088 Een begijn is geen non

(17.30 uur, het fijne weer van blauwe hemels heeft plaatsgemaakt voor good-old druilig grijs, lekker binnen mijn Nederlandse vakantiedagen slijten met goede boeken en fijne muziek.)

Bijna twee weken leid ik al weer een regelmatig bestaan. Om twaalf uur naar bed, om acht uur op. Tijdelijk proeven van het leven op de grond. Mijn eigen prakkie koken. Leven in een huis, in plaats van overal en nergens. Ik heb even in mijn agenda geteld; in de luttele drie maanden bij mijn huidige werkgever ben ik al weer twintig keer naar een buitenland afgereisd. Het gebeurt dan ook niet vaak dat ik lekker een laag stof kan kweken op mijn reiskoffer. Even zwerkschuimer af. De sfeer in de andere landen verneem ik nu van reisprogramma’s en het journaal. Zo kan het ook. Hallo Holland.

Weinig vliegen dus. Maar wel veel van de andere dingen die ik leuk vind. Tijd voor familie. Een volle koelkast. En op ontdekkingstocht door Nederland. Afgelopen weekend stond in het teken van een Bredaas Bed & Breakfast bezoekje. Gastvrij met een hoofdletter G. Ik heb al in veel hotels mogen overnachten, maar een warme ontvangst zo als deze had ik nog niet eerder meegemaakt.

Er speelde zacht klassieke muziek bij het binnentreden van de kamer. Op de grote schouw brandden kaarsjes in glazen stolphouders. Ik had mijn toilettas wel thuis kunnen laten, want er stond een breed arsenaal aan badschuim, scheerzeep, deodorant op de badrand. Op tafel een schaaltje bonbons en knabbels voor de lekkere trek. Senseo ernaast. Een interessante boekenverzameling en dvdcollectie in de kast, naar believen aan te wenden. En niet onbelangrijk; met de thermostaat behaaglijk opgedraaid; was het letterlijk: een warm welkom. Dit was thuiskomen in een nieuwe stad.

Ja Marriott, NH en Golden Tulip. Jullie komen vaak niet verder dan een fantasieloos koekje en de verkeerd gespelde tvboodschap: “Welcome to Courtyard Inn Hoteles, Mrs. Leno’s. Press MENU for more information“.

Het was dus lekker toeven met zus in het Bredase. We boften met het aangenaam fris zonnige weer. Winkelden ons een slag in de rondte bij het leuke Sasplein en op de Veemarktstraat. Dronken lekkers bij Latte and Literature. We stapten binnen bij het hofje met kruidentuin aan de Catharinastraat en leerden dat een begijn geen non is. Het MOTI Grafisch Ontwerp museum liet ons op een interactieve manier naar de expositie kijken. We creëerden onze eigen kunst door te schuiven met verrijdbare blokken, er zelf naast te gaan liggen en er een luchtfoto van te laten maken. *klik*

-…-

De maand januari ziet er nog vliegloos uit. Wat werk betreft dan, want volgende week laat ik me vliegen. One ticket London Gatwick, please; voor een bezoekje mijn Brightonse vriendin en ex-collega. Dan ga ik als stess, even incognito als passagier. Maar zoals een begijn geen non is, ben ik geen landrot. Kan dan ook niet wachten totdat mijn eerste vlucht na de vakantie bekend is …

065 Jan Staart

(13.20 uur, terug van vakantiegeweest, de zoemende wasmachine maakt overuren)

Een week zonder horloge, tv en enig benul van tijd. Zalig. Bewust blogloos en minimalistische Twitteritus (lastig nog, heb het gevoel dat ik jullie in de steek laat als ik volkomen afwezig ben). Leven bij het moment en gewoon doen waar je zin in hebt. Dat is voor mij vakantie. Binnenkort daarover verslag. Eerst moet ik nog een belofte inlossen. Want er ging nog heel wat vooraf voor dat mijn vakantie überhaupt van start kon gaan. Dus bij deze.

-oOo-

De laatste week voor de vakantie. Op mijn rooster stond een meldingstijd midden in de spits. Zulk soort dagen zitten me niet lekker dus zet ik de wekker altijd iets eerder. Want voor je het weet doe je dan zo maar ineens een half uur langer over het woon-werk ritje. Klaar om op nachtstop te gaan, wil ik op het laatste moment nog even een doosje muesli in mijn trolley stoppen voor onderweg. Je raadt het al. Eén onachtzaam moment. En niet een een klein beetje hè. Natuurlijk niet. De volledige inhoud havervlokken in het tapijt op de trap. Dilemma. Laat ik het liggen en riskeer ik een mogelijk te laat komen, of ga ik nog als de wiedeweerga alle treden van het muizenvoedsel ontdoen? Mokkend kies ik voor het laatste. Vijf minuten en een paar zweetdruppels later kan ik eindelijk de deur achter me sluiten.

Ik hobbel in gezwinde pas naar mijn auto, laad de boel in, start de auto en… Niks. Nogmaals. (…) Wederom niks. Geen motoractiviteit. Wat nu weer. Het eerste waar ik aan kan denken is een lege accu. Dus mobiliseer ik een man in toevallig passerend busje voor een fijne startkabelconnectie op de vroege ochtend. (…) Nakkes. Samen met een andere passant (ze moeten wel, ik blokkeer de doorgang), duwen ze de auto in een slakkengangetje, terwijl ik nogmaals een verwoede poging onderneem de motor aan de praat te krijgen. Zonder resultaat.

