089 Boffen in Brighton

(18.50 uur, op m’n laatste vakantiedag)

Nee, ik ben nog niet weer aan het werk. Bovenstaande foto is dan ook niet genomen op een tropisch oord in aan de andere kant van de wereld. Dit is zoals de zon achter de horizon zinkt bij de kalksteenrotsen in Sussex, Engeland. Niet te geloven zo mooi.

Wat een bof. We hadden alle dagen zonovergoten weer tijdens mijn lange weekend in Brighton. Buien vielen enkel en alleen als we net lekker binnen zaten, met een kop thee en een portie scones. Het werden dus een paar heerlijke dagen vol fiets- en wandelactiviteit in de buitenlucht.

We keken toe hoe de zwemmers van de Brighton Swimming Club zich met gekleurde badmutsen waagden aan een ‘rondje om de pier’ in de ijskoude zee. Weer of geen weer, het water wordt immer getrotseerd. En zonder wetsuits. Gewoon de zwembroek aan en afzien. Dampende mulled wine om weer warm te worden.

Fijn was het in The Lanes; een wirwar van straatjes met de oude vissershuisjes, cafés en antiekwinkeltjes. Toen nog in het ongewisse verkerend van de op komst zijnde vrieskou in Nederland, schafte ik mijzelf een warme Trapper Hat aan: een stoere gevoerde muts met lange oorflappen. Veelvuldig te spotten in het Britse straatbeeld.

De zonsondergang op het strand bij de Seven Sisters rotsen was een foto- en bezinningsmoment bij uitstek. De golven maakten na elke uitrol een prettig ratelend geluid; als ze over de kiezels terug de zee in kropen. Het witte kalksteen leek voor de gelegenheid met een laagje bladgoud beschilderd. Klikklikklikkerdeklik, daar gingen mijn camera en ik.

Met een helder hoofd en de kleding vol witte kalkspikkels vloog ik terug naar huis.

Ik kan met een tevreden gevoel terugkijken op de afgelopen vakantieweken. Wat heb ik toch veel leuke verschillende dingen gedaan. Nieuwe mensen ontmoet. Bestaande vriendschappen verdiept. Familiebanden aangehaald. Bijzondere plaatsen gezien. En dat allemaal niet eens zo heel ver van huis.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

-oOo-

Het werk laat niet lang meer op zich wachten. Morgenochtend rijd ik naar Schiphol voor een Europees weekje vliegen naar Manchester, Bergen, Edinburgh en Madrid. Een lekker begin, op bekend terrein. M’n trapperhat gaat mee, want ook in Noorwegen wordt er min veel verwacht – met sneeuw. Lekker weer de lucht in. Terug van weggeweest … eh … thuisgeweest!

084 Op reis

(12.15 uur, koffer al weer gepakt voor de volgende nieuwe stad)

Als je nog niet bevangen bent van de kerstkoorts, is het hoognodig tijd dat je een bezoekje aan Groot-Brittannië brengt. Al vroeg in december verschijnen daar de eerste bomen en lampjes in het straatbeeld. Kerst is hot. Iedere Brit wordt warm van binnen bij de gedachte aan 25 december en alles wat daaraan vooraf gaat. Winkels spelen daar maar wat graag op in. Het dagelijks leven is omgetoverd tot een sprookjeswereld. Levensgrote blauw verlichte rendieren schitteren op pleinen. Gevels zijn behangen met guirlandes en versiering. Supermarkten bieden proeverijen aan en geven tips over hoe je het beste een kalkoen bereidt. Er is vermaak voor de kinderen op straat, dansende kerstmannen en -vrouwen. Er worden live carols ten gehore gebracht.

Een avondje uit is (nu al) een ware belevenis in kerststijl. De dames doffen zich op in de prachtigste prinsessenjurken. Ik spotte tevens de nieuwste rage van dit jaar: de ‘lelijke kersttrui’. Ja echt waar. Hoe oubolliger hoe beter. Het liefst gebreid, van knalrode wol, met een gekke print. Een jolig sneeuwpopje of een dartelende pinguïn. Eén feestganger maakte het wel erg bont, hij had zijn creatie behangen met slingers en batterij aangedreven flikkerlampjes. Ho, ho, ho; Merry Christmas!

Ook bij mij thuis staat het kerstboom al weer. Ik heb dit jaar een recycle boom (het blijft toch crisis hè). Hij heeft buiten een jaar lang Hollandse kou en wind getrotseerd en staat nu weer verdiend te stralen in de huiskamer. Misschien niet zo groots en heftig versierd als in Engeland, maar daarom zeker niet minder sfeervol.

-oOo-

Met de indrukken van Newcastle nog vers in het geheugen, sta ik al weer klaar om uit te vliegen naar een heel andere bestemming. Vanavond zal ik neerstrijken in Lissabon. Vrijdag in Aberdeen en zaterdag in Boekarest. Haast niet te bevatten. Alleen al de namen van die steden roepen ongebreidelde gedachten op aan idyllische avonturen.

