088 Een begijn is geen non

(17.30 uur, het fijne weer van blauwe hemels heeft plaatsgemaakt voor good-old druilig grijs, lekker binnen mijn Nederlandse vakantiedagen slijten met goede boeken en fijne muziek.)

Bijna twee weken leid ik al weer een regelmatig bestaan. Om twaalf uur naar bed, om acht uur op. Tijdelijk proeven van het leven op de grond. Mijn eigen prakkie koken. Leven in een huis, in plaats van overal en nergens. Ik heb even in mijn agenda geteld; in de luttele drie maanden bij mijn huidige werkgever ben ik al weer twintig keer naar een buitenland afgereisd. Het gebeurt dan ook niet vaak dat ik lekker een laag stof kan kweken op mijn reiskoffer. Even zwerkschuimer af. De sfeer in de andere landen verneem ik nu van reisprogramma’s en het journaal. Zo kan het ook. Hallo Holland.

Weinig vliegen dus. Maar wel veel van de andere dingen die ik leuk vind. Tijd voor familie. Een volle koelkast. En op ontdekkingstocht door Nederland. Afgelopen weekend stond in het teken van een Bredaas Bed & Breakfast bezoekje. Gastvrij met een hoofdletter G. Ik heb al in veel hotels mogen overnachten, maar een warme ontvangst zo als deze had ik nog niet eerder meegemaakt.

Er speelde zacht klassieke muziek bij het binnentreden van de kamer. Op de grote schouw brandden kaarsjes in glazen stolphouders. Ik had mijn toilettas wel thuis kunnen laten, want er stond een breed arsenaal aan badschuim, scheerzeep, deodorant op de badrand. Op tafel een schaaltje bonbons en knabbels voor de lekkere trek. Senseo ernaast. Een interessante boekenverzameling en dvdcollectie in de kast, naar believen aan te wenden. En niet onbelangrijk; met de thermostaat behaaglijk opgedraaid; was het letterlijk: een warm welkom. Dit was thuiskomen in een nieuwe stad.

Ja Marriott, NH en Golden Tulip. Jullie komen vaak niet verder dan een fantasieloos koekje en de verkeerd gespelde tvboodschap: “Welcome to Courtyard Inn Hoteles, Mrs. Leno’s. Press MENU for more information“.

Het was dus lekker toeven met zus in het Bredase. We boften met het aangenaam fris zonnige weer. Winkelden ons een slag in de rondte bij het leuke Sasplein en op de Veemarktstraat. Dronken lekkers bij Latte and Literature. We stapten binnen bij het hofje met kruidentuin aan de Catharinastraat en leerden dat een begijn geen non is. Het MOTI Grafisch Ontwerp museum liet ons op een interactieve manier naar de expositie kijken. We creëerden onze eigen kunst door te schuiven met verrijdbare blokken, er zelf naast te gaan liggen en er een luchtfoto van te laten maken. *klik*

-…-

De maand januari ziet er nog vliegloos uit. Wat werk betreft dan, want volgende week laat ik me vliegen. One ticket London Gatwick, please; voor een bezoekje mijn Brightonse vriendin en ex-collega. Dan ga ik als stess, even incognito als passagier. Maar zoals een begijn geen non is, ben ik geen landrot. Kan dan ook niet wachten totdat mijn eerste vlucht na de vakantie bekend is …

083 Exportschat

(16.20 uur, de Sint voorbij – op naar de Kerst, ik eet een laatste pepernoot terwijl ik de kerstspullen van stal haal)

Zaterdagavond laat worden we van de luchthaven opgehaald. Italië is in nevelen gehuld. De chauffeur rijdt hard en onstuimig over de verlaten landweggetjes. Je ziet werkelijk geen hand voor ogen. Tegenliggers doemen pas enkele meters voor ons op. Koplampen uit het niets. Ik houd mijn hart vast. Ook de gedachte dat hij deze route waarschijnlijk op zijn duimpje kent, kan me niet geruststellen. Om ons heen niets dan mist en duisternis. Bruggen en bochten gaan rakelings. Maar uiteindelijk is daar gelukkig toch het plattelandhotel, niet ver van het vliegveld, zonder kleerscheuren en in de middle of nowhere.

Zondagochtend. Bij het openschuiven van de gordijnen zie ik de mist langzaam oplossen. De zon doet zijn best. Een lokale klusjesman hangt kerstverlichting aan de gevel. Na een rondje sporten schuif ik aan bij het ontbijtbuffet. Wat doe je verder op een uitgestorven zondag in een oord als deze?

