058 Marco, Gavin en Stacey

(23.20 vanuit de intercity tussen Haarlem en Delft)
De gebeurtenissen van afgelopen week waren zeker weer het vermeldenswaard. De week kenmerkte zich niet zozeer door uitgebreide tijden ter plaatse om de landen verder te leren kennen, als wel door de mensen die ik ontmoette. Voor mij juist het interessante van mijn beroep. De diversiteit aan personen en culturen waar je mee in aanraking komt. Ik wil jullie dan ook graag voorstellen aan Marco.

-oOo-

Onze dienst van dinsdag was een exacte kopie van die van zondag. Retourtje Cardiff met een twee en een half uur durende omdraai. Hetzelfde gat tussen aankomst en vertrek. Deze werden zondag al wachtend en snackend doorgebracht aan een oncomfortabel tafeltje bij het enige ‘restaurant’ aldaar, fastfoodketenkot Burgerking. Ter tijdverdrijf speelden we een potje van het reisdobbelspel dat ik altijd in bij me heb voor wat activiteit in dergelijke momenten. Regenwormen. “Kom op, gooi een paar wormen erbij!” Lachen, maar ondanks dat vreten zulk soort uren eerder energie dan dat je er uitgeruster van terugkomt.

Dus besloten we het we het dinsdag bij onze tweede Cardiff over een andere boeg te gooien. Nadat de laatste passagier haar hielen had gelicht, sprongen wij in de eerste de beste taxi richting Barry Island. Tijdens mijn werk worden soms de meest ludieke acties geboren. En deze is daar een goed voorbeeld van.

Inderdaad. Nog geen tien minuten later stonden we op het strand. Een verademing. Zonnig. Fris. Aangenaam. Omdat het een doordeweekse dag betrof was het er niet druk. Toch was een handjevol locals uitgelopen voor een wandelingetje langs de boulevard met de hond, de kinderwagen of elkaar.

Wij waren als illuster gezelschap de bezienswaardigheid van de dag. De copiloot hield zijn gouden strepen bedekt. Hij was zo slim was geweest die ochtend een jas uit z’n koffer te trekken, waardoor hij best door kon gaan voor een incognito heerschap in een nette pantalon. Voor ons cabinedames was dat zeker niet het geval. Met onze sleurvaliezen achter ons aan, trokken we heel wat bekijks. Eigenlijk ongepast voor de gelegenheid, maar daarom misschien wel des te leuker. We streken neer op een terras, waarvan de keuze niet beter had kunnen zijn.

Hij schoof enthousiast een stoel bij ons tafeltje aan en stelde zich voor als Marco, de eigenaar van het café. Ondertussen begon hij honderduit te vertellen over zijn leven als pushbacktruck chauffeur op de luchthaven, wat hij tot tien jaar geleden deed. De half Italiaanse Welshman baatte nu de koffiebar annex strandtent uit. Deze Mediterrane roots waren zeker te proeven in voortreffelijke cappuccino’s die hij fabriceerde. Ongewoon goed voor een dergelijke lokatie, gelegen naast een stille kermis en piratenmidgetgolf veldje.

Marco vertelde ons ook over het bijzondere van de plek waar we waren. Op Barry Island waren we vandaag getuige van het fenomeen dat maar twee dagen in het jaar voorkomt: dat het tij zijn hoogste en laagste stand kent. De grootste tijverschillen op Australië na, als we hem moeten geloven. “If you look overthere …”. Hij wees met zijn hand. Ja, inderdaad de boten lagen eenzaam drooggevallen op het strand.

Marco leerde me nieuwe woorden, toen ik voor de zoveelste keer weer eens een druppel ijs op mijn uniform morste. Ik werd in haast onverstaanbaar Welsh Engels bestempeld als een mucky pup, wat ook wel het equivalent is van de Hollandse knoeipot. Hij ging door met vertellen. Voor de Britten is ‘Barry’s’ een ware trekpleister, omdat de beroemde sitcom tv serie Gavin and Stacey hier was opgenomen. Binnen de kortste keren werd er dan ook een levensgrote kartonnen afbeelding van het koppel van stal gehaald. Daar moest ik natuurlijk mee op de foto. Twee voor mij wildvreemde mensen. Maar toch bekend.

De volgende keer haal die mok met de twee vlaggen erop: ‘As seen in the series’. Ik kocht ‘m nu bewust niet. Want dan heb ik een reden om nog eens terug te komen. Niet per se vanwege het hoge pittoreske gehalte van Barry’s. Maar voor de hartelijkheid van Marco en zijn familie.

Al met al waren het slechts anderhalf uur. Maar ik had echt het gevoel er even uit te zijn geweest. Want in plaats van suffer te worden op een bedompte luchthaven, was m’n energiepeil weer volledig opgeladen voor de laatste vlucht.

-oOo-

Een drukke week in het verschiet. De komende dagen overnachten in Trondheim en Luxemburg, en daarna achtereenvolgens in Düsseldorf, Aalborg en Bremen. Dit alles wordt aangevuld met nog een aantal dagretourtjes (in principe tot op de dag zelf voor mij ‘onbekend’, ik doe niet meer de moeite om ze te onthouden, de komende week zal ik namelijk zo’n 20 vluchten naar tien verschillende bestemmingen in 7 dagen gaan doen… (!) Citygap here I come!).