Het lijkt al weer zo gewoon geworden om niet alleen in vakanties de wereld rond te reizen. Het is dan gemakkelijk om onverschillig te worden en het vanzelfsprekend te vinden dat je wekelijks tropische bestemmingen en romantische metropolen ziet. Ik probeer daarvoor te waken. Je zult mij dan ook niet gauw horen zeggen; ‘hè jakkes – moet ik al weer naar … (vul maar in)’. Ik ben dankbaar dat ik in de gelegenheid word gesteld nieuwe landen te mogen ontdekken. Werken en globetrotten tegelijk is voor mij immer genieten.

Iedere trip zie ik dan ook nog steeds als een nieuwe minivakantie. Elk land krijgt van mij de ontvankelijke blik en aandacht die het verdient. Ik geniet van de momenten dat ik klooi met andere munteenheden. Waarin ik me verwonder over bijzondere gebruiken. Dat ik mag proeven van nieuwe smaken. En praat met bijzondere mensen. Het heeft iets magisch en bijzonders, reizen rond de wereld. Reizen inspireert mij en hopelijk ook jullie. Vandaar ook nog steeds deze blog.

081 Schotse beleving

(21.30 uur, met vers geperst sap binnen handbereik slijt ik mijn vrije dagen al luierend thuis, in de hoop dat mijn mijn verstopte hoofd snel weer opklaart)

Wat ik in Edinburgh al voelde opkomen is niet lang daarna in alle hevigheid tot wasdom gekomen. Het rondgaande griepverkoudheidje. Met behulp van een stoot paracetamol wist ik er nog net een retourtje Londen uit te persen, maar toen was de koek echt op.

Gelukkig heb ik vandaag en morgen nog, om weer op krachten te komen, want zondag staat er Panama voor me in de planning. Hopelijk ben ik dan weer voldoende aangesterkt, want het is een eind vliegen en staat bekend als een van de zwaarste diensten.

-oOo-

Terug naar Edinburgh. Ik was de afgelopen weken bij collega’s al hier en daar mijn licht op gaan steken over deze Schotse hoofdstad. Wat is leuk om te doen? Hoe kom je het handigst in het centrum? Ik hoorde alleen maar lovende woorden. Mijn verwachtingen waren dan ook hooggespannen. Gedurfd, want zouden ze worden waargemaakt?

Eenmaal ter plaatse pakte ik gauw mijn boeltje bij elkaar om naar de stad te gaan. Winddicht jack, handschoenen en camera. Ik kocht voor een paar pond een kaartje in dubbeldekkerbus nummer 100. Om vervolgens jubelend te ontdekken dat bovenin de eerste rij nog vrij was. De beste plaatsen. Je bevindt je direct boven de chauffeur en hebt een magnifieke uitkijk over de omgeving hoog van boven. Waarom hebben we deze bussen niet ook in Nederland?

De dubbeldekker bleek een teletijdmachine die me terug naar de Middeleeuwen bracht. Want bij de eerste aanblik van het oude stadscentrum en Castle Hill kon ik een ‘woh!’ uitroep niet onderdrukken. Dit is het. Een skyline waar je u tegen zegt. Ik voel meeslepende rillingen over mijn rug lopen. En wilde alleen nog maar meer – meer – méér van deze stad ontdekken.

Waar te beginnen? Ik sla lukraak wat steegjes in en klim de eerste de beste trap op naar boven. De klagende klanken van de doedelzakspeler beneden in het Princes Garden Park dragen ver. Zelfs bovenop de rots vang ik flarden op. Kastelen spreken bij mij altijd tot de verbeelding. Ik kom er graag om even weg te dromen … Plots schrik ik op door een luide knal. Het blijkt het kanonschot dat dagelijks stipt om één uur afgevuurd wordt.

Het weer maakte de Schotse beleving compleet. Droog (gelukkig); maar grijs, nevelig en kil. Precies passend bij het plaatje. De zon deed zijn best om door het wolkendek heen te kruipen, maar slaagde hier slechts ten dele in; wat weer prachtige kiekjes opleverde.

Ik stop bij The Deacon’s House voor een Afternoon Tea om mijn verkleumdheid te verdrijven. Geen wonder dat thee hier de nationale drank is. Ik word weer heerlijk warm van binnen. Een scone met jam ernaast maakt de bekende Cream Tea. Een rustmoment voor lijf en geest. Lekker.

Te kort, te mooi, te veelzijdig en te leuk. Hier wil ik zeker nog een keer terugkomen. Niet voor een middag, maar dan zeker toch wel voor een week. Ik heb nog lang niet genoeg van de Schotse beleving.

-oOo-

Panama City. Ik weet er weinig van. Ja, ik heb wel eens gehoord van het Panamakanaal. En ik houd van hoofddeksels, dus ik neem me voor om zo’n Panamahoed aan te schaffen. Ha, dat dacht je toch niet. Want bij nader online onderzoek blijkt deze – ondanks dat de naam anders doet vermoeden – uit Ecuador te komen. Oké. Dan ga ik me laten verrassen door dit onbekende land. Dat is, als ik er nog puf voor heb na een vlucht van ruim tien uur …

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

068 Van werkplek naar vakantieoord

(17.50. uur vanaf le McBoek in een wisselvallig halfzomers Haarlem)

Ik heb nog een aantal weken te gaan voordat ik de overstap maak naar het intercontinentale vliegen. Toch ben ik nu eigenlijk al dagelijks bezig met afscheid nemen. Omdat er zo veel verschillende bestemmingen zijn, kom ik nu in een aantal steden al voor het laatst. Of ben ik er reeds voor het laatst geweest, zonder het goed en wel beseft te hebben.

