet. In elk geval, minder aan ergert; zoals met veel dingen. Ik noem het ‘eeuwige peertje aan het plafond’ verschijnsel, of het ‘moeten we nog ophangen’ schilderij).

Er lag al een los kleed over het grootste gedeelte van de vlekkenverzameling. Jammergenoeg is het niet groot genoeg om ook de lik donkerblauwe schoensmeer die ik er gisteren op kliederde, te bedekken… Wat doet een mens in zo’n geval?

Op naar IKEA. Een groter kleed halen. Want zoals de Vlamingen mooi kunnen zeggen: “Iedereen draagt zijn leed onder zijn kleed…”

-oOo-

PS: de sollicitatie loopt nog steeds… Hopelijk eind komende week uitsluitsel.

027 Pingels en bliepgeluidjes

(14.30 uur vanuit een broeierig Haarlem)

Ik doe er net zo hard aan mee. De ‘verdigitalisering’. Zoals jullie weten zet ik namelijk ook regelmatig een berichtje via mijn mobiel online. Een hightec dingetje met GPS, 3G verbinding, WiFi en de hele rataplan. Handig voor als je veel onderweg bent. Altijd je foon kunnen opnemen, je mail kunnen openen en je smsberichten kunnen lezen hoort bij de wereld van vandaag. We kunnen ons niet meer voorstellen hoe het ook al weer was om mobielloos door het leven te gaan. Maar in de jaren negentig hebben we ons toch echt gered met vaste lijnen, belkaarten en telefooncellen. Wat moet dat heerlijk rustig zijn geweest…

Eigenlijk steekt het me. Dat ik zo toegewijd ben aan wat zich in de digitale wereld afspeelt. Iedereen moet en wil altijd maar online zijn. Een vorm van digitale verslaving? Het laatste nieuws checken, mails versturen op het terras en klagen bij slecht bereik. Alles aan iedereen vertellen. In Nederland zijn er momenteel ruim dertien miljoen mobieltjes in gebruik. En je hebt er een hele dagtaak aan om al je ‘vrienden’  en contacten op de hoogte te houden. Want iedereen doet tegenwoordig wel aan enige vorm van sociaal netwerken. Twitter, Facebook, Flickr, MySpace, Hyves, Linkedin, MSN, tig verschillende emailadressen voor werk en thuis… Ik ben het spoor wel eens bijster.

Ook aan boord van een vliegtuig stopt dit natuurlijk niet. Voor vertrek nog even snel een belletje plegen, een mailtje typen of sms’je sturen. Het is dan natuurlijk vréselijk vervelend om door de stewardess gesommeerd te worden je elektronische apparatuur uit te schakelen. Wat nou ‘gereed voor vertrek’, ziet ze niet dat ik nog aan het bellen ben? Ik ben pas gereed als ik dit heb afgehandeld. Ze wachten maar even. Of ik mijn telefoon nú uit wil doen…? Waarom? Oh, de flight safety uitleg over hoe de nooduitgang werkt? – Zucht – Vooruit dan maar. ”Ja, ZE wil dat ik nu ophang Wim, bel je zo terug als we geland zijn.”

Het vliegtuig heeft zijn gestel nog niet eens op het asfalt geplant of men zet zijn mobieltje weer aan. Talloze bliepgeluidjes en pingelings vullen de cabine. Checken of er iets ‘gemist’ is gedurende dat uurtje dat we frappant genoeg tegelijkertijd in- en uit de lucht waren. Want helaas voor de  bereikbaarheidsfreaks is er nog geen mobiel netwerk op tien kilometer hoogte. Of je moet al in het bezit zijn van een peperdure satelliettelefoon (bellen vanaf twee euro vijftig per minuut en dat is nog exclusief de aanschaf van het apparaat zelf: ongeveer 1500 euro…).

“Heee hai met mij. (…) Ja goed en met jou? Waar ben je?”
“Ja aan boord van de vlucht naar Wenen. Ik heb net mijn tas in de bagagebak gegooid en maak nu… *klak* mijn stoelriem vast,”
Elke boe of bah uit je leven moet tegenwoordig aan de buitenwereld worden meegedeeld. Middels je actuele WieWatWaar status moet iedereen weten waar je uithangt. “Vijf weken backpacken door de boeshboesh @ Tanzania”, is een verkapte manier van zeggen: hallo inbrekers! Mijn huis is voor langere tijd onbewoond, dus haal de boel maar leeg! En wil ik die foto van een zojuist bevallen collega die haar pasgeboren baby met bloed, navelstreng en al nog vasthoudt echt zien?