-oOo-

Een zakje in een bakje in een tasje. Zorgvuldig pel ik de lagen verpakking van de koopwaar af, alsof het een kostbare schat is. Geen wonder, het was nog een hele tour om het hier op mijn Haarlemse snijplank te krijgen.

Het was goed inslaan bij een van weinige open zijnde supermarkten in het kleine dorpje. Maar produkten zelf exporteren (uit Italië) en daarna importeren (Nederland in) valt nog niet mee. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik dozen koekjes verfomfaaid in mijn valies tref bij aankomst. Of dat ik een gebroken potje kruiden tussen mijn t-shirts vandaan moet vissen.

De boodschappen die koel bewaard dienen te worden, gaan na aanschaf, tot vetrek uit het hotel, de minibar in. Niet vergeten! Ik denk dat al menig ‘housekeeping!’- personeel blij heb gemaakt met mijn per abuis achtergelaten spullen. Daarna is het passen en meten in mijn trolley. Uit de kofferbak van het taxibusje, op de band door de security scanapparatuur. Niet zelden word ik eruit gepikt om de inhoud ervan toe te lichten. Er zijn al eens de nodige potten yoghurt en jam in beslag genomen. Lang leve het vloeistoffenbeleid.

Dan aan boord. In onze vliegtuigen vind je geen koelkast of diepvrieskist. Dus daar gaan ze op een zak met ijsblokjes, tussen de schijfjes citroen en blikjes cola. Aan het eind van de werkdag niet vergeten weer terug in de trolley te stoppen. Nogmaals door de veiligheidscontrole, van Schiphol af, in mijn eigen kofferbak.

Als het dan uiteindelijk allemaal heelhuids is gelukt, is het genot ervan des te groter.

-oOo-

Voorzichtig snijd ik de bol buffelmozzarella. Zacht en stevig tegelijk. Het komt in de verste verte niet in de buurt van de taaie rubberen Euroshopper-stuiterbal. Dan was ik de Pomodori tomaatjes. Ik proef er alvast eentje. Een zoetkruidig aroma. Ik pluk van de geurige basilicum. Alles gaat in een kom en wordt besprenkeld met olijfolie. Versgemalen peper en zeezout erover. De koks onder ons weten inmiddels wat ik in elkaar heb geknutseld. E voilà; Insalata Caprese. De Italiaanse driekleur op mijn Hollandse bordje.  Mede mogelijk gemaakt door … mijzelf.

De volgende bestemmingen op mijn schema? Newcastle wat de klok slaat. Ik ben maar liefst vier keer op dat traject te vinden. Dus ga je komend weekend die kant op, dan kom je mij vast en zeker tegen.

038 Scouse elan

  

(19.15 uur home sweet Haarlem (HSH), terug van drie dagen weggeweest. Mijn koffer uitgemest en reeds weer gepakt voor nog twee dagen de hort op vanaf morgen.)

Vandaag bevond ik mij in een inspiratiespiraal. Het aan de slag gaan met het eerste goed ingegeven idee leidde tot de ingeving van meer nieuwe goede ideeën. Wauw. En ziehier. Een stadsimpressie.

Ik ben verknocht. Aan Liverpool. Stad van The Beatles. Het begint met een landing op John Lennon Airport. Om vervolgens op de fameuze gele onderzeeër te stuiten. En zelfs op een heus museum. Het is duidelijk, geest van deze muzikale helden is nog overal voelbaar.

In de Albert Dock bepalen kranen, werfgebouwen en aangemeerde schepen het beeld. Oranje reddingsboeien steken af tegen de strakblauwe lucht en herfstgekleurd gebladerte. Het dialect van de mensen hier is typerend, maar bemoeilijkt de verstaanbaarheid van de Scousers, zoals de locals ook wel genoemd worden. Dat belemmert niet het genieten in dit voormalig havengebied; overal vind je cafés, pubs en knusse restaurantjes. En terwijl toeristen zich in The Yellow Duckmarine pruttelend te water laten, nuttig ik een drankje. Het is gillen geblazen als de bootbus pardoes vanaf de kade het water in tuft.

“Casshieeer number fiivve pleeease…!” Nederland kan nog heel wat leren van het kassarij afwerksysteem in Groot-Brittannië. Volkomen eerlijk. Niks geen voorkruiperij. Eén lange rij voor alle kassa’s. Om de beurt wordt de voorste wachtende naar het eerstvolgend vrijgekomen kassanummer geroepen. Gaat rap en zonder ergernis. “Next pleeease!” Engeland staat bekend om hun ‘shop till you drop’ instelling. De laatste trends worden nauwlettend gevolgd. Vergeleken met de Britten zijn wij Hollanders een stel saaie grijze harken. Dat is in Liverpool al niet anders.

