087 Amerikaanse bollenblues

(11.30 uur, vanuit het Noorden des Lands, waar de drassigheid langzaamaan oplost)

“GELUKKIG NIEUWJAAR!” Na het aftellen kunnen we eindelijk proosten. De plastic bekertjes klinken misschien niet zo als een kristallen flûte, maar het maakt de start van het nieuwe jaar er niet minder op. Het is nog licht. Mijn horloge geeft drie uur ‘s middags aan. Er pingelen sms’jes binnen met nieuwjaarswensen uit Nederland. Ik word omhelsd en gekust door mensen die ik nog maar net een half etmaal ken. Overal komen oliebollen tevoorschijn. De een tovert een papieren zak uit een trolley terwijl een ander met een doos van de Nederlandse bakker op de proppen komt. Andere gasten in de hotellobby kijken ons enigszins vreemd aan. En ik moet ze gelijk geven, want wie heeft ooit bedacht dat gefrituurde deegballen met bubbelwijn een goede combinatie is?

2011 mag dan misschien voorbij zijn in Nederland, dat is nog niet het geval op de plek waar ik me nu bevind. Lang sta ik echter niet stil bij dit bijzondere fenomeen. We hebben er een werkdag van ruim veertien uur op zitten. Dus na de toost op een nieuw begin kruipen we eerst voor een paar uur onze bedjes in.

“HAPPY NEWYEAR!!” Negen uur later vult luid gejoel de kades van Pier 14. Voor onze ogen voltrekt zich een kleurrijk schouwspel in de lucht. Vanaf een boot in de San Francisco Bay wordt onder aanmoediging van het toegesnelde publiek het prachtigste vuurwerk de lucht in geschoten. We laten nogmaals het oude jaar achter ons. Het nieuwe moet nu wel dubbelgoed worden. Mannen op skates in gekke outfits zwieren tussen de toeschouwers door. Amerikaanse ‘gillende keukenmeisjes’ zetten zichzelf op de de foto; op hun hoofden prijken ‘Happy 2012′-brillen met knipperende LED-lampjes. Dit alles tegen de achtergrond van de fraai verlichte Oakland Bay Brigde. Een goede start.

Bekijk het nieuwe jaar eens door een gekke bril!

-oOo-

De terugkomst uit San Francisco is al weer meer dan een week geleden, maar de bijkomstige jetlag heb ik nog maar net achter me gelaten. Een flinke omschakeling voor een korte-afstand vliegster als ik. Plots doorkruis ik tijdszones en ganse continenten. Ben ik zomaar ineens 24 uur op. Werk ik als anderen slapen. Slaap ik als anderen werken. Nu doorgewerkte nachten zich een aantal maanden opstapelen moet ik toegeven dat het me niet in de koude kleren is gaan zitten. Dat merk ik des te meer nu ik mijn vakantie van start is gegaan.

Afgelopen week was natuurlijk HET weer bij uitstek voor het laten overwaaien van trans-Atlantische katers. Dus na het herpakken van een gemiste nacht in mijn eigen bed, stap ik in de auto en rijd ik ik naar Zeeland. Onstuimige golven kletteren op basaltblokken. Vrachtschepen deinen vervaarlijk heen en weer. Op het nieuws verhalen over hoogwater, sijpelend dijkkwel en geëvacueerde koeien. De wind huilt langs de huizen. Ik laat me overhalen tot een strandwandeling. Op zee trotseren ingepakte marsmannetjes de schuimkoppen op hun surfboards. Da’s nog eens andere koek dan als groentje op de plank in Panama. Dit is niet voor mietjes. We bikkelen verder tegen de sterke Zuidwester in. Het traanvocht blaast naar de hoek van mijn oogkassen. Ah fijn, de beschutting van een paviljoen. We laten ons van binnen verwarmen door warme choco en glühwein terwijl we genieten van een optreden van aanstormend lokaal talent Eva Auad.

En nu dus: nog meer vakantie. Momenteel in Groningen. In de planning staat een weekendje Breda met zus en een bezoek aan het Engelse Brighton. Even een paar weken vliegloos met beide benen op de grond.

Ik wil de trouwe aanhang en al mijn collega’s van het afgelopen jaar bedanken voor de fijne momenten die ik met jullie heb mogen delen. Gaan jullie ook in 2012 weer met me mee in een jaar vol ontdekkingen, bijzondere reizen en ontmoetingen?

