088 Een begijn is geen non

(17.30 uur, het fijne weer van blauwe hemels heeft plaatsgemaakt voor good-old druilig grijs, lekker binnen mijn Nederlandse vakantiedagen slijten met goede boeken en fijne muziek.)

Bijna twee weken leid ik al weer een regelmatig bestaan. Om twaalf uur naar bed, om acht uur op. Tijdelijk proeven van het leven op de grond. Mijn eigen prakkie koken. Leven in een huis, in plaats van overal en nergens. Ik heb even in mijn agenda geteld; in de luttele drie maanden bij mijn huidige werkgever ben ik al weer twintig keer naar een buitenland afgereisd. Het gebeurt dan ook niet vaak dat ik lekker een laag stof kan kweken op mijn reiskoffer. Even zwerkschuimer af. De sfeer in de andere landen verneem ik nu van reisprogramma’s en het journaal. Zo kan het ook. Hallo Holland.

Weinig vliegen dus. Maar wel veel van de andere dingen die ik leuk vind. Tijd voor familie. Een volle koelkast. En op ontdekkingstocht door Nederland. Afgelopen weekend stond in het teken van een Bredaas Bed & Breakfast bezoekje. Gastvrij met een hoofdletter G. Ik heb al in veel hotels mogen overnachten, maar een warme ontvangst zo als deze had ik nog niet eerder meegemaakt.

Er speelde zacht klassieke muziek bij het binnentreden van de kamer. Op de grote schouw brandden kaarsjes in glazen stolphouders. Ik had mijn toilettas wel thuis kunnen laten, want er stond een breed arsenaal aan badschuim, scheerzeep, deodorant op de badrand. Op tafel een schaaltje bonbons en knabbels voor de lekkere trek. Senseo ernaast. Een interessante boekenverzameling en dvdcollectie in de kast, naar believen aan te wenden. En niet onbelangrijk; met de thermostaat behaaglijk opgedraaid; was het letterlijk: een warm welkom. Dit was thuiskomen in een nieuwe stad.

Ja Marriott, NH en Golden Tulip. Jullie komen vaak niet verder dan een fantasieloos koekje en de verkeerd gespelde tvboodschap: “Welcome to Courtyard Inn Hoteles, Mrs. Leno’s. Press MENU for more information“.

Het was dus lekker toeven met zus in het Bredase. We boften met het aangenaam fris zonnige weer. Winkelden ons een slag in de rondte bij het leuke Sasplein en op de Veemarktstraat. Dronken lekkers bij Latte and Literature. We stapten binnen bij het hofje met kruidentuin aan de Catharinastraat en leerden dat een begijn geen non is. Het MOTI Grafisch Ontwerp museum liet ons op een interactieve manier naar de expositie kijken. We creëerden onze eigen kunst door te schuiven met verrijdbare blokken, er zelf naast te gaan liggen en er een luchtfoto van te laten maken. *klik*

-…-

De maand januari ziet er nog vliegloos uit. Wat werk betreft dan, want volgende week laat ik me vliegen. One ticket London Gatwick, please; voor een bezoekje mijn Brightonse vriendin en ex-collega. Dan ga ik als stess, even incognito als passagier. Maar zoals een begijn geen non is, ben ik geen landrot. Kan dan ook niet wachten totdat mijn eerste vlucht na de vakantie bekend is …

065 Jan Staart

(13.20 uur, terug van vakantiegeweest, de zoemende wasmachine maakt overuren)

Een week zonder horloge, tv en enig benul van tijd. Zalig. Bewust blogloos en minimalistische Twitteritus (lastig nog, heb het gevoel dat ik jullie in de steek laat als ik volkomen afwezig ben). Leven bij het moment en gewoon doen waar je zin in hebt. Dat is voor mij vakantie. Binnenkort daarover verslag. Eerst moet ik nog een belofte inlossen. Want er ging nog heel wat vooraf voor dat mijn vakantie überhaupt van start kon gaan. Dus bij deze.

