087 Amerikaanse bollenblues

(11.30 uur, vanuit het Noorden des Lands, waar de drassigheid langzaamaan oplost)

“GELUKKIG NIEUWJAAR!” Na het aftellen kunnen we eindelijk proosten. De plastic bekertjes klinken misschien niet zo als een kristallen flûte, maar het maakt de start van het nieuwe jaar er niet minder op. Het is nog licht. Mijn horloge geeft drie uur ‘s middags aan. Er pingelen sms’jes binnen met nieuwjaarswensen uit Nederland. Ik word omhelsd en gekust door mensen die ik nog maar net een half etmaal ken. Overal komen oliebollen tevoorschijn. De een tovert een papieren zak uit een trolley terwijl een ander met een doos van de Nederlandse bakker op de proppen komt. Andere gasten in de hotellobby kijken ons enigszins vreemd aan. En ik moet ze gelijk geven, want wie heeft ooit bedacht dat gefrituurde deegballen met bubbelwijn een goede combinatie is?

2011 mag dan misschien voorbij zijn in Nederland, dat is nog niet het geval op de plek waar ik me nu bevind. Lang sta ik echter niet stil bij dit bijzondere fenomeen. We hebben er een werkdag van ruim veertien uur op zitten. Dus na de toost op een nieuw begin kruipen we eerst voor een paar uur onze bedjes in.

“HAPPY NEWYEAR!!” Negen uur later vult luid gejoel de kades van Pier 14. Voor onze ogen voltrekt zich een kleurrijk schouwspel in de lucht. Vanaf een boot in de San Francisco Bay wordt onder aanmoediging van het toegesnelde publiek het prachtigste vuurwerk de lucht in geschoten. We laten nogmaals het oude jaar achter ons. Het nieuwe moet nu wel dubbelgoed worden. Mannen op skates in gekke outfits zwieren tussen de toeschouwers door. Amerikaanse ‘gillende keukenmeisjes’ zetten zichzelf op de de foto; op hun hoofden prijken ‘Happy 2012′-brillen met knipperende LED-lampjes. Dit alles tegen de achtergrond van de fraai verlichte Oakland Bay Brigde. Een goede start.

Bekijk het nieuwe jaar eens door een gekke bril!

-oOo-

De terugkomst uit San Francisco is al weer meer dan een week geleden, maar de bijkomstige jetlag heb ik nog maar net achter me gelaten. Een flinke omschakeling voor een korte-afstand vliegster als ik. Plots doorkruis ik tijdszones en ganse continenten. Ben ik zomaar ineens 24 uur op. Werk ik als anderen slapen. Slaap ik als anderen werken. Nu doorgewerkte nachten zich een aantal maanden opstapelen moet ik toegeven dat het me niet in de koude kleren is gaan zitten. Dat merk ik des te meer nu ik mijn vakantie van start is gegaan.

Afgelopen week was natuurlijk HET weer bij uitstek voor het laten overwaaien van trans-Atlantische katers. Dus na het herpakken van een gemiste nacht in mijn eigen bed, stap ik in de auto en rijd ik ik naar Zeeland. Onstuimige golven kletteren op basaltblokken. Vrachtschepen deinen vervaarlijk heen en weer. Op het nieuws verhalen over hoogwater, sijpelend dijkkwel en geëvacueerde koeien. De wind huilt langs de huizen. Ik laat me overhalen tot een strandwandeling. Op zee trotseren ingepakte marsmannetjes de schuimkoppen op hun surfboards. Da’s nog eens andere koek dan als groentje op de plank in Panama. Dit is niet voor mietjes. We bikkelen verder tegen de sterke Zuidwester in. Het traanvocht blaast naar de hoek van mijn oogkassen. Ah fijn, de beschutting van een paviljoen. We laten ons van binnen verwarmen door warme choco en glühwein terwijl we genieten van een optreden van aanstormend lokaal talent Eva Auad.

En nu dus: nog meer vakantie. Momenteel in Groningen. In de planning staat een weekendje Breda met zus en een bezoek aan het Engelse Brighton. Even een paar weken vliegloos met beide benen op de grond.