076 Kroko en de Vliegende Knorrepot

(12.52 uur, vanuit een herfstig onstuimig Nederland)

Na twee enerverende vluchten en een etmaal ter plaatse in Florida zit ik weer thuis. Het was voor het eerst dat ik als volwaardig bemanningslid op zo’n grote luchtwaardige joekelmachine werd ingezet. Laten zien dat de weken training zijn vruchten hadden afgeworpen, viel nog niet mee. Op de heenweg worstelde ik nog flink om het tempo van mijn ervaren collega’s (twintig dienstjaren) bij te benen. Zeker omdat ik regelmatig in het duister tastte omtrent de werkmethodes en opbergplaatsen van de verschillende cateringspullen.

Op lange vluchten vindt er meestal een trayservice plaats (eten dat op een dienblad geserveerd wordt). Deze zijn al deels opgebouwd met ‘koude’ items en dienen te worden aangevuld met warme snacks / maaltijden uit de oven. Omdat aan boord de ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden zijn ze als perfect passende lego steentjes / tetris blokjes in de trolleys geladen. Eruit halen is niet zo moeilijk. Maar probeer ze na afloop maar weer eens net zo netjes terug te plaatsen. Dat valt nog niet mee. Schoof ik aan de ene kant er eentje in, kletterde de inhoud aan de andere kant er net zo hard uit. Met mijn niet zo snuggere acties had ik dan ook soms flink de lachers van de passagiers op mijn hand.

Bij aankomst hadden we precies 24 uur de tijd in Miami. Om uit te rusten of iets van de omgeving te zien, zo u wenst. Als je richting het Westen vliegt (het is daar zes uur eerder ‘terug in de tijd’) betekent dat voor ons Europeanen immer vroeg ontwaken. Dat vind ik niet erg. Ik houd van de ochtend. Het begin van een nieuwe dag. Ik was dan ook present op het strand om de zonsopkomst bij te wonen. Een lust voor het oog, de geest en mijn camera. De zonnegloed deed de omgeving glimmen. Alsof alles overgoten was met een dun laagje bladgoud. Adembenemend.

Vervolgens een ontbijtje, voetjes in de branding, slaapje en weer terug. Eigenlijk veel te kort, maar toch wel even lekker.

De nacht erop vlogen we terug. Take-off in westelijke richting, wat een sensationeel uitzicht gaf over de verlichte stad. Zoals je dat in veel steden in Amerika hebt, was ook hier het rechte blokkenpatroon van de straten duidelijk zichtbaar. Al die lampjes gingen plots scherp over naar de duisternis van de Everglades; moeras en leefgebied van krokodillen. Brrr. “Hier zou ik niet graag een noodlanding maken,” huiverde de gezagvoerder. Ik was het roerend met hem eens. Want dan zou ik in plaats van Coco -, KROKO en de Vliegende Knorrepot zijn geweest… *

Het spookachtige geheel werd compleet door de mistige wolkflarden en de cumolonimbus die hel oplichtte in de verte. Deze bliksemende donderwolk deed me denken aan de foto die ik maakte op Bonaire, een aantal blogjes geleden. Jullie zullen het moeten doen met mijn woorden als voorstelling van de situatie. Want mijn compacte cameraatje was helaas niet in staat dit adequaat op de gevoelige plaat vast te leggen.

-oOo-

Op de terugweg vond ik beter mijn draai aan boord. Na alles een keer te hebben gezien, kon ik beter meekomen en liep ik niet meer voortdurend mijn collegae in de weg. Nu heb heerlijk (en eindelijk, na een drukke cursusmaand) een paar dagen de tijd om bij te komen van mijn transatlantische vermoeidheid. Voor volgende week staan er een paar middellange afstandsvluchten gepland, waaronder een Barcelona.