Die plaatsen waar ik voor mijn werk in het buitenland verbleef, zijn mijn plekjes thuis in Europa geworden. Het waren de plaatsen waar ik vaste adresjes had. Waar ik soms wel meerdere malen per maand kwam. Waar ik de mensen kende. En mijn favoriete hangout spots had. Om er maar een paar van een eindeloos lange lijst te noemen:

Het vriendelijke grondpersoneel in Cardiff. Die fijne grote supermarkt in Bordeaux. De taxichauffeur uit Stuttgart; die mij altijd leuke bezienswaardigheistips gaf. De Penny Lane bakkerij in Aalborg met de heerlijke taartjes. De knusse sfeer in de Kristiansandse haven. Het gezellige Le Passage restaurant in Aix. En de gate agent in Hannover, die mij altijd aan het lachen wist te maken.

Plekken die op een regelmatig bezoek van mij konden rekenen. Waar ik dingen heb meegemaakt en verhalen over kan vertellen. Mensen die vaak mijn pad kruisten. Als ik die allemaal straks weer op zou willen zoeken gaat dat niet meer zo makkelijk. Soms zelfs helemaal niet. Want dan ben ik er in een andere hoedanigheid, niet als crew, maar als passagier. En als ik een taxi bel, zit vast die ene chauffeur niet voorin… Misschien uit het oog, maar zeker niet uit het hart.

-oOo-

Afgelopen week maakte ik mijn laatste Liverpool trip. Het lijkt net alsof ik daar alleen maar op vlieg, maar heus, ik doe ook nog andere dingen.

Zo ging ik naar Hannover, waar ik met de aanschaf van een ansicht van aldaar, mijn vliegmuur kan vervolmaken. En draaide ik een week alleen maar dagdiensten (retourtjes), zodat ik weer eens heerlijk een aantal dagen achter elkaar thuis kon slapen.

Het toeval wil echter telkens net nadat ik op Liverpool heb gevlogen, ik daarna even een momentje tijd vind om wat te schrijven. Nu kan ik wel weer een boekje opendoen over hoe tof het daar is, maar de niet-Liverpool fan wordt daar misschien een beetje moe van. Daarom dit keer alleen de foto’s, in de avondschemer langs de Mersey, die spreken voor zich.

(PS: de Liverpoolse fotoreportage die ik maakte met mascotte KO Piloot van de Stichting Hoogvliegers staat nu online! Klik hier om ‘m te bekijken.)

Toch gek: hoe een nachtstop (werk)bestemming nu ineens in een gewenst vakantieoord kan veranderen… Volgend jaar een lang weekend Liverpool?

067 Johnny B. Goode

(12.45 uur, vanuit mijn Haarlemse hoofdkwartier)

Daar zit je dan. Met het hele pakket aan mogelijke vluchtcombinaties voor de eerste week van september voor je neus. Een snoepwinkel aan herinneringen. Uit al die 44 bestemmingen moet worden gekozen wat ik als mijn galgenvluchten wil. Want geef je niet je voorkeur aan, dan kun je rekenen op de laatste kliekjes ongewilde noeste arbeid. Dubbele diensten met korte, aan het hotel hotel gekluisterde rust. Waar wil ik nog één keer heen? Ik blader door de pagina’s aan vluchten. Moeilijk. Want ik vind zo veel (zo niet alles eigenlijk) leuk.

Na flink wikken en wegen is mijn uiteindelijk keuze:

- nog een keer als Heidi door het Zwitserse Zürich slenteren,

- nog een keer naar Bologna voor een goed glas wijn met Italiaanse antipasti bij de Swine bar

- en nog eenmaal die Noorse frisse berglucht in Trondheim opsnuiven.

En dan uiteindelijk:

vier september de laatste vliegdag. (…).

Om daarna mijn overgebleven vakantiedagen af te bouwen tot aan 12 september. Een noodzaak, want er moet nog veel geregeld worden. Uitschrijven bij m’n huidige bedrijf. Alle boeken, spullen en uniformonderdelen inleveren. Een gesprek met mijn leidinggevende. En dan is er nog het instapproces bij de nieuwe werkgever. Andere ID pasjes en uniform, maar ook: die fijne prikken voor tropische ziekten. En natuurlijk de nodige visa (voor o.a. de USA), met die precies vierkante gesneden pasfoto met neutrale (lees: brombeer) blik. Daarna mag er weer gestampt worden. Nieuwe procedures, nieuwe vliegtuigen, andere bedrijfscultuur. Maar ik heb een goede basis waar ik verder op kan bouwen.