Britse dames staan bekend om hun opdoffing. Zeker als het weekend in aantocht is. Losbandigheid troef. Aan elk detail van het uiterlijk wordt zorgvuldig aandacht besteed. Musthave hier is toch wel de steiltang. Zonder kaarsrecht gestreken gladde lokken gaat men de deur niet uit. Gevaarlijk hoge killerheels à la Lady Gaga. Kleine glanzende clutchpurse handtasjes. Lipgloss. Poederkwast. Glittertops en ultra korte jurkjes. Op zaterdagavond klikklakken de meiden van tent naar kroeg, vrolijk giechelend zonder jas in dunne blote schouder niemandalletjes. Als ik geüniformeerd op zondagochtend om vijf uur weer in de taxi richting de luchthaven stap, zie ik ze behoorlijk aangeschoten en flink wat minder florisant huiswaarts keren. Al dan niet aan de arm van een minstens net zo beschonken opgescharreld heerschap.  Het weekend is waar de hele week naar toe wordt geleefd en geshopt. Kosten nog moeite worden gespaard om er piekfijn uit te zien. En dat vertaalt zich terug in de shopaholic mentaliteit.

Ik ben nog immer fan van de Primark (love the cute pjs!). En sinds vandaag ook van de Superdry. En hoezeer ik ook mijn best doe, het is me nog steeds niet gelukt om alle winkels minstens één keer aan te doen (in die drie keer dat ik er nu een middag geweest ben). Ook een kijkje bij de gerenommeerde St. Georges Hall moet ik tot mijn spijt nog steeds laten varen. Om vier uur opgestaan, met vier vluchten achter de kiezen… het is gewoonweg te veel van het goede op één dag.

Toch wordt Marks & Spencer nooit door mij overgeslagen. Ik heb mijn zusje beloofd wat lekkers mee te nemen voor bij de koffie als ik terug ben. Makkelijker gezegd dan gedaan. Een scala aan zoetigheden danst voor mijn ogen als ik langs de schappen loop. Het een lijkt nog lekkerder dan heb ander. Frosted cupcakes. Lemon merengue spongerolls. Rich. Creamy. Buttery. Bakewell tarts, with a soft sweet chewy taste. Whaaa! De teksten en omschrijvingen duizelen in mijn likkebaardende brein dat niet helemaal meer helder kan denken. Met een iene-miene-mutte-tien-pond-grutten verkiezing laat ik het lot beslissen waar wij uiteindelijk onze tanden in zullen zetten.

Aan het einde van de dag beland ik op aanraden van een collega bij Alma de Cuba. Het bijschrift  ’heaven can wait’ zegt genoeg . Ik geloof dat het de meest sfeervolle eetgelegenheid is, waar ik ooit ben geweest. Saint Peters Catholic Church is omgebouwd tot restaurant annex bar. Het altaar is behouden en wordt karakteristiek verlicht. Het plafond lijkt eindeloos hoog en de boogramen met het glas-in-lood versterken dat effect. Het interieur is stijlvol modern en strak. Hertengeweikroonluchters en bolglanzende wijnglazen maken het indrukwekkende plaatje compleet. Ik proef combinaties van ingrediënten zoals ik ze nog niet eerder gegeten heb. Met stip op één mensen. Bedankt Rob.

Ik lig diep onder de lakens van mijn hotelbed gekropen. Langzaam lepel ik voor het slapengaan nog even mijn trifle custard toetje naar binnen. Op tv swingen celebs de Charleston in de  BBC amusementshow Strictly Come Dancing. Ruim vier jaar reizende voor mijn werk. Wat een baan toch.

-oOo-

022 Nomade zonder briefje

(23.57 uur, na een geslaagde Delftse BBQ, vanuit de trein terug naar huis)

Het leven is een aaneenschakeling van weggaan en thuiskomen. En dat van mij des te meer. Vroeger werd mijn forensactiviteit beperkt tot het peddelen op mijn fietsje van respectievelijk school, universiteit en werk naar huis. Met een jaarlijkse Franse vakantie uitspatting of weekendtrip als uitzondering. Regelmatig en overzichtelijk. Wat een contrast met mijn huidige wel-en-wee. Het Stewardessen Nomadenbestaan. Dagelijks vertrekken en aankomen. Onderweg zijn is mijn tweede natuur geworden.