* “Coco en de Vliegende Knorrepot”; is een uitspraak die mijn vader wel eens doet als ik weer op pad ga. Ik heb zelf zojuist even opgezocht waar dit precies vandaan komt. Het betreft een kinderprogramma dat aan het begin van jaren zestig op tv werd uitgezonden. Het jongetje Coco reist op de rug van zijn vliegende varkentje Knor naar verre landen en fantasievolle werelden en beleeft daar allerhande avonturen. (Bron: kindertv.net)

017 D.C.

(23.35 uur, na een slopende werkdag)
Inmiddels reeds een boeiende werkweek achter de rug. Mijn Verenigde Staten trip lijkt al weer tijden geleden. Nog geen week terug liep ik echter nog volop plaatjes te schieten van een zonnig D.C.; zoals de stad Washington ook wel liefkozend genoemd wordt. En omdat beloofd beloofd is, bij deze mijn impressie en foto’s.

-oOo-

In een grote Toyota rijden we met onze zojuist gemaakte vrienden via de Lincoln Tunnel New York uit. Nog geen voorgoed vaarwel. Want ik weet zeker; in deze stad kom ik nog een keer terug. Al was het alleen maar omdat het straks - als ik over een paar jaar mijn horizon ga verbreden met lange afstandsvluchten – tot mijn regelmatig aangevlogen bestemmingen gaat behoren. Dan heb ik een nachtstop New York plaats van Düsseldorf. Interessant vooruitzicht.

Een flink eindje rijden Down South, via steden met grote namen als Philadelphia en Baltimore. Omdat we onderweg stoppen voor een burger schransmoment en óók de nodige files treffen, rijden we pas vijf uur later de staat Maryland binnen. Het Amerikaanse leven straalt me van alle uithoeken tegemoet. Ons logeeradres in Bowie: een kast van een vrijstaand huis, gebouwd op een heuveltje, met meerdere auto’s en twee garages met automatisch openzoemende deuren. Bij binnenkomst eerst een grote ontvangsthal met spiegels, smetteloze sofa’s en droogboeketten “maar hier zitten we nooit hoor”. De keuken is typisch Amerikaans: riant, compleet met kolossale koelkast zonder enige inhoud. “We koken eigenlijk nooit zelf”. Oké… Dat klopt, als ik de kastjes één voor één opentrek, tref ik niets dan leegte. Er staat nagenoeg geen servies en er is geen fatsoenlijk schilmesje te vinden. We besluiten de dag erna wat fruit, granola en melk te halen bij de Safeway. Als echte Hollander kan ik nu eenmaal niet zonder ontbijt.
En de rest van het huis? Een omschrijving als: ‘het lijkt alsof ik in een episode van het MTV tv programma Cribs terecht en gekomen’ dekt de lading nog het beste. Meerdere slaapkamers, met ieder een eigen badkamer en een tientallen inch flatscreen. Wow. Ik kijk mijn vermoeide ogen uit. Want al met al was het ondertussen toch nog een lange dag geworden. Het kingsize bed slaapt dan ook voortreffelijk.
De dag erna pakken we de Metro naar Smithsonian. Dad geeft ons het eerste stukje een lift in zijn huge pick-up truck. Want natuurlijk hebben we al ruimschoots kennisgemaakt met de hele familie. Dat Washington meer een federale stad is dan New York, wordt meteen al duidelijk. Het ene gebouw is nog imposanter dan het andere. Het Capitool en het Witte Huis om maar even wat te noemen. En voor elke historische gebeurtenis een gedenkmonument. Ze staan er allemaal. Indrukwekkend om ze nu eindelijk eens ‘in het echt’ te zien. Natuurlijk vereren we ook het Air and Space museum met een bezoekje. De geschiedenis van de luchtvaart gevat binnen de muren van één gebouw. De eerste van the Wright Brothers. The Red Baron. The Spirit of Saint Louis. Ze staan er allemaal, al dan niet in replica versie. Hier kan deze liefhebber wel een dag zoet zijn. Ik scoor een shirt als souvenir voor paps. Na nog een paar dagen sightsee-en en malls bezoeken ben ik weer…
… terug op vertrouwd terrein. Dulles International Airport. Voor het eerst, dat wel. Maar toch ademen luchthavens voor mij de sfeer uit van terug naar thuis. Ik neem de volle lift naar de check-in area. Op het laatste moment stapt er een vrouw in. Die bij het sluiten van de deuren een verhaal afsteekt over Jesus and The Lord die haar naar de weg van verlichting hebben geleid. De andere liftgangers lijken aanvankelijk ongeïnteresseerd in haar gepredik. Ze kijken wat onbestemd om zich heen. Maar als de dame met een luid ‘God Bless Y’all’ uitstapt, reageren de voor elkaar wildvreemden in de lift allen onmiddellijk met een ’God Bless You Too’ in koor. Treffend.
Ik krijg een blanco instapkaart. Het zal er nog even om spannen. Er zijn namelijk al passagiers omgeboekt naar Air France. Toch zijn er op het laatste moment nog ‘no-shows’ (passagiers die niet komen opdagen) en krijg ik een plaatsje op de vlucht van Royal Dutch. Economy dit keer, maar hé, ik ben al lang blij dat ik überhaupt mee kom. Na een gare kanarie nacht van te veel slapeloze filmkijk uurtjes, met een Walkmannende Bollywoodmuziek Meezingbuurman, weer terug op Hollandse bodem. Voorlopig het einde van mijn geslaagde Amerikaanse ‘op-de-valreep’ avontuur.  But I’ll be back. Da’s zeker.