-oOo-

Even wat anders. Waar is de zomer heen? Niet hier in het herfstige Nederland in elk geval. Vorige week had ik nog wel de mazzel een graantje te kunnen meepikken van het heerlijke weer in Cardiff en Liverpool. Omdat die dag de voorrondes voor de Britse X-factor in de Echo Arena plaatsvonden, waren jong en oud, al dan niet met muziektalent (jullie weten hoe dat gaat – in Engeland is dat niet anders), uitgelopen voor hun kans om ontdekt te worden. Lange rijen wachtenden; op hun best gekapt en gekleed. Overal zaten mensen in groepjes bij elkaar hun acts te oefenen. Op een bankje langs de Mersey trof ik een twee jongens met gitaar die hun versie van het Chuck Berry nummer Johnny B. Goode ten gehore brachten. Voorbijgangers hielden even halt om naar dit duo te luisteren. Ook ik streek even neer op het naastgelegen bankje voor een paar minuten wegdromen in de zon.

Niet voor lang. Want ik wist wat er in het verschiet lag. De huilende wind en Hollandse slagregens. Schiphol boog. Er kon maar een landingsbaan worden gebruikt. Dus vertraging tot en met, ook voor het binnenkomende verkeer. Eindeloze slottijden. Gemiste connecties. En flink wat turbulentie.

En daar zit je dan in Liverpool met het mooiste weer van de wereld, te wachten tot de boel in Nederland opklaart. Het contrast kon niet groter zijn. Het personeel op John Lennon Airport pakte dit echter voortreffelijk op. Onze passagiers kregen consumptiebonnen voor een hapje en een drankje. En wij als bemanning werden voortdurend op de hoogte gehouden van de met de minuut veranderende situatie door -nota bene – de manager zelf. In de tussentijd konden we ook een prakje eten in een van de terminalrestaurants. Een pluim voor jullie jongens! Well done guys. Deze ervaring maakt me dit alleen nog maar meer fan van deze stad dan dat ik al was. Gelukkig mag ik over twee weken nog één keertje.

-oOo-

Eerst nog al promo trainend naar Linköping (Zweden) en Stuttgart (Duitsland). Weer een chef de cabine in spé begeleiden. Voordat ze me laten gaan mag ik nog een paar opvolgers klaarstomen.

055 Uitpakken

(11.12 uur, zacht spelende Beatles muziek op de achtergrond, stand-by dienstdoend, thuis op de reservebank)

De eerste vlucht van de dag vanuit Bologna. Vroeger dan vroeg. De vluchtvoorbereidingen zijn gedaan, de kranten gevouwen en vliegers voorzien van koffie. De bagage wordt in het ruim geladen. Het is nu wachten op de komst van de eerste passagiers. Mijn collega wenkt me. Op licht mopperende toon zegt hij: ”Nou, moet je kijken, de schoonmaakploeg heeft zijn werk niet bepaald goed gedaan. Er zit nog van alles in de stoelzakken.” Ik volg zijn wijzende vinger met mijn blik. Uit stoel  nummer 4E steekt een stuk roze glimmend cellofaanpapier. “Inderdaad, wel heb je …” En terwijl ik de ‘rommel’ er met één beweging  uittrek, wordt er luid: “GEFELICITEERD!” geroepen. Tegelijkertijd word ik besprongen en krijg ik een dikke knuffel.  Jarig aan boord. Een extra groot kindersurprise ei. Sierlijk verpakt.

Ik voelde me echt jarig die dag. Op de weg terug naar Amsterdam gaf de opkomende zon ons prachtige plaatjes over de Alpen. Mijn camera klikte gretig. Om mijn hals bungelde reeds een ander cadeau, die van mams. Braaf droeg ik de voorafgaande dagen het ingepakte doosje overal met me mee, in mijn koffer, totdat ik op de dag zelf eindelijk het inpakpapier eraf mocht peuteren. Spannend! Het jubelmoment was vanmorgen om half vijf op een stille Italiaanse hotelkamer. Op het vilt prijkte een facet geslepen gitstenen hanger aan een zilveren kettinkje; een oud familiestuk. Wondermooi. En trots ook.

Gedurende het verdere verloop van de vlucht kon mijn collega zich niet bedwingen. “Maak nou open!” moedigde hij me aan, het ei telkens weer in mijn handen duwend. Nog niet – besloot ik eigenwijs. Soms is het leuker om een cadeautje ingepakt te laten. Dan kun je er nog over fantaseren wat er allemaal wel niet in zou kunnen zitten. Als ik ernaar kijk, krijg ik het fijne gevoel ‘nog wat leuks in het verschiet te hebben’. Het uitgepakte is  - zeker in het geval van een verrassingsei – misschien lang zo leuk niet als de speculatieve voorpret.

-oOo-

Als ik eenmaal jarig ben geweest gaat het snel. De klok wordt al weer bijna verzet. De lente is in aantocht. Het weer doet goed zijn best de laatste tijd.  De zon aan een strakblauwe hemel. De aankondiging van betere tijden. Een weldaad voor mijn gemoed.