-oOo-

De laatste week voor de vakantie. Op mijn rooster stond een meldingstijd midden in de spits. Zulk soort dagen zitten me niet lekker dus zet ik de wekker altijd iets eerder. Want voor je het weet doe je dan zo maar ineens een half uur langer over het woon-werk ritje. Klaar om op nachtstop te gaan, wil ik op het laatste moment nog even een doosje muesli in mijn trolley stoppen voor onderweg. Je raadt het al. Eén onachtzaam moment. En niet een een klein beetje hè. Natuurlijk niet. De volledige inhoud havervlokken in het tapijt op de trap. Dilemma. Laat ik het liggen en riskeer ik een mogelijk te laat komen, of ga ik nog als de wiedeweerga alle treden van het muizenvoedsel ontdoen? Mokkend kies ik voor het laatste. Vijf minuten en een paar zweetdruppels later kan ik eindelijk de deur achter me sluiten.

Ik hobbel in gezwinde pas naar mijn auto, laad de boel in, start de auto en… Niks. Nogmaals. (…) Wederom niks. Geen motoractiviteit. Wat nu weer. Het eerste waar ik aan kan denken is een lege accu. Dus mobiliseer ik een man in toevallig passerend busje voor een fijne startkabelconnectie op de vroege ochtend. (…) Nakkes. Samen met een andere passant (ze moeten wel, ik blokkeer de doorgang), duwen ze de auto in een slakkengangetje, terwijl ik nogmaals een verwoede poging onderneem de motor aan de praat te krijgen. Zonder resultaat.

Dilemma 2. Wat nu? Verschillende scenario’s passeren de revue. Proberen te slepen? De ANWB bellen? Ik besluit dat het van latere zorg is. Op tijd komen is nu mijn eerste prioriteit. Ik heb ondertussen al ruim een half uur verprutteld dankzij m’n muesliverstrooiing en provisorische motoranalyse. Ik zet de eerste passen richting station. “Moet je naar Schiphol? Ik zet je wel even af,” klinkt het.

Het is één van de autoduwers. “Ik ben Jan. Ze noemen me Jan Staart,” hij draait zijn hoofd ter verklaring en legt vervolgens netjes een kleed op de met stucgips bedoezelde bijrijdersstoel van zijn autootje. “Stap maar in.”

Blij verrast door zoveel vriendelijke behulpzaamheid laat ik me naar het bemanningscentrum rijden. We sluiten achteraan bij het langzaam rijdende verkeer op de A9. Terwijl hij een sigaret opsteekt verontschuldigt hij zich voor de rommel. Zijn auto dient tevens als opslagplaats van materialen en gereedschap. Verfspatten. Emmers met resten witte pleisterkalk. Ja wat wil je ook, Jan is schilder van beroep en stuct hier en daar af en toe ook nog eens een muurtje. Het contrast kon niet groter zijn en ik voel me een enorme diva-tuthola met mijn smetteloze pak en gemaquileerde hoofd. We moeten een bijzondere combinatie zijn geweest. Het hindert niet. Onderweg kletsen we honderduit. Over zijn schilderbedrijf.; Diamond Painter. Over Haarlem. Over zijn volgende klus in Antwerpen waar hij veel zin in heeft. En voor ik er erg ik heb sta ik al weer op Schiphol. Vijf minuten te vroeg zelfs. Niet te filmen. Ik bedank hem met twee ferme klapzoenen. Wat een de dag. En hij moet nog beginnen.

-oOo-

Een aantal dagen later als ik klaar ben met mijn meerdaagse dienst is de ANWB inmiddels komen kijken. ‘Iets mis met de ontsteking’, luidt de diagnose. Rijden doettie niet meer, dus zal mijn auto morgen naar de garage worden gesleept ter reparatie. In de tussentijd wordt het al bussend naar Schiphol. Ook leuk.