Ik wil de trouwe aanhang en al mijn collega’s van het afgelopen jaar bedanken voor de fijne momenten die ik met jullie heb mogen delen. Gaan jullie ook in 2012 weer met me mee in een jaar vol ontdekkingen, bijzondere reizen en ontmoetingen?

070 Heremientiet

(20.40 uur, home sweet Haarlem)

Terwijl ik nog geen drie dagen geleden elke gelegenheid aangreep om een flintertje koelte tot me te nemen, heb ik nu maar weer een sjaal omgeknoopt. Mijn zomerse sproeten steken vaal af bij het Hollandse grijs. En klopt het dat de verzameling muggenbulten minder jeukt naarmate de temperatuur lager is?

Afkicken van de Antilliaanse hitte en terug naar Nederlandse non-zomer. Ik ga nog graag even weer terug middels het schrijven van deze blog.

-oOo-

AMS – CUR. Ruim negen uur als passagier opgevouwen in m’n stoeltje. Even weer met de neus op de feiten. Ik ben verwend dat ik normaliter lekker heen en weer mag lopen. Dit keer niet. Stijf en stram in spieren en ledematen. Ik heb het geduld er niet voor. Boek pakken. Twee bladzijden lezen. Verzitten. Film starten. Wiebelbenen. Jubeltenen. Film stop. Oordoppen uit. Boek erbij. Een blik uit het raam. Riem los. In de rij voor het toilet. Plasje. Handenwasje. Terug in stoel. Vier happen maaltijd. Glaasje water. Hervat film. Verzitten. Hoe lang nog? Pas twee uur gehad. – zucht – Draaikonterig ongeduld. Ik kan niet wachten straks weer zelf aan het werk te gaan. Ik voel me een van de vreselijkste passagiers aller tijden.

Deel twee van de reis, daar keek ik wel naar uit. De twintig minuten durende oversteek van Curacao naar Bonaire met het achtpersoons vliegtuigje van Divi Air. De Britten-Norman BN-2 Islander. Nog geen elf meter lang. Brommende propellors in je oor. Wiebelend over de startbaan in take-off. Rechtdoor van Hato naar Flamingo Airport op zo’n 10.000 voet boven zee. Dit is pas vliegen.

Ik houd van de natuur met al zijn eigenaardigheden. Wat dat betreft kon ik deze vakantie mijn lol op. We konden de vallende sterren tellen toen we ons met onze ligbedjes hadden geïnstalleerd op het dakterras, voor een nachtje slapen onder de hemeldeken. En hee, waren dat niet Orion en de Grote ‘steelpan’ Beer?

Zo nu en dan werden we getrakteerd op een verfrissende hoosbui. Zijn komst werd al ruim van tevoren aangekondigd. Bij zonsondergang zagen we regelmatig al in de verte een onheilspellende wolk aan de horizon verschijnen. Daar binnenin gingen de donder en bliksem flink tekeer. Om de tien seconden lichtte de wolk vervaarlijk helder op in de avondschemer. Bij ons was er nog niks loos, het zou nog wel enkele uren duren voordat wij onze portie kregen. Tot die tijd genoten we van het schouwspel dat zich voor onze ogen voltrok.

Dieren die ik als Hollander normaal alleen voorbij zie komen op Discovery Channel, zag ik nu in het echt. Flamingo’s in de moerassige binnenwateren. Pelikanen op de rotsachtige kust. En de ‘blauw blauw’ hagedissen met hun turquoise staart deinsden niet terug voor een slokje water uit het kommetje van je hand. Heremietkreeften en krabbetjes schuifelden voorzichtig over het strand (de eerste werden door ons gekscherend ‘heremientiet-kreeften’ genoemd – Gronings voor heremijntijd). Tijdens mijn eerste snorkelavontuur ging er een onderwaterwereld voor me open. We zagen paarsgroene papagaaivissen en barracuda’s. En natuurlijk waren er muggen. In soorten en maten. Allemaal hunkerend naar een slokje vers witte mensenbloed.