De reis naar Liverpool met mijn vader was meer dan geslaagd; we …

… trokken bekijks met onze Yellow Duckmarine tour in The Wacker Quacker-1 ;een oud amfibievoertuig nog stammend uit de Tweede Wereldoorlog, waarmee we een rondje door de stad tuften en aaneensluitend het water door plodderden,

… lieten ons in de Alma de Cuba - kerk/restaurant/bar – bestrooien met bloemblaadjes en aten daarna een voortreffelijke maaltijd,

… shopten ons een slag in de rondte bij Cult: vintage geïnspireerde shirts en jacks,

… deden een poging om Saint Georges Hall te bezoeken, the Grand Hall wordt geacht erg indrukwekkend zijn. Helaas was deze toen gesloten voor het publiek.  Het blijft dus nog even op mijn wensenlijstje staan,

… bezochten het Fab Four Museum: The Story, en aansluitend The Cavern Club, de kroeg waar The Beatles hun faam verwierven en waar ze maarliefst 292 keer optraden.

Sindsdien ben ik Beatlesfan. Hun muziek had ik al tijden in mijn bezit, maar nu heb ik het ‘herontdekt’. Dadelijk hun ‘A Hard Days Night’ film kijken.

Liverpool. Nog immer in grote hoogten bovenaan mijn favoriete bestemmingenlijst.  ♫ But I’ll be back again ♪.

-oOo-

Mijn plannen om ‘wereldwijd’ te gaan, lijken tot nader order even in ijskast te zijn geplaatst. Ik heb ze met verve aan het begin van dit jaar aangekondigd, maar er is tot op heden nog weinig duidelijk over wanneer het precies gaat gebeuren. Dit jaar? Voor de zomer of erna? Onzeker vooralsnog, zoals veel dingen in de luchtvaart. Zodra er meer schot komt in het verloop van de sollicitatieprocedure en er daadwerkelijk zicht komt op een nieuwe baan, horen jullie dit natuurlijk meteen. Tot die tijd vlieg en geniet ik nog optimaal van mijn Europese tripjes in vertrouwde stijl.

Oja, voor wie het willen weten; in het ei zat een Hello Kitty prulletje.

Hieronder een samenvatting in beeld van de afgelopen weken.

038 Scouse elan

  

(19.15 uur home sweet Haarlem (HSH), terug van drie dagen weggeweest. Mijn koffer uitgemest en reeds weer gepakt voor nog twee dagen de hort op vanaf morgen.)

Vandaag bevond ik mij in een inspiratiespiraal. Het aan de slag gaan met het eerste goed ingegeven idee leidde tot de ingeving van meer nieuwe goede ideeën. Wauw. En ziehier. Een stadsimpressie.

Ik ben verknocht. Aan Liverpool. Stad van The Beatles. Het begint met een landing op John Lennon Airport. Om vervolgens op de fameuze gele onderzeeër te stuiten. En zelfs op een heus museum. Het is duidelijk, geest van deze muzikale helden is nog overal voelbaar.

In de Albert Dock bepalen kranen, werfgebouwen en aangemeerde schepen het beeld. Oranje reddingsboeien steken af tegen de strakblauwe lucht en herfstgekleurd gebladerte. Het dialect van de mensen hier is typerend, maar bemoeilijkt de verstaanbaarheid van de Scousers, zoals de locals ook wel genoemd worden. Dat belemmert niet het genieten in dit voormalig havengebied; overal vind je cafés, pubs en knusse restaurantjes. En terwijl toeristen zich in The Yellow Duckmarine pruttelend te water laten, nuttig ik een drankje. Het is gillen geblazen als de bootbus pardoes vanaf de kade het water in tuft.

“Casshieeer number fiivve pleeease…!” Nederland kan nog heel wat leren van het kassarij afwerksysteem in Groot-Brittannië. Volkomen eerlijk. Niks geen voorkruiperij. Eén lange rij voor alle kassa’s. Om de beurt wordt de voorste wachtende naar het eerstvolgend vrijgekomen kassanummer geroepen. Gaat rap en zonder ergernis. “Next pleeease!” Engeland staat bekend om hun ‘shop till you drop’ instelling. De laatste trends worden nauwlettend gevolgd. Vergeleken met de Britten zijn wij Hollanders een stel saaie grijze harken. Dat is in Liverpool al niet anders.

Britse dames staan bekend om hun opdoffing. Zeker als het weekend in aantocht is. Losbandigheid troef. Aan elk detail van het uiterlijk wordt zorgvuldig aandacht besteed. Musthave hier is toch wel de steiltang. Zonder kaarsrecht gestreken gladde lokken gaat men de deur niet uit. Gevaarlijk hoge killerheels à la Lady Gaga. Kleine glanzende clutchpurse handtasjes. Lipgloss. Poederkwast. Glittertops en ultra korte jurkjes. Op zaterdagavond klikklakken de meiden van tent naar kroeg, vrolijk giechelend zonder jas in dunne blote schouder niemandalletjes. Als ik geüniformeerd op zondagochtend om vijf uur weer in de taxi richting de luchthaven stap, zie ik ze behoorlijk aangeschoten en flink wat minder florisant huiswaarts keren. Al dan niet aan de arm van een minstens net zo beschonken opgescharreld heerschap.  Het weekend is waar de hele week naar toe wordt geleefd en geshopt. Kosten nog moeite worden gespaard om er piekfijn uit te zien. En dat vertaalt zich terug in de shopaholic mentaliteit.