-oOo-

Inmiddels drie weken voorbij na het gesprek. Nog steeds geen informatie rijker wat mijn sollicitatie betreft. Ik denk dat ik er morgen maar eens een telefoontje tegenaan gooi om te informeren of er misschien iets mis is gegaan in de communicatie… Wordt vervolgd.

061 Zomer in april

(13.00 uur, voorafgaand aan een dienst die belooft enerverend te worden. Ik zal mijn aandacht moeten besteden aan het inwerken van collega nummer drie én het vergezellen van een bekende op mijn reis)

De bomen in de straat kleuren felgroen. Mijn auto lijkt bedekt met een gele poedercoating. Pollen en stuifmeelstof brengen mij regelmatig in een flinke kriebelnies. De orchideeën in de woonkamer zijn zichtbaar gelukkig. Ze ontspruiten alsof het hun lieve lust is, nieuwe scheuten en wortels verdringen zich om een plekje in de bloemenjungle.

Thermometers ontwaken verschrikt uit hun winterslaap. De zon stuwt het kwik op naar hoge zomerse waarden. Overbevolkte stranden. Terrassen puilen uit.

Het is pas april en ik ben een beetje van slag.

Iets meer dan een maand geleden nog was mijn verjaardag. En winter. Als ik jarig ben is het altijd bar, guur en koud. Zelden wordt er in de buitenlucht gebak genuttigd. Toch worden na mijn verjaring wel de eerste stappen gezet richting het aanbreken van betere tijden. Krokussen, narcissen en lente. Ik schreef er al eens eerder over. April hoort de maand te zijn van bloemetjes, bijtjes, hazen en eitjes. Het stap voor stap ontluiken van de natuur.

Nu smelt het spijs uit mijn paasbrood weg en veranderen de chocolade-eitjes in lege alufolietjes in een bruin plasje. Ik voed mijn bleke huid royaal met factor vijftig. Heb slippers tot mijn dagelijkse schoeisel gemaakt. Ik zie in de spiegel op mijn huid dat met elke dag zon de sproetendichtheid verder toeneemt. Het lijkt alsof er een heel seizoen is overgeslagen. Van de winter – hop – meteen naar zinderend midzomer.  Waar is de lente gebleven? Maar ook, wat komt hierna? Herfst in juni? IJzel in augustus? Naast dat ik last heb van jetlags en citygaps, nu geloof ik ook een beetje van de schielijke seizoenssprong.

-oOo-

Dadelijk eerst al inwerkend een Newcastle retour met de Instructeursspeld op het colbert.  Om vanavond te eindigen in het Zuid-Franse Toulouse, samen met zus. Voor haar nog altijd een leuke uitstap om mee te gaan; we hebben morgen tot in de middag om de stad te verkennen. Inmiddels kan ze al een hele lijst bestemmingen achter haar naam bijschrijven. Venetië, Wenen, Cardiff, Nürnberg …  en nu dus Toulouse.  Sommige collega’s beginnen haar ook al te kennen. Voor mij maakt het mijn baan iets minder ‘werk’ en iets meer thuis, omdat ik de ervaringen blijvend mag delen met een dierbare. Welkom Pien!

Bovenstaande foto is gemaakt vorig jaar rond deze tijd bij het ontbijt in Helsinki. Een vrolijke noot… eh citroen, in het eiermandje van (vermoedelijk) een van mijn collega’s of het hotelpersoneel. Een goed begin van de dag; met een lach.

Bij deze voor jullie allemaal een vrolijk Pasen gewenst!

050 Niks

(13.36 uur mijn laatste vakantiedag, die ik nog even optimaal vul met… niks. Nu het nog kan.)

Vijtien dagen. Ze zijn voorbij gevlogen voordat ik er erg in heb. Zondag ga ik weer het land uit, na een lange periode als landrot door het leven te zijn gegaan. Dat was heerlijk. Maar het is nu ook wel weer eens tijd voor wat actie. Want ik vind stilzitten erg fijn, maar niet te lang achter elkaar. Morgen wordt een kopie van mijn laatste dienst voor de vakantie. Een München – Bordeaux driedaagse. In twee van de drie landen waar ze me elke week wel heen mogen sturen (voor wie het weten wil, het derde is Engeland – ook altijd goed).