Wat met het meest is bijgebleven is de explosie van kleur op Bonaire en Curacao. Intenser dan dat ik ooit gezien heb. Bontgeschilderde huisjes. De schakeringen van blauw in de zee. Een lust voor oog en camera. Bij deze de foto’s:

-oOo-

Vanuit mijn vakantiekoffer laad ik de spullen over naar mijn werkkoffer. Nog vijf dagen met mijn huidige collega’s, terwijl het nieuwe uniform al met smart in de kast hangt te wachten. Morgen eerst naar Zürich.

069 Kijkje in de (boord)keuken…

(15.30 uur, de vakantiekoffer gepakt en lekker ruim van tevoren ingecheckt op stoel 58K )

Daar zat ik andermaal. Een dag voordat ik op vakantie ga. Met wederom een haperend vehikel. Typisch zo’n ‘oh-nee-niet-wéér’ momentje. Dat m’n auto vervelend begint te doen in vakantietijd, is haast vaste prik aan het worden. Regelmatige lezers herinneren zich misschien nog wel de boomtak door de voorruit en de lift die ik kreeg van Jan Staart…

De man van de ANWB moest lachen toen hij een blik onder de motorkap wierp. “Haha, heb je ook díe accu nog, één met knoppen?!” Eh ja… Rijp voor het museum dus. Er werd niet geaarzeld, binnen een half uurtje lag er een gloednieuwe in.

Ondertussen groeit mijn autokennis gestaag. Bij elk mankement leer ik er een nieuw onderdeel bij. Hitteschild, wiellager, v-snaar… Tijd voor een nieuwe? Zeker niet, ik heb er ondertussen zoveel aan laten doen, dat-ie weer een tijdje vooruit kan… Toch? Vannacht rijd ik er tenminste weer veilig mee naar Schiphol.

-oOo-

Niet om te werken. Maar voor privé aangelegenheden dus. ‘Je bent ook voor de lol op de wereld!’ roept mijn vader dan. En zo voelt het ook, want dit wordt mijn tweede vakantie. Iets waar normaliter ik geen gewoonte van maak. Maar zonder dat ik het wist had ik een schare aan vakantiedagen van de afgelopen jaren ‘over’. Bij uitdiensttreding moet daar natuurlijk wat mee gedaan worden. Opnemen of uitbetalen. Dat eerste is nog steeds gunstiger.

Dus stap ik morgen aan boord van een intercontinentale vlucht richting de Nederlandse Antillen, met een vriendin mee, haar familie opzoeken. Om de Hollandse kwakkelzomer te ontvluchten. Tevens krijg ik mooi de gelegenheid om alvast een kijkje te nemen in de (boord)keuken van het lange afstand vliegen. Wat wordt er geserveerd? Hoe werken ze in zo’n groot team samen? Een voorproefje van hoe mijn toekomstige werk eruit komt te zien. Straks zal ik zelf op dergelijke bestemmingen komen te vliegen. Spannend hoor.

Geen voordelig ‘Indien Plaats Beschikbaar’ ticket dit keer. Het is voor mij toch niet bepaald een ontspannen begin van m’n vakantie. Want ik weet nog maar al te goed hoe dat de vorige keer ging, naar Turkije. Iedereen gaat voor en jij staat braaf met je boeltje te wachten tot de check-in balies sluiten. En dan maar hopen dat er nog een stoel over is. Want als de vlucht vol zit blijf je gewoon zonder pardon staan. De stress die daarbij komt kijken… Nee, geef mijn portie maar aan fikkie. Ik ga gewoon lekker geboekt, dat kost misschien wat meer, maar ik heb in ieder geval een vaste zitplaats.

-oOo-

En daarna? Nog 1 werkweek met 14 vluchten bij mijn oude werkgever te gaan. Dan een paar dagen om véél te regelen en alvast het studiemateriaal voor de vierweekse introductiecursus van het nieuwe bedrijf door te nemen. Genoeg in het verschiet.