Ik ben nog immer fan van de Primark (love the cute pjs!). En sinds vandaag ook van de Superdry. En hoezeer ik ook mijn best doe, het is me nog steeds niet gelukt om alle winkels minstens één keer aan te doen (in die drie keer dat ik er nu een middag geweest ben). Ook een kijkje bij de gerenommeerde St. Georges Hall moet ik tot mijn spijt nog steeds laten varen. Om vier uur opgestaan, met vier vluchten achter de kiezen… het is gewoonweg te veel van het goede op één dag.

Toch wordt Marks & Spencer nooit door mij overgeslagen. Ik heb mijn zusje beloofd wat lekkers mee te nemen voor bij de koffie als ik terug ben. Makkelijker gezegd dan gedaan. Een scala aan zoetigheden danst voor mijn ogen als ik langs de schappen loop. Het een lijkt nog lekkerder dan heb ander. Frosted cupcakes. Lemon merengue spongerolls. Rich. Creamy. Buttery. Bakewell tarts, with a soft sweet chewy taste. Whaaa! De teksten en omschrijvingen duizelen in mijn likkebaardende brein dat niet helemaal meer helder kan denken. Met een iene-miene-mutte-tien-pond-grutten verkiezing laat ik het lot beslissen waar wij uiteindelijk onze tanden in zullen zetten.

Aan het einde van de dag beland ik op aanraden van een collega bij Alma de Cuba. Het bijschrift  ’heaven can wait’ zegt genoeg . Ik geloof dat het de meest sfeervolle eetgelegenheid is, waar ik ooit ben geweest. Saint Peters Catholic Church is omgebouwd tot restaurant annex bar. Het altaar is behouden en wordt karakteristiek verlicht. Het plafond lijkt eindeloos hoog en de boogramen met het glas-in-lood versterken dat effect. Het interieur is stijlvol modern en strak. Hertengeweikroonluchters en bolglanzende wijnglazen maken het indrukwekkende plaatje compleet. Ik proef combinaties van ingrediënten zoals ik ze nog niet eerder gegeten heb. Met stip op één mensen. Bedankt Rob.

Ik lig diep onder de lakens van mijn hotelbed gekropen. Langzaam lepel ik voor het slapengaan nog even mijn trifle custard toetje naar binnen. Op tv swingen celebs de Charleston in de  BBC amusementshow Strictly Come Dancing. Ruim vier jaar reizende voor mijn werk. Wat een baan toch.

-oOo-

018 Beschoit

(12.00 uur Home Sweet Haarlem )

Terug van vakantie. Even acclimatiseren, zou je zeggen. Geleidelijk weer wennen aan het drukke vliegbestaan van alledag. Een mild gestemd rooster… Was het maar zo rooskleurig. Ik mag er gelijk weer vol tegenaan. Van de afgelopen week heb ik maarliefst zeven (!) dagen op Schiphol doorgebracht. Hatseklats. Niks rustig aan. Dus met een halve jetlag nog in mijn lijf stond ik al weer vrolijk zelf passagiers aan boord te verwelkomen, in plaats van er een te zijn. De gezagvoerder van dag één was weer voor het eerst op zijn werk na de geboorte van zijn dochtertje. Dus toverde hij op de omdraai te München de Oer-Hollandse beschuit met muisjes traditie uit zijn tas. En leg dat maar eens uit aan een Duitse Gate Agent. “Ehm ja, wenn man in Holland Vati oder Mutti bekommt esst man zum feiern beschoit (?) mit Mauschen…” De dame in kwestie lacht: “Ah, Sie meinen Zwieback!” Dat bedoelde ik inderdaad. Ik zie een overeenkomst met het Oud Hollandse woord voor onze moderne ontbijtschuit ‘Tweebak’. Toch vind ik het minder charmant klinken: “Ich möchte mit ihm wohl gern ein Zwieback essen!”  Ik eet liever een beschuitje.

-oOo-

Het wordt dag zeven dat ik op Schiphol rondloop. Met lange tanden stap ik voor de zoveelste keer in mijn auto. Tegenzin ten top. Voor de afsluiter; een op-en-neertje Manchester. Een zogenaamde ‘kritische vlucht’. Dat zoiets betekent als: al ren je als een idioot door het gangpad heen, dan nog is het de vraag of je de boel op tijd af krijgt. Ik zag op mijn briefingpapiertje dat de vlucht tot de nok toe vol zat, met  maarliefst zestien mensen de Bizzz (Business Class). Die krijgen een maaltijd met warme broodjes en mogen alles te drinken bestellen wat ze maar willen; van een Bloody Mary tot een Whisky met ijs. Lekker dan. Op zo’n laatste dag, dat je eigenlijk ‘kein Lust’ hebt om überhaupt nog iets van waarde te produceren. Heenvlucht: één uur en vijf minuten vliegen. Honderd passagiers. Ik rekende vlug met mijn vermoeide brein. Gemiddeld per persoon dus minder dan een halve minuut te besteden, als je de start- en de landingstijd eraf trekt. Voor een volledige hap-, drink- en afvalophaalservice. Ga er maar aan staan.