Hm. Ik merk dan ook dat er in mij iets begint te borrelen tegen dit soort ongegeneerde publiekelijke uitspattingen en ontboezemingen. Een anti-tendens steekt de kop op. Zo heb ik onlangs mijn Facebook account opgeheven, verdiep ik me niet in Flickr en MSN ik eigenlijk alleen nog met mijn oma.

Aan mij gaat regelmatig het een-en-ander voorbij. En daar ben ik maar wat blij om. Want dat scheelt me heel wat nutteloze informatieve overdaad. Als je voor je werk vier dagen in den buitenlande bivakkeert is het onmogelijk om van alles op de hoogte te blijven. Heerlijk vind ik dat. Net zoals op vakantie gaan. Want zeg nou zelf, het is toch fijn om even zonder televisie en internet te zitten, in een gebied zonder mobiel bereik. Meer aandacht voor je eigen leven, je directe omgeving en wat daar in speelt. Ik laat vaker mijn telefoon en computer bewust uit staan. Zo probeer ik meer plaats te maken voor de kleine tastbare geneugten. Een uitnodigend uitwaaimoment op het strand. De zon op mijn bol tijdens een wandeling door de stad. De geur van pasgemaaid gras. Een goed gesprek face-to-face. Een kop koffie met vriendinnen. Een liefdevolle aanraking. Zo fijn. En daar heb ik helemaal geen multimedia voor nodig.

026 Peentjes zweten

(16.10 uur, stand-by thuis te Haarlem)

Je zit er misschien wel helemaal niet meer op te wachten. Een impressie van mijn middag en avond op het Museumplein. Je wilt wat er gisteren gebeurde misschien wel het liefst zo snel mogelijk vergeten, verstoppen of zelfs ontkennen dat het überhaupt heeft plaatsgevonden. In dat geval moet je maar gauw ophouden met lezen. Want dat is toch waar dit stukje over gaat.

-oOo-

Het begon zaterdagmiddag. Met het last-minute scoren van een oranjeshirt. En denk je dat dat makkelijk is? Nee natuurlijk niet! Alle oranje rommel was overal uitverkocht, op nog wat harige oranje beenwarmers (met deze temperaturen!) en wat maat extra large bungalowtent shirts na. Gelukkig vond ik een achteraf winkeltje dat nog niet ten prooi was gevallen aan de oranje plundering. Een dandy witte polo met oranje kraag zou mijn outfit worden.

Met de trein van Haarlem naar Amsterdam CS met de tram naar het Museumplein. Hier gaat het gebeuren. Er zijn enorme schermen opgehangen aan hoge metalen zuilen. Het lijkt alsof we allemaal deelgenoot zijn van een geheim genootschap. Mensen in oranje uitdossing voelen onmiddellijk een band. Wie oranje draagt hoort erbij. Of je nu uit Duitsland, Engeland of Australië komt. Kleur verbroedert. Nederlands spreken is geen vereiste. Schilder de rootwitblauwe driekleur op je wang en je bent gegarandeerd van de eensgezinde saamhorigheid. Dat je feestknallers als “Nederland oh Nederland - Jij bent de Kampioen – Wij houden van oranje” playbackt als een foute Neil Diamond imitator op een cruiseschip, geeft helemaal niks. Blazen op je vuvuzelaatje behoeft geen taal. Ik voel me bij nader inzien wel wat doorsnee vergeleken met de knotsgekke kostuums van anderen. Hoe idioter, des te cooler, lijkt het wel. Ik kijk mijn ogen uit. De dag is nu al geslaagd en ik heb nog geeneens voetbal gezien. Toppunt: hoofddeksel in de vorm van een oranje uilskuiken.

De sfeer zit er reeds vroeg in de middag al goed in. DJ’s draaien hoempapa hotseklotsmuziek. Mensen dansen, zingen en chillen maximaal op opblaasbare banken of gewoon in het groene gras, dat prachtig afsteekt tegen al dat oranje. Vanuit helikopters dalen tienduizenden oranje gerbera’s op ons neer. Hoe dichter de aftrap van de wedstrijd nabij komt, des te drukker het wordt, maar ook: des te aangeschotener sommigen worden. Blootgebaste jongemannen hossen luidkeels zingend in het rond met zojuist geopende bierblikjes. Gevolg: een bierdouche voor de menigte die zich er in een straal van minimaal 6 meter omheen bevindt.