Dilemma 2. Wat nu? Verschillende scenario’s passeren de revue. Proberen te slepen? De ANWB bellen? Ik besluit dat het van latere zorg is. Op tijd komen is nu mijn eerste prioriteit. Ik heb ondertussen al ruim een half uur verprutteld dankzij m’n muesliverstrooiing en provisorische motoranalyse. Ik zet de eerste passen richting station. “Moet je naar Schiphol? Ik zet je wel even af,” klinkt het.

Het is één van de autoduwers. “Ik ben Jan. Ze noemen me Jan Staart,” hij draait zijn hoofd ter verklaring en legt vervolgens netjes een kleed op de met stucgips bedoezelde bijrijdersstoel van zijn autootje. “Stap maar in.”

Blij verrast door zoveel vriendelijke behulpzaamheid laat ik me naar het bemanningscentrum rijden. We sluiten achteraan bij het langzaam rijdende verkeer op de A9. Terwijl hij een sigaret opsteekt verontschuldigt hij zich voor de rommel. Zijn auto dient tevens als opslagplaats van materialen en gereedschap. Verfspatten. Emmers met resten witte pleisterkalk. Ja wat wil je ook, Jan is schilder van beroep en stuct hier en daar af en toe ook nog eens een muurtje. Het contrast kon niet groter zijn en ik voel me een enorme diva-tuthola met mijn smetteloze pak en gemaquileerde hoofd. We moeten een bijzondere combinatie zijn geweest. Het hindert niet. Onderweg kletsen we honderduit. Over zijn schilderbedrijf.; Diamond Painter. Over Haarlem. Over zijn volgende klus in Antwerpen waar hij veel zin in heeft. En voor ik er erg ik heb sta ik al weer op Schiphol. Vijf minuten te vroeg zelfs. Niet te filmen. Ik bedank hem met twee ferme klapzoenen. Wat een de dag. En hij moet nog beginnen.

-oOo-

Een aantal dagen later als ik klaar ben met mijn meerdaagse dienst is de ANWB inmiddels komen kijken. ‘Iets mis met de ontsteking’, luidt de diagnose. Rijden doettie niet meer, dus zal mijn auto morgen naar de garage worden gesleept ter reparatie. In de tussentijd wordt het al bussend naar Schiphol. Ook leuk.

-oOo-

Inmiddels drie weken voorbij na het gesprek. Nog steeds geen informatie rijker wat mijn sollicitatie betreft. Ik denk dat ik er morgen maar eens een telefoontje tegenaan gooi om te informeren of er misschien iets mis is gegaan in de communicatie… Wordt vervolgd.

061 Zomer in april

(13.00 uur, voorafgaand aan een dienst die belooft enerverend te worden. Ik zal mijn aandacht moeten besteden aan het inwerken van collega nummer drie én het vergezellen van een bekende op mijn reis)

De bomen in de straat kleuren felgroen. Mijn auto lijkt bedekt met een gele poedercoating. Pollen en stuifmeelstof brengen mij regelmatig in een flinke kriebelnies. De orchideeën in de woonkamer zijn zichtbaar gelukkig. Ze ontspruiten alsof het hun lieve lust is, nieuwe scheuten en wortels verdringen zich om een plekje in de bloemenjungle.

Thermometers ontwaken verschrikt uit hun winterslaap. De zon stuwt het kwik op naar hoge zomerse waarden. Overbevolkte stranden. Terrassen puilen uit.

Het is pas april en ik ben een beetje van slag.

Iets meer dan een maand geleden nog was mijn verjaardag. En winter. Als ik jarig ben is het altijd bar, guur en koud. Zelden wordt er in de buitenlucht gebak genuttigd. Toch worden na mijn verjaring wel de eerste stappen gezet richting het aanbreken van betere tijden. Krokussen, narcissen en lente. Ik schreef er al eens eerder over. April hoort de maand te zijn van bloemetjes, bijtjes, hazen en eitjes. Het stap voor stap ontluiken van de natuur.

Nu smelt het spijs uit mijn paasbrood weg en veranderen de chocolade-eitjes in lege alufolietjes in een bruin plasje. Ik voed mijn bleke huid royaal met factor vijftig. Heb slippers tot mijn dagelijkse schoeisel gemaakt. Ik zie in de spiegel op mijn huid dat met elke dag zon de sproetendichtheid verder toeneemt. Het lijkt alsof er een heel seizoen is overgeslagen. Van de winter – hop – meteen naar zinderend midzomer.  Waar is de lente gebleven? Maar ook, wat komt hierna? Herfst in juni? IJzel in augustus? Naast dat ik last heb van jetlags en citygaps, nu geloof ik ook een beetje van de schielijke seizoenssprong.

-oOo-

Dadelijk eerst al inwerkend een Newcastle retour met de Instructeursspeld op het colbert.  Om vanavond te eindigen in het Zuid-Franse Toulouse, samen met zus. Voor haar nog altijd een leuke uitstap om mee te gaan; we hebben morgen tot in de middag om de stad te verkennen. Inmiddels kan ze al een hele lijst bestemmingen achter haar naam bijschrijven. Venetië, Wenen, Cardiff, Nürnberg …  en nu dus Toulouse.  Sommige collega’s beginnen haar ook al te kennen. Voor mij maakt het mijn baan iets minder ‘werk’ en iets meer thuis, omdat ik de ervaringen blijvend mag delen met een dierbare. Welkom Pien!

Bovenstaande foto is gemaakt vorig jaar rond deze tijd bij het ontbijt in Helsinki. Een vrolijke noot… eh citroen, in het eiermandje van (vermoedelijk) een van mijn collega’s of het hotelpersoneel. Een goed begin van de dag; met een lach.