016 The Big Apple

(17.46 uur, back home in the Netherlands)

Sinds mijn vertrek vanaf Schiphol zijn op mijn horloge slechts twee uren voorbij, maar eigenlijk is er al een dag verstreken. Ik bevind me 5877 kilometer en zes uren eerder van huis. Een jetlag? Niet echt geloof ik. Dagen doortrekken en nachten overslaan hoort zo langzamerhand bij mijn leven.

Bij het verlaten van de Ondergrondse sta ik meteen midden in het bruisende New Yorkse leven. Yellow Cab taxi’s rijden af en aan, wolkenkrabbers torenen tientallen meters hoog boven me uit. Een brandweerwagen van de FDNY scheurt met gillende sirenes over de kruising. Gedenkteksten aan de zijkant van de wagen zorgen ervoor dat de op 9/11 gesneuvelde broeders nooit zullen worden vergeten. Op overheidgebouwen wappert The Stars and Stripes fier in de wind. Voor schoenen lijkt te gelden: hoe witter, plomper en opzichtiger, des te beter. En terwijl je in Nederland eigenlijk een sukkel bent met een ‘Er gaat niets boven Groningen’ T-shirt, zijn de ‘I ♥ NY’ Tees hier een ware hype. Nog voordat ik goed en wel kan acclimatiseren word ik door de stad op sleeptouw genomen door vrienden van vrienden van het neefje van een vriend. (!?) Want zo gaat dat hier. Ken je iemand, dan hoor je erbij. De hele familie- en vriendenclub incluis. The City that never sleeps. En dat zou ik weten ook. Voordat ik eindelijk mijn bed kan opzoeken, heb ik er een dag van ruim dertig uur op zitten.

Het is diep in de buidel tasten voor een bezoekje aan het tachtig etages tellende Empire State Building. Momenteel het hoogste gebouw van New York. Als het een echte Amerikaan betaamt is het natuurlijk opstellen in rijen van tien voor de lift. Fanatiekelingen worden echter beloond. Als je vanaf de 74e etage de trap neemt, mag je geoorloofd ‘queue jumpen’ (voorkruipen) in de rij voor het panoramaterras. Ik waag mij samen met een paar enthousiaste dikkerds aan twaalf trappen tellende trip. Halverwege haal ik de voorheen zo dappere gezette traplopers in. Ze klampen zich wanhopig puffend en kreunend vast aan de trapleuning. Toch iets te veel van het goede voor de supersize cultuur? Van bovenaf heb ik een adembenemend uitzicht over de enorme stad, waarbij de straten zich als een blokkendoos patroon voor me uitstrekken. Ik raak niet uitgefotografeerd en voel me nietig tussen al dat groots.

‘s Avonds gaan we uit clubbin’ in een hippe tent waarbij de mix van de DJ wordt aangevuld door een live improviserende saxofonist. Laserlampen vanaf het plafond brengen de mensen in extase. Hipper dan hip. Er tinkelt Wodka Cranberryjuice met ijs in mijn glas. Iedereen is in voor een praatje en wil weten waar we vandaan komen. “Aaamster-daaamm? Woowww girl! Holl-laaand is soooo naaaais!” Tot in de late uurtjes wordt er gedanst. Aan het einde van de avond rollen we een van de gele taxi’s in. Fietsen is een absolute no-go in het drukke verkeer.