Voor het bijwonen dergelijke publieke bijeenkomsten zijn er eigenlijk twee dingen noodszakelijk: lang zijn en man zijn.

Lang zijn spreekt voor zich. Ik spendeerde het grootste deel van de avond aan nekstrekken langs Hollandse reuzen en wijdse krullenbollen om nog een glimps op te vangen van wat er op het scherm te zien viel. Een meisje wordt op de schouders van een vriend gehesen, maar belemmert zo het zicht voor tientallen fans. Er wordt geschreeuwd, geknakte vuvuzela’s en plastic glazen vliegen haar om de oren om haar naar beneden te manen. (Hang die schermen dan ook wat hoger).

Man zijn: omdat staand plassen me een heerlijke snelle verademing lijkt (en kom nou niet aanzetten met die plastuit voor vrouwen…). Wij zijn gedoemd tot de  openbare wcpapierloze Dixietoilethokjes. Een sterkte maag is vereist, want ze zijn al na een paar uur te ranzig voor woorden. Meer details zal ik jullie besparen.

(…)

Kwart over elf. Bijzonder toch hoe zo’n lullig wedstrijdje (oei kan ik dat wel veilig opschrijven?) zoveel vaderlandse teleurstelling ontketent. Tuurlijk is het jammer dat ‘we’ niet gewonnen hebben. Het was regelmatig even bloedstollend spannend.  Maar het is en blijft een spelletje (wel eentje die voor de spelers heel goed betaalt overigens). Henny Huisman zong het al jaren geleden:

Hier stond je dan vanavond
Het was wel spannend
Maar toch ook fijn
Maar zoals bij elke wedstrijd
Kan er maar één de winnaar zijn
We laten ons niet kennen (nee)
We gaan gewoon maar door
Want wie niet tegen z’n verlies kan
Die is maar zielig hoor.

Toch zag ik hoe een pot voetbal kan leiden tot een krenking in de nationale trots, die menig liefhebber zich nog tot ver in de toekomst zal weten te herinneren. Ik zag stoere volwassen kerels die tot tranen toe geroerd waren. De schmink op hun wangen vervagende tot grillige vlekken. Er werd tegen lege flessen aangetrapt. Oranje druipt af. Een colonne van honderdduizend mensen loopt over straat en trambaan. Auto’s toeteren, maar de macht van de grote menigte dwingt ze tot stilstand. Trams stagneren midden op een kruispunt. Treinen zijn met beslagen ramen tot de nok toe gevuld. De saamhorigheid blijft. Er is in de benauwde coupés zelfs ruimte voor ironische grappen over het verlies. Ondertussen zweten we peentjes. En tellen we de haltes af. Tot we er uit mogen. Oranje af. Ieder gaat weer zijn eigen weg.

Momenteel stand-by tot vanavond zeven uur. Mijn oranjeshirt ligt al weer netjes schoon en gestreken in de kast. Voor de volgende keer.

De komende dagen naar Toulouse, Bristol en Nice.

020 De 100 meter zandbak zwalken

(13.22 uur Haarlem Sahara City)

Mijn straat ligt eruit. Dat wil zeggen; de riolering wordt vervangen. Al wekenlang is het een stoffige bedoening. Graafmachines en drilboren domineren het straatbeeld en overstemmen de fluitende ochtendvogels. Stapels tegels, grint, dranghekken en afzetlint. Verboden in te rijden. Rommel. Leuk als je dan -  klaar voor een nieuwe werkdag – met je glimmend gepoetste schoenen je auto moet opzoeken. Die staat natuurlijk een straat verderop. Griploos op pump instappers ploegen door het zand met totale stessenbepakking. Mijn koffer maakt een diep spoor. Stewardessen dienen er altijd netjes en fris uit te zien. Dat wordt me zo wel heel moeilijk gemaakt.  Bezweet en met dof bestoft schoeisel arriveer ik bij mijn voiture. Eerst die halve Sahara er maar uit trachten te kloppen. Volgelopen fijnmazige panty’s. Oh zo fijn. Het zand knarst met kilo’s tegelijk tussen mijn tenen. De instappers zien eruit alsof ik zojuist Dakar Ralley heb volbracht. Holadiejee. De volgende keer maar mijn uniform opleuken met rubberen laarzen voor de eerste paar honderd meter zandbak zwalken?