Twee weken zonder enige vorm van verplichting, behalve degene die ik mijzelf oplegde. Een vriendenbezoekje hier, een sportje daar. Koffie bij Oma, concert met mams, boek uit….

…en geen blog.

Kennelijk vallen of staan mijn schrijfideeën toch met het op pad zijn. Ik ben nu wel braaf achter mijn computer gekropen, omdat ik vond dat het móest. Niet omdat ik iets bijster bijzonders te vertellen heb. Je kunt nu dus nog stoppen met lezen als je je tijd nuttig wilt besteden. Want deze blog gaat namelijk over: niks.

-oOo-

Even een testje. Ik loop er al een tijdje mee in mijn achterhoofd rond en ik wil nu eens kijken of het me lukt.

Is het mogelijk om iets te schrijven over ‘niks’? Ja, je leest het goed. Een stukje tekst, waar ik enige tijd mee bezig ben geweest om het te schrijven en jij om het te lezen. Een lap tekst, wat qua taaleigenschappen betreft goed in elkaar zit, maar waarvan je na afloop denkt: wat heb ik nu eigenlijk gelezen? Een stukje waarvan je niets wijzer bent geworden, geen nieuwe inzichten hebt opgedaan en waarvan de strekking niet de moeite waard is om aan anderen te vertellen.

Er vinden regelmatig gesprekken van nikszeggende aard plaats en ook op televisie kan men er wat van. Een programma, waar je maarliefst ruim een uur naar hebt zitten kijken, maar dat geen zinnige meerwaarde heeft. Waarvan je jezelf afvraagt: wat heb ik nu eigenlijk gezien? Heb ik er wat van opgestoken? Of was het gewoon een vorm van tijdverdrijf? Mensen kunnen dat erg goed (ik ook!) tijd ‘verniksen’. Het lijkt alsof ik er – sinds dat ik vlieg - zelfs beter in ben geworden. Weer een dag voorbij. Ik zat voor zestien uur in Wenen weliswaar. Maar wat heb ik nu helemaal gedaan, behalve de standaard dingen die je op de been houden. Eten. Koffer in- of uitpakken. Sporten. Wandelingetje door de stad. Slapen. Weinig.

Helemaal niks doen is volgens mij namelijk niet mogelijk. Je doet altijd íets. Ook al zit je de hele dag met je luie gat op de bank. Je zit tóch op de bank. Met je ogen dicht, of open. Naar buiten te staren. Met je handen gevouwen, achter je hoofd of iets dergelijks. Het lijkt niks, omdat het geen bijzondere herinneringen heeft achtergelaten. En omdat de tijd voorbij glijdt zonder dat er iets noemenswaardigs plaatsvindt. Dus iets van weinig belang, met een niet direct nuttig doel. Of is het ontspannen gevoel dat je krijgt van het ‘niksdoen’ uiteindelijk toch ook welbesteed? Er wordt wel eens gezegd: “Dit gaat nergens over!” Dat is dan dus niet mogelijk. Het gaat altijd érgens over. Alleen lijkt het op dat moment niet van belang.

Hm, Ik kan dus niet anders dan tot de conclusie komen dat alles ‘iets’ is. Ook niks.

Of toch niet? ‘Gratis’ is voor niks. Maar gratis is nog steeds íets, alleen heb je er niet voor betaald. In de wiskunde is nul (0) niks. Nul keer honderdduizend is namelijk nog steeds nul. Voor niets gaat de zon op. Net doen of er niks is gebeurd. Je bakt er niks van…

Hm. Ik kom er geloof ik niet helemaal uit. Hoe dan ook, ik heb in ieder geval genoten van mijn twee weken ‘niks’. Ik ben heerlijk tot rust gekomen, bijgetankt en weer klaar voor de noeste arbeid.

-oOo-

En? Ben ik er in geslaagd?