Van latere zorg. Want nu is het toch echt eerst: bon dia Bonaire!

066 Snippers uit de grabbelton

(12.35 uur, na een weekend in het Groningse en een aantal dagen van snip en snot weer terug in het land der vliegenden; vanmorgen aangevangen met vijfdaagse stand-by dienst)

Ja. De dagen bij mijn huidige bedrijf zijn toch echt geteld sinds dat ik twee weken geleden een telefoontje ontving. Daag Europese korte afstand en Hallo rest van de Wereld. Twaalf september staat met blokletters in mijn agenda. Een raar idee. Ik moet nu gaan nadenken over mijn laatste vlucht. Want wil ik daar nog enigszins invloed op uitoefenen (wat en met wie), dan moet er een dezer dagen toch wel een verzoekje van mijn kant uit gaan… Een gezellige collega die dit leest en zich aanbiedt?

Nog drie weken onbekend rooster dat gevuld wordt en daarna is het klaar. *Slik*. Gelukkig staan er zeker nog twee Liverpoelen op. En een Cardiff. Mijn favorieten. En ook in deze week kan er nog van alles gebeuren.

-oOo-

Van de toekomst even terug naar het nabije verleden. Mijn Turkse vakantie. Het lijkt al weer tijden geleden. Meteen weer terug naar het leven van alledag. In de verstreken twee weken ben ik al weer flink actief geweest in het Europese luchtruim en op bestemming, dus dan verhuizen vakantieherinneringen al gauw naar het verzamelkamertje met de mooie bewaarmomenten. Tijd om even terug te gaan. Ik open de deur en ga even weer terug …

… het was heerlijk op adem komen als een van de weinige buitenlanders tussen de lokale Turkse bevolking, zeker na de liters zweet die er verdampten als gevolg van de IPB-stress. Want zo’n voordelig ticket mag misschien fijn zijn voor je portemonnee, dat is het minder voor je cortisolspiegel. Stressen! Kan ik wel of niet mee? Vandaag nog of pas op de volgende vlucht, morgen? Ik had mazzel, er was nog plek, dus ik kon vliegen.

Het afgelegen plaatsje Mesudiye kent nog niet veel toeristen. De weersomstandigheden waren waar iedere vakantieganger van droomt. Zonnig, aangenaam en met een koele zeebries. Het eten een lust voor oog en smaakpapil. Schalen met kleurrijke Mezze hapjes vormden de ontspannen start van iedere maaltijd.

De hangmat was voor mij de ideale plaats om tot rust te komen. Al pistachenootjes krakend schommelend luisteren naar de geluiden van het land. Vogels, krekels en kippengescharrel. Verdiept in een boek, muziek of mijn eigen overpeinzingen.

Het topmoment. Dat vond ik toch wel die avond dat we in de baai omgeven met oude opgravingen overnachtten. Na een zeiltocht op de woelige baren gingen we voor anker. De maan leek zich op twee plaatsen tegelijk te bevinden. Als een fel bolletje aan de hemel en glanzend op het kalme water. Er deinden meerdere zeilboten om ons heen. Rust. Tot er plots de klanken van een waldhoorn over de stille wateren galmden. We waren een en al oor. Waar kwam het vandaan? Onze Duitse (?) buurdobberaar besloot tot een ode op zee aan dit tot volle wasdom gekomen hemellichaam. Oef. Twee nummers klonken. Daarna was er weer alleen het klotsen van de golven tegen de romp, alsof het nooit anders was geweest (…) Kippenvel. (…).

Of was het toch dat hartverwarmende moment dat het sprokkelvrouwtje ons kwam bezoeken? Mevrouw Twijg. De dag tevoren troffen we haar bij de weg met een enorm bos takken op de rug. Onze bus was groot genoeg. Dus gaven we haar een lift. Het brandhout ging achterin. Fantastisch vond ze het. We meenden te horen dat ze “Ekmek!” riep bij het afscheid. En inderdaad, daar stond ze de volgende dag. Breed grijnzend. Met onder de arm een in theedoek gewikkeld zelfgebakken brood. Het was het lekkerste Turkse brood dat ik ooit proefde.