Weggaan. Van huis. Drie, vier of vijf dagen op pad. Koffer pakken: een standaard terugkerend ritueel. Daar ik vroeger netjes een briefje gebruikte, met de ‘te pakken spulletjes’, lukt me tegenwoordig in een mum van tijd, blindelings.

Weggaan. Op het laatste moment is het altijd aanpoten. Nog even de planten water, want die trekken het anders de komende dagen niet. O ja, ook nog even het vuilnis op de gang zodat de buurvrouw het morgen voor me buiten kan zetten. Ik ben natuurlijk nooit vrij op de dag dat het aan de weg moet. En niet vergeten mijn uniform op te halen bij de stomerij.

Weggaan. En een paar lekker gesmeerde bammetjes met kaas mee voor onderweg. Laatste check. Kan ik echt zo mijn huis vijf dagen achter laten? Wacht, daar staat nog een raam open. En mijn zonnebril mee. Het wordt vast ook mooi weer in Wenen.

Weggaan. Ik zeul mijn koffer in de achterbak en stap een dampend hete auto in. Vijftien stoplichten verder. Plekje op P30 veroveren en aan boord stappen om Nederland achter me te laten. Met Schiphol als het enige Hollandse eiland binnen Europa dat ik de komende week zal zien.

Thuiskomen. Een nummer toebedeeld krijgen. De hotelkamer is voor de komende zeventien uur mijn huis. Lekker op bed met een boek of een laptopfilm.

Weggaan. Nog geen halve dag verstreken. Koffer weer dicht. De lockjes vergrendelen zich tikkend dicht. De sticker bovenop toont mijn volgende vluchtnummer en bestemming. Zitten alle spullen erin? Ik werp een laatste blik in de rondte. Kaaalikkkk. De kamerdeur valt achter me in het slot. Uitchecken bij hotelreceptie.

Thuiskomen. Van vrienden en familie sms’jes en mailtjes ontvangen als ik onderweg ben. ‘De tuin staat er mooi bij.’ ‘Vriendin bevallen van prachtig gezonde zoon’ ‘Oma heeft haar kappertje op bezoek’ Op het eerste gezicht triviaal. Maar voor mij het beetje thuis op de route.

Thuiskomen. In een ander hotel. Nog een lange dag werken zit erop. Een nieuwe dag. Een nieuwe omgeving. Met een andere taal. En een andere crew. Toch wederom mijn tijdelijke thuis.

Echt thuiskomen. Vijf dagen verder. In mijn eigen huis. Heerlijk.

010 Zomaar een week…

(18.03 uur, een van de laatste keren minutieus mobiel manoeuvreren, aangezien de ADSL aanleg voor volgende week vrijdag in de planning staat. Yeah!)

Vijf dagen de hort op voor de baas. Van alles wat. Nachtstoppen door heel Europa.

Bologna. Ontbijten met uiterlijke schijn. De zoete broodjes zien er appetijtelijk uit, maar smaken droog en brokkelig. Ik spoel het weg met een pittige bak caffè latte. En terwijl de rest van de crew een gat in de dag slaapt, maak ik op mijn dooie akkertje nog even een ommetje door de stad. Nog twee uur de tijd voordat we weer worden opgehaald en de echte werkdag begint. Als ik de mogelijkheid heb ga ik er altijd even uit. Om een luchtje te scheppen na een nacht in een muffig hotel. Om dat lekkere buitenlandse globetrottergevoel te krijgen.

Bologna. Ik rust op mijn lauweren tussen Poseidon en zijn godinnen op de rand van de fontein op het Piazza Maggiore. Om me heen is het al een drukte van jewelste op zondagochtend. Kinderen die duiven doen opfladderen. Stelletjes hand in hand. Een man installeert knalharde folkmuziek uit de luidsprekers achterop zijn motor. Toeristen met kaarten maken kiekjes. En een struinende stess. Ik haal een vers geperste beker bloedsinaasappelsap en probeer wat glossjes uit bij de Kiko Make-up Milano store. In de kerk drommen de mensen bijeen voor de dienst. Ik vergaap me aan de immer majestueuze imposantheid van de oude Italiaanse gebouwen. Uit vervlogen glorieuze tijden. Dat was het al weer voor vandaag. Terug naar het leven als werkende mens. Terug naar Amsterdam. Daarna op-en-neer Düsseldorf. Binnenkort meer daarover. Dan door naar Oostenrijk.