Het betere ren- en vliegwerk. We haalden het nét. Op het ‘Prepare for Landing’ commando van de gezagvoerder (zo’n tien minuten voor het daadwerkelijk neerplanten van de wielen op het asfalt) schonken we ons laatste drankje uit. Nog even snel opruimen en de rommel weer ophalen. Zitten, riem vast en landen met die handel. Gelukkig werd ik op pad gestuurd met een topbemanning. En was er tussen de bedrijven door ook nog tijd voor een geintje en een lekker hapje eten op de luchthaven.

Hoe anders was de terugweg. Met een ondertoon van mededogen in zijn stem meldde de gezagvoerder me dat het dit keer slechts vijfenvijftig minuten vliegen was. Ik keek hem met grote ogen aan. Dit ging menens worden. En inderdaad. Dat werd het. Een race tegen de klok. Die sneller leek te tikken dan ons lief was. Knallen in het kwadraat. Maar die tien minuten minder nekten ons toch echt. We kieperden lades met blikjes drinken in kasten en propten bekers en glazen in trolleys die daar niet voor bedoeld waren. Weg ermee. Dat het niet netjes op zijn plek ligt was van latere zorg. Alles moet namelijk wel veilig achter slot en grendel staan als we landen. Dan kun je niet nog trolleys en potten koffie in de galley hebben staan. Het moet een komisch beeld zijn geweest voor de passagiers. Twee stessen die als een zotte de boel aan de kant proberen te krijgen. Als klap op de vuurpijl brak er een glas, dat genadeloos mijn vingers tot bloedens toe verwondde. Altijd blijven lachen. Niks aan de hand. Alles onder controle… Van binnen kookte ik. Ik wilde het liefst een gigantische oerkreet slaan. Maar ik bleef doen alsof dit de normaalste zaak van de wereld was.

Na de landing plakte ik een pleister. Dit nooit weer. Ik ga erover ‘schrijven’. En dan bedoel ik niet hier, op mijn site. Maar in een gedigitaliseerd verslag naar het bedrijf. Dat dit toch echt de bedoeling niet kan zijn. Laat ze de service maar aanpassen op dergelijke vluchten. Of een extra service-stess inplannen.

-oOo-

Twaalf uur precies. De maandelijkse eerste maandag van de maand sirene begint te loeien. Nu heerlijk drie dagen vrij. Vanavond op naar Amsterdam voor het concert van Jamie Cullum.

014 Eruptie-interruptie

(18.25 uur, vanuit een groen en zonnig Haarlem)

Verbazingwekkend. Hoe snel alles weer op de rails was na interruptie door de eruptie. Aswolk Deel II heeft niet lang het Europese luchtruim gedomineerd. Natuurlijk was er maandag wel de nodige vertraging , zoals dat gaat met een dergelijke onderbreking. Slotten van een paar uur vooruit in de tijd. Wachten. Geduld. Niet begrijpende passagiers: “Waarom kunnen we niet gewoon vertrekken? Het is drie uur, de geplande vertrektijd is verstreken, iedereen zit aan boord, waar wachten we dan nog op?!” Op het aanbreken van onze slottijd. Leg dat maar eens uit. Dus kwam ik maar weer eens met mijn ‘afspraak bij de tandarts’ metafoor op de proppen (zie ook de uitleg op de ‘Info’ pagina; Vliegjargon).

Uiteindelijk gingen we gewoon naar Göteborg. En ook weer terug. De dag erna gingen de Toulouse, Bristol en Nice ook netjes op tijd, of zelfs te vroeg.

Verder…

… trof ik oude bekenden (het Noorse Baileys dametje) op de Nice vlucht,

… werden er VIP passagiers in een geblindeerde zwarte limousine aan boord gebracht (de directeur van Schiphol en zijn vrouw),

… werkte ik als een goed geolied team samen met een ervaren collega

… en kon ik lekker stappen, slapen en shoppen (ook in die volgorde) in Bristol.

Kortom, ik kijk terug op een drukke maar geslaagde en gezellige werkweek.

-oOo-

Totaal niet mijn stijl. Ik ben een planner, vooruitdenker, goed-voor-elkaar-hebber. Ik moet dan ook eerlijk bekennen dat ik er een beetje onrustig van werd. Morgen gaat mijn vakantie van start. Vorige week heb ik bedacht New York en Washington te bezoeken. Tot vanmiddag twaalf uur had ik daarvoor nog he-le-maal niets geregeld. Geen ticket, geen online reisautoristatie om de Verenigde Staten binnen te komen en nog geen gepakte koffer. Wonderlijk. Zo niet mij. LENOS’ last minute vakantieverwikkelingen. Spannend ook wel.