Ik meen van niet… Maar dat geeft eh.. niks.

043 Scandinavisch shoppa

(16.57 uur, thuis achter mijn laptop met Dave)

Ik slaap op als een prinses op de erwt op Sultan. Chill wat met Vreta terwijl Klippan mijn voeten ondersteunt. Kryssbo schenkt mij licht in de duisternis. Lekker soppen met  Plastis. Expedit draagt mijn boeken. Klubbo mijn glaasje port. Kvarta vertelt me de tijd. Groggy opent mijn flessen. Nee, dit is niet het Zweedse mannelijke honkbalteam dat mij op mijn wenken bedient. Dit is het jullie welbekende Zweedse vernuft. In ieder huis is tegenwoordig wel een dergelijk item te vinden, tenzij je de producten van IKEA origine bewust uit je woonkamer weert.

Ik moet er ook weer aan geloven. Als je niet te veel geld wil spenderen, maar er wel een kras interieur op wil nahouden, ben je gedoemd tot bezoekje aan dit woonwarenhuis. Gevaarlijk.  Veel leuk spul. Ook al voor de kerst. Je stopt gauw meer in je kar dan dat aanvankelijk het plan was. Want het is allemaal zo leuk / handig / grappig / nuttig / praktisch / goedkoop / schattig… IKEA speelt goed op de gemoederen in. En de kassa rinkelt wel. Slim concept.

Mensen maken er vaak een dagje uit van. De hele familie op sleeptouw. Pa ook mee, als pakezel. Natuurlijk halverwege een stop in het restaurant voor Bullar met gratis koffie op de Family kaart. De kar parkeren op de winkelwagentjesparkeerplaats. Leuk om te gluren wat anderen kopen. Verdwalen tussen de slaapkamermeubels en opbergbakken. Het magazijn door om achter aan sluiten in de rij. Een habbekrats hotdog als toetje voor wat extra tilkracht.

Want daarna komt het leukste pas echt: de boel in de auto stouwen. Als je vroeger met Lego speelde heb je een streepje voor. Het betere pas en meetwerk. Boedelbakken en bestelbusjes. Maar ik zie ook mensen gevaarlijke capriolen uithalen. Achterklep open, fors uitstekende dozenpakketten en matrassen uit het raam. Oei. En heeft Billy sommigen over het paard getild? Ik zie lui die hun auto bij aankomst meteen in het inlaadgebied parkeren en vervolgens rustig urenlang shoppen. Grrmmmblspierbal… Het deert mijn pret niet. Record: een volledige tweepersoons hoogslaper in mijn Mazdaatje, stalen buizenpakken tot en met, inclusief de twee sjouwers. Doe maar na!

En dan komt het leukste: de namen. Miscommunicatie en lachen om een andere taal is zo makkelijk. In mijn pre-engelsprekende tijdperk, zong Fleetwood Mac over ‘“Tell me lies, sweet little lies” Ik heb altijd gedacht dat kleine lieve Liesje hem iets belangrijks moest zeggen… Boeiend, deze later verworven inzichten, die komen als je de uiteindelijke betekenis meester wordt. Zo tref ik op nachtstop in Noorwegen regelmatig ’bilservice’ langs de kant van de weg. Ha, een wasstraat voor liefhebbers schone bipsen? Nee, een autoverhuurbedrijf.

In het shoppingwalhalla vind je ze te over. Glimma waxinelichtjes. Geef er maar een Snudda aan! Een kruidenrekdraaiplateau. Bumerang kledinghangers willen zich nog wel eens tegen je keren. Lekman bak is zo lek als een mandje. Wat zal er gebeuren met de kliekjes opgeborgen in Prutta bakjes? En dan heb ik het nog niet eens over de Orgel Vreten lamp…

Een tijdje terug is er nog een hele inter-Scandinavische rel geweest om die namen. De meubelgigant werd er van beticht alle luxegoederen en dure producten te vernoemen naar Zweedse steden en de goedkopere vloerkleden en deurmatten naar de Deense. Denen boos, want lager dan een vloerkleed kon je in hun ogen niet gaan. Dat heeft toen nog heel wat voeten in de aarde gehad. IKEA heeft dit in alle toonaarden ontkend en timmert ondertussen nog steeds flink aan de weg.