Ontbijten in een Diner met Banana Pancakes with Syrup, weggespoeld met een sloot koffie. Zelfs met de size small heb ik al genoeg cafeïne voor een hele dag. Broadway, Fifth Avenue, Central Park en de Brooklyn Bridge. Bekende namen van films en van tv. Nu kan ik er eindelijk zelf mijn beeld bij vormen. De Subway brengt ons overal in een mum van tijd. Van Ground Zero is helaas weinig te zien. De plaats waar voorheen zich het World Trade Center bevond is omheind door metershoge hekken. Er wordt gebouwd aan een nieuw complex dat opgeleverd verwacht te worden in 2013.

Je kunt het zo gek niet bedenken of in New York bestaat het. The NBA Store (voor fanartikelen uit de Basketball League), The M&M’s store (waar je zelf alle soorten em-en-emmetjes kunt uitzoeken, inclusief roze, paarse en zwarte!). The Hershey’s Chocolate Factory (chocolade gevuld met pindakaas!). En een enorme ondergrondse Apple Store (in een glazen architectonisch hoogstandje). Als je niet op let, jas je binnen de kortste keren er een heel maandsalaris doorheen.

We komen tot rust op een van de bankjes in de authentieke wijk Brooklyn Heights (volgens de kenners zoals NY oorspronkelijk bedoeld was). Met – once again – een prachtig uitzicht op Manhattan vanaf de andere kant van de East River. Times Square maakt indruk met zijn immer verlichte immense tvschermen en metershoge reclameborden. Dit is een stad zoals een wereldstad bedoeld is. Een metropool ten top. Ik zucht terwijl ik tevreden een hap neem van mijn mierzoete cupcake.

-oOo-

Na het weekend NY begeven we ons richting Washington DC. Binnenkort hiervan uitgebreid verslag!

015 Houten-kont bankjes

(23.15 uur Lokale Tijd, vanuit de hotellobby, Lexington Avenue , New York)
Drie vluchten naar New York. Drie kansen om een plaatsje te veroveren. Ik begin met de eerste vlucht die gaat, eentje van Delta. Natuurlijk sta ik als onervaren passagiervlieger in de verkeerde rij. Na wat vijven en zessen heb ik een instapkaart zonder stoelnummer en meld ik me bij de gate. Ik zie honderden passagiers oplijnen in een lange rij. Zij gaan me allemaal voor. Koffer zelf gepakt? Nooit onbeheerd achtergelaten? Wie gaat u bezoeken? Tot vijftien minuten voor vertrek is het spannend en heb ik nog steeds geen uitsluitsel gekregen. De dame bij de gate kijkt moeilijk en vertelt me dat de vlucht overboekt is. Lichtelijk gespannen plant ik mezelf voor de zoveelste keer op de houten-kont wachtbankjes.
Dan wordt mijn naam omgeroepen. Een stoel op stand: er is nog een open plek in de Business Class.
Ik laat me in de watten leggen door het vriendelijke personeel en kijk op het On Board Entertainment System naar een Amerikaanse Kaskraker film. Als ik zie dat het nog wel even duurt voordat we landen zet ik nog een Documentaire over kinderen met Bipolaire Stoornissen aan (hé, ik moet mijn afkomst niet verloochenen toch?). Hot toweltje (ik zie de man naast me er zijn gezicht en oren er uitgebreid mee poetsen!), fijne salade, pasta met ricotta en een ijsje met warme Chocolate Fudge na. Ik zal weten ook dat ik me onder de Top Klasse reizende Elite mag scharen. Het gaat snel. Landen op John F. Kennedy Airport en wederom door de mallemolen van controles en vragen beantwoorden. Hoe lang blijft u? Drie weken hm-hm. In Maryland schrijft u… Da’s wel een beetje ver weg van New York hè, vind u niet? Ah u gaat een kennis bezoeken. Waar kent u die van? Via een collega hm. Hoe lang zei u ook al weer dat u bleef? Hm drie weken. Oké. U kent die vriend dus via een collega. Hm-hm oké…
Je zou er je haast een crimineel door gaan voelen… Ik vind snel mijn tas op de bagageband en zet mijn eerste stap op New Yorkse bodem. Met behulp van de Airtrain en Subway bevind ik me in een mum van tijd in Manhattan. Let the adventure begin!
Binnenkort een uitgebreid verslag van mijn Big Apple trip!