Ik zie nog regelmatig de mooie foto’s die we maakten voorbijschuiven op de schermbeveiliging van mijn Macje. Soms geven die een betere impressie dan woorden. Bij deze een paar snippers van mijn vakantieweek. Een greep uit de ton. Gaan jullie mee?

-oOo-

Het heden. Mijn auto is weer klaar voor kilometers. Wat werk betreft wordt het een week uit de grabbelton. Vijf dagen zestig uur lang een ding ik mee naar graai uit de doos met verrassingsdiensten. Het snippertje verkoudheid is nog niet geheel uit mijn neus verdwenen, maar ik voel me goed genoeg om eventueel de lucht in te gaan. Met frisse moed en klaarbare sinussen.

Maar die laatste vlucht …

051 Vlucht GG0105 naar Faro


(13.15 uur ik heb er 20 uur en 15 minuten uur als potentieel vliegende kiep op zitten, nog 39 uur en 45 minuten te gaan)

Oktober 1999. Ik was zestien.

Al wekenlang stond ik te popelen. Vliegen! Voor het eerst! Al vroeg in de middag brachten we de koffers naar de luchthaven. Het tijdperk van online inchecken lag toen nog ver voor ons. Vliegveld Eelde bevond zich bovendien letterlijk op steenworp afstand: vanuit de tuin hoorden we altijd al het motorgeronk en konden we de toestellen zien opstijgen. Dus checkten we alvast in, dan hoefden we dat voor vertrek niet meer te doen. Opa en Oma zwaaiden ons uit. We kregen kartonnen instapkaarten, ik zat op 20A. Vlucht GG0105 naar Faro.

Nog voordat het vliegtuig ook maar een centimeter in beweging was gekomen schreef ik in mijn dagboek:

‘Om onze reis te vieren hadden mijn zusje en ik stiekem een fles champagne gekocht voor papa en mama. Phoei, ik was dan ook blij dat hij door de scanner kwam, of hoe dat ook heet. Daarna moest je zelf door de douane, onder zo’n poortje door. Bij mij begon ie natuurlijk te piepen. Dus werd ik gefouilleerd. Toch niet die champagne…? Nee gelukkig. We keken nog even in de tax-free winkel. Alleen maar drank, parfum en snoep. Na een half uur konden we aan boord.’

Ik weet nog dat ik niet zo te spreken was over de staat waarin het interieur aan boord verkeerde. Ik kon niet goed naar buiten kijken door de vettige vlekken op het raampje en trof het afvalbakje volgepropt met kauwgumresten aan. Wat dat betreft is er in ruim elf jaar niet zo veel veranderd. Nog steeds zijn vliegtuigcabines niet de schoonste. Echter, deze eerste groezelige indruk verbleekte toen we onze vlucht aanvingen. Ik kon alleen nog maar ademloos genieten:

‘Het vliegen zelf was fantastisch. Eerst rijdt het vliegtuig taxiënd naar de startbaan. Daar staat het een tijdje stil om de motoren heel hard te laten draaien. Daarna schiet je weg als een pijl uit een boog, met een enorme snelheid. Binnen enkele seconden hang je in de lucht. Je ziet de wereld onder je steeds kleiner en kleiner worden. Nederland wordt een lappendeken, aan elkaar geregen met wegen en rivieren in allerlei bruingroene tinten. Met in de weilanden witte stipjes van schapen en koeien. Op de wegen zwarte, witte en rode koekblikjes die zich langzaam voortbewegen. Na plusminus tien minuten zit je boven de wolken, net alsof je door een dikke mist gevlogen bent. En boven de wolken schijnt de zon. De lucht is felblauw.