Bij deze voor jullie allemaal een vrolijk Pasen gewenst!

056 p(triingggg) = …?

(12.30 uur, nog steeds te vinden in mijn Haarlemse Hoofdkwartier, maar niet voor lang, een Eurotrottend weekje voor de boeg)

De koffer staat al weer bijna een week onaangeroerd gepakt in een hoekje van de kamer. M’n uniform hoef ik nog nét niet af te stoffen. Hoe ziet een vliegtuig er ook al weer van binnen uit? Een ongopgeroepen week stand-by, het is wat …

-oOo-

Een aantal jaren geleden kon ik er donder op zeggen dat ik een telefoontje zou ontvangen. Dus in het geval van een vroege stand-by periode van vijf tot vijf, zette ik soms alvast mijn wekker om 4.45, zodat ik nog toch nog even rustig wakker kon worden. En inderdaad, bij het krieken van het eerste stand-by uur had men reeds wel iets voor me in petto. Was het niet meteen een vier- of vijfdaagse dienst, dan was het wel een pittig bijeenraapsel van openstaande vluchten.

De tijden zijn veranderd. Bij een vroege aanvang van de reservedienst zet ik mijn wekker niet meer. Ik lig in mijn nest, totdat het lijf me er zelf eens een keer uitstuurt. Gemakzuchtig. Want ‘klaarzitten’ is het natuurlijk niet. Een paraatheid van likmevestje. En daar heb ik alleen maar mezelf mee. Want mocht ik toch moeten aantreden, dan is het ineens hollen geblazen.

Maar de kans dat ik vandaag eens wel gebeld word, is denk ik niet zo groot. Nergens op gebaseerde blabla natuurlijk, want hoe kun je zoiets in vredesnaam adequaat inschatten? NIET. De oproepbaarheidskans valt onmogelijk vast te stellen, want het is van zoveel dingen afhankelijk. Maar toch doe ik stiekem een gooi. Mooi weer. Geen gekke dingen. Als het de afgelopen twee dagen stil bleef, waarom zou m’n gsm dan nu ineens wel rinkelen? Dus besluit ik alles lekker op z’n vijven en zessen te doen, zoals op een luie zondagmorgen.

Een groot contrast met mijn ‘normale leefritme’. Want gewoonlijk houd ik er een drukke agenda op na. Ik ben vaak slechts twee dagen thuis na vijf dagen weggeweest. Alle thuisactiveiten: vrienden en familie zien, het huishouden bijhouden, boodschappen doen, de administratie verwerken, tandarts- en doktersbezoeken etc.; moet ik in twee dagen zien te proppen. Dit gaat nou eenmaal niet op een avondje na het werk, vanuit het buitenland. Daar zit mijn persoonlijke huisraad in een koffer en onderhoud ik slechts via de digitale snelweg contact met dierbaren. De uren in het hotel op bestemming mogen officieel dan wel ‘vrije tijd’ heten, maar zijn natuurlijk niet te vergelijken met thuisvrij zijn. Alhoewel het internet steeds meer mogelijk maakt tegenwoordig.

Dus dit was wel eens ongekend ontspannen voor de verandering. ‘Thuis je tijd uitzitten’. Nog zoveel uur te gaan … Eerst ben ik nog voortdurend alert. En me er bewust van dat mijn leven met een enkel belletje drastisch van invulling en tempo kan veranderen. Maar naarmate de tijd vordert ontwikkel ik wat meer roekeloosheid. Ik word actiever, ga soms zelfs …

… sporten (niet te fanatiek, ik wil straks niet met een rood aangelopen zweethoofd in de cabine staan),

… winkelen (niet te ver weg, in een straal van 10 minuten tot huis, zodat ik toch op tijd ben mocht het nodig zijn; ten allen tijde binnen een uur op Schiphol kunnen zijn is namelijk een pré),

… een taart bakken (waarbij het deeg de oven mogelijk niet bereikt, of aan boord afgebakken dient te worden)

of zelfs uit eten (met het risico dat ik het bestelde razendsnel wél moet afrekenen, maar nog niet gekregen heb of in een doggy bag mee moet nemen).

Het werd dus een 48 urige werkweek zonder werk. Hoe dit komt? Geen idee. Ik kan verschillende verklaringen verzinnen. Weinig zieken. Nauwelijks vluchtverstoringen. Extra mensen ingezet. Eerst het nieuw binnengekomen cohort oproepen, zodat zij vliegroutine kunnen opdoen. Het kan van alles zijn, waardoor ik niet nodig was.

-oOo-

Vanavond dus weer gewoon volgens schema. Gelijk voor vijf dagen van huis naar Hamburg, Toulouse, Zürich en wederom Hamburg. Maar zoals het in de luchtvaart gaat, wil het ook zelfs het geplande nog wel eens anders lopen. Dus de kans dat ik vandaag vlieg is zeker flink groter dan de oproepbaarheid van de afgelopen week, maar nooit gelijk aan 1. Want niets is zeker, en dat is juist zo spannend.

054 Digitaal op papier

(17.08 uur, klaar voor vijf dagen luchtarbeid)

Wie schrijft, die blijft. Knutselen met taal doe ik graag, dat moge ondertussen duidelijk zijn. Voor mij geldt dan ook: een dag niet geschreven is een dag niet geleefd. Tegenwoordig bestaat dat natuurlijk veel uit sms’jes, mailtjes en online blogberichten. Maar ik doe ook nog steeds bewust aan ansichtkaarten, dagboekvertellingen en boodschappenlijstjes. Tastbaar, welteverstaan. Op papier, notitieblok of memobord. Geschreven met pen, potlood of stift. Want ik houd van geschreven woorden. En wil ze dan ook zeker niet in de vergetelheid doen geraken.