Op dag drie word ik wakker in Wenen. Een stad van een totaal andere orde. Bij het openen van de gordijnen tref ik een druilerige aanblik. Ik besluit de culturele plannen die ik had de laten voor wat ze zijn. Al was het alleen omdat ik me ook wat grieperig voel. Ik besluit nog even lekker lang met een boek in bed te blijven hangen. In Wenen kom ik nog wel eens. Wel heb ik nog puf voor een koffiemoment bij het Illy café om de hoek en haal ik een brood en een pot houmous bij de supermarkt. Voor aan boord. Mijn collega’s delen in mijn lekkers.

Standje relax heeft me goed gedaan. Fris en fruitig sta ik weer in de cabine op dag vier. Instappen – vliegen – uitstappen. En door. Naar Duitsland.

Hamburg. Borrel met de bemanning. Slapen in een kingsize bed. Sporten in de Fitnessruimte van het hotel. Mijn favo kruimel streuseltaler met glazuur halen bij de bakker. Erachter komen dat ik mijn boek aan boord heb laten liggen. Stom! Snel een briefje krabbelen voor de ochtendcrew, of zij het misschien weer op Schiphol willen afgeven? Ik moest nog alleen de laatste tien pagina’s… Als het er nog ligt dan. Niet zelden kieperen de schoonmakers alles wat ze vinden in hun grote vuilniszakken…

Op dag vijf zet ik vermoeid maar voldaan weer voet op Hollandse bodem, dit keer voor langer dan dat ‘uurtje tussen de vluchten door’.

-oOo-

Ook hier heeft het leven niet stil gestaan. Ik update mijn gemiste nieuws op het journaal. Amper goed en wel terug, kon ik al weer de pumps verruilen voor gympies om het Bevrijdingspop blubberterrein te trotseren. We vieren vijfenzestig jaar van vrijheid. Of iets dergelijks. Ondanks dat het wat aan de frisse kant was voor een festival, zat het weer mee. Er was een kleurrijk publiek uitgelopen. Jong en oud, beschonken en nuchter, hippie en nerdy. De hype van dit jaar bleek de zonnebril. Hoe groter, belachelijker en lelijker de printjes, hoe meer de blits er werd gemaakt. En het devies leek: vooral op houden, ook als de zon niet schijnt. Hey, it’s never too dark to be cool! Mijn geduld werd danig op de proef gesteld. We moesten lang in de rij om goedkoop bier te scoren in plastic glazen, die later op de avond een krakend pvc tapijt zouden vormen op het vertrapte gras. We rockten mee met Alain Clark en zijn vader. Al schouderstotend -duwend en -trekkend bemachtigden we een te dure snack bij een van de vreettentjes. In de exodus stoet van verkleumde festivalgangers lieten we ons meevoeren terug naar huis. Bagger tot aan je enkels. Home sweet Haarlem.

Een week uit mijn leven. Soms weet ik niet meer waar ik gisteren was, of waar ik morgen naar toe ga. Voorbij voor dat je er goed en wel erg in hebt. Ik houd ervan.

003 Over stollen en hazen

(10.15 uur Paasmaandag >> home sweet Haarlem)

Gisteravond laat mijn eigen bedje weer in komen rollen na drie dagen van weggeweest. Lange dagen. Volle en niet zo volle vluchten. Je prakjes eten aan boord, staand vanaf het galleyblad. Aanpassen. Aan een ander ritme. Een andere omgeving. Vreemde bedden. Een traktatie om weer je eigen stek binnen te stappen. Ik vind mijn huis zoals ik het een paar dagen geleden heb achtergelaten. Afwas op het aanrecht. Want daar had ik op het laatste moment geen tijd meer voor. Was op het rek. Want dat was nog niet droog bij vertrek. Koffer laat ik voor wat het is. Morgen weer een dag. Na een beker warme anijsmelk met een paaseitje op de bank zoek ik het Hollandse dromenland op.