-oOo-

Terug van vlieggeweest. Ik plak een nieuw gescoorde ansichtkaart op mijn bestemmingenwand. Ik heb een tic om van alle steden waar ik voor mijn werk op heb gevlogen een postkaart mee te nemen. De murale trofeeën van mijn mondiale trips. Voor als ik soms vergeet waar ik ook allemaal al weer ben geweest. De muur begint al aardig vol te raken. En er komen alleen nog maar meer bij…

Ondertussen draait het leven om me heen in sneltreinvaart door. Doordat ik regelmatig de hort op ben krijg ik vaak de helft niet mee van wat er zich in de wereld afspeelt. Op het nieuws probeer ik tussen de vluchten door toch de versnipperde verkiezingsuitslag te volgen. De kranten aan boord speculeren zich suf: krijgen we Paars Plus, Centrum Rechts of Links Progressief? De olievlek in Golf van Mexico wordt snel groter. Señor Van der Sloot houdt de gemoederen flink bezig met zijn leugens, maar moet toch brommen in een Peruaanse cel. En de Oranjegekte lijkt in alle hevigheid losgebarsten.

Ik zie op hoedeplanken in auto’s pletterpetten en brulpruiken verschijnen. Zonder goedkope plastic oranje merchandise tel je als ondernemer tegenwoordig niet meer mee. En oja; de Wuppie is zó 2006! Tegenwoordig maakt men de blits met een Oranje Duimpie, Beesie, Handje, Buddie, Juichie of Tuigie. Als het maar een pakkende onnozele naam heeft. Sommige fans behangen hun totale gevel met slingers, vlaggen en ander oranje snuister. Laten we wel wezen. Natuurlijk weet ik dat een wedstrijd uit twee speelhelften van 45 minuten bestaat en kan ik de buitenspelregel uitleggen (ja ja!). Maar het was pas een week geleden dat de namen van de nieuwe generatie spelers mij ter ore kwamen. Nee voetbal is leuk, maar mijn bijdrage beperkt zich tot het aanbrengen van oranje nagellak op de dagen dat het Nederlands Elftal speelt. (!!) En als ik kan, kijk ik hier en daar een wedstrijd. Elk excuus voor een avond gezellig kroegen en brullen met vrienden of collega’s is natuurlijk welkom. Maar aan mijn lijf en huis verder geen plastic polonaise. Want ik voldoe al sinds mijn geboorte al aan het oranje boven principe!

-oOo-

014 Eruptie-interruptie

(18.25 uur, vanuit een groen en zonnig Haarlem)

Verbazingwekkend. Hoe snel alles weer op de rails was na interruptie door de eruptie. Aswolk Deel II heeft niet lang het Europese luchtruim gedomineerd. Natuurlijk was er maandag wel de nodige vertraging , zoals dat gaat met een dergelijke onderbreking. Slotten van een paar uur vooruit in de tijd. Wachten. Geduld. Niet begrijpende passagiers: “Waarom kunnen we niet gewoon vertrekken? Het is drie uur, de geplande vertrektijd is verstreken, iedereen zit aan boord, waar wachten we dan nog op?!” Op het aanbreken van onze slottijd. Leg dat maar eens uit. Dus kwam ik maar weer eens met mijn ‘afspraak bij de tandarts’ metafoor op de proppen (zie ook de uitleg op de ‘Info’ pagina; Vliegjargon).

Uiteindelijk gingen we gewoon naar Göteborg. En ook weer terug. De dag erna gingen de Toulouse, Bristol en Nice ook netjes op tijd, of zelfs te vroeg.

Verder…

… trof ik oude bekenden (het Noorse Baileys dametje) op de Nice vlucht,

… werden er VIP passagiers in een geblindeerde zwarte limousine aan boord gebracht (de directeur van Schiphol en zijn vrouw),

… werkte ik als een goed geolied team samen met een ervaren collega

… en kon ik lekker stappen, slapen en shoppen (ook in die volgorde) in Bristol.