Er is een wereld van verschil tussen digitaal en papiertaal. Vind ik dan tenminste. Ik kan genieten van het unieke van handschriften. Sierlijke krullen, eigengereide hoofdletters, of onleesbaar ‘doktersgekrabbel’.  Bij het oogsten van mijn brievenbus begin ik bij het zien van de envelop dan ook al te jubelen. Kaartje van oma, hanenpoten van zussie. Brief van mams. Ik herken hun correspondentie uit duizenden.

Maar toetsenbordtekstverwerken gaat nu eenmaal sneller. En efficiënter. Standaard lettertype kiezen. Geen geknoei met gum of tippex. De Backspace knop indrukken en klaar is Kees. Regeltje weghalen. Alinea toevoegen. Slepen, Copy/Pasten. Mogelijkheden te over. Wel eerst even ‘opslaan’. Het resultaat is netjes. Deze digitale teksten kunnen vervolgens gemakkelijk met één klik van de muis de wereld in worden gestuurd, naar tientallen of soms wel honderden mensen tegelijk. Bijna iemands verjaardag vergeten? Geen probleem. Een e-card is binnen enkele vingertikken en minuten verstuurd.

Een ansichtkaart daarentegen vergt heel wat meer inspanning: een toepasselijke kaart uitzoeken, postzegels kopen. Een pen bij de hand hebben, leesbaar schrijven. Iemands drieregelige woonadres weten. Beatrix plakken en ‘m vervolgens op de bus doen. En het liefst ook nog een beetje op tijd, anders gaat er weer een dag langer overheen. Daarom vind ik het altijd leuk om brievenbuspost te ontvangen.

Laptopschrijven mag dan misschien handiger zijn, het is lang niet zo ‘lekker’ als gewoon schrijven. Ik houd er van mijn pen op het papier te zetten en letters te produceren, die woorden vormen die weer aan elkaar smelten tot zinnen. Netjes op het lijntje of expres er onder. Een streep, een golflijntje of een kras. Zoals jij dat wil. Enter, spatie; wat zijn dat? Eigen baas. Gewoon je pen optillen en weer verder. Doorstrepen en op de volgende bladzijde beginnen. Maar eens geschreven blijft geschreven, totdat je het papier vermaakt tot een prop of honderd snippers.

Met ballpoint geschreven zinnen hebben voor mij iets authentieks tussen al het digitale verkeer. Je kunt aan een handschrift zien of de schrijver zich in een hobbelende trein bevond ten tijde van optekenen. Dat hij huilde of dat het misschien regende toen de brief werd gepost. Dat z’n pen bijna op was. Dat hij zorgvuldig schreef om duidelijk over te komen of juist hard drukte omdat hij boos was. Of dat hij haast had, want het betreft een slordig krabbeltje. Een pennenstreek geeft net dat beetje extra leuke informatie. Een persoonlijk twist, die met geen pen is te beschrijven … alhoewel ik geloof, dat ik nu toch een poging heb gedaan …

-oOo-

Nu eerst vijf dagen op pad. Vanavond Düsseldorf. Morgen een lange dag met vier vluchten. Op de laatste stapt mijn vader aan boord. Hij zal me komend weekend vergezellen op het Liverpoolgedeelte van mijn dienst. Welkom paps! Ik sluit af met een Keulen. Je kunt online met me meevliegen door af en toe even te kijken op: http://twitter.com/lifeoflenos

050 Niks

(13.36 uur mijn laatste vakantiedag, die ik nog even optimaal vul met… niks. Nu het nog kan.)

Vijtien dagen. Ze zijn voorbij gevlogen voordat ik er erg in heb. Zondag ga ik weer het land uit, na een lange periode als landrot door het leven te zijn gegaan. Dat was heerlijk. Maar het is nu ook wel weer eens tijd voor wat actie. Want ik vind stilzitten erg fijn, maar niet te lang achter elkaar. Morgen wordt een kopie van mijn laatste dienst voor de vakantie. Een München – Bordeaux driedaagse. In twee van de drie landen waar ze me elke week wel heen mogen sturen (voor wie het weten wil, het derde is Engeland – ook altijd goed).

Twee weken zonder enige vorm van verplichting, behalve degene die ik mijzelf oplegde. Een vriendenbezoekje hier, een sportje daar. Koffie bij Oma, concert met mams, boek uit….

…en geen blog.

Kennelijk vallen of staan mijn schrijfideeën toch met het op pad zijn. Ik ben nu wel braaf achter mijn computer gekropen, omdat ik vond dat het móest. Niet omdat ik iets bijster bijzonders te vertellen heb. Je kunt nu dus nog stoppen met lezen als je je tijd nuttig wilt besteden. Want deze blog gaat namelijk over: niks.

-oOo-

Even een testje. Ik loop er al een tijdje mee in mijn achterhoofd rond en ik wil nu eens kijken of het me lukt.

Is het mogelijk om iets te schrijven over ‘niks’? Ja, je leest het goed. Een stukje tekst, waar ik enige tijd mee bezig ben geweest om het te schrijven en jij om het te lezen. Een lap tekst, wat qua taaleigenschappen betreft goed in elkaar zit, maar waarvan je na afloop denkt: wat heb ik nu eigenlijk gelezen? Een stukje waarvan je niets wijzer bent geworden, geen nieuwe inzichten hebt opgedaan en waarvan de strekking niet de moeite waard is om aan anderen te vertellen.