Ik houd ervan; van samen plundra met mams. Als wij daar een tijdje rondlopen gaan we vanzelf – heel flauw - ook een beetje in ons eigen koeterwaalse Zweeds praten “Doe my nog maar zo’n kuppa, met mjolk ja”,”FC Knudda”, ”Pas op dat je niet struikla”, “Wat vind je van die kussa of m’n sofa?” “Hmm lekkah appolletarta!!”

Geloof dat wij niet de enigen zijn. Heb jij ook altijd al willen weten wat je alter ego zou zijn als je een meubelstuk was geweest? Kijk dan op de Swedish furniture name generator:

http://www.blogadilla.com/2008/05/11/the-blogadilla-swedish-furniture-name-generator

Ik ben niet gek, ik ben een boekenkast. Ik ben de Slėnnas, met veel handige opbergvakken. En een extra handleiding waarschijnlijk.

Gislev heeft zich opgeofferd om mijn leed te camoufleren. Weg met die Vlekka. LENOS blij.

-oOo-

Leuke info:

Het ontstaan van IKEA namen:

http://voornamen.web-log.nl/voornamen/2007/07/ikea_namen_ontr.html

en Tjans visie op Orgel Vreten:

http://kniesoor.web-log.nl/kniesoor/2006/09/orgel_vreten.html

040 Hollands Glorie

 

(17.15 uur, thuis in herfstig Haarlem)

Mijn telefoon pingelt. “LEEN! Ik heb een stopje AMS! Land vanmiddag om drie uur. Meeten?!” Mijn oud collega en vriendin. Ze werkt immers al weer een tijdje voor de grootste luchtvaartmaatschappij van Engeland. En terwijl wij overnachten in Cardiff, Bristol, Liverpool en Middlesbourgh; heeft zij een nachtstop Amsterdam. Van oorsprong Hollandse, maar inmiddels al ruimschoots ingeburgerd tussen de Britten. Ze kan links rijden als de beste en heeft een Engels accent waar je u tegen zegt. Toen ik bij haar te gast was maakte ze een heerlijke Sunday Roast met parsnip and butternut squash voor me. Tevens wist ze me feilloos naar de lekkerste fish and chips tent te loodsen, ik kreeg ze traditioneel, met vinegar and mushy peas.

Toch blijft een groot deel van haar nog steeds Oerhollands. Terwijl haar collega’s niet zitten te springen om een stopje AMS (zij doen veel liever iets wat écht cool is, surfen op Barbados bijvoorbeeld), vraagt zij de ’kaaskopstop’ regelmatig met verve aan. Ze wordt door hen gekscherend ’cheesehead’ of ’cloggie’ genoemd. Zij is er trots op. Friet hoort met mayo (iets wat buitenlanders echt niet kunnen begrijpen, en dan heb ik het nog niet eens over het patatje oorlog / kapsalon). Als je je kleine stukjes moet verplaatsen pak je de fiets. Koninginnedag wordt vol overgave in ere gehouden. Net zo als Sinterklaas. En hoewel de poffertjespan eigenlijk een beetje uit de gratie raakt (die koop je tegenwoordig toch kant en klaar in een zak bij de Appie), is zij van plan er juist eentje aan te schaffen.  Zodat ze die kleine rakkers altijd zelf thuis kan maken.

Ons kikkerland heeft veel leuke dingen waar je normaliter niet bij stil staat. En dan heb ik het niet alleen over het cliché molen-klomp-tulp gedoe. Ik weet van haar dat ze een lijstje heeft met boodschappen; typisch Hollandse lekkernijen, die in Engeland lastig tot niet te krijgen zijn. We beginnen dan ook altijd in de supermarkt. Haar mandje wordt volgeladen met Brinta, Chocomel, stroopwafels, suikerbrood, kaas en kokosbrood. En sindskort dus ook met marsepeinen aardappeltjes, gevuld speculaas en chocoladeletters. Ze was reeds op zoek naar een pak oliebollenmix, maar dat konden we nog niet vinden.