Rise and shine! Een nieuwe dag dient zich aan. In mijn pyjama en badjas slof ik de woonkamer in. Mijn oog valt op de orchidee op tafel. Daar hij bij mijn vertrek vrijdag nog knappend in de knop stond, laat-ie nu in volle pracht zijn bloemen zien. Een welkome paasverrassing. Altijd weer een uitdaging: een ontbijt zien te knutselen. Voor vertrek van een meerdaagse dienst in het buitenland probeer ik de koelkast zo veel mogelijk ‘leeg te eten’. Het zou namelijk niet de eerste keer zijn dat een beker yoghurt vergeten wordt, met een zurige klontjesbende als resultaat. Ik vind ergens nog een appel in mijn tas en een pak houdbare melk in de hoek van de kast. En binnen de kortste keren vult mijn kleine keukentje zich met de geur van boterkaneel appeltjes. Ik zet een grote mok dampende thee en steek een kaarsje aan. Uit de boxen van de radio klinkt klassieke muziek. De zon doet zijn best om door de bewolking heen te kruipen. De kerkklokken luiden. Als een mens hier niet gelukkig van wordt…

Vrolijk Pasen!

-oOo-

Het merendeel van het weekend bracht ik werkzaam aan boord door in Duitsland, Noorwegen en Zwitserland. Maar ook op bestemming. Zo zat ik gisterochtend aan het paasontbijt in Hamburg. Mijn hotelkamer was voor de gelegenheid al in paassferen gebracht. Op het bed vond ik vrolijk geelgekleurde kussens en een haasje van chocolade.

Ontbijten op nachtstop. Soms samen met de crew. Maar meestal alleen, omdat iedereen toch er zijn eigen ritme op na houdt. Iedereen heeft zijn slaap nodig. De één meer dan de ander. Ik hou van bijtijds opstaan. Dus zo rond een uur of tien begeef ik mij meestal naar de ontbijtzaal. Een dame van het hotel neemt mijn kamernummer op. Ik mag een tafeltje uitzoeken. Soms kies ik voor een grote. Als ik vermoed dat de rest van de bemanning ook uit vroege opstaanders bestaat. Dat is meestal niet het geval. Ontbijt op de kamer (met roomservice) of gewoon helemaal niet, behoort ook tot een van de opties.

Niet voor mij. Ik zoek een plaatsje in de hoek van de zaal. Alleen aan een tafeltje temidden van allemaal mensen blijft vreemd, al ben ik er nu wel aan gewend. Ik lepel het schuim van mijn lauwe cappuccino en kijk wat om me heen. Van huis uit is ontbijten voor mij een sociale aangelegenheid. Om de dag in te luiden. Een fijn moment van samenzijn. Nu niet. Daarom neem ik in hotels vaak een boek of krantje mee. Ik prik een stukje van het dobbeltje carrotcake met wit glazuur. Het verkruimelt in brokjes op mijn bord. Geen wonder, het ligt vast al minimaal drie uur buiten de koeling mooi te zijn. Ik zie iemand in een veel te groot paashazenpak met een mandje aan de arm knullig tussen de tafeltjes door schuiven. Hij lijkt me de studentikoze zoon van een van de hotelmedewerkers, voor de gelegenheid gecharterd is met een cdbon. Veel plezier beleeft hij er niet aan. Wat afwezig en ongeïnteresseerd zoek hij her en der mensen op en stopt ze een chocolade ei toe. Hij produceert een plichtmatige lach als hij door ouders met hun kroost gefotografeerd wordt.

Ik miste de stol. Stol vind ik lekker. Vooral als er spijs in zit. Met een laagje poedersuiker dat smelt op je tong. En roomboter natuurlijk. Maar dan wel écht amandelspijs. Niet gestampte peulvruchten (jakkiebah) met E-nummers voor de amandelsmaak. En dat alles wat maar een béétje op een feestdag lijkt wordt aangewend als excuus om het geliefde broodje weer te verkopen, vind ik helemaal niet erg. Want tegenwoordig kan een stol voor elke gelegenheid, heb ik begrepen. Plak er maar een woordje voor. Paas-, Kerst- en Pinksterstollen. Een Herfststol met kaneel. Valentijnsstol. Een Zomerstol. De Slecht-weer-stol. De Koninginnedagstol met stukjes gekonfijte sinaasappel. Een Moederdagstol. De Commerciestol. Ik heb geen gelegenheid als smoes nodig om zo’n lekkere spijsplak te eten. Gewoon STOL. Niets meer, niets minder. Net zo lekker.

-oOo-

Een paar uur later stap ik de lift uit in mijn uniform, klaar voor een nieuwe lange dag in de lucht. Er komt een wollige jongenman op mij afgelopen. Zowaar grijnzend van oor tot oor met half weggevaagde snorhaarstrepen op zijn wangen vraagt hij of hij met mij op de foto mag. Ik weet het bijna zeker. Deze paashaas zie ik over een paar jaren terug bij Lufthansa.

Vandaag de laatste dag van mijn werkweek. Heen-en-weertje Bologna.