Vanmiddag een ticket naar JFK gefikst en ESTA toestemming gekregen. Mijn bundeltje gepakt en morgenochtend naar de luchthaven. Hopelijk is er nog een plaatsje vrij op de vlucht van Delta Airlines. Want naast dat er stand-by diensten bestaan (je weet niet of je gaat vliegen, ja of nee), bestaat ook de optie om een stand-by ticket aan te schaffen. Daarop kun je voor privé doeleinden reizen voor een wat zachter prijsje. Klinkt leuk, is het ook, maar natuurlijk zit er een klein addertje onder het gras. Want éérst gaan alle ‘normale, volle-mep-betalende’ passagiers aan boord. En als er op het állerlaatste moment, vlak voor vertrek, ergens in een onooglijk uithoekje nog een stoel ‘over’ is, ben ik (eventueel) aan de beurt. Dus hoe ziet mijn dag er morgen uit? Afwachtenwachtenwachtenwachten. Vol is vol. Als het niet lukt mag ik de volgende vlucht proberen. Of die de dag daarna. Zo gaat dat. Ik ben benieuwd. Of ik morgen ga…

Indien de mogelijkheid daar is, natuurlijk een bericht uit de Big Apple of D.C. Howdy folks!

005 Terminalwalhalla

 

(23.35 uur priegelend op het touchscreen van mijn mobiel)

Geen bewuste keuze. Deze eerste mobiele blog. Maar bittere noodzaak. Na jaren gebruik te hebben gemaakt van de onbeveiligde draadloze netwerken van onbekende buurmannen (waarvoor hartelijke dank) is het tijdperk van profiteren van andermans zaken nu voorbij. Verstandigheidshalve heeft de hele buurt nu gekozen voor ingewikkelde beveiligde paswoordsleutels. Om netwerkjatters zo als ik buiten de deur te houden. Goed zo. Jammer voor mij.

Want dat betekent dat ik mij wederom als leek in de digitale jungle moet begeven. Ik dacht deze heisa achter me te hebben gelaten met het lanceren van mijn website. Niets was minder waar. Want wat zich zojuist voor mij heeft geopend is een wereld van modems, routers, dongels en IS/RA aansluitpunten. Of iets dergelijks. Ik hoop gauw weer online te kunnen schrijven vanaf een computer in groter formaat. Tot die tijd zal ik jullie mobiel via de ether berichten. Niet dat het voor jullie verschil maakt. Een bericht opstellen kost mij nu alleen twee keer zo veel tijd. Maar verslaafd aan schrijven als ik ben, heb ik dat er graag voor over. Foto’s van afgelopen week houden jullie dan ook nog tegoed.
-oOo-
Af en toe nog steeds komkommertijd in de luchtvaart. Een fijn restant van de veelbesproken kredietcrisis. Hoewel passagiersaantallen gelukkig weer aantrekken, worden sommige bestemmingen minder frequent aangevlogen. Weinig nieuws onder de zon. Voor ons als bemanning houdt dat in dat we te maken krijgen met langere turnarounds op buitenstations. Of in gewoon Nederlands: wachten op het vliegveld aldaar.

Neem een heen-en-weertje Londen bijvoorbeeld, normaal gesproken hebben we zo’n veertig minuten om de zojuist gearriveerde reizigers te laten uitstappen, het vliegtuig schoon te maken en de passagiers voor terug naar Amsterdam weer te laten instappen. Niet zo veel tijd dus. Als crew blijven we aan boord van het vliegtuig. Meestal zien we dan ook niks anders dan het luchthavengebouw van buitenaf. Echter, tegenwoordig komt het wel eens voor dat we in plaats van veertig minuten, twee en een half uur ‘in het buitenland’ zijn. Het maakt je werkdagen vaak nodeloos lang, maar er zitten ook voordelen aan.

Laatst op London Heathrow. Twee uur wachten aldaar op dinertijd. Niet verkeerd, als je eens wat anders blieft dan die eeuwige kleffe vliegtuigmaaltijden. En zo geschiedde het dat we met zijn allen heerlijk zaten te dikkedakken* in één van de vele restaurants die deze drukke luchthaven rijk is. Het is heerlijk om even van boord te gaan. Weg uit de vliegtuigmufheid. Frisse lucht. Even bijkomen in het terminalwalhalla. Pizza met extra uientopping. Een vanillemilkshake. Een frosted cupcake van de Starbucks toe. Keuvelen met collega’s. Nog even slenteren langs de dutyfree shops die je willen verleiden tot het doen van nutteloze uitgaven. Het nieuwe parfumluchtje van Chanel. Je verlekkeren aan elektronica gadgets, die beloven het vliegen comfortabeler te maken. Chique Hermés shawls passen die we toch niet kopen. De tegelvloer is zo spiegelglad geboend dat ik mijn eigen reflectie zie. Op de beeldschermen met vertrekinformatie zie ik de status van onze vlucht veranderen in ‘boarding now’. Tijd om weer terug te stappen in de wereld die werken heet. Jasje recht. Boardingmuziek aan. Ik hoor de eerste passagiertrolleys de gate in komen ratelen. Terug naar Amsterdam. Terug naar huis.

* Dikkedakken is Gronings voor heerlijk eten.