Ik maak de blits door mijn familie te trakteren op zelf geïmporteerde scones. Haar Britse vriendinnen daarentegen smullen van de kruidnoten uit haar ‘pepernotenpot’, een grote keramieken pot met sinterklaasrijmpjes er op. Elk jaar tegen deze tijd mag hij de kast uit en op tafel. Het wordt ook prachtig gevonden  als ze de theepot op een theelichtje zet. “So Dutch!” Tot mijn verbazing kennen ze dat daar niet, men gebruikt een theemuts om de boel warm te houden. En dat terwijl de Engelsen juist bekend staan als theeslurpers eerste klas! Ze krijgen de thee geserveerd uit een van de vele Delftsblauwe kopjes dat haar servieskast rijk is.

We vervolgen onze Hollandtoer. De HEMA en Xenos worden aangedaan. Winkelconcepten die je in Groot Brittanië niet vindt. Om de dag te eindigen met een frikadel speciaal en een kroketje bij de snackbar voor het ultieme Hollandgevoel. Trots laat ze me een foto van haar nieuwe aanwinst zien. Een paar Delftsblauwe bordjes en schaaltjes. Regelmatig speurt ze het internet af naar deze klassiekers. Haar ouders (die overigens nog steeds hier wonen) hebben reeds opdracht gekregen Unox stamppotbrodjes te sparen.

De paar korte uurtjes die ons restten zijn voorbij. Ik loop met haar mee terug naar het hotel. Haar koffer puilt uit. Hij is flink wat kilootjes zwaarder geworden door alle souvenirs. Als je een Britse met een Hollandse hobby bent, is het zeulen geblazen. Ze gaat erop zitten om hem dicht te krijgen.

Door haar voorliefde voor alles wat Nederlands is, ben ik ons landje ook meer gaan waarderen. Dingen die ik normaal voor vanzelfsprekend aanneem, ga ik met andere ogen bekijken. Sterker nog, de dingen waaraan ik zelfs een hekel had (sintspullen reeds vanaf eind september in de winkels, Delftsblauw kitschservies) ga ik zelfs waarderen. Als ik een ding heb geleerd, is dat wel dat je je afkomst nooit mag verloochenen. Nederland is nog lang zo gek nog niet, bedenk ik me.  En ik snaai nog een dubbelzout dropje uit het witblauwe schaaltje voor me op tafel .

-oOo-

Leuke websites om wat op rond te struinen en te lezen wat andere landen zo leuk, raar of gek aan ons vinden:

How to tell if you’re Dutch door Bas Suverkropp

De observaties van Eddy

Boeken over Hollanders: The Undutchables

039 Stoempen en keuren

(8.45 uur vanuit een kletsnat Nice)

Woensdagochtend. De regen slaat in mijn gezicht. M’n vrije dag. Het feit dat ik een capuchon op heb kan niet verhinderen dat de druppels mijn oogmake-up in donker omrande pandabeer ogen verandert. Ik probeer me niet uit het veld te laten slaan, ondanks dat de wind mij uit alle macht uit balans tracht te brengen. Ze trekt wild aan het stuur van mijn gammele fiets. De spijkerbroek plakt aan mijn benen vast. Ondanks dat pas ruim een maand geleden is dat de zomer eindigde, lijkt het al weer tijden geleden dat ik voor het laatst de zon op mijn bol voelde. Ik verlang er meer dan ooit naar terug. Op mijn leren jas beginnen zich donkere regenvormen af te tekenen. Grrrmbl. Ik sla linksaf en verlaat het industrieterrein.