Er vinden regelmatig gesprekken van nikszeggende aard plaats en ook op televisie kan men er wat van. Een programma, waar je maarliefst ruim een uur naar hebt zitten kijken, maar dat geen zinnige meerwaarde heeft. Waarvan je jezelf afvraagt: wat heb ik nu eigenlijk gezien? Heb ik er wat van opgestoken? Of was het gewoon een vorm van tijdverdrijf? Mensen kunnen dat erg goed (ik ook!) tijd ‘verniksen’. Het lijkt alsof ik er – sinds dat ik vlieg - zelfs beter in ben geworden. Weer een dag voorbij. Ik zat voor zestien uur in Wenen weliswaar. Maar wat heb ik nu helemaal gedaan, behalve de standaard dingen die je op de been houden. Eten. Koffer in- of uitpakken. Sporten. Wandelingetje door de stad. Slapen. Weinig.

Helemaal niks doen is volgens mij namelijk niet mogelijk. Je doet altijd íets. Ook al zit je de hele dag met je luie gat op de bank. Je zit tóch op de bank. Met je ogen dicht, of open. Naar buiten te staren. Met je handen gevouwen, achter je hoofd of iets dergelijks. Het lijkt niks, omdat het geen bijzondere herinneringen heeft achtergelaten. En omdat de tijd voorbij glijdt zonder dat er iets noemenswaardigs plaatsvindt. Dus iets van weinig belang, met een niet direct nuttig doel. Of is het ontspannen gevoel dat je krijgt van het ‘niksdoen’ uiteindelijk toch ook welbesteed? Er wordt wel eens gezegd: “Dit gaat nergens over!” Dat is dan dus niet mogelijk. Het gaat altijd érgens over. Alleen lijkt het op dat moment niet van belang.

Hm, Ik kan dus niet anders dan tot de conclusie komen dat alles ‘iets’ is. Ook niks.

Of toch niet? ‘Gratis’ is voor niks. Maar gratis is nog steeds íets, alleen heb je er niet voor betaald. In de wiskunde is nul (0) niks. Nul keer honderdduizend is namelijk nog steeds nul. Voor niets gaat de zon op. Net doen of er niks is gebeurd. Je bakt er niks van…

Hm. Ik kom er geloof ik niet helemaal uit. Hoe dan ook, ik heb in ieder geval genoten van mijn twee weken ‘niks’. Ik ben heerlijk tot rust gekomen, bijgetankt en weer klaar voor de noeste arbeid.

-oOo-

En? Ben ik er in geslaagd?

Ik meen van niet… Maar dat geeft eh.. niks.

045 De-icing 2.0

(14.15 vanuit een Winters Haarlems landschap)

Ik zit thuis. Met een dampende kop koffie. De kerstboom straalt knusse huiselijkheid. Zacht spelen kerstliedjes op de achtergrond. Sneeuw zorgt voor prachtige plaatjes in de straat. De vlokkendichtheid verandert met de minuut. Van lichte dwarreltjes tot een dichte pluisdonzige deken. En daarmee ook de lichtinval. Het ene moment lijkt het alsof de zon zo kan gaan doorbreken. Nog geen vijf minuten later kleurt de hemel grijs en rolt er een donderslag. Ik kijk graag naar buiten. Auto’s liggen bedekt onder een dik pak. Mooi als je er niet meer uit hoeft. Ellende als je over een uurtje moet werken. Ik zoek het gereedschap bij elkaar om m’n verstopte vehikel rijklaar te maken. De-icing 2.0, home edition. Veger, krabber, warme handschoenen en een overboord gezette portie tegenzin. Check. Ik mag ze nog even links laten liggen. Want net als ik de eerste graafactie onderneem gaat m’n telefoon: “Ga maar sneeuwballen gooien hoor, je vlucht naar Zürich is geannuleerd.” Terwijl de luchtvaart zijn wonden likt, opent er zich een zee aan vrije middagtijd voor mij. Ik ga terug het warme huis in en pel m’n uniform weer laagje voor laagje van me af. Als koning Winter de scepter zwaait, kan de luchtvaart niets anders dan lijdzaam toezien. Voor mij betekent dat afwachten… en dus blogtime!

Mutti had mazzel, het uitstapje naar Wenen dat ze met me zou maken ging nog wel door. Wij spendeerden gisteren een heerlijk zonnige maar gure dag in een van mijn favoriete steden. Bijzonder, hoe ik door mijn werk de gelegenheid krijg plaatsen in verschillende seizoenen te zien. Ik herinner me nog maar al te goed de zinderend zomerse temperaturen van een aantal maanden geleden. Zweetdruppels en broeivoeten. Hoe anders, maar nog immer indrukwekkend, was het er nu. Wollen wanten en ijspegels. Ik leidde mams maar al te graag een rondje langs al het Oostenrijkse moois, dit keer wit aangekleed en in Kerstsfeer.

We bestelden ontbijt met Birchermüesli op de kamer. Kleedden ons warm aan. Scoorden een prachtig handgemaakte glazen kerstbal voor in de internationale boom van zus (oeps, verklapt!). Voor naast de Russische Matroesjka en het Nürnbergse houtsnijwerk. We dronken punch mit Beeren (ik de alcoholvrije jip-en-janneke versie) op een ontluikende Kerstmarkt. Rilden ons warm in het Mueseumquartier. Zagen de vuurmeister zijn vat aansteken voor de heiss gepofte Maronen en Bratkartoffeln. Lonkten naar de Schmuck Verkäufer die hun kraam inrichtten met glimmende koopwaar. Om aan het eind van de middag bij toeval te stuiten op Café Restaurant Steindl in de Stumpergasse. Alwaar we vers, lekker en goedkoop tussen de locals een Weense meergangenmaaltijd nuttigden. De dag zat erop. Back home. Nog even warmden we onze koude voeten tot tintelende warmte middels een hotelkamervoetenbad in spa stijl, alvorens we weer in het vliegtuig naar Amsterdam stapten. Ik werkend, zij mee als passagier. Geslaagd!