Kortom, ik kijk terug op een drukke maar geslaagde en gezellige werkweek.

-oOo-

Totaal niet mijn stijl. Ik ben een planner, vooruitdenker, goed-voor-elkaar-hebber. Ik moet dan ook eerlijk bekennen dat ik er een beetje onrustig van werd. Morgen gaat mijn vakantie van start. Vorige week heb ik bedacht New York en Washington te bezoeken. Tot vanmiddag twaalf uur had ik daarvoor nog he-le-maal niets geregeld. Geen ticket, geen online reisautoristatie om de Verenigde Staten binnen te komen en nog geen gepakte koffer. Wonderlijk. Zo niet mij. LENOS’ last minute vakantieverwikkelingen. Spannend ook wel.

Vanmiddag een ticket naar JFK gefikst en ESTA toestemming gekregen. Mijn bundeltje gepakt en morgenochtend naar de luchthaven. Hopelijk is er nog een plaatsje vrij op de vlucht van Delta Airlines. Want naast dat er stand-by diensten bestaan (je weet niet of je gaat vliegen, ja of nee), bestaat ook de optie om een stand-by ticket aan te schaffen. Daarop kun je voor privé doeleinden reizen voor een wat zachter prijsje. Klinkt leuk, is het ook, maar natuurlijk zit er een klein addertje onder het gras. Want éérst gaan alle ‘normale, volle-mep-betalende’ passagiers aan boord. En als er op het állerlaatste moment, vlak voor vertrek, ergens in een onooglijk uithoekje nog een stoel ‘over’ is, ben ik (eventueel) aan de beurt. Dus hoe ziet mijn dag er morgen uit? Afwachtenwachtenwachtenwachten. Vol is vol. Als het niet lukt mag ik de volgende vlucht proberen. Of die de dag daarna. Zo gaat dat. Ik ben benieuwd. Of ik morgen ga…

Indien de mogelijkheid daar is, natuurlijk een bericht uit de Big Apple of D.C. Howdy folks!

012 (Beetje thuis onder)Weg

(19.25 uur; Haarlem Headquarters, ik heb zojuist de gevulde paprika’s in de oven gezet)

De overlast van de IJslandse snuffelvulkaan is amper voorbij of het volgende incident in de luchtvaart dient zich al weer aan. Het is woensdag. We zijn zojuist geland op Amsterdam. De passagiers zijn uitgestapt en de schoonmaakploeg stapt aan boord. De gezagvoerder is als eerste op de hoogte. “Hebben jullie het al gehoord? In Tripoli is er een kist uit de lucht geploft. Er zijn ruim zestig Nederlanders bij omgekomen.”

Ai. Weer een vliegtuigcrash. Een rare gewaarwording. Helemaal omdat ik op het moment van vernemen me er zelf in eentje bevind. Natuurlijk zitten de media er gelijk bóvenop. We wenden dan ook meteen onze hightech telefoontjes aan voor het laatste nieuws. ‘Afriqiyah Airlines’. ‘Dik honderd mensen aan boord’. ‘Waarschijnlijk een Nederlands wonderkind met een dozijn aan engeltjes op zijn schouder die het lijkt te hebben overleefd’. Heftig. Maar voordat ik me verder kan informeren moet er eerst nog een paar uur worden gewerkt. Een heen-en-weertje Stuttgart als afsluiter van de driedaagse dienst. Gedurende de vlucht blijft de crash af en toe opspelen in mijn gedachten. Eenmaal thuis vertelt de televisie me al gauw weer de laatste ins-and-outs. Pfff. Wat een toestand.

