092 La douce France

(19.25 uur, vanuit het Delftse, op familiebezoek)

Het moet voor de mensen die op hun vlucht wachtten een leuk gezicht zijn geweest. Nadat het zojuist gearriveerde toestel zijn passagiers had gelost, snelde er een groepje geüniformeerde dames de gate uit. Druk keuvelend en de handtas onder de arm geklemd. In gezwinde pas begeeft het gezelschap zich linea recta naar Maison Ladurée, een paar rolbanden verderop. Douceurs et Gourmandises luidt het gevelopschrift. Een ware sensatie voor de zintuigen.

De dames verdringen zich voor vitrine om zich te laten bedwelmen door de zoete pasteltinten. Ze kijken naar de peinzende zakenmannen, die nagaan welke varianten bij hun vrouw in de smaak zouden vallen, om ze uiteindelijk te zien zwichten voor een grote doos ‘van alles en nogwat’. Met een strikje erom.
Het is niet veel. Kleine merengue biscuitjes met laagje ganache ertussen. Het is voornamelijk een beleving die je koopt. Maar wel in tot de verbeelding sprekende smaken. Pamplemousse. Pétales de Rose. Het zou natuurlijk geen Franse exclusieve zoetigheid zijn als er geen prijskaartje aan zou kleven. Zeker op een luchthaven. Maar wat geeft het. Dan heb je ook wat. Toch? Niet? Het zal wel een typisch vrouwending zijn…

Met vierkante papieren tasjes dribbelen de dames weer net zo snel terug als ze gekomen zijn. Om niet lang daarna de passagiers voor Amsterdam met een roze kruimeltje in de mondhoek aan boord te verwelkomen.

-oOo-

Het behoort voor mij zeker tot een van de kleine geneugten van het vliegen. Wat heb je vandaag gedaan? “Oh, even macarons gehaald in Parijs.” Is dat niet heerlijk om te zeggen? Een beetje opschepperig misschien. Want behalve de Eiffeltoren vanuit de lucht, heb ik van de stad zelf weinig anders gezien dan de terminal van Charles de Gaulle …

Het leuke is, over twee weken mag ik weer! Nog maar weer een pondje van hetzelfde alstublieft.

Parijs was een op-en-neertje, gevolgd door een ontbijte-pleite te Boekarest. Wederom weinig Roemeens gezien, behalve de hopen bruin geworden sneeuwprut langs de route van het hotel naar de luchthaven.

Ook was ik voor het eerst in Kopenhagen. Het ontbrak me echter aan iedere intentie voor een ontdekkende struintocht te ondernemen. Ik wil nog wel eens vergeten dat het werk is en geen vakantie. En na een lange dag met vroeg opstaan zijn er soms momenten dat ook ik het heb gehad – ja echt. Dan kies ik liever voor een middagje lekker luieren en lezen. Aldus geschiedde. Binnenkort word ik op herkansing gestuurd.

Maar eerst komt nog mijn kennismaking met Afrika. Komend weekend zal ik mijn eerste stappen zetten op dit continent. En wel in Tanzania. Een etmaal ter plaatse. Ik ben zeer benieuwd.

060 Aalborgse modder

(18.30 uur, op een zeer zonnige zomerse lentedag in april)

Zo als beloofd mijn Aalborgse impressie. De eerste keer. Dertien uur de luchthaven af. Een nieuwe bestemming. ‘s Avonds laat stappen we het vliegtuig uit. Met een vermoeid lijf en een frisse blik. We sjouwen de bagage en de taxi dropt ons bij het hotel. Donker. Ik slaap heerlijk tussen de vreemde lakens. Als ik wakker word eerste aanblik van de omgeving bij daglicht.

Ik ben geen hotelhokker en ga er graag altijd even op uit. Al is het maar een uurtje. Als ik alle tijd ter plaatse binnen de muren van het hotel spendeer heb ik niet het idee ergens te zijn geweest. Ik vind het heerlijk om even op straat te lopen, de sfeer te proeven, met een local te praten, me een beeld te vormen. Zonder dat blijft het voor mij slechts een onbetreden gebied, tussen de vele nog te ontwaren namen op de landkaart.

Het weer was echter totaal niet uitnodigend voor een buitentrip. Grijs. Grauw. Guur. Regen. Toch ging ik. Samen met een collega. Twee uurtjes even, gauw na het ontbijt. Op korte verkenning. Met bemodderde sneakers en capuchon. We deelden elkaars gezelschap, de ontdekkingslust en mijn paraplu.

Ondanks de druil en regentik ademende Aalborg zo vroeg op de morgen een sprankelende knusheid uit. We liepen door kronkelstraatjes met authentieke vakwerkhuisjes. Huiverden diep weg in onze jassen. Sprongen over plassen. We vonden interieurwinkels met ongewoon vormgegeven keukenapparatuur. Stijlvolle bolglazen, knipperklokken en lampmannetjes. Denemarken is duidelijk het land van design.

Ik werd door mijn collega geattendeerd op een modern gebouw waar ik anders aan voorbij zou zijn gelopen. Het centrum voor kunst en design, van de hand van architect Jørn Utson, prachtig gelegen aan het water van de Limfjord. Zijn laatste paradepaardje. Dat deze man eerder ook het Operahouse in Sydney ontwierp was te zien aan de verwante vormgeving, waarvoor onder andere de scheepsbouw als inspiratiebron diende.

Daar ik Penny Lane heb moeten missen in Liverpool, stapten we even binnen in de Aalborgse versie ervan. Een genoeglijk café – bakkerij – koffiehuis – en specialiteitenzaakje in één. Bijzondere kruiden, verse delicatessen en gekke hebbedingetjes. Ik kocht er een flesje Aalborgs bier voor m’n vader. Als ik er ooit weer kom kun je me hier zeker wederom vinden voor het fabelagtigt merengue taartje. Of zoals ze in het Deens zeggen: Her kommer vi helt bestemd igen!

Aalborg was één van de tien bestemmingen van afgelopen week. Eruit springend vanwege zijn charme, maar toch ook weer ondergesneeuwd door de vele ervaringen en locaties die erop volgden. Nu – een paar dagen later – poets ik de opgedroogde modder van mijn schoenen en haal ik met een vork de Deense kiezelsteentjes tussen het zoolprofiel vandaan. Met een tikkend geluid vallen ze op de Nederlandse stoeptegels. Nog even denk ik terug aan Aalborg, wat nu ineens zo lang geleden en ver weg lijkt …

-oOo-

De komende week zal er een nieuwe collega aan mij worden toevertrouwd. In twaalf vluchten, verspreid over vier dagen, ga ik haar klaarstomen voor het leven en werken aan boord als volwaardig bemanningslid. We nachtstoppen in het Franse en het Zwitserse. À bientôt les gens!