-oOo-

Ik snoer m’n bergschoenen stevig aan voor een trotsering van de elementen naar de supermarkt. Ik eet vandaag geen diepgevroren instantmaaltijd aan boord, maar mag heerlijk mijn eigen prakkie koken. Eens kijken wat mijn pot gaat schaften… Winterkost denk ik. De tijd zal leren of ik vanavond nog dien aan te treden voor een dienst. De planning (mijn rooster) schrijft voor van wel, de operatie (realiteit) misschien wel niet…

043 Scandinavisch shoppa

(16.57 uur, thuis achter mijn laptop met Dave)

Ik slaap op als een prinses op de erwt op Sultan. Chill wat met Vreta terwijl Klippan mijn voeten ondersteunt. Kryssbo schenkt mij licht in de duisternis. Lekker soppen met  Plastis. Expedit draagt mijn boeken. Klubbo mijn glaasje port. Kvarta vertelt me de tijd. Groggy opent mijn flessen. Nee, dit is niet het Zweedse mannelijke honkbalteam dat mij op mijn wenken bedient. Dit is het jullie welbekende Zweedse vernuft. In ieder huis is tegenwoordig wel een dergelijk item te vinden, tenzij je de producten van IKEA origine bewust uit je woonkamer weert.

Ik moet er ook weer aan geloven. Als je niet te veel geld wil spenderen, maar er wel een kras interieur op wil nahouden, ben je gedoemd tot bezoekje aan dit woonwarenhuis. Gevaarlijk.  Veel leuk spul. Ook al voor de kerst. Je stopt gauw meer in je kar dan dat aanvankelijk het plan was. Want het is allemaal zo leuk / handig / grappig / nuttig / praktisch / goedkoop / schattig… IKEA speelt goed op de gemoederen in. En de kassa rinkelt wel. Slim concept.

Mensen maken er vaak een dagje uit van. De hele familie op sleeptouw. Pa ook mee, als pakezel. Natuurlijk halverwege een stop in het restaurant voor Bullar met gratis koffie op de Family kaart. De kar parkeren op de winkelwagentjesparkeerplaats. Leuk om te gluren wat anderen kopen. Verdwalen tussen de slaapkamermeubels en opbergbakken. Het magazijn door om achter aan sluiten in de rij. Een habbekrats hotdog als toetje voor wat extra tilkracht.

Want daarna komt het leukste pas echt: de boel in de auto stouwen. Als je vroeger met Lego speelde heb je een streepje voor. Het betere pas en meetwerk. Boedelbakken en bestelbusjes. Maar ik zie ook mensen gevaarlijke capriolen uithalen. Achterklep open, fors uitstekende dozenpakketten en matrassen uit het raam. Oei. En heeft Billy sommigen over het paard getild? Ik zie lui die hun auto bij aankomst meteen in het inlaadgebied parkeren en vervolgens rustig urenlang shoppen. Grrmmmblspierbal… Het deert mijn pret niet. Record: een volledige tweepersoons hoogslaper in mijn Mazdaatje, stalen buizenpakken tot en met, inclusief de twee sjouwers. Doe maar na!

En dan komt het leukste: de namen. Miscommunicatie en lachen om een andere taal is zo makkelijk. In mijn pre-engelsprekende tijdperk, zong Fleetwood Mac over ‘“Tell me lies, sweet little lies” Ik heb altijd gedacht dat kleine lieve Liesje hem iets belangrijks moest zeggen… Boeiend, deze later verworven inzichten, die komen als je de uiteindelijke betekenis meester wordt. Zo tref ik op nachtstop in Noorwegen regelmatig ’bilservice’ langs de kant van de weg. Ha, een wasstraat voor liefhebbers schone bipsen? Nee, een autoverhuurbedrijf.

In het shoppingwalhalla vind je ze te over. Glimma waxinelichtjes. Geef er maar een Snudda aan! Een kruidenrekdraaiplateau. Bumerang kledinghangers willen zich nog wel eens tegen je keren. Lekman bak is zo lek als een mandje. Wat zal er gebeuren met de kliekjes opgeborgen in Prutta bakjes? En dan heb ik het nog niet eens over de Orgel Vreten lamp…

Een tijdje terug is er nog een hele inter-Scandinavische rel geweest om die namen. De meubelgigant werd er van beticht alle luxegoederen en dure producten te vernoemen naar Zweedse steden en de goedkopere vloerkleden en deurmatten naar de Deense. Denen boos, want lager dan een vloerkleed kon je in hun ogen niet gaan. Dat heeft toen nog heel wat voeten in de aarde gehad. IKEA heeft dit in alle toonaarden ontkend en timmert ondertussen nog steeds flink aan de weg.

Ik houd ervan; van samen plundra met mams. Als wij daar een tijdje rondlopen gaan we vanzelf – heel flauw - ook een beetje in ons eigen koeterwaalse Zweeds praten “Doe my nog maar zo’n kuppa, met mjolk ja”,”FC Knudda”, ”Pas op dat je niet struikla”, “Wat vind je van die kussa of m’n sofa?” “Hmm lekkah appolletarta!!”