Treffend toch, hoe mensen zich altijd nog weten te herinneren waar ze zich bevonden toen schokkend nieuws tot hen kwam. Zo weet ik bijvoorbeeld nog precies waar ik was ten tijde van de neergestorte Turkish Boeing. Ik zat in mijn uniform in de auto, juist op weg naar Schiphol. Op ‘nine-eleven’ stond ik met het team supermarktmedewerkers in de kantine, met zijn allen vol verbazing starend naar een klein tv’tje waarop de rokende restanten van de Twintowers waren te zien. Met de kwestie Pim Fortuyn was ik alleen thuis en belde ik met mijn ouders die op een Franse kampeervakantie waren. Weten jullie nog waar je was en wat je deed tijdens deze gebeurtenissen? Vast. Het worden ‘Flashbulb memories’ genoemd. De Nederlandse vertaling – flitslamp herinneringen – vind ik toch een stuk minder mooi. Ogenschijnlijk triviale persoonlijke alledaagse beslommeringen worden door een bijzondere gebeurtenis voor de rest van het leven in het geheugen gegrift. Het zijn historische autobiografische mijlpalen geworden. Net zoals je eerste kus. Of de geboorte van je eerste kind. Maar dan van een iets andere orde. Omdat ze gekoppeld zijn aan dat ene voorval. Omdat vanaf dan de wereld er waarschijnlijk (een klein beetje) anders uit ziet…
-oOo-
Wat anders. Ik begin een beetje stoffelig te worden. Stoffel de Schildpad. Jullie kennen hem vast nog uit de Fabeltjeskrant. Van huis uit bij ons in de familie een term voor verstrooid, slordig of vergeetachtig. Want nadat ik mijn boek aan boord had laten liggen (en niet weer terug heb gevonden), kwam ik gisterochtend in het taxibusje naar Liverpool John Lennon Airport tot een andere vervelende ontdekking. De mini muziek speakertjes die ik altijd bij me heb, zaten niet meer in mijn tas. Mijn boxjes zijn me heilig. Om lekker te ontspannen, ook in het buitenland, met fijne muziek. Weg. Pleite. Verschwunden.
Sukkel. Waar konden ze liggen? No idea. Ik heb voor mijn spullen altijd vaste plaatsen. En doe toch echt een laatste check voordat ik mijn kamer verlaat. Ik belde het hotel. Of ze nog even wilden kijken in room six-o-four. Zouden ze doen. Na de vlucht, weer terug op Amsterdam, nog niks gehoord. Dus belde ik de captain van de middagvlucht om nog even voor me te vragen aan de receptie. Niets gevonden. Shit. Waar had ik ze dan laten liggen. Het hotel in Bremen? De dag ervoor? Keine ahnung. In mijn beste Duits hing ik wederom aan de telefoon. “Haben Sie vielleicht kleine rote Lautsprecherchen (probeer dat maar eens uit de spreken) gefunden?” Je hebt er wel extra werk van. Auch nichts. Ze moeten ergens uit mijn tas gevallen zijn. En dat kan dus overal geweest zijn. Ik geloof dat mijn queeste dan ook hier eindigt.

Twee dingen kwijt in één week. Lekker bezig LENOS. Was vorige maand ook al een draadloze computermuis en een fles shampoo lichter. Niet heel erg allemaal, maar wel hinderlijk. Tja. Dat hoort er ook bij. Wie wat meeneemt, kan wat kwijtraken. Het is prijs die je af en toe moet betalen voor dat kleine beetje van thuis onderweg.
-oOo-
Morgen hopelijk eindelijk een fatsoenlijk internetverbinding. (!) Zaterdag naar Bordeaux en Kristiansand. Zondag weer Stuttgart, maar ook Middlesbourgh. Maandag Toulouse en Cardiff. Dinsdag Bristol. Woensdag Nice. Daarna een weekje vakantie.

008 Tweede leven

(22.15 uur wederom vanuit de ether in priegelland, betere tijden zijn in zicht, want de ADSL verbinding is reeds besteld)

Het is ondertussen bijna twee weken geleden dat ik een vliegtuig van binnen heb gezien. Wat ik dan wel heb gedaan? Me vergaapt aan de indrukwekkende doeken van de Haarlemse meesters in het Frans Hals Museum. Aangenaam op een klapstoeltje buiten in de zon aan het water gezeten. Maar ook: het gootsteenkastje uitgemest. Het filter van de afzuigkap vervangen. En de bank in de was gezet. Grote voorjaarsschoonmaak? Nee hoor. Het is weer eens zover. Inderdaad, ik sta stand-by.