Na een kwartier zaten we op maximale hoogte, tien kilometer. Hier en daar kun je door de gaten in het wolkendek nog een stukje Nederland zien. Een stuk kleiner als toen we opstegen. De schapen, auto’s en mensen zijn nu niet meer te zien. De wegen zijn nog maar flinterdunne haartjes tussen een wirwar van bebouwing. Op een gegeven moment was het helemaal bewolkt en leek het net alsof je over een poollandschap vloog, met hier en daar hopen sneeuw en ijsschotsen. Ook zou het net een enorm donzen dekbed kunnen zijn, waar je – als je erin sprong – helemaal opgeslokt zou worden.

Boven Frankrijk trok het weer wat open en dreven er her en der alleen nog wat losse plukjes watten. Parijs was prachtig om vanuit de lucht te zien. Het was immens groot. Overal waar je keek strekte het zich uit. De route ging verder over zee. Je zag golven in het donkerblauw opkomen en weer verdwijnen als een soort stofdeeltjes, kleine witte kriebeltjes. Om 17 uur Portugese tijd (18 uur Nederlands) vertelt de gezagvoerder dat we over een kwartier gaan landen. Knap toch van die piloot, dat ie precies op de landingsbaan weet te mikken en dat we niet een paar meter er vanaf neerkomen.’

Het weer was niet waarop ik hoopte voor een zonvakantie. Wat dat betreft hadden we wel een beetje pech. Maar daar liet ik me er niet door uit het veld slaan. Ik dompelde me onder in de Portugese cultuur verregend of niet, met al haar nieuwe indrukken. Verzot op reizen, toen al. Ik krabbelde pagina’s vol in mijn schriftje.  Met zoete geuren en kleuren over een bezoek aan de lokale markt en de bakker. Ik leerde een paar woordjes Portugees (sinaasappelsap = suco de laranja, vliegtuig = avião) en beschreef vol overgave het Middeleeuwse kerktorentje en de mensen die ik tegenkwam:

‘De zon scheen eindelijk. We zaten op het strand. In de verte kwam een oud Portugees opaatje aangestrompeld met twee emmertjes in z’n handen. Veel te warm gekleed, pet, dikke jas en kaplaarzen; met een gegroefd gezicht. Net alsof ie zo uit de zee was komen lopen. In de emmertjes zaten granaatappelen en vijgen. Die probeerde hij aan de badgasten te verkopen. Niemand moest er wat van hebben. Zijn handen zaten onder het zwarte vuil en hij had zich niet geschoren. Waar hij kwam werd hij afgewimpeld. Zonder iets verkocht te hebben kachelde hij verder.’

Fascinerend. Maar schrijnend soms ook. Het fruit-opaatje herinner ik me niet meer. Maar als ik het zo terug lees is het net alsof ik hem opnieuw tegen het lijf loop.

Terug ging met Transavia HV0156. Mijn oom haalde ons op. Maar daar heb ik verder weinig van gedocumenteerd. Ik moest leren voor de aanstonds zijnde proefwerkweek.

-oOo-

Later dat jaar koos ik als onderwerp voor mijn wiskundeproject Vliegveld Eelde. Samen met mijn clubje bollebozen dronken we thee in het vertrekhalrestaurantje met een vertegenwoordiger van de luchthaven. Vroegen hem het hemd van het lijf over de lengte van de baan, het aantal passagiers dat jaarlijks vloog en meer boeiende rekenkundige feiten. We kregen stapels folders en foto’s mee. Glunderend en apetrots waren we. Als kers op de taart mochten we ten slotte nog met meneer in een karretje, scheuren over de taxi- en landingsbaan. Wauw! We gingen verwoed aan de calculatie. Ik knipte en plakte een prachtig omslagcollage in elkaar. Vergenoegd en met een grijns leverden we het in.

We kregen een onvoldoende.