Geloof dat wij niet de enigen zijn. Heb jij ook altijd al willen weten wat je alter ego zou zijn als je een meubelstuk was geweest? Kijk dan op de Swedish furniture name generator:

http://www.blogadilla.com/2008/05/11/the-blogadilla-swedish-furniture-name-generator

Ik ben niet gek, ik ben een boekenkast. Ik ben de Slėnnas, met veel handige opbergvakken. En een extra handleiding waarschijnlijk.

Gislev heeft zich opgeofferd om mijn leed te camoufleren. Weg met die Vlekka. LENOS blij.

-oOo-

Leuke info:

Het ontstaan van IKEA namen:

http://voornamen.web-log.nl/voornamen/2007/07/ikea_namen_ontr.html

en Tjans visie op Orgel Vreten:

http://kniesoor.web-log.nl/kniesoor/2006/09/orgel_vreten.html

041 Kleedleed

(16.11 uur, een half uur voor schema geland uit Hannover, dus een half uur eerder thuis)

Ik was dit bericht reeds vrijdagavond begonnen. Dag 1 van mijn stand-by periode bleef ongevuld, dus had ik de tijd om te schrijven. Het idee was om dit zaterdag, na revisie van de spelfouten, online te zetten. Het lot besliste anders. Ik werd nog voor het krieken van de dag bruut uit dromenland getrommeld. >> TRINGGG << Woehaaa! Schrik! Vroeg! Twintig over vijf… Voor het overnemen van de Edinburgh vluchtencombinatie met een bijbehorende Hannover nachtstop. Ik ben net pas weer op Hollandse bodem. Bij deze daarom nu mijn reeds getypte verhaal.

-oOo-

Een stijlvol interieur vind ik belangrijk. Omdat het toch je thuis is. Zeker na vier of vijf dagen weg is het heerlijk om weer tussen je eigen spulletjes te vertoeven. Ondanks dat ik er haast vaker niet ben dan wel, heb ik daarom toch geïnvesteerd in een comfortabele lounge hoekbank. In een knus nephaardje. Voor behaaglijke warmte op een koude dag. En in gezellige accessoires voor het creëeren van een huislijke sfeer. Ik houd van mijn huisje. Er is echter één ding mij al jaren een doorn in het oog.

De vloerbedekking. Dat is het leuke van een huurhuis, je krijgt het er meestal bij. In mijn geval is dat het allergoedkoopste stuk gare rommel per strekkende meter. En ook nog in een vreselijk viesvale beigegrijze kleur. Vloerbedekking snap ik sowieso niet. Lang zo niet sjiek, hygiënisch, fris en fruitig als een strak houten of laminaten vloertje. Helaas is dat geen optie in mijn verzakte en gehorige maar prachtige grachtenpand appartement.

Terug naar het beige bedeksel. De vorige bewoner had er reeds een jaar lief, leed en knoeipot mee gedeeld, daarna was de beurt aan mij. Het heeft ondertussen zijn beste tijd nu echt wel gehad. Hoe lang gaat dat spul überhaupt mee ? Aanvankelijk wist ik natuurlijk niet hoe lang ik er zou kunnen blijven wonen. En of de kosten van een nieuw matje woonkamergras de moeite van het investeren nog waard waren. Uiteindelijk wel, zo blijkt nu, vier jaar en flink wat rafels later.

Een korte omschrijving.

Reeds bij het betrekken van de woning moesten er drastische maatregelen genomen worden. De poes van de onderburen had het lege onderkomen gebruikt als aangename chillplaats en alternatieve kattenbak. Met penetrant riekende restanten als gevolg. Hoe ik ook schrobde met allerhande sopjes en grootmoeders schoonmaakwonders; het mocht niet baten. De geur bleef. Hardnekkig stinkend. De enige uitkomst bracht uiteindelijk een loeischerp stanlymes en een stuk reservetapijt. Heden ten dage nog immer een vierkant eiland op een toch wel vrij aanwezige plek.

Dat was één. Twee is een vol bord spaghetti met rode saus op zijn kop, flats, voor de bank. Drie is het effect van schuivende stoelpoten op prullerig karpet: loslatende draden. Mijn eigen motorische klunzigheid was tevens debet aan nummer vier. Kaarsvet. Hè verdorie. Hoe te verwijderen uit stoffen? Ik raadpleegde het internet. "De vlek bedekken we met grauw of ander absorberend papier en daarover strijken we met een warm (niet te heet) strijkijzer.” (Bron: www.omaweetraad.com).

Ja? Toch niet helemaal… Ik was éven vergeten, dat mijn laagpolige rakker synthetisch van aard is… Gevolg: ik kan nu nog steeds dagelijks de krant van vorig jaar lezen… Hij is als een harde koek aan de grond vereeuwigd.

Geen énkele, ik herhaal, geen énkele van de items in bovenstaande opsomming had blijvende schade berokkend aan een houten vloer. Misschien had het stuk kattenpis opgeschuurd en opnieuw in de was gemoeten.

(Verzachtend naschrift: het voordeel is, dat als je er zelf enige tijd op woont, je het vanzelf niet meer ziet. In elk geval, minder aan ergert; zoals met veel dingen. Ik noem het ‘eeuwige peertje aan het plafond’ verschijnsel, of het ‘moeten we nog ophangen’ schilderij).

Er lag al een los kleed over het grootste gedeelte van de vlekkenverzameling. Jammergenoeg is het niet groot genoeg om ook de lik donkerblauwe schoensmeer die ik er gisteren op kliederde, te bedekken… Wat doet een mens in zo’n geval?