Het is weer zo ver. Het jaarlijkse Avontuurlijke Pruttel Karwei. Ofwel, de Automobiel Panne Kanttekening. Kortweg APK. Mijn autootje wordt gekeurd. In stilte vraag ik mij af hoe anderen dit elk jaar toch weer doen. Krijgen die een leenauto mee? ‘Wachten’ die erop? Of zullen die zo’n dag ook al tweewielend door het leven gaan? Ik trap verwoed door. Nog geen kwartier geleden heb ik de sleutels en paperassen van mijn vehikel aan de goede handen van de monteurs toevertrouwd. Elk jaar weer een heikel punt bij mijn inmiddels twaalf jaar oude bolide. Haalt-ie-het of haalt-ie-het-niet? Zou er nog groot onderhoud moeten plaatsvinden? Ik zit graag veilig bij de weg. En voor veiligheid heb ik best wat over. Dus ik teken ook voor een Grote Beurt.

Net als ik mijzelf thuis goed en wel te drogen heb gelegd bij de verwarming gaat de telefoon. De garage. De distributieriem is aan vervanging toe en de remmen achter. Of ik instem met de reparatie. Inventieve autoprogramma’s laten wel ‘ns zien dat een kapotte distributieriem ook prima (tijdelijk) vervangen kan worden door een aan elkaar geknoopte panty. Hm. Nou heb ik panty’s altijd bij de hand… eh… voet. Maar zie je het voor je? Een stewardess op de vluchtstrook…? Waarschijnlijk wel. Niet dus. Doe maar. Vervangen die handel.

Eind van de middag. Ik trek mijn oude kloffie weer aan. Hoe zou Mart Smeets dit zeggen? Dat wordt op karakter fietsen. Stoempen tegen de wind in. De lucht is grijs. Bomen kleuren goudbruin en laten hun blaadjes vallen. Ik denk aan het fijne dat dit soort dagen met zich meebrengt. Lekker warm binnen met hete choc en kaarsjes aan. Voorpret voor Sint en Kerst. Stamppotten. Extra waardering voor een comfortabel droog huis. Voor de tweede keer die dag geef ik me over aan de grillen van de herfst.

Ik ruil het leenbarrel om voor mijn eigen stalen ros. Daar kan ik me er altijd op verheugen. In een pas doorgesmeerde en bekluste auto stappen. Rijdt ook lekkerder. Niet misschien meteen vanwege de rij eigenschappen, als wel vanwege ‘het idee dat’ het weer allemaal goed is. Vergelijkbaar met je fijne oude schoenen aantrekken die door de schoenmaker opnieuw gelapt en gezoold zijn. Of als het omdoen van een horloge waar zojuist een nieuw batterijtje in is gezet. Als… het binnenstappen van je huis waarvan net de gevel gereinigd is. Dat kleine fijne. Waarvan jij alleen het verschil weet. Dat toch een ongemerkt groots effect sorteert. Vetrouwd met een nieuw tintje. Ik kan nu weer ongegeneerd kilometers vreten. Heerlijk langs ‘s Lands Heeren Weegen cruisen.

Mijn adem stokt. Nee toch. Dat is toch niet waar… Het valt me meteen op. Enigszins verontwaardigd loop ik terug. De monteur biedt zijn verontschuldigingen aan en vertelt dat ie reeds in stukken bij het vuilnis ligt. Mijn persoonlijk gecreëerde nummerplaathouder met ‘Life of LENOS’ tekst. Vervangen door die van de dealer. Ik snuif en zet m’n verdrietigste pandasnoet op. Het werkt. Op hun kosten een nieuwe, belooft hij me. Vooruit dan. Ik start de motor en rijd weg.

Binnenkort dus weer opnieuw te bewonderen op mijn achterklep. Zwaaien / toeteren mag.

-oOo-

Ook hier gutste vannacht het hemelwater met bakken uit de lucht. Ongewoon, voor de anders zo mediterrane badplaats. Er ligt een lange dag voor me in het verschiet: vier vluchten maarliefst. Vanavond eindigend in Brussel. Ik doe wat energie op met een uitgebreid Frans petit-déjeuner.