Onthutst. Ik snapte er niks van. We hadden zo ons best gedaan, wat schortte er dan aan? ”Jullie hadden geen duidelijke probleemstelling geformuleerd,” zei de juf streng. Nog steeds snapte ik het niet. De luchthaven had toch ook helemaal geen probleem? Had ik er een probleem moeten creëren dan? Alles verliep er fantastisch geolied, de vliegtuigen konden er veilig landen en…

032 De Mexicanen

(16.20 uur, twee uur rondhangen op de luchthaven van Göteborg)

Zaterdag 21 augustus 2010. Sail Amsterdam. De gezelligheid van Haarlem Jazz. Niet voor mij. Na het verdrijven van de bacillenfamilie uit mijn nasale- en gutturale systeem mag ik gelijk aanvangen met een zesdaagse werkweek. Beginnende vandaag.

Klikkkkk. -Ghhrrrrggghh- Mijn cassettespeler zet zich hakkelend in werking. Voor dat ik vertrek nog even een lekker muziekje. Al jaren zit er nog maar één bandje in. Het enige wat ik nog bezit in dit digitale tijdperk. Het voorheen witte plastic is verkleurd en de tekst op de huls half vergaan. Het magnetische lint al meerdere malen ontward van knopen en vastlopers. Maar hij doet het nog steeds. De eerste krakerige tonen vullen mijn woonkamer met warme gitaarklanken.
“Aamaame, kjereme sin tie no pwedo bibieeeerr!” klinkt er vrolijk en melancholisch tegelijk. Ik krijg een instant goed gevoel. De nummers ken ik van voor naar achter en van links naar rechts. Alle teksten uit mijn hoofd. Ik zing luidkeels mee. Sinds die cursus Spaans van een paar jaar geleden weet ik eindelijk ook wát ze zingen.

Even terug in de tijd. Ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw. Mijn zusje en ik zitten op de achterbank van de auto. Route du Soleil. Richting Zuidfranse Contreien. Zomervakantie. De zwarte Aiwa Walkman maakt verhit overuren. Een splitter geeft voor ons twee ingangspunten, we pluggen beide onze koptelefoontjes in. Dezelfde klanken. Een puzzelboekje uit de enroute verrassingszakjes van oma. Gevuld met snoep en kleine presentjes. Om de lange reis te overbruggen. Twee dagen rijden. Kilometers vreten door de Benelux. Doel: kamperen in Frankrijk. De hele dag spelen in de buitenlucht, zwemmen en leuke dingen doen. Oude kloosters bezoeken en zwerven over geurige marktjes. IJs eten, chocoladebroodjes en Flan. Van mijn gespaarde zakcenten in Franse Francs voor het eerst een prulletje kopen en zelf afdingen. Spannend. Maar apetrots.

Op vele Franse dorpspleintjes verzamelen zich groepen Zuid Amerikanen. De muzikale nomaden. Ze installeren hun panfluiten en gitaren. Om voor wat authentieke live latinosfeer te zorgen. En terwijl mijn ouders een pintje pakken op een terras, onder de bladerden van de plataanbomen, staan wij - twee kleine hummeltjes- te swingen op de muziek van ‘De Mexicanen’. Fonetisch zingen we mee. Waarschijnlijk komen ze helemaal niet eens uit Mexico. Maar uit Peru, Bolivia of Ecuador. Elke Franse stad of dorp kende destijds wel een dergelijk bandje. Voor ons bleven het echter altijd DE Mexicanen. Nog steeds.

We kochten voor twintig Francs een cassettebandje met muziek van Palissandro. Over de Camino Real. Voor thuis. En op de achterbank, de komende jaren. We kennen het bandje inmiddels van haver tot gort. Grijs gedraaid. Letterlijk. Palissandro bleek een lokale eendagsvlieg. Nergens meer te vinden. Soms struin ik nog het internet af. Om te kijken of ze ergens anders dan in onze familie hun muzikale voetsporen hebben achtergelaten. Mijn zoektocht leidt al jaren tot niets.

Music with memories. Eigenlijk fout tot-en-met. Anderen zullen het slecht gecomponeerde jammermuziek vinden. Ik waarschijnlijk ook als ik het niet had gekend. Het bandje is inmiddels licht vals geworden van het vele afspelen. Maar het doet mij nog immer denken aan de fijne vakantietijd van vroeger.