Op naar IKEA. Een groter kleed halen. Want zoals de Vlamingen mooi kunnen zeggen: “Iedereen draagt zijn leed onder zijn kleed…”

-oOo-

PS: de sollicitatie loopt nog steeds… Hopelijk eind komende week uitsluitsel.

040 Hollands Glorie

 

(17.15 uur, thuis in herfstig Haarlem)

Mijn telefoon pingelt. “LEEN! Ik heb een stopje AMS! Land vanmiddag om drie uur. Meeten?!” Mijn oud collega en vriendin. Ze werkt immers al weer een tijdje voor de grootste luchtvaartmaatschappij van Engeland. En terwijl wij overnachten in Cardiff, Bristol, Liverpool en Middlesbourgh; heeft zij een nachtstop Amsterdam. Van oorsprong Hollandse, maar inmiddels al ruimschoots ingeburgerd tussen de Britten. Ze kan links rijden als de beste en heeft een Engels accent waar je u tegen zegt. Toen ik bij haar te gast was maakte ze een heerlijke Sunday Roast met parsnip and butternut squash voor me. Tevens wist ze me feilloos naar de lekkerste fish and chips tent te loodsen, ik kreeg ze traditioneel, met vinegar and mushy peas.

Toch blijft een groot deel van haar nog steeds Oerhollands. Terwijl haar collega’s niet zitten te springen om een stopje AMS (zij doen veel liever iets wat écht cool is, surfen op Barbados bijvoorbeeld), vraagt zij de ’kaaskopstop’ regelmatig met verve aan. Ze wordt door hen gekscherend ’cheesehead’ of ’cloggie’ genoemd. Zij is er trots op. Friet hoort met mayo (iets wat buitenlanders echt niet kunnen begrijpen, en dan heb ik het nog niet eens over het patatje oorlog / kapsalon). Als je je kleine stukjes moet verplaatsen pak je de fiets. Koninginnedag wordt vol overgave in ere gehouden. Net zo als Sinterklaas. En hoewel de poffertjespan eigenlijk een beetje uit de gratie raakt (die koop je tegenwoordig toch kant en klaar in een zak bij de Appie), is zij van plan er juist eentje aan te schaffen.  Zodat ze die kleine rakkers altijd zelf thuis kan maken.

Ons kikkerland heeft veel leuke dingen waar je normaliter niet bij stil staat. En dan heb ik het niet alleen over het cliché molen-klomp-tulp gedoe. Ik weet van haar dat ze een lijstje heeft met boodschappen; typisch Hollandse lekkernijen, die in Engeland lastig tot niet te krijgen zijn. We beginnen dan ook altijd in de supermarkt. Haar mandje wordt volgeladen met Brinta, Chocomel, stroopwafels, suikerbrood, kaas en kokosbrood. En sindskort dus ook met marsepeinen aardappeltjes, gevuld speculaas en chocoladeletters. Ze was reeds op zoek naar een pak oliebollenmix, maar dat konden we nog niet vinden.

Ik maak de blits door mijn familie te trakteren op zelf geïmporteerde scones. Haar Britse vriendinnen daarentegen smullen van de kruidnoten uit haar ‘pepernotenpot’, een grote keramieken pot met sinterklaasrijmpjes er op. Elk jaar tegen deze tijd mag hij de kast uit en op tafel. Het wordt ook prachtig gevonden  als ze de theepot op een theelichtje zet. “So Dutch!” Tot mijn verbazing kennen ze dat daar niet, men gebruikt een theemuts om de boel warm te houden. En dat terwijl de Engelsen juist bekend staan als theeslurpers eerste klas! Ze krijgen de thee geserveerd uit een van de vele Delftsblauwe kopjes dat haar servieskast rijk is.

We vervolgen onze Hollandtoer. De HEMA en Xenos worden aangedaan. Winkelconcepten die je in Groot Brittanië niet vindt. Om de dag te eindigen met een frikadel speciaal en een kroketje bij de snackbar voor het ultieme Hollandgevoel. Trots laat ze me een foto van haar nieuwe aanwinst zien. Een paar Delftsblauwe bordjes en schaaltjes. Regelmatig speurt ze het internet af naar deze klassiekers. Haar ouders (die overigens nog steeds hier wonen) hebben reeds opdracht gekregen Unox stamppotbrodjes te sparen.

De paar korte uurtjes die ons restten zijn voorbij. Ik loop met haar mee terug naar het hotel. Haar koffer puilt uit. Hij is flink wat kilootjes zwaarder geworden door alle souvenirs. Als je een Britse met een Hollandse hobby bent, is het zeulen geblazen. Ze gaat erop zitten om hem dicht te krijgen.

Door haar voorliefde voor alles wat Nederlands is, ben ik ons landje ook meer gaan waarderen. Dingen die ik normaal voor vanzelfsprekend aanneem, ga ik met andere ogen bekijken. Sterker nog, de dingen waaraan ik zelfs een hekel had (sintspullen reeds vanaf eind september in de winkels, Delftsblauw kitschservies) ga ik zelfs waarderen. Als ik een ding heb geleerd, is dat wel dat je je afkomst nooit mag verloochenen. Nederland is nog lang zo gek nog niet, bedenk ik me.  En ik snaai nog een dubbelzout dropje uit het witblauwe schaaltje voor me op tafel .

-oOo-

Leuke websites om wat op rond te struinen en te lezen wat andere landen zo leuk, raar of gek aan ons vinden:

How to tell if you’re Dutch door Bas Suverkropp

De observaties van Eddy

Boeken over Hollanders: The Undutchables