Ook dag twee gaat voorbij in complete radiostilte. Ik had wel anders verwacht gezien de hedendaagse omstandigheden. Moeten niet juist nu alle zeilen worden bijgezet om de verstoorde dienstregeling van de gepijnigde luchtvaartmaatschappijen weer in het gareel te krijgen? Nu de godenvrienden hun levens hebben gebeterd en de vulkaan de andere kant op rochelt? Ik snap er niks van. Had verwacht al làng gebeld te zijn voor een leuke dienst van het een of ander. Apathisch staren naar de bereikstreepjes verandert niks. Stilte. Toch ben ik wel gewoon in de lucht met mijn mobiel, getuige dit blogverhaal. Hm. Sja. Er kunnen mindere tijden zijn om aan foon gekluisterd te zijn. Morgen tot en met maandag dag nummero drie tot en met vijf stand-by. Van tien tot tien. Wat zal ik nu weer eens gaan bedenken…

Ik heb al eens eerder uit de doeken gedaan hoezeer uniformen hebben te lijden onder temperatuurschommelingen van minus Trondheim tot tropisch Toulouse. Wekelijks gedragen, getergd en gewassen. En op een gegeven moment is het gedaan. Gebeurd. Dan zijn ze te gaar, vergrauwd en verkleurd om nog mee voor de dag te komen. Hun tweede leven begint.

Mijn comfortabele leren bank staat te glanzen in de woonkamer als nooit tevoren. Dankzij de bloes. Ooit deel van een representatief uniform, maar reeds opgegeven. Echter nog prima aan te wenden voor allerhande hand- en spandiensten. Zo als de bank in de was zetten. Schoenen poetsen. Of de auto wassen. Knip dan wel eerst de knoopjes eraf, want die maken zo’n krassen op de lak. Een tweede leven als Multifunctionele Poetslap. Het bedrijf zou eens moeten weten…

007 Het pact van de goden

(12.01 uur vanaf de oude vertrouwde computer @ my parents place)

Wat een práchtig weer. Ik krijg er een fijn instant lentegevoel van. Aangenaam zachte temperaturen, een lekker zonnetje, geurige bloesembomen en fluitende vogels. Schijn bedriegt. Achter dat prachtige hemelsblauw gaat ogenschijnlijk van alles en nog wat schuil…

Eyjafjalla’s verkoudheid is nog lang niet genezen. Hij hoest, proest en pruttelt er nog lustig op los. De weergoden lachen in hun vuistje. Aeolus houdt zich angstvallig gedeisd. De zuiden- en oostenwind zitten nog steeds braaf opgesloten in zijn grot. Hij is ook niet achterlijk. Hij speelt het spelletje van zijn vriend Vulcanus vrolijk mee. Het natuurgeweld is heer en meester over het luchtruim. De mensheid kan niets anders doen dan zich gedwee schikken naar de grillen beide heren. De gevolgen van hun zwarte pact gaan de vijfde dag in. Arme Eyjafjallajokull. Iemand een dropje van reuzenformaat over om zijn hoest te wat verzachten…?

Het was de afgelopen dagen dan ook wederom vaste prik. Dagelijks kon ik rekenen op een telefoontje. Het gaat (weer) niet gebeuren vandaag. Morgen een nieuwe kans. Voorlopig stand-by tot nader order. Ik ben geen goede landrot. Twee tot drie dagen thuis red ik nog net. Maar na een aantal dagen huismussen slaat de onrust toch echt toe. Dagelijks ‘wachten’ op het verlossende woord. Dat telkens ook kwam. ”Het is nog even weer uitgesteld.” – Zucht – Mijn koffer staat mistroostig bepakt te verstoffen. Mijn uniform onaangeroerd  fris gewassen en netjes in de strijk. Ik kan ieder moment uitrukken om een vlucht uit te voeren. Maar dat was niet nodig. Want uiteindelijk kwam de laatste order. “Vrij. Vooralsnog. Maar houd je wel bereikbaar voor eventuele veranderingen. Okéj?”

Oké. En nu? Voor mij ligt een (mogelijke) zee aan vrije tijd. Ik ontvlucht mijn huis. Naar een plaats waar het altijd fijn vertoeven is. Ondertussen volg ik het nieuws op de voet. Het houdt de gemoederen flink bezig. Er wordt heel wat afgeklaagd (dure hotels), gespeculeerd (vanmiddag weer de lucht in?), gegrapt (bankroet van IJsland hangt in de lucht), genoten (van de stilte), geërgerd (vracht ligt te bederven in pakhuizen) en getestvlucht (succesvol?). De tijd zal leren wat er gebeuren gaat. Never a dull moment in aviation.

PS: Bovenstaande foto is natuurlijk niet onze zieke vriend. Deze is genomen tijdens een ochtendvlucht over de Alpen. Treffende gelijkenis?