-oOo-

Net terug uit Luxemburg. Vanavond een nachtje in mijn eigen bed, morgen naar Wenen (zonder zus), dinsdag Bordeaux, woensdag Trondheim. Daarna een weekje vrij. Even terugspoelen. Rewind. Ik druk nog één keer op ‘play’.

-”Amame, quiéreme,
sin tí no puedo vivir,
enamorado estoy de tí,
sin tus besos no vivo yo,
donde quiera que vayas tú,
mi corazón y mi alma iran…”-

014 Eruptie-interruptie

(18.25 uur, vanuit een groen en zonnig Haarlem)

Verbazingwekkend. Hoe snel alles weer op de rails was na interruptie door de eruptie. Aswolk Deel II heeft niet lang het Europese luchtruim gedomineerd. Natuurlijk was er maandag wel de nodige vertraging , zoals dat gaat met een dergelijke onderbreking. Slotten van een paar uur vooruit in de tijd. Wachten. Geduld. Niet begrijpende passagiers: “Waarom kunnen we niet gewoon vertrekken? Het is drie uur, de geplande vertrektijd is verstreken, iedereen zit aan boord, waar wachten we dan nog op?!” Op het aanbreken van onze slottijd. Leg dat maar eens uit. Dus kwam ik maar weer eens met mijn ‘afspraak bij de tandarts’ metafoor op de proppen (zie ook de uitleg op de ‘Info’ pagina; Vliegjargon).

Uiteindelijk gingen we gewoon naar Göteborg. En ook weer terug. De dag erna gingen de Toulouse, Bristol en Nice ook netjes op tijd, of zelfs te vroeg.

Verder…

… trof ik oude bekenden (het Noorse Baileys dametje) op de Nice vlucht,

… werden er VIP passagiers in een geblindeerde zwarte limousine aan boord gebracht (de directeur van Schiphol en zijn vrouw),

… werkte ik als een goed geolied team samen met een ervaren collega

… en kon ik lekker stappen, slapen en shoppen (ook in die volgorde) in Bristol.

Kortom, ik kijk terug op een drukke maar geslaagde en gezellige werkweek.

-oOo-

Totaal niet mijn stijl. Ik ben een planner, vooruitdenker, goed-voor-elkaar-hebber. Ik moet dan ook eerlijk bekennen dat ik er een beetje onrustig van werd. Morgen gaat mijn vakantie van start. Vorige week heb ik bedacht New York en Washington te bezoeken. Tot vanmiddag twaalf uur had ik daarvoor nog he-le-maal niets geregeld. Geen ticket, geen online reisautoristatie om de Verenigde Staten binnen te komen en nog geen gepakte koffer. Wonderlijk. Zo niet mij. LENOS’ last minute vakantieverwikkelingen. Spannend ook wel.

Vanmiddag een ticket naar JFK gefikst en ESTA toestemming gekregen. Mijn bundeltje gepakt en morgenochtend naar de luchthaven. Hopelijk is er nog een plaatsje vrij op de vlucht van Delta Airlines. Want naast dat er stand-by diensten bestaan (je weet niet of je gaat vliegen, ja of nee), bestaat ook de optie om een stand-by ticket aan te schaffen. Daarop kun je voor privé doeleinden reizen voor een wat zachter prijsje. Klinkt leuk, is het ook, maar natuurlijk zit er een klein addertje onder het gras. Want éérst gaan alle ‘normale, volle-mep-betalende’ passagiers aan boord. En als er op het állerlaatste moment, vlak voor vertrek, ergens in een onooglijk uithoekje nog een stoel ‘over’ is, ben ik (eventueel) aan de beurt. Dus hoe ziet mijn dag er morgen uit? Afwachtenwachtenwachtenwachten. Vol is vol. Als het niet lukt mag ik de volgende vlucht proberen. Of die de dag daarna. Zo gaat dat. Ik ben benieuwd. Of ik morgen ga…

Indien de mogelijkheid daar is, natuurlijk een bericht uit de Big Apple of D.C